Symbolische hero-afbeelding over de duistere triade in de politiek, met een dominante anonieme leider op een podium voor een menigte, omringd door beelden van een kroon, spiegeling en marionettendraden als symbolen voor narcisme, manipulatie en macht, tegenover een parlement, stembus en weegschaal als symbolen voor democratische controle.
| | | | | | | | | | | |

Waarom vallen sommige mensen op leiders met donkere persoonlijkheidstrekken?

Inhoudsopgave

Er is iets merkwaardigs aan politiek.

We zeggen vaak dat we eerlijke politici willen. Mensen met integriteit. Leiders die luisteren, verantwoordelijkheid nemen, nuance verdragen en hun macht niet misbruiken.

En toch kunnen precies de tegenovergestelde eigenschappen soms aantrekkelijk worden.

Een leider die zichzelf uitzonderlijk vindt, kan worden gezien als zelfverzekerd.

Iemand die anderen kleineert, wordt plots “sterk”.

Manipulatie heet “politiek slim zijn”.

Agressie wordt “daadkracht”.

Regels overtreden wordt “eindelijk eens doorpakken”.

En een gebrek aan empathie kan zelfs verkocht worden als bewijs dat iemand zich “niet laat leiden door gevoelens”.

Dat fascineert me.

Niet omdat we politici vanop afstand moeten diagnosticeren. Integendeel. Dat zou wetenschappelijk én ethisch bijzonder problematisch zijn. Maar we kunnen wel onderzoeken welke eigenschappen mensen aantrekkelijk vinden in leiders, welke politieke culturen die eigenschappen belonen en waarom bepaalde kiezers zich sterker aangetrokken voelen tot dominante, manipulatieve of narcistische leiderschapsstijlen.

Een recente Britse studie doet precies dat. Ze onderzocht persoonlijkheidskenmerken bij partijleden én hun voorkeur voor leiders met eigenschappen uit wat psychologen de duistere triade noemen: narcisme, machiavellisme en subklinische psychopathie. De studie werd op 2 september 2026 gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift voor Europese politiek. (Tandfonline)

En daarmee komen we bij een ongemakkelijke vraag:

Kiezen we alleen voor politieke ideeën — of kiezen we soms ook voor een persoonlijkheid die iets in onszelf aanspreekt?

Deel 1 — We moeten eerst één belangrijke grens trekken

Een politicus analyseren is niet hetzelfde als een politicus diagnosticeren

Dit onderscheid vind ik essentieel.

Je kunt kijken naar gedrag.

Je kunt vaststellen dat iemand voortdurend opschept.

Je kunt onderzoeken of een leider mensen tegen elkaar opzet.

Je kunt analyseren hoe iemand reageert op kritiek, instituties behandelt, tegenstanders beschrijft of waarheid gebruikt.

Je kunt onderzoeken welke leiderschapsstijl kiezers aantrekkelijk vinden.

Maar daaruit volgt niet automatisch:

“Deze persoon heeft een persoonlijkheidsstoornis.”

Dat is iets heel anders.

In de psychiatrie bestaat daar zelfs een bekende ethische regel voor. Die ontstond nadat in de jaren zestig duizenden psychiaters werden gevraagd een Amerikaanse presidentskandidaat psychologisch te beoordelen zonder hem onderzocht te hebben. De controverse leidde uiteindelijk tot een formele regel: psychiaters mogen algemene psychiatrische kennis delen, maar horen geen professionele diagnose of psychiatrisch oordeel over een publiek persoon te geven zonder behoorlijk onderzoek en toestemming of andere geldige autorisatie. (Psychiatry)

Die voorzichtigheid is nog altijd relevant. De beroepsvereniging benadrukt bovendien dat psychiatrische termen gebruiken als politieke belediging niet alleen methodologisch problematisch is, maar ook mensen met echte psychische aandoeningen kan stigmatiseren. (Psychiatry)

Dat betekent echter niet dat psychologie uit het politieke debat moet verdwijnen.

Integendeel.

Dezelfde ethische richtlijnen maken expliciet ruimte om in algemene termen te spreken over leiderschap, propaganda, manipulatie, politieke groepsprocessen en psychologische mechanismen, zolang we niet doen alsof we op afstand een individuele patiënt onderzoeken. (Psychiatry)

Dat is ook wat ik hier wil doen.

Niet:

“Wie is narcistisch?”

Maar:

“Waarom kan narcistisch gedrag politiek aantrekkelijk worden?”

Dat is een veel interessantere vraag.

Deel 2 — Wat is die zogenaamde duistere triade?

De term klinkt bijna alsof hij uit een misdaadserie komt.

Dat helpt niet altijd.

Want bij persoonlijkheidsonderzoek gaat het meestal niet over drie hokjes waarin mensen wel of niet passen. Het gaat over dimensies: eigenschappen die in verschillende gradaties aanwezig kunnen zijn.

Iemand kan bijvoorbeeld narcistische trekken vertonen zonder een narcistische persoonlijkheidsstoornis te hebben.

Dat verschil is fundamenteel.

1. Narcistische trekken: zie mij, bewonder mij, erken mijn uitzonderlijkheid

Binnen dit onderzoeksmodel verwijst narcisme onder andere naar een sterk opgeblazen zelfbeeld, behoefte aan bewondering, superioriteitsgevoelens, entitlement, exhibitionisme en de neiging anderen te devalueren of te manipuleren.

Politiek kan dat aantrekkelijk ogen.

Want stel je twee kandidaten voor.

De eerste zegt ongeveer:

“Dit is ingewikkeld. Ik heb niet alle antwoorden. We zullen experts moeten raadplegen, compromissen sluiten en onze aanpak onderweg misschien aanpassen.”

De tweede zegt:

“Ik weet precies wat er moet gebeuren. Alleen ik durf het te doen. De anderen zijn zwak. Geef mij de macht en ik los het op.”

Wie klinkt krachtiger?

Waarschijnlijk de tweede.

Maar wie noodzakelijkerwijs beter zal besturen?

Dat is een totaal andere vraag.

Zelfvertrouwen en narcistische zelfverheffing kunnen vanop afstand verrassend veel op elkaar lijken.

2. Machiavellistische trekken: het doel rechtvaardigt bijna ieder middel

Machiavellisme draait sterker rond strategische manipulatie.

Mensen worden middelen.

Relaties worden transacties.

Waarheid kan instrumenteel worden.

Regels worden geen morele grenzen maar obstakels die eventueel omzeild moeten worden.

Ook dit kan in de politiek als competentie verpakt worden.

“Hij speelt het spel slim.”

“Zij weet hoe macht werkt.”

“Je moet soms vuil spelen om resultaten te boeken.”

Misschien.

Maar daar zit een fundamentele democratische vraag onder:

Wanneer verandert politieke strategie in politieke manipulatie?

Want democratie bestaat niet uitsluitend uit resultaten.

Democratie bestaat ook uit procedures, grondrechten, controle op de macht, transparantie en het principe dat niet alles geoorloofd wordt omdat jouw kant denkt gelijk te hebben.

3. Subklinische psychopathische trekken: hardheid zonder veel gewetensrem

Hier moeten we nóg voorzichtiger zijn met woorden.

“Psychopathie” wordt in dagelijks taalgebruik al snel geassocieerd met extreem geweld of criminaliteit. Dat is niet wat met subklinische persoonlijkheidstrekken in dergelijk onderzoek wordt bedoeld.

Het gaat onder andere over eigenschappen zoals geringe empathische betrokkenheid, emotionele kilte, impulsiviteit, sensatiezucht, agressiviteit, oppervlakkige charme en weinig schuldgevoel.

En ook daar ontstaat een politiek paradox.

Wat in een relatie een alarmsignaal zou kunnen zijn, kan op een podium ineens aantrekkelijk lijken.

De leider voelt geen twijfel?

Sterk.

De leider bekommert zich weinig om mensen die door een maatregel getroffen worden?

“Eindelijk iemand die moeilijke beslissingen durft nemen.”

De leider beledigt tegenstanders?

“Hij zegt tenminste wat iedereen denkt.”

De leider kent nauwelijks schuld of schaamte?

“Die laat zich tenminste niet intimideren.”

Zie je wat er gebeurt?

Dezelfde eigenschap krijgt een andere morele betekenis omdat we haar binnen een politieke context plaatsen.

Deel 3 — Misschien kiezen mensen deels leiders die psychologisch bij hen passen

Hier wordt het onderzoek echt interessant.

Leiderschap is niet alleen iets wat leiders doen

Wij praten vaak over leiders alsof zij helemaal zelfstandig bepalen welke politieke cultuur ontstaat.

Maar leiders hebben volgers nodig.

Een autoritaire leider zonder publiek is gewoon iemand die bevelen roept in een lege zaal.

Een populistische boodschap zonder ontvankelijke groep blijft een boodschap.

Een leider die voortdurend vernedering gebruikt, kan daarmee alleen succesvol blijven wanneer voldoende mensen dat gedrag tolereren, goedpraten of zelfs bewonderen.

Daarom moet politieke psychologie niet alleen vragen:

“Wat voor mens wil leider worden?”

maar ook:

“Wat voor leider willen wij eigenlijk volgen?”

De recente Britse resultaten zijn opvallend

Onderzoekers bestudeerden leden van vijf politieke partijen en vonden duidelijke groepsverschillen.

In die specifieke Britse steekproef waren leden van rechts-conservatieve en rechts-populistische partijen gemiddeld ontvankelijker voor leiders die werden omschreven als dominant, agressief, uitzonderlijk zelfverzekerd, manipulatief of bereid anderen emotioneel te kwetsen om doelen te bereiken. Leden van progressieve partijen keurden dergelijke leiderschapskenmerken gemiddeld aanzienlijk minder vaak goed.

Bij één uitspraak vond bijvoorbeeld ongeveer de helft tot ruim zestig procent van de leden aan de rechterzijde dat goede leiders bereid moeten zijn gevoelens van anderen te kwetsen zonder zich te veel over de gevolgen te bekommeren. Bij de drie andere onderzochte partijgroepen lag dat rond één vijfde tot één kwart.

Ook de gedachte dat een land soms leiders nodig heeft die regels overtreden om dingen gedaan te krijgen verdeelde de groepen sterk.

Maar hier moet onmiddellijk een dikke streep onder:

gemiddelden zijn geen individuen.

Niet ieder lid van een politieke partij bezit dezelfde persoonlijkheid.

Niet iedere rechtse kiezer verlangt naar een autoritaire leider.

Niet iedere linkse kiezer is empathisch.

En al helemaal niet iedere persoon die één dergelijke uitspraak onderschrijft, heeft daardoor een persoonlijkheidsstoornis.

Dat zou precies dezelfde psychologische gemakzucht zijn waarvoor we eerder waarschuwden.

Wat bijzonder interessant is: gelijkenis lijkt aantrekkingskracht te vergroten

Het onderzoek vond daarnaast dat mensen die zelf sterker scoorden op donkere persoonlijkheidstrekken ook meer voorkeur hadden voor leiders die overeenkomstige eigenschappen vertoonden. (Politics Home)

Dat is psychologisch eigenlijk niet zo vreemd.

Wij ervaren eigenschappen die aansluiten bij onze eigen waarden en wereldbeelden gemakkelijker als normaal, wenselijk of authentiek.

Iemand die competitie belangrijk vindt, kan dominantie aantrekkelijk vinden.

Iemand die de wereld sterk als strijd tussen winnaars en verliezers ziet, zal meedogenloosheid misschien minder snel afwijzen.

Iemand die veel wantrouwen tegenover instituties voelt, kan het overtreden van institutionele regels interpreteren als moed.

Iemand die maatschappelijke problemen vooral ziet als gevolg van zwakte, kan empathie zelfs gaan interpreteren als een tekortkoming.

En zo verschuift langzaam de norm.

Deel 4 — Hoe “donkere” eigenschappen politiek gerebrand kunnen worden

Dit vind ik misschien het fascinerendste gedeelte.

Een samenleving hoeft manipulatie niet letterlijk goed te keuren.

Ze kan manipulatie eenvoudig een andere naam geven.

klik op de afbeelding

Dominantie wordt leiderschap

Een leider onderbreekt anderen voortdurend.

Negeert procedures.

Verdraagt nauwelijks tegenspraak.

Vernedert tegenstanders publiekelijk.

En toch klinkt het:

“Wat een sterke leider.”

Maar dominantie en leiderschap zijn niet hetzelfde.

Een goede leider kan bijzonder besluitvaardig zijn zonder anderen te vernederen.

klik op de afbeelding voor meer informatie

Grandiositeit wordt charisma

Charisma is op zichzelf niet verkeerd.

Mensen mogen inspireren.

Ze mogen visie uitstralen.

Ze mogen zelfverzekerd zijn.

Het probleem ontstaat wanneer charisma gekoppeld raakt aan een voortdurend verhaal van persoonlijke uitzonderlijkheid:

Ik ben de enige.

Alleen ik begrijp het.

Niemand kan wat ik kan.

Iedereen die mij bekritiseert, is incompetent of corrupt.

Dan gaat politiek steeds minder over beleid en steeds meer over persoonsverheerlijking.

klik op de afbeelding voor meer informatie

Wreedheid wordt eerlijkheid

Dit patroon kennen we ondertussen goed.

Iemand beledigt een minderheid.

Vernedert een journalist.

Bespot een tegenstander.

Maakt kwetsbare mensen belachelijk.

En vervolgens klinkt:

“Je mag tegenwoordig ook niets meer zeggen.”

Maar grofheid is geen synoniem van waarheidsliefde.

Een mens kan ontzettend eerlijk én ontzettend respectvol zijn.

De verwarring tussen beide is cultureel aangeleerd.

klik op de afbeelding voor meer informatie

Manipulatie wordt politieke slimheid

Ook hier moeten we onderscheid maken.

Politiek vereist onderhandelen.

Politiek vereist strategie.

Politiek vereist coalities bouwen.

Maar strategisch denken is niet hetzelfde als misleiding.

Wanneer informatie bewust wordt verdraaid, bevolkingsgroepen tegen elkaar worden uitgespeeld of angst doelbewust wordt gemobiliseerd om macht te verkrijgen, spreken we over iets anders.

Dan wordt de burger geen gesprekspartner meer.

Dan wordt de burger materiaal waarmee macht wordt geproduceerd.

Regels overtreden wordt daadkracht

Dit is misschien de gevaarlijkste verschuiving.

“Waarom al die procedures?”

“Waarom altijd rechters?”

“Waarom kan het parlement niet gewoon opzij?”

“Waarom al die journalisten?”

“Waarom al die controle?”

Omdat democratische instituties bewust traag kunnen zijn.

Die traagheid is soms frustrerend.

Maar ze is voor een deel ontworpen om te verhinderen dat één persoon alles kan beslissen.

Checks-and-balances lijken overbodig zolang iemand aan de macht is die jij vertrouwt.

Hun waarde wordt meestal pas duidelijk wanneer iemand aan de macht komt die jij niet vertrouwt.

klik op de afbeelding voor meer informatie

Deel 5 — Waarom sterke leiders vooral aantrekkelijk kunnen worden wanneer mensen zich bedreigd voelen

Hier zou ik nog een laag willen toevoegen.

Persoonlijkheid alleen verklaart politiek nooit volledig.

Context doet ertoe.

Heel veel.

klik op de afbeelding voor meer informatie

Angst verandert wat wij van leiders verwachten

Tijdens perioden van onzekerheid groeit vaak de behoefte aan duidelijkheid.

Economische onzekerheid.

Migratie.

Oorlog.

Snelle culturele verandering.

Technologische ontwrichting.

Klimaatverandering.

Verlies van sociale status.

Wantrouwen tegenover instellingen.

Dan kan een ingewikkelde werkelijkheid emotioneel zwaar worden.

Een politicus die zegt:

“Het probleem is ingewikkeld”

biedt misschien een correcte analyse.

Maar iemand die zegt:

“Ik weet wie schuld heeft”

biedt iets psychologisch krachtigers:

zekerheid.

En zekerheid kan buitengewoon aantrekkelijk zijn wanneer mensen angst voelen.

De sterke leider biedt niet alleen oplossingen. Hij biedt een verhaal

Meestal ongeveer dit:

Er was ooit orde.

Toen hebben anderen die orde vernietigd.

Jij hebt daaronder geleden.

De elite heeft je verraden.

Een bepaalde groep profiteert van jou.

Ik begrijp jouw woede.

Geef mij voldoende macht.

Ik zal degenen die verantwoordelijk zijn aanpakken.

En daarna herstellen we wat verloren is gegaan.

Dat verhaal bevat iets wat complexe beleidsnota’s bijna nooit bevatten:

emotionele ontlading.

De leider kan een verlengstuk van onze identiteit worden

Er gebeurt nog iets.

Politieke overtuigingen kunnen onderdeel worden van onze identiteit.

Dan verandert:

“ik stem op deze partij”

langzaam in:

“dit is wie ik ben.”

Vanaf dat moment voelt kritiek op de leider niet langer als een politieke discussie.

Het voelt als kritiek op mij.

Interessant genoeg zagen onderzoekers in dezelfde Britse gegevens dat bij bepaalde groepen een aanzienlijk deel van de partijleden kritiek op hun partij als een persoonlijke belediging ervoer.

Dat heeft gevolgen.

Want zodra identiteit en partij bijna samenvallen, wordt informatie anders verwerkt.

Mijn leider maakt een fout?

Context.

Jouw leider maakt dezelfde fout?

Bewijs van corruptie.

Mijn kant overtreedt een norm?

Noodzakelijk.

Jouw kant doet hetzelfde?

Schandalig.

En dat mechanisme behoort helemaal niet exclusief tot één politieke richting.

Onderzoek naar politieke perceptie laat zien dat groepsvoorkeur de beoordeling van donkere persoonlijkheidskenmerken bij kandidaten kan beïnvloeden. Eigenschappen kunnen negatiever worden beoordeeld bij een tegenstander dan bij iemand uit de eigen politieke groep. (DOI)

Dat is misschien nog belangrijker dan de vraag welke partij gemiddeld hoger of lager scoort.

Want het waarschuwt ons allemaal.

“Maar onze leider doet het voor het goede doel”

Daar begint morele blindheid vaak.

Niet noodzakelijk bij slechte mensen.

Maar bij mensen die overtuigd raken dat hun doel zo belangrijk is dat normale grenzen tijdelijk niet meer gelden.

We moeten winnen.

We moeten het land redden.

We moeten onze waarden beschermen.

We moeten voorkomen dat zij aan de macht komen.

En daarna wordt:

één uitzondering

twee uitzonderingen,

dan tien,

en uiteindelijk een nieuwe norm.

Dat mechanisme kan op verschillende plaatsen van het politieke spectrum optreden.

Daarom vind ik de belangrijkste democratische vraag niet:

“Heeft mijn leider goede bedoelingen?”

Maar:

“Welke grenzen mag mijn leider volgens mij nooit overschrijden — zelfs wanneer ik volledig achter zijn of haar doel sta?”

Dat is een moeilijkere test.

Een gezonde democratie vraagt meer dan aardige leiders

Ik wil ook niet naar het andere uiterste gaan.

Een leider hoeft geen vriendelijke therapeut te zijn.

Politiek kan hard zijn.

Soms moeten impopulaire beslissingen genomen worden.

Een bestuurder moet weerstand kunnen verdragen.

Een leider moet durven zeggen:

nee.

Zelfvertrouwen is geen narcisme.

Strategisch denken is geen machiavellisme.

Emotionele stabiliteit is geen gevoelloosheid.

Daadkracht is geen psychopathie.

En conflict vermijden is evenmin automatisch gezond leiderschap.

Het probleem ontstaat wanneer kracht wordt losgekoppeld van verantwoordelijkheid.

Dan krijgen we:

zelfvertrouwen zonder zelfreflectie,

macht zonder controle,

strategie zonder ethiek,

daadkracht zonder empathie,

loyaliteit zonder kritiek,

en leiderschap zonder grenzen.

Misschien moeten we onze definitie van “sterk leiderschap” veranderen

Want wat is eigenlijk sterker?

Nooit fouten toegeven?

Of kunnen zeggen:

“Ik zat fout.”

Tegenstanders vernederen?

Of met iemand samenwerken die je niet kunt uitstaan?

Altijd winnen?

Of een verkiezingsnederlaag accepteren?

Iedereen rond jezelf loyaal maken?

Of onafhankelijke instellingen respecteren die jou controleren?

Alle kritiek wegzetten als vijandigheid?

Of kritiek verdragen zonder wraak te nemen?

Complexiteit ontkennen?

Of burgers vertellen dat sommige problemen geen eenvoudige oplossing hebben?

Misschien hebben we onszelf laten wijsmaken dat dominantie hetzelfde is als kracht.

Dat is ze niet.

De democratische tegenpool van de duistere triade

Als ik het positief zou formuleren, zou ik leiderschap eerder zoeken in een combinatie van:

zelfvertrouwen én nederigheid.

daadkracht én verantwoordelijkheid.

strategie én integriteit.

overtuigingskracht én waarheidsliefde.

gezag én respect voor grenzen.

kracht én empathie.

Een democratische leider hoeft niet zwak te zijn.

Integendeel.

Soms is veel meer innerlijke kracht nodig om macht te begrenzen dan om haar maximaal te gebruiken.

Een kleine oefening: welke leider bewonder jij eigenlijk?

Probeer even niet aan een bestaande politicus te denken.

Stel jezelf gewoon deze vragen.

Welke eigenschap vind ik aantrekkelijker?

Een leider die nooit twijfelt — of iemand die van mening kan veranderen wanneer feiten veranderen?

Iemand die mijn tegenstanders vernedert — of iemand die hun rechten verdedigt?

Iemand die regels breekt wanneer ik zijn doel steun — of iemand die dezelfde regels respecteert die ook zijn tegenstanders beschermen?

Iemand die belooft alles persoonlijk op te lossen — of iemand die sterke instellingen bouwt die hemzelf uiteindelijk overbodig maken?

Iemand die mijn woede bevestigt — of iemand die mij soms ook tegenspreekt?

En misschien de moeilijkste:

Zou ik hetzelfde gedrag nog steeds acceptabel vinden wanneer mijn politieke tegenstander het vertoonde?

Die laatste vraag is een indrukwekkend goede democratische lakmoesproef.

Dit onderzoek vertelt ons niet op wie we moeten stemmen

En dat zou het ook niet moeten doen.

De recente Britse studie bewijst niet dat een bepaalde politieke ideologie een psychische stoornis is.

Ze bewijst niet dat iedere kiezer van één kamp bepaalde persoonlijkheidstrekken bezit.

Ze bewijst evenmin dat persoonlijkheid automatisch politieke voorkeur veroorzaakt.

De onderzochte partijleden vormen bovendien geen perfecte afspiegeling van de volledige bevolking. Uit het bredere onderzoeksproject blijkt bijvoorbeeld dat slechts een klein percentage van de Britten überhaupt lid is van een politieke partij.

Het gaat om groepsgemiddelden en statistische verbanden.

Geen individuele diagnoses.

Geen moreel vonnis.

Geen bewijs dat één politieke familie uit “goede mensen” en een andere uit “slechte mensen” bestaat.

Maar het onderzoek opent wel een deur naar een belangrijker gesprek.

Welke eigenschappen belonen wij in politieke leiders?

Misschien begint democratie daar

Niet in het stemhokje.

Niet in het parlement.

Niet op televisie.

Maar ergens daarvoor.

Bij onze ideeën over macht.

Bij wat wij bewonderenswaardig vinden.

Bij wat wij bereid zijn te verontschuldigen wanneer iemand “van onze kant” het doet.

Bij onze tolerantie voor vernedering zolang de juiste mensen vernederd worden.

Bij onze bereidheid regels opzij te schuiven wanneer ze onze leider hinderen.

En bij de vraag of we iemand zoeken die ons vertegenwoordigt —

of iemand aan wie we onze macht willen overdragen.

Daarom lijkt mij dit onderzoek zoveel interessanter dan de zoveelste discussie over welke politicus “narcistisch” zou zijn.

Die vraag maakt van psychologie een etiket.

De betere vraag maakt psychologie een spiegel:

Waarom voelt een bepaalde vorm van leiderschap voor mij aantrekkelijk?

En wat zegt mijn antwoord over mijn ideeën over kracht, menselijkheid, macht en democratie?

Misschien hoeven we leiders niet te diagnosticeren.

Misschien moeten we vooral beter leren herkennen welke vormen van leiderschap wij zelf normaliseren.

Want uiteindelijk krijgt macht niet alleen vorm door degene die haar opeist.

Macht krijgt ook vorm door wat wij bereid zijn toe te laten.

Wij vallen. Wij staan op. Wij groeien.

Jouw verhaal telt.

Kerninzichten

  • De duistere triade beschrijft persoonlijkheidstrekken rond narcisme, machiavellisme en subklinische psychopathie; ze is niet hetzelfde als een psychiatrische diagnose.
  • Publieke figuren vanop afstand diagnosticeren is methodologisch en ethisch problematisch.
  • Onderzoek naar gedrag, leiderschapsvoorkeuren en politieke persoonlijkheidskenmerken is iets anders en kan wel wetenschappelijk relevant zijn.
  • Een recente Britse studie vond verschillen tussen partijgroepen in de waardering van dominante, manipulatieve en agressieve leiderschapseigenschappen. (Politics Home)
  • Mensen die zelf sterker scoren op donkere persoonlijkheidstrekken kunnen gemiddeld ook ontvankelijker zijn voor leiders die zulke eigenschappen uitstralen. (Politics Home)
  • Zelfvertrouwen is echter geen narcisme, strategie geen machiavellisme en daadkracht geen psychopathie.
  • Politieke identiteit kan onze beoordeling van hetzelfde gedrag beïnvloeden.
  • Een belangrijke democratische test is daarom: zou ik dit gedrag ook accepteren wanneer mijn tegenstander het vertoonde?

14 veelgestelde vragen

1. Wat betekent de duistere triade?

De duistere triade is een psychologisch model waarin drie onderling verwante persoonlijkheidstrekken worden onderzocht: narcisme, machiavellisme en subklinische psychopathie.

2. Zijn mensen met deze trekken geestesziek?

Niet noodzakelijk. Persoonlijkheidstrekken zijn geen automatische psychiatrische diagnoses. Veel onderzoek gebruikt dimensionele vragenlijsten waarbij mensen hoger of lager kunnen scoren op bepaalde kenmerken.

3. Mag je een politicus narcistisch noemen?

In alledaags taalgebruik gebeurt dat vaak, maar vanuit professionele psychologie en psychiatrie is grote voorzichtigheid nodig. Gedrag beschrijven is iets anders dan iemand diagnosticeren met een persoonlijkheidsstoornis.

4. Waarom mogen psychiaters publieke figuren niet zomaar diagnosticeren?

Omdat een betrouwbare psychiatrische beoordeling normaal grondig onderzoek, relevante voorgeschiedenis en toestemming of andere geldige autorisatie vereist. Professionele conclusies trekken uit alleen mediabeelden kan misleidend en stigmatiserend zijn. (Psychiatry)

5. Kunnen wetenschappers dan helemaal niets over politieke persoonlijkheid onderzoeken?

Jawel. Zij kunnen persoonlijkheidstrekken meten bij deelnemers, leiderschapsvoorkeuren onderzoeken, experimentele kandidaten gebruiken of systematisch bestuderen hoe publiek waarneembaar gedrag wordt beoordeeld.

6. Waarom kan narcistisch gedrag aantrekkelijk lijken bij leiders?

Grandiositeit kan worden geïnterpreteerd als zelfvertrouwen, dominantie als kracht en grote beloften als visie. Daardoor kunnen eigenschappen die interpersoonlijk problematisch zijn politiek anders worden gewaardeerd.

7. Waarom kan manipulatief gedrag politiek aantrekkelijk worden?

Sommige mensen interpreteren strategisch of manipulatief gedrag als politieke slimheid, vooral wanneer ze geloven dat politiek fundamenteel een strijd om macht is.

8. Betekent dit dat rechtse kiezers narcisten zijn?

Nee. Het besproken onderzoek rapporteert verschillen in groepsgemiddelden binnen een specifieke Britse steekproef. Daaruit kunnen geen diagnoses over individuele kiezers worden afgeleid.

9. Kunnen linkse of progressieve bewegingen ook autoritair gedrag vertonen?

Ja. Geen enkele ideologische groep is psychologisch immuun voor groepsdenken, vijandbeelden, machtsmisbruik, morele rechtvaardiging of dubbele standaarden. De sterkte en vorm daarvan verschillen per context en onderzoek.

10. Waarom zijn sterke leiders aantrekkelijk tijdens crisissen?

Onzekerheid kan de behoefte aan duidelijkheid, controle en eenvoudige verklaringen vergroten. Een zeer dominante leider kan daardoor psychologisch veiligheid suggereren, zelfs wanneer zijn oplossingen inhoudelijk onvoldoende zijn.

11. Is populisme hetzelfde als de duistere triade?

Nee. Populisme is een politiek concept, terwijl de duistere triade een persoonlijkheidsmodel is. Onderzoek vindt wel verbanden tussen bepaalde populistische leiderschapsstijlen en donkere persoonlijkheidstrekken, maar beide begrippen zijn niet uitwisselbaar. (Tandfonline)

12. Waarom verdedigen mensen gedrag van hun eigen leider dat ze bij een tegenstander afkeuren?

Politieke identiteit kan leiden tot ingroup bias en gemotiveerde informatieverwerking. Hetzelfde gedrag wordt daardoor soms milder beoordeeld wanneer het van de eigen politieke groep komt. (DOI)

13. Hoe herken je gezond democratisch leiderschap?

Kijk niet alleen naar charisma en daadkracht, maar ook naar verantwoordelijkheid, respect voor instituties, tolerantie voor kritiek, waarheidsgetrouwheid, empathie, machtsoverdracht en de bereidheid zichzelf aan dezelfde regels te onderwerpen als anderen.

14. Wat is de belangrijkste vraag die je jezelf als kiezer kunt stellen?

Misschien deze:

Zou ik ditzelfde gedrag nog aanvaardbaar vinden wanneer een leider van de tegenovergestelde politieke richting het vertoonde?

Belangrijkste bronnen

De recente peer-reviewed studie waarop het uitgangspunt van deze blog steunt, verscheen op 2 september 2026 in West European Politics. (Tandfonline)
Recente studie over persoonlijkheid, politiek en voorkeur voor leiders met dark-triadtrekken

Het bredere Britse onderzoeksproject rapporteert eveneens duidelijke verschillen in de waardering van dominante, agressieve en manipulatieve leiderschapskenmerken.
Britain’s Party Members – onderzoeksrapport

De ethische richtlijn voor psychiaters maakt een duidelijk onderscheid tussen publieke psycho-educatie en het professioneel beoordelen van een niet-onderzochte publieke figuur. (Psychiatry)
Ethische richtlijn over psychiatrische uitspraken rond publieke personen

Breder internationaal onderzoek wijst eveneens op verbanden tussen populistische politieke stijlen en hogere waargenomen scores op narcisme, machiavellisme en psychopathische trekken, terwijl ander onderzoek laat zien dat de effecten op kiezers sterk afhangen van politieke identificatie en van welke trek precies wordt beoordeeld. (Tandfonline)

Belangrijke nuance: deze literatuur onderzoekt statistische patronen, persoonlijkheidstrekken en percepties. Zij geeft ons geen wetenschappelijke vrijbrief om individuele politici of hun kiezers op afstand te diagnosticeren.

Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.

Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.

Zie je een fout of heb je een vraag?

We doen ons best om de informatie op narcisme.blog zo zorgvuldig, correct en actueel mogelijk te houden. Toch kan er altijd ergens een fout, onduidelijkheid of verouderde informatie staan.

Merk je een onjuistheid op, heb je een inhoudelijke vraag of denk je dat bepaalde informatie moet worden aangepast? Laat het ons dan gerust weten via het daarvoor voorziene contactkanaal.

We bekijken meldingen zo zorgvuldig mogelijk en passen informatie aan wanneer daar een gegronde reden voor is. Ook verzoeken om bepaalde inhoud te corrigeren, aan te vullen of te verwijderen worden ernstig genomen en individueel beoordeeld.

Om je vraag efficiënt te kunnen behandelen, vragen we om dezelfde melding niet via verschillende kanalen tegelijk te versturen. Eén duidelijke boodschap met de link naar de betreffende pagina en een korte toelichting helpt ons het snelst verder.

Betrouwbare informatie, transparantie en respect voor onze lezers staan voor narcisme.blog centraal. Daarom waarderen we het wanneer je ons attent maakt op mogelijke fouten of verbeterpunten.

✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier!

Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!

Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.

👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.

Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.

👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.

Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq

Steun narcisme.blog door aankopen bij bol.

Gebruik het contactformulier!

We zijn benieuwd naar je reactie hieronder!Reactie annuleren