Wat als Rusland wint? De prijs van Poetins overwinning
Stel je iets ongemakkelijks voor.
Morgen stopt de oorlog in Oekraïne.
Niet omdat Rusland zich terugtrekt. Niet omdat beide landen tot een evenwichtig compromis komen. Maar omdat Vladimir Poetin krijgt wat hij jarenlang heeft geprobeerd af te dwingen.
Moskou viert.
Vuurwerk.
Toespraken.
Televisiecommentatoren spreken over een historische overwinning op Oekraïne én op het Westen.
En dan?
Dat is misschien de interessantste vraag van allemaal.
Wat gebeurt er wanneer het vuurwerk stopt?
Want winnen is niet noodzakelijk hetzelfde als beter leven.
Een land kan territorium winnen en veiligheid verliezen.
Het kan militaire macht demonstreren en economisch zwakker worden.
Het kan door andere landen gevreesd worden en tegelijkertijd steeds minder vertrouwd worden.
En een bevolking kan trots zijn op de macht van haar staat, terwijl ze zelf nauwelijks meer vrijheid, welvaart of invloed krijgt.
Dat is de paradox die ik in deze blog wil onderzoeken.
Niet alleen omdat Rusland belangrijk is.
Maar omdat er een veel bredere vraag achter schuilt:
Waarom kunnen mensen een overwinning vieren die hun eigen leven nauwelijks beter maakt?
En misschien nog belangrijker:
Wat vertelt dat ons over macht, identiteit en autoritaire politiek?
Deel 1 — De fantasie van de overwinning
Een oorlog creëert een psychologische schuld
Wanneer een samenleving jarenlang offers brengt, ontstaat bijna automatisch een behoefte aan betekenis.
Mensen hebben verlies gedragen.
Families hebben geliefden verloren.
Prijzen zijn gestegen.
Mogelijkheden zijn verdwenen.
Bedrijven zijn vertrokken.
Reizen werd moeilijker.
Toegang tot investeringen en technologie werd beperkter.
Wanneer mensen jarenlang wordt verteld:
“Dit offer is noodzakelijk.”
dan moet er uiteindelijk iets tegenover staan.
Anders wordt een gevaarlijke vraag onvermijdelijk:
Waarvoor hebben we dit eigenlijk allemaal gedaan?
Hier wordt precies dat mechanisme beschreven: na jaren van menselijke en economische offers ontstaat de verwachting dat een overwinning uiteindelijk veiligheid, welvaart, respect, territorium en invloed moet opleveren.
En ik begrijp ergens waarom dat verhaal psychologisch aantrekkelijk kan zijn.
Want stel dat je broer gestorven is.
Je zoon gewond terugkwam.
Je spaargeld minder waard werd.
Je toekomst beperkter werd.
Dan is het ontzettend moeilijk om te zeggen:
Misschien was het allemaal voor niets.
Mensen verdragen zinloos lijden slecht.
Daarom zoeken we betekenis.
Daarom willen we geloven dat het offer ergens toe geleid heeft.
En precies daar ontstaat ruimte voor politieke mythes.
“Na de overwinning komt alles goed”
In autoritaire politiek verschijnt vaak een merkwaardige belofte.
Eerst moet het land lijden.
Daarna komt de beloning.
Nog even volhouden.
Nog één vijand verslaan.
Nog één offer brengen.
Nog één uitzondering op de normale regels accepteren.
Daarna…
komt rust.
komt welvaart.
komt veiligheid.
komt nationale wedergeboorte.
Maar daar zit een belangrijk probleem.
Het systeem dat oorlog nodig had om macht te organiseren, verandert niet automatisch in een vriendelijk systeem wanneer die oorlog succesvol eindigt.
Integendeel.
Succes kan het systeem juist bevestigen.
Als agressie resultaat oplevert, waarom zou de machtsstructuur dan besluiten dat agressie een vergissing was?
Als repressie werkt, waarom zou men haar verminderen?
Als propaganda mensen mobiliseert, waarom zou men ermee stoppen?
Als centralisatie van macht politieke stabiliteit heeft opgeleverd, waarom zou de leider ineens macht beginnen delen?
Dat is misschien een van de belangrijkste lessen uit de oorspronkelijke analyse:
politieke systemen leren ook van succes.
Wanneer een systeem wint, krijgen de instellingen en mensen die dat beleid mogelijk maakten bevestiging dat hun strategie werkte.
Deel 2 — Je kunt angst afdwingen, maar vertrouwen niet
Macht heeft een vreemde beperking
Je kunt een leger bevelen.
Je kunt een grens bezetten.
Je kunt een regering onder druk zetten.
Je kunt een kleinere staat intimideren.
Maar er is iets wat zelfs een groot leger niet kan afdwingen.
Vertrouwen.
En dat is economisch ontzettend belangrijk.
Bedrijven investeren niet alleen waar winst mogelijk is.
Ze investeren waar ze denken dat contracten morgen nog bestaan.
Waar eigendomsrechten redelijk voorspelbaar zijn.
Waar geopolitieke risico’s beheersbaar blijven.
Waar handel niet plotseling verandert in een politiek wapen.
Daarom kan militaire overwinning iets merkwaardigs veroorzaken.
Je toont dat je machtig genoeg bent om je wil op te leggen…
maar tegelijkertijd bewijs je aan handelspartners waarom ze minder afhankelijk van jou moeten worden.
Angst maakt je niet automatisch aantrekkelijk
Er zit een fundamentele tegenstelling in imperialistische verlangens.
Je wilt dat anderen bang voor je zijn.
Maar je wilt tegelijkertijd dat ze zaken met je doen.
Je wilt dat buurlanden weten dat jij de sterkste bent.
Maar je wilt ook dat ze hun energievoorziening, investeringen en handel aan jou toevertrouwen.
Je wilt maximale politieke invloed.
Maar minimale economische gevolgen.
Dat werkt moeilijk samen.
De fantasie bestaat erin dat Rusland tegelijk de voordelen van een imperium zou kunnen krijgen én als een gewone, betrouwbare commerciële staat behandeld zou worden.
En dit mechanisme kennen we eigenlijk ook buiten geopolitiek.
Wanneer iemand voortdurend controleert, dreigt of intimideert, kan hij misschien gehoorzaamheid krijgen.
Maar gehoorzaamheid is geen vertrouwen.
Angst is geen loyaliteit.
Dominantie is geen respect.
Dat onderscheid vind ik belangrijk.
Europa kan handelen zonder opnieuw afhankelijk te worden
Na een oorlog kan handel natuurlijk opnieuw toenemen.
Landen handelen voortdurend met regeringen waarvan ze het beleid afkeuren.
Maar handel herstellen is iets anders dan terugkeren naar de situatie van vóór februari 2022.
De handel daalde in goederen tussen Rusland en de Europese Unie van ongeveer €258 miljard in 2021 naar ongeveer €58 miljard in 2025. Ook de Europese afhankelijkheid van Russisch gas werd sterk verminderd.
Dat is belangrijk.
Want infrastructuur verandert gedrag.
Wanneer landen miljarden investeren in nieuwe pijpleidingen, LNG-terminals, leveranciers, energiebronnen en handelsroutes, ontstaat een nieuwe werkelijkheid.
Je kunt vertrouwen verliezen in enkele weken.
Het opnieuw opbouwen kan tientallen jaren duren.
Deel 3 — Wat gebeurt er met een economie die oorlog heeft leren draaien?
Er bestaat niet noodzakelijk een vredesdividend
Op papier klinkt het eenvoudig.
De oorlog stopt.
De militaire uitgaven dalen.
Het geld gaat naar ziekenhuizen, scholen, woningen en lonen.
Iedereen wint.
Maar economieën werken niet als een lichtschakelaar.
Vier jaar oorlog verandert productie.
Het verandert banen.
Het verandert salarissen.
Het verandert investeringen.
Het verandert opleidingen.
Het verandert verwachtingen.
Fabrieken produceren wapens.
Ingenieurs ontwerpen drones.
Transportbedrijven bedienen militaire logistiek.
Hele regio’s worden afhankelijk van defensieorders.
En de staat wordt een gigantische klant.
Rusland komt daardoor voor een lastig dilemma te staan bij vrede: militaire bestellingen verminderen kan banen, lonen en toeleveranciers treffen; ze blijven financieren betekent dan weer dat het beloofde vredesdividend nauwelijks ontstaat.
Een tankfabriek wordt niet vanzelf een concurrerend technologiebedrijf
Dit vind ik economisch een bijzonder interessant punt.
Bij defensieproductie is de klant vaak duidelijk.
De staat zegt:
Wij willen dit.
De overheid betaalt.
De fabriek produceert.
Een gewone economie werkt anders.
Daar moet iemand vrijwillig jouw product willen kopen.
Je moet concurreren.
Innoveren.
Marketing voeren.
Service bieden.
Financiering zoeken.
Risico nemen.
Nieuwe markten vinden.
Een bedrijf dat jarenlang verzekerd was van staatsorders heeft die vaardigheden niet noodzakelijk ontwikkeld.
Daarom bestaat er geen magische knop waarop staat:
VAN OORLOGSECONOMIE → NAAR BLOEIENDE CIVIELE ECONOMIE.
Dat vraagt investeringen.
Technologie.
Onderwijs.
Ondernemerschap.
Betrouwbare regelgeving.
En vooral:
tijd.
Een maatschappij kan afhankelijk worden van wat haar beschadigt
En daar zit bijna iets tragisch in.
Een oorlog kan destructief zijn…
maar tegelijkertijd zoveel economische structuren rond zichzelf creëren dat vrede economisch ontwrichtend wordt.
Dat betekent niet dat oorlog economisch goed is.
Integendeel.
Het betekent dat een samenleving afhankelijk kan raken van het systeem waarmee ze zichzelf beschadigt.
Dat herkennen we trouwens ook psychologisch.
Mensen kunnen jarenlang functioneren binnen een ongezond patroon.
Niet omdat het patroon goed is.
Maar omdat hun volledige leven zich eromheen heeft georganiseerd.
Wanneer het patroon verdwijnt, ontstaat eerst onzekerheid.
Wie ben ik nu?
Waar haal ik inkomen vandaan?
Welke vaardigheden heb ik?
Welke plaats heb ik in deze nieuwe werkelijkheid?
Dat geldt voor mensen.
Maar soms ook voor staten.
Deel 4 — Het imperium wordt groter. De rekening ook.
Grondgebied is niet hetzelfde als rijkdom
Er bestaat een eeuwenoude fantasie:
meer land betekent meer macht.
Meer grondstoffen.
Meer havens.
Meer industrie.
Meer landbouwgrond.
Dus:
meer rijkdom.
Maar moderne territoriale controle heeft een prijs.
Wanneer je zegt:
“Dit gebied behoort nu tot ons”
zeg je ook:
wij betalen wegen.
wij betalen scholen.
wij betalen ziekenhuizen.
wij betalen pensioenen.
wij herstellen elektriciteit.
wij onderhouden infrastructuur.
wij organiseren politie.
wij reconstrueren woningen.
En wanneer een bevolking je bestuur niet vanzelfsprekend accepteert, komt daar nog iets bovenop:
de kost van politieke controle.
Bezetting creëert patronage
Autoritaire systemen werken zelden alleen via geweld.
Ze werken ook via voordelen.
Contracten.
Functies.
Subsidies.
Bescherming.
Toegang tot geld.
Lokale elites krijgen iets in ruil voor loyaliteit.
En daardoor ontstaat een netwerk.
Niet noodzakelijk een efficiënt netwerk.
Wel een afhankelijk netwerk.
Territoriale integratie vereist niet alleen infrastructuur en publieke dienstverlening, maar ook lokale bestuurders, veiligheidsmensen en politieke elites die posities, contracten en bescherming verwachten.
Dan wordt de echte economische vraag niet:
Welke grondstoffen hebben we gewonnen?
maar:
Hoeveel moeten we jaarlijks betalen om deze gebieden bestuurbaar te houden?
Dat verandert het verhaal volledig.
Elke roebel kan maar één keer worden uitgegeven
Dat klinkt banaal.
Maar politiek vergeten we het voortdurend.
Geld dat naar bezette gebieden gaat, kan niet tegelijkertijd naar achtergestelde Russische regio’s gaan.
Geld voor militaire infrastructuur kan niet tegelijkertijd naar gezondheidszorg.
Geld voor politieke loyaliteit kan niet tegelijkertijd naar onderwijs.
Een imperium kan daardoor op de kaart groeien…
terwijl de leefwereld van gewone burgers nauwelijks verbetert.
De kaart wordt groter.
De rekening ook.
Deel 5 — Wanneer de vijand niet meer buiten staat
Wat gebeurt er met een veiligheidsapparaat na de oorlog?
Dit is misschien het deel waar ik het meest over blijf nadenken.
Tijdens oorlog wordt controle gemakkelijker gerechtvaardigd.
We hebben noodmaatregelen nodig.
Er zijn spionnen.
Saboteurs.
Extremisten.
Buitenlandse agenten.
Verraders.
De staat breidt veiligheidsdiensten uit.
Meer personeel.
Meer bevoegdheden.
Meer budget.
Meer surveillance.
Maar stel dat de oorlog stopt.
Wat gebeurt er dan met al die instellingen?
Zeggen ze:
“Bedankt iedereen. Ons werk zit erop. We kunnen nu kleiner worden.”
Misschien.
Maar geschiedenis en bureaucratische logica geven ons weinig redenen om daarop te vertrouwen.
Instellingen ontwikkelen belangen.
Budgetten.
Loopbanen.
Status.
Invloed.
Wanneer de externe vijand verdwijnt, ontstaat daarom een gevaarlijke verleiding:
zoek een interne vijand.
Een uitgebouwd veiligheidsapparaat kan na het verdwijnen van een externe dreiging zijn bestaansreden behouden door steeds nieuwe binnenlandse vijanden te definiëren.
Eerst waren zij gevaarlijk. Daarna misschien jij.
Dat is een klassiek autoritair mechanisme.
De categorie vijand wordt groter.
Eerst terroristen.
Dan extremisten.
Dan journalisten.
Dan activisten.
Dan politieke tegenstanders.
Dan mensen die verkeerde informatie delen.
Dan mensen die vragen stellen.
En uiteindelijk weet niemand precies waar de grens ligt.
Dat is precies waarom rechtsstaat en instituties zo belangrijk zijn.
Niet omdat elke regering kwaadaardig is.
Maar omdat macht grenzen nodig heeft voordat iemand besluit ze te overschrijden.
Een succesvolle oorlog kan de volgende oorlog aantrekkelijker maken
Een mislukking kan een systeem dwingen zichzelf te onderzoeken.
Een overwinning doet vaak het tegenovergestelde.
Ze bevestigt.
Zie je wel? Het werkte.
Ik verwijs daarbij naar de annexatie van de Krim in 2014 en de bredere invasie acht jaar later: vanuit het perspectief van machtsleren kan eerder succes het vertrouwen vergroten dat verdere risico’s opnieuw resultaat zullen opleveren.
En daar zit een ongemakkelijke menselijke waarheid achter.
Wanneer grensoverschrijdend gedrag wordt beloond, neemt de kans toe dat het gedrag herhaald wordt.
Dat geldt niet alleen voor staten.
Dat zien we in gezinnen.
Organisaties.
Relaties.
Politiek.
Machtsstructuren.
Gedrag dat resultaat oplevert, krijgt versterking.
Maar misschien gaat het uiteindelijk niet over geld
En dan komen we bij het deel dat voor mij misschien het meest fascinerend is.
Wat willen mensen eigenlijk wanneer ze zeggen:
“Ons land moet weer gerespecteerd worden”?
Bedoelen ze:
betere gezondheidszorg?
hogere pensioenen?
goede scholen?
betaalbare woningen?
meer persoonlijke vrijheid?
Misschien.
Maar vaak gaat het over iets anders.
Status.
De psychologische beloning van grootmacht zijn
Stel dat je persoonlijk weinig invloed hebt.
Je hebt weinig politieke inspraak.
Je inkomen groeit nauwelijks.
Je hebt weinig controle over grote beslissingen.
Dan kan nationale macht psychologisch iets bijzonders aanbieden.
Je kunt jezelf verbinden met iets groters.
Wij zijn machtig.
Ze zijn bang voor ons.
Ze moeten naar ons luisteren.
En ineens voelt de macht van de staat een beetje als jouw macht.
Ook al beslis jij zelf bijna niets.
Dat is een fascinerende psychologische verschuiving.
De verwachte beloning van overwinning blijkt minder te draaien om concrete verbeteringen in het dagelijks leven en meer om status — andere landen moeten rekening houden met “ons”.
De burger krijgt trots. De elite houdt de macht.
Dat is misschien de hardste zin uit deze hele gedachtegang.
Een autoritair systeem kan mensen een symbolische beloning geven.
Trots.
Identiteit.
Nationale grootsheid.
Een gevoel van superioriteit.
Een vijand.
Een leider met internationale uitstraling.
Ondertussen blijven de concrete machtsverhoudingen grotendeels intact.
De burger krijgt:
“Wij zijn groot.”
De elite behoudt:
macht,
bezit,
invloed,
controle.
En zolang de symbolische beloning sterk genoeg voelt, kan dat verrassend lang werken.
Respect of onderwerping?
Daarom moeten we ook voorzichtig zijn met het woord respect.
Want respect kan twee dingen betekenen.
Gezond respect zegt:
Ik erken jouw menselijke waardigheid en jouw rechten.
Autoritair respect zegt:
Jij erkent dat ik boven jou sta.
Dat tweede is geen wederkerigheid.
Het is hiërarchie.
Wanneer een groot land zegt dat een kleiner buurland zijn veiligheidskeuzes niet zelf mag bepalen, gaat het uiteindelijk niet alleen over geopolitiek.
Het gaat over een visie op relaties:
de sterke bepaalt de speelruimte van de zwakke.
En dat patroon herkennen mensen die langdurig met machtsmisbruik te maken kregen misschien sneller dan anderen.
Een orthopedagogische blik: autonomie is geen luxe
Vanuit mijn orthopedagogische blik kom ik steeds opnieuw bij hetzelfde begrip terecht:
autonomie.
Gezonde ontwikkeling betekent niet dat mensen alles alleen moeten doen.
We hebben elkaar nodig.
Gemeenschappen nodig.
Structuren nodig.
Grenzen nodig.
Maar verbondenheid hoort autonomie niet op te eten.
Dat geldt voor kinderen.
Voor partners.
Voor gezinnen.
Voor organisaties.
En uiteindelijk ook voor staten.
Een gezonde relatie zegt:
“Ik besta naast jou.”
Een machtsrelatie zegt:
“Jij bestaat binnen de ruimte die ik jou geef.”
Dat verschil lijkt misschien theoretisch.
Tot iemand jouw ruimte begint te bepalen.
Misschien is dit uiteindelijk een blog over narcisme én politiek
Ik gebruik het woord narcisme hier bewust voorzichtig.
Ik ga geen land diagnosticeren.
Ik ga miljoenen mensen geen persoonlijkheidsstoornis toeschrijven.
Dat zou psychologisch onverantwoord zijn.
Maar bepaalde relationele patronen van macht kunnen wel herkenbaar zijn:
grandiositeit,
behoefte aan erkenning,
vernedering niet verdragen,
controle verwarren met veiligheid,
dominantie verwarren met respect,
kritiek ervaren als vijandschap,
de ander kleiner maken om jezelf groter te voelen.
Dat zijn patronen die we op verschillende niveaus kunnen onderzoeken zonder hele bevolkingen te pathologiseren.
En misschien is dat precies waarom geopolitiek soms zo menselijk voelt.
De schaal verandert.
De patronen soms verrassend weinig.
Wanneer identiteit met een leider versmelt
Nog een stap verder.
Wanneer politieke identiteit sterk verbonden raakt met een leider, wordt kritiek op die leider gemakkelijk ervaren als kritiek op jezelf.
Hij heeft niet verloren.
Wij hebben verloren.
Hij wordt niet vernederd.
Wij worden vernederd.
Hij krijgt respect.
Wij krijgen respect.
En vanaf dat moment wordt rationele beoordeling moeilijker.
Want dan moeten we niet meer alleen een politiek standpunt herzien.
We moeten een stukje van onze identiteit loslaten.
Dat kan pijnlijk zijn.
De gevaarlijkste vraag is soms niet: “Hebben we gewonnen?”
Maar:
Wat heeft de overwinning ons gebracht?
Zijn mensen veiliger?
Vrijer?
Gezonder?
Welvarender?
Beter beschermd door de rechtsstaat?
Kunnen kinderen een betere toekomst verwachten?
Hebben burgers meer invloed op beslissingen die hun leven bepalen?
Of hebben we vooral bewezen dat anderen bang voor ons kunnen zijn?
Dat zijn verschillende definities van succes.
Sterkte is niet hetzelfde als dominantie
Misschien moeten we daarom ook onze definitie van een sterke staat veranderen.
Een sterke staat is niet noodzakelijk een staat die iedereen kan bedreigen.
Misschien is een sterke staat een staat waarin instituties sterk genoeg zijn om leiders te begrenzen.
Waar rechters onafhankelijk blijven.
Waar journalisten kritische vragen kunnen stellen.
Waar oppositie geen verraad is.
Waar macht gecontroleerd wordt.
Waar burgers niet afhankelijk zijn van de goodwill van één leider.
Waar internationale invloed niet alleen uit angst voortkomt, maar ook uit vertrouwen.
Want angst kan snel macht creëren.
Vertrouwen duurt langer.
Maar het houdt meestal langer stand.
En dit gaat niet alleen over Rusland
Dat is misschien het belangrijkste punt.
Het zou gemakkelijk zijn deze blog af te sluiten met:
“Zie je wel hoe Rusland werkt.”
Maar dan zouden we de grootste les missen.
Autoritaire politiek begint niet noodzakelijk met tanks.
Ze begint soms met taal.
Met:
“Wij tegenover zij.”
“Alleen ik kan jullie beschermen.”
“De rechters werken tegen ons.”
“Journalisten zijn vijanden.”
“De oppositie verraadt het land.”
“De regels zitten ons in de weg.”
“Sterke leiders hebben geen controle nodig.”
En langzaam verandert iets.
Niet altijd spectaculair.
Soms bijna onzichtbaar.
Een norm verdwijnt.
Een instelling verzwakt.
Een grens verschuift.
Tot mensen zich op een dag afvragen:
Wanneer is dit eigenlijk normaal geworden?
De krachten die dictatuur mogelijk maken zijn niet exclusief Russisch. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ze overal ontstaan wanneer mensen het gevaar niet meer herkennen en de instituties die macht moeten begrenzen laten verzwakken.
Een kleine oefening: wat betekent “winnen” voor jou?
Neem even papier.
Schrijf bovenaan:
Ik heb gewonnen wanneer…
En maak de zin af.
Misschien schrijf je:
wanneer de ander toegeeft.
wanneer ik gelijk krijg.
wanneer niemand mij nog durft tegen te spreken.
Maar probeer daarna opnieuw.
Ik heb gewonnen wanneer…
ik vrijer ben.
ik veiliger ben.
ik mezelf niet meer hoef te bewijzen.
mijn relaties gezonder zijn.
ik mijn grenzen kan bewaken zonder iemand te vernietigen.
ik kan leven zonder voortdurend een vijand nodig te hebben.
Misschien ligt daar wel het verschil tussen dominantie en groei.
De overwinning die niets oplost
Stel opnieuw dat morgen het vuurwerk boven Moskou losbarst.
Stel dat de leiders spreken over een historische overwinning.
Misschien ligt de belangrijkste vraag dan niet op het slagveld.
Misschien ligt ze enkele maanden later in een gewone Russische stad.
Bij een gezin aan de keukentafel.
Is hun leven beter geworden?
Hebben ze meer vrijheid?
Meer zekerheid?
Meer perspectief?
Kunnen ze hun regering vrij bekritiseren?
Kan hun zoon een toekomst opbouwen zonder opnieuw naar een oorlog gestuurd te worden?
Heeft hun dochter meer kansen?
Is hun ziekenhuis beter?
Hun school?
Hun woning?
Hun inkomen?
Hun rechtsbescherming?
Want uiteindelijk zou dat toch de maatstaf moeten zijn.
Niet hoeveel kilometer grens een staat controleert.
Niet hoeveel mensen bang voor hem zijn.
Maar:
wat doet macht met het leven van mensen?
Misschien is de echte overwinning iets anders
Misschien bestaat echte kracht niet uit het kunnen vernederen van een ander.
Misschien bestaat kracht uit het niet nodig hebben van die vernedering.
Misschien bestaat veiligheid niet uit absolute controle.
Maar uit instituties die conflicten begrenzen.
Misschien bestaat respect niet uit angst.
Maar uit wederkerigheid.
En misschien bestaat overwinning uiteindelijk niet uit:
“Wij hebben hen gedwongen te buigen.”
Maar uit:
“Onze kinderen hoeven dit niet opnieuw mee te maken.”
Dat lijkt minder spectaculair.
Geen parade.
Geen tanks.
Geen vuurwerk.
Maar misschien is dát wat vrede werkelijk zou moeten betekenen.
Wij vallen. Wij staan op. Wij groeien.
En misschien geldt dat niet alleen voor mensen.
Misschien ook voor samenlevingen.
Jouw verhaal telt.
14 veelgestelde vragen
1. Wat zou een Russische overwinning in Oekraïne betekenen?
Dat hangt af van de voorwaarden van een vredesregeling. Deze blog onderzoekt hypothetisch wat er zou kunnen gebeuren wanneer Rusland zijn belangrijkste oorlogsdoelen als overwinning kan presenteren.
2. Zou Rusland na een overwinning automatisch rijker worden?
Nee. Extra territorium brengt ook kosten mee voor infrastructuur, bestuur, veiligheid, sociale voorzieningen en wederopbouw.
3. Zou Europa na de oorlog opnieuw volledig afhankelijk worden van Russische energie?
Dat is niet vanzelfsprekend. Europa heeft sinds 2022 sterk geïnvesteerd in alternatieve leveranciers, infrastructuur en energiebronnen.
4. Wat is een oorlogseconomie?
Een oorlogseconomie is een economie waarin productie, investeringen, werkgelegenheid en staatsuitgaven sterk worden georganiseerd rond militaire behoeften.
5. Waarom is omschakelen naar een vredeseconomie moeilijk?
Omdat bedrijven, werknemers, lonen, investeringen en productiecapaciteit zich jarenlang aan militaire vraag kunnen hebben aangepast.
6. Wat betekent het vredesdividend?
Het vredesdividend is het economische voordeel dat kan ontstaan wanneer militaire uitgaven verminderen en middelen naar burgerlijke doeleinden gaan.
7. Waarom kan een overwinning autoritaire politiek versterken?
Omdat politieke leiders en instellingen succes kunnen interpreteren als bevestiging dat hun eerdere strategie effectief was.
8. Waarom hebben autoritaire systemen vijanden nodig?
Een vijand kan angst mobiliseren, groepsidentiteit versterken en buitengewone machtsmaatregelen legitimeren.
9. Kan een buitenlandse vijand vervangen worden door een binnenlandse vijand?
Dat risico bestaat wanneer veiligheidsinstellingen na een conflict hun budgetten, macht en bestaansreden willen behouden.
10. Waarom speelt status zo’n belangrijke rol in nationalistische politiek?
Omdat mensen symbolische eigenwaarde kunnen ontlenen aan de macht, reputatie of militaire invloed van hun land.
11. Is angst hetzelfde als respect?
Nee. Angst kan gehoorzaamheid produceren, maar respect veronderstelt eerder erkenning, wederkerigheid en legitimiteit.
12. Kun je een land of bevolking narcistisch noemen?
Dat is psychologisch problematisch. Een persoonlijkheidsstoornis is geen correcte diagnose voor een volledige bevolking. We kunnen wel bepaalde machts- en relatiepatronen onderzoeken.
13. Wat beschermt een democratie tegen autoritarisme?
Onder andere onafhankelijke rechtspraak, vrije media, politieke pluraliteit, vrije verkiezingen, grondrechten en instituties die uitvoerende macht begrenzen.
14. Wat is de belangrijkste vraag na een politieke overwinning?
Niet alleen wie terrein, invloed of prestige heeft gewonnen, maar of het leven van gewone mensen veiliger, vrijer en beter is geworden.
Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.
Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.
Zie je een fout of heb je een vraag?
We doen ons best om de informatie op narcisme.blog zo zorgvuldig, correct en actueel mogelijk te houden. Toch kan er altijd ergens een fout, onduidelijkheid of verouderde informatie staan.
Merk je een onjuistheid op, heb je een inhoudelijke vraag of denk je dat bepaalde informatie moet worden aangepast? Laat het ons dan gerust weten via het daarvoor voorziene contactkanaal.
We bekijken meldingen zo zorgvuldig mogelijk en passen informatie aan wanneer daar een gegronde reden voor is. Ook verzoeken om bepaalde inhoud te corrigeren, aan te vullen of te verwijderen worden ernstig genomen en individueel beoordeeld.
Om je vraag efficiënt te kunnen behandelen, vragen we om dezelfde melding niet via verschillende kanalen tegelijk te versturen. Eén duidelijke boodschap met de link naar de betreffende pagina en een korte toelichting helpt ons het snelst verder.
Betrouwbare informatie, transparantie en respect voor onze lezers staan voor narcisme.blog centraal. Daarom waarderen we het wanneer je ons attent maakt op mogelijke fouten of verbeterpunten.
✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier!
Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!
Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.
👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.
Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.
👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.
Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq
Steun narcisme.blog door aankopen bij bol.
