Enkele cross-sectionele studies van de afgelopen jaren hebben aangetoond dat er een associatie en relatie is tussen het slachtoffer zijn en PTSS-symptomen. Symptomen zoals paranoia en PTSS kunnen zich manifesteren na traumatische ervaringen, bijvoorbeeld Campbell & Morrison, 2007; Gracie et al. 2007.
Een analyse van een nationaal epidemiologisch onderzoek vond bijvoorbeeld zeer sterke associaties van een waarschijnlijke diagnose van PTSS met paranoïde denken, met een odds ratio van 3,5 voor milde paranoia en een odds ratio van 27 voor sterke paranoia (Freeman et al. 2011).
In dit rapport waar je hier de link vindt onderzoeken ze voor de eerste keer het optreden van paranoia en PTSD.
Het onderzoek vindt plaats in de maanden onmiddellijk na een aanval. Ze onderzoeken hoe paranoïde te onderscheiden is van PTSS. Daarbij bouwen ze verder op cognitieve modellen. Bovendien onderzoeken ze de factoren die ertoe leiden dat PTSS en paranoia in de loop van de tijd blijft bestaan.

Er is een uiterst consistent patroon van de variabelen die zowel paranoia als PTSS voorspellen.
Ik denk dat ik me terecht zorgen maak. Mensen die lijden aan PTSS zijn gemakkelijker vatbaar voor complottheorieën. Dit komt doordat hun denken paranoïde is.
Ikzelf heb dat 10 jaar geleden meegemaakt bij mezelf. Dat is dan ook de reden waarom ik op de hoogte ben van die complottheorieën. Ik beschouw destabiliserende en antidemocratische krachten als diegenen die deze complottheorieën sponsoren.
We dienen ons dus goed bewust te zijn van deze correlatie. Hiermee voorkomen we dat we in de valkuil lopen. Deze valkuil wordt vooral gelegd door de meest narcistische politici en narcistische denkers van het moment.
Is er een uiterst consistent patroon van de variabelen die zowel paranoia als PTSS voorspellen?
Het voorspellen van paranoia (paranoïde gedachten of paranoia) en posttraumatische stressstoornis (PTSS) kan complex zijn. Verschillende variabelen kunnen van invloed zijn. De symptomen kunnen ook variëren tussen individuen. Echter, onderzoek heeft enkele consistent voorspellende factoren geïdentificeerd die verband houden met zowel paranoia als PTSS:
Traumatische ervaringen:
Traumatische gebeurtenissen zijn een belangrijke voorspellende factor voor zowel paranoia als PTSS. Individuen die ernstige traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt, zoals oorlog, misbruik, geweld of natuurrampen, lopen een verhoogd risico. Ze kunnen zowel paranoia als PTSS ontwikkelen.
Persoonlijkheidstrekken:
Bepaalde persoonlijkheidstrekken kunnen het risico op zowel paranoia als PTSS vergroten. Bijvoorbeeld, een neiging tot neuroticisme (emotionele instabiliteit) kan bijdragen aan paranoia en PTSS. Een laag zelfbeeld vergroot deze risico’s. Een gevoel van machteloosheid speelt ook een rol. Daarnaast kunnen problemen met vertrouwen het ontstaan en de persistentie van paranoia en PTSS beïnvloeden.
Sociale steun:
Het gebrek aan sociale steun of sociaal isolement kan zowel paranoia als PTSS verergeren. Individuen die zich geïsoleerd voelen na traumatische gebeurtenissen lopen een verhoogd risico. Personen zonder steun kunnen symptomen van paranoia en PTSS ontwikkelen.
Negatieve cognities:
Negatieve denkpatronen omvatten wantrouwen jegens anderen. Ze omvatten ook negatieve verwachtingen over de wereld. Het interpreteren van neutrale gebeurtenissen als bedreigend is hier ook een voorbeeld van. Deze patronen kunnen zowel paranoia als PTSS voorspellen en versterken.
Vermijding van herinneringen:
Vermijding van trauma-gerelateerde herinneringen en situaties is een kenmerkend symptoom van PTSS. Het kan ook een rol spelen bij paranoia. Het vermijden van sociale interacties of situaties die als bedreigend worden ervaren, kan de symptomen van paranoia verergeren.
Stressvolle levensgebeurtenissen:
Naast traumatische gebeurtenissen kunnen ook andere stressvolle levensgebeurtenissen bijdragen aan zowel paranoia als PTSS. Voorbeelden zijn verlies van dierbaren, werkloosheid, financiële problemen en huisvestingsproblemen.
Deze factoren kunnen een rol spelen bij het voorspellen van zowel paranoia als PTSS. Het is belangrijk om op te merken dat individuele ervaringen ook invloed hebben. Contextuele factoren kunnen ook van invloed zijn. Daarom is het cruciaal om een holistische benadering te gebruiken bij het begrijpen en behandelen van deze stoornissen.
Referentie
- [1] Karney, B. R., Ramchand, R., Osilla, K. C., Caldarone, L. B., & Burns, R. M. (2008). Predicting the immediate and long-term consequences of post-traumatic stress disorder, depression, and traumatic brain injury in veterans. This study focuses on veterans of Operation Enduring Freedom and Operation Iraqi Freedom. Invisible wounds of war, 119.
- [2] Ullman, S. E., Townsend, S. M., Filipas, H. H., & Starzynski, L. L. (2007). Structural models of the relations of assault severity, social support, avoidance coping, self-blame, and PTSD among sexual assault survivors. Psychology of Women Quarterly, 31, 23-37.
- [3] Feder, A., Ahmad, S., Lee, E. J., Morgan, J. E., Singh, R., Smith, B. W., … & Charney, D. S. (2013). Coping and PTSD symptoms in Pakistani earthquake survivors: Purpose in life, religious coping and social support. Journal of affective disorders, 147, 156-163.
- [4] Lawrence, J. W., & Fauerbach, J. A. (2003). Personality, coping, chronic stress, social support and PTSD symptoms among adult burn survivors: a path analysis. The Journal of burn care & rehabilitation, 24, 63-72.
- [5] Iverson, K. M., Litwack, S. D., Pineles, S. L., Suvak, M. K., Vaughn, R. A., & Resick, P. A. (2013). Predictors of intimate partner violence revictimization: The relative impact of distinct PTSD symptoms, dissociation, and coping strategies. Journal of traumatic stress, 26, 102-110.
- [6] Pineles, S. L., Mostoufi, S. M., Ready, C. B., Street, A. E., Griffin, M. G., & Resick, P. A. (2011). Trauma reactivity, avoidant coping, and PTSD symptoms: A moderating relationship? Journal of abnormal psychology, 120, 240.
- [7] Olff, M., Langeland, W., & Gersons, B. P. (2005). The psychobiology of PTSD: coping with trauma. Psychoneuroendocrinology, 30, 974-982.
- [8] Prati, G., & Pietrantoni, L. (2009). Optimism, social support, and coping strategies as factors contributing to posttraumatic growth: A meta-analysis. Journal of loss and trauma, 14, 364-388.
Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.
Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.
✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier
Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan.
Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.
👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Kleine stappen, grote transformaties.
Laat een reactie achter. Jouw stem kan iemand anders precies de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.
👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.
🌿 Samen bouwen we aan herstel, kracht en emotionele vrijheid. Steun ons zonder extra kosten door aankopen bij bol. klik op onderstaande afbeelding.
Steun ons zonder extra kost door uw aankopen bij :
Liefs Annemie