hersenen

Hulpverlening aan kinderen van zeer jonge leeftijd met “complex” trauma

Algemene context

We hebben ervaringen met 2 zeer jonge kinderen (14 – 15 maanden) die bij ons in pleegzorg kwamen in waarvan lokale pleegzorg sprak van het toepassen van de korte pijn.

Geschatte leestijd: 18 minuten

Volgens de website van Pleegzorg West-Vlaanderen wonen er 5344 kwetsbare kinderen en volwassenen in pleeggezinnen. Verder op de website vind je dat er op eind 2019 7756 kinderen zijn.

(Het is nogal moeilijk om exacte cijfers over leeftijden en exacte duur te vinden, en de uitval percentages vanuit kind/pleegouders en de pleegzorg resultaten als het kind terug bij de ouders kan wonen, en de transfers van instellingen naar pleegzorg, of pleegzorg naar instellingen, van crisis pleegzorg naar langdurig)

Pleegzorg meldt ook op haar website dat meestal pleegzorg de beste oplossing is als het kind niet meer thuis terecht kan.

Zijn pleegkinderen of pleeggasten moeilijk?

(vraagt Pleegzorg zich af op haar website)

Dat hoeft zeker niet, maar is ook niet volledig uitgesloten.

Vooral bij kinderen die niet bij hun ouders kunnen wonen, kan de situatie waaruit ze komen hen erg gekwetst hebben. Daardoor alleen al kunnen ze (al dan niet tijdelijk) probleemgedrag vertonen.

Dat is onder andere één van de vele redenen waarom de ondersteuning van een dienst voor pleegzorg zeker geen overbodige luxe is. Een goede samenwerking tussen de pleegouders en de pleegzorgdienst kan vaak al heel wat problemen terug in goede banen leiden.

(maar ook tussen de verschillende schakels binnen pleegzorg (selectie, matching, begeleiding) en voorzieningen, OCJ enz. want die hebben allemaal hun eigen spelregels en doelstellingen en informatie doorgeven over de ervaringen met een specifiek kind is zeer belangrijk.)

In sommige uiterste  gevallen wordt de situatie echter onhoudbaar voor het pleeggezin of voor het pleegkind of de pleeggast. Dan wordt er gezocht naar een beter alternatief naast pleegzorg volgens pleegzorg op haar website.

Welke alternatieven ze vinden, en hoe lang dit duurt voor ze die vinden, en of ze dan wel beter zijn dan een pleeggezin, vraag ik me dan af.

Is pleegzorg voor mensen met een beperking anders?

(andere vraag op hun website)

Mensen met een beperking zijn niet anders dan andere mensen: zij hebben evengoed nood aan een warme omgeving, aan steun, aan veiligheid. Mensen met een beperking hebben wel bijkomende noden.

Sommigen hebben behoefte aan hulpmiddelen of aan meer intensieve verzorging. Het verwerken van een beperking is niet altijd gemakkelijk, of de communicatie verloopt moeizamer.

Belangrijk is dat je hem of haar ziet als een persoon met mogelijkheden, talenten en potentieel die met behulp van jouw aanwezigheid de kans krijgen naar boven te komen. Dit en nog andere elementen maken dat pleegzorg voor mensen met een beperking eigen accenten krijgt.

(Heel kleine kinderen met zware trauma hebben dus sowieso een grote beperking en dus is het verwerken is niet gemakkelijk.)

Wat vinden pleegkinderen of pleeggasten zelf van pleegzorg?

Eigenlijk zouden we die vraag aan de kinderen of gasten zelf moeten stellen. Verschillende onderzoekers hebben dat ook gedaan. Daaruit blijkt dat veel pleegkinderen/gasten zeer tevreden zijn over hun verblijf bij pleegouders.

Kinderen hebben het soms wel moeilijk om te begrijpen wat er met hen en hun ouders gebeurt. (Kinderen beneden de 7 jaar rationaliseren nog niet, kunnen het dus niet begrijpen en hebben het sowieso dus moeilijker)

Van kinderen beneden de 7 jaar kunnen ouders zelf de wensen, verlangens en ervaringen sturen zogenaamd in het belang van het kind. Het kind heeft wel signalen met lichaamstaal en gedrag, naarmate het kind meer taalvaardig is wordt het gemakkelijker om hem of haar te lezen. Naarmate je meer ervaring hebt kun je hem beter lezen natuurlijk.

Noemt mijn pleegkind mij mama of papa? (info op website)

Vooral kleine kinderen willen graag “mama” of “papa” zeggen. Pleegouders tonen de pleegkinderen dat ze respect hebben voor de afkomst van het pleegkind, door met de ouders af te spreken hoe de pleegkinderen hen mogen aanspreken.

Meestal is er een onderscheid tussen de manier waarop pleegkinderen hun ouders, dan wel hun pleegouders aanspreken.

(Als er verschillende pleegzorgers zijn en dan nog eens de ouders ontstaat daarover verwarring bij het kind)

Van Perspectief zoekende pleegzorg naar netwerkplaatsing? naar Perspectief biedend?

Wanneer ouders de zorg even niet meer aankunnen, kan een pleeggezin de nodige rust brengen voor een pleegkind. Hulpverleners gaan dan samen met de ouders intensief aan de slag om hun leven weer op de rails te krijgen. 

Perspectiefzoekende pleegzorg duurt meestal enkele maanden. Als een terugkeer naar huis toch niet mogelijk blijkt, wordt er gezocht naar een langdurige oplossing. Ook andere hulpverleningsvormen kunnen worden ingeschakeld.

(naar een instelling kan geen langdurige oplossing zijn voor een kind van 19 maanden of beneden 3 jaar, of jonger als er geen bijkomende beperkingen zijn buiten de leeftijd. In de zaak L. werd geen netwerkplaatscreening gedaan en ging men uit van een niet voltooide selectieprocedure in 2014 en werd gezegd dat Annemie (pleegmoeder) een te nauwe band had met (moeder) hoewel het OCJ de vraag gesteld had op professionele netwerk)

Voor de perspectiefzoekende pleegzorg is dat in 2019 een stijging met 10% tegenover 2018. En dat is een trend in stijging met 1% die jaarlijks aangehouden is gedurende de afgelopen jaren.

Dynamiek in pleegzorg

“We hebben de voorbije jaren een aantal misvattingen over pleegzorg kunnen bijsturen”, zegt Jan Brocatus, woordvoerder van Pleegzorg Vlaanderen, “onder meer door fijne samenwerkingen met de Rode Duivels, Studio 100 en Make Belgium Great Again.” (zie website) (de verwachtingen bij toekomstige pleegouders is dan ook groot)

Netwerkpleegzorg

Kinderen en jongeren in pleegzorg worden in eerste instantie opgevangen in hun eigen netwerk: een tante, grootouder, een gekend vertrouwensfiguur….

Deze stijging is logisch, aangezien hulpverleners in eerste instantie toch het eigen netwerk van de jongere bevragen om bij te springen met ondersteuning vanuit een pleegzorgdienst. 

Van Kwetsuur naar kwetsuur levensloop L. en pleegzorgervaring van L.

Gezinssituatie bij geboorte van L. 9 augustus 2019

moeder +: afkicken tijdens groepsluik werkwelzijn met Annemie, clean gedurende zwangerschap tot 2 maand tijdens borstvoeding van 2 maand. E. durft niet te zeggen aan papa dat ze zwanger is.

Een broertje van L. wordt in de huiskamer gescheiden door tralie. (om niet tot bij de drugs te komen, er ontwikkelt zich ALS)

vader: geweldplegingen tijdens zwangerschap, drank, roken, speed, cocaïne,wekelijks zware problemen tijdens zwangerschap

geboorte ontvangst: alleen moeder aanwezig en eerste Annemie dag na de geboorte van L, vader op bezoek dag na geboorte van L

Vanaf leeftijd L. 3 maanden op vrijwillige basis crèche.

Februari 2019 aanmelding voor voorziening (geen plaats) en voor pleegzorg.

Vanaf leeftijd L. 5 maanden verplicht crèche door OCJ.

Escalatie half mei 2019 vaststelling door politie, Vader vertelt aan Kompas over “drugs in de tuin, waar Li. (broer van L.) met buurmeisje van gedronken heeft

Tot 18 juni 2019 Heel regelmatig afwezigheid op crèche. Geen transfert naar pleeggezin, Annemie dient er zelf om te gaan.

18 juni tot 18 december 2019 L. in perspectiefzoekend pleeggezin. Naar wat wordt er gezocht?

Hoe kunnen we dat dossier mooi afronden en het pleeggezin doen zwijgen?

We voelen de spanning vanuit pleegzorg en kunnen geen zekerheid bieden aan L.

Onzekerheid bij de pleegouders (wij) omdat verantwoordelijk lokale pleegzorgdienst zich in haar gat gebeten voelt.

Reden: We hebben het niet gevraagd om L. in ons gezin te mogen opnemen.

Voor OCJ verantwoordelijk was het slechts een telefoontje en administratie, er werd ons niet verteld over de “vraag” die wij moeten stellen, noch over de “voorwaarden”.

Motivatie het dossier van L. is ze na het weekend vergeten.

Reden: Wij hebben het vertrouwen geschonden van de “experts”.

Gevolg: Lokale pleegdienst wil ons pleeggezin niet meer begeleiden van beide pleegkinderen en nergens zullen we nog een attest verkrijgen in West-Vlaanderen voor een bijplaatsing. We krijgen pas een jaar later te horen dat je beroep kunt aantekenen, dat je de klachtendienst kunt raadplegen en dat je wel een selectieprocedure kunt starten in een andere provincie. We doen die aanvraag in 2 provincies, maar ze weigeren omdat de lokale pleegzorg dat niet toestaat volgens hen. (op papier)

We voelen ons door pleegzorg emotioneel geïntimideerd.

We pleiten in het belang van ons ander pleegkind om de relatie van 7 jaar niet verbroken zou worden, met een gemiddelde van een bezoek elke 6 weken, met een speltherapie van 1 jaar in de lokale pleegzorg. De maandag belt de lokale pleegzorg dat ze ons toch verder willen opvolgen. (We hebben de regels van pleegzorg niet gevolgd.)

Geen duidelijkheid op de website van pleegzorg over voorwaarden netwerkplaatsing en de voorwaarden om een perspectief zoekend pleeggezin te mogen worden.

Verantwoordelijk OCJ en verantwoordelijk lokale pleegzorg kenden elkaar van bij de plaatsing van ons eerste pleegkind.

Verantwoordelijk van OCJ laat niets meer van zich horen. (probleem is opgelost) Na herhaalde pogingen tot telefonisch contact.

Procedures

Kabinet van de minister welzijn zegt dat de procedures zijn gevolgd.

Kinderrechten commissaris zegt dat de procedures zijn gevolgd.

Assistente van de jeugdrechtbank zegt dat ze de expertise van pleegzorg niet kan in twijfel trekken.

Jeugdrecht bank maakt eind aan vrijwillige plaatsing en beslist dat L. naar een instelling moet.

Maar op 6 augustus 2020 oordeelt een procureur dat de ouders en pleegouders niet of onvoldoende werden gehoord. Er wordt ons verteld dat dat heel uitzonderlijk is.

L. blijft in instelling bij zijn 2 broertjes, maar voor 1 jaar mogen we omi en opi zijn in helft van de vakanties en elke 14 dagen van vrijdagmorgen tot zondagavond. Er wordt gevraagd om het conflict met pleegzorg te stoppen.

We aanvaarden om geen perspectief biedende pleegouders meer te willen worden.

We gaan onze rol in de weekends en vakanties zo goed mogelijk vervullen. De spanning die L opgedaan heeft in de voorziening proberen we om dit te helpen te verwerken. Uit onze ervaring stelt Annemie een behandelingsplan voor. Daar wordt niets meegedaan.

Terug ontstaat die onzekerheid. De transfers verlopen meer en meer vlotter. We hebben een kalender met symbolen waarmee we het L. zo goed mogelijk kunnen uitleggen wanneer en hoelang hij mag komen.

In een warm gezin (met F & H & M) met L. van 18 juni 2019 tot 18 maart 2020.

L. is in een periode waar hij gemakkelijk gehecht wordt.

Ondanks zijn rugzakje gaat het gemakkelijk.

L. slaapt heel veel zeer goed en eet heel goed.

Hij leert knuffelen, tot rust komen, structuur krijgen. Langzaam begint hij te brabbelen. L. houdt van wandelen, met de buggy, met de fiets, houdt hij van het kijken en aaien van dieren, van uitgestrekte landschappen. L. houdt niet van in auto zitten. Hij houdt van muziek en Bumba. Hij houdt van spelen en met ons ander pleegkind groeit een wederzijdse hechting.

Voor 14 dagen gaat L. naar crèche in R.

We gaan 1 maand samen op reis en verblijven in een omgeving met prachtige natuur en veel dieren, en zwembad.

Vanaf 1 augustus gaat L. naar andere crèche in EW.

L wordt opgenomen in ons uitgebreid netwerk.

Vader neemt geen contact op, moeder vooral via videochat. Beiden zijn enorm hervallen in “gebruik” en vader ook in “criminele” activiteiten. Het fysiek contact met mama herstelt zich weer in augustus 2019 doordat ze L. kan bezoeken in de crèche. Papa kwam L 1 keer bezoeken in de crèche. In ons gezin waren er geen gemeenschappelijke bezoeken met de ouders en werd er niets afgesproken omdat pleegzorg geen enkele bezoekregeling uitgestippeld had.

Moeder wil niet dat L. naar voorziening gaat. Ze schrijft de JO-lijn.

Op weg naar de voorziening krijgen we een email dat de plaatsing niet doorgaat. We keren terug naar huis met L. Dat was echt een rollercoaster van gevoelens bij ons allen.

(ook met de crèche waar de moeder ook regelmatig op bezoek ging)

We hadden de voorziening waar de 2 andere broertjes verbleven leren kennen en door iemand van ons netwerk hadden we gehoord dat het wel zou meevallen. Deze voorziening was één van de beste. We vroegen om een langzame transfer, maar kregen zowel te horen van de voorziening als van pleegzorg dat de korte pijn het best voor het kind was.

Dus tijdens de 3 transfers leert hij zijn broertjes opnieuw kennen en de begeleiders zijn heel minzaam, maar niemand begrijpt het waarom?

We voelen ons in die periode heel onzeker wat we nog kunnen betekenen voor L.

Maar we horen dat onze taak als vakantiepleegouder wel deugd kan doen voor hem, omdat de spanning in de groep soms groot is, omdat er soms gebrek aan personeel is, omdat in het weekend velen weg zijn en hij dus alleen zou zijn om mee te spelen.

Geen pleegouder meer voor L. maar een warm gezin tussen 18 december en 18 maart 2020

Bewustwording rond instellingskinderen en jonge kinderen met een rugzakje.

Een al zwaar getraumatiseerd kind hoort niet in een instelling. Instellingskinderen krijgen later problemen door daarin opgevoed te worden, naast de problematiek dat ze hebben meegemaakt.

Een instelling kan geen warm gezin vervangen met een beperkt aantal kinderen en vaste zorgfiguren. Een instelling kan wel meer veiligheid bieden en structuur als het kind in een onveilige situatie en chaos leeft.

Broertje van L. groeit daar emotioneel, fysiek en intellectueel veel beter. Er zijn in de instelling waar L. verbleef mensen met uitzonderlijke vaardigheden aan empathie zoals S. Transfers verlopen met S. enorm goed, videochat o.l.v. S. verloopt zeer aangenaam. Maar dit werkt toch de vervreemding in de hand.

Een groot percentage van de jongeren die in armoede komen vast te zitten zijn instellingskinderen. Omi is armoede consulente en orthopedagoge zij heeft de ondervinding die duidelijk worden in de statistieken.

We nemen dus vrijwillig de zorg op ons voor L. niet dat we begeleiding zullen krijgen gedurende die 6 en 3 extra maanden.

Ons netwerk schrijft naar de JO-lijn. Zo’n 20 onbeantwoorde brieven. We krijgen wel antwoord van het Koninklijk Hof dat onze vraag werd doorverwezen. Het duurt maanden voordat we een telefoontje krijgen. Niemand doet een sociaal onderzoek. Niemand heeft L. gezien. We krijgen geen reactie van de JO-lijn.

Pleegzorg schrijft wel dat we het gedurende 6 maand goed hebben gedaan met L.

Tussen hoop en hel

Er zijn verschillende dovemansgesprekken met de jeugdrechtbank consulente. We worden gehoord om ons te sussen. Maar het is duidelijk de lokale experts van pleegzorg hebben hun impact.

We hebben elke dag hoop dat we nog een telefoontje zullen ontvangen dat iemand een degelijke oplossing heeft of minstens een maatschappelijk onderzoek zou komen zodat L. niet naar een voorziening moet.

Geheel onze familie, vriendenkring en kennissenkring vraagt zich af waarom hij niet kan blijven volgens pleegzorg. Alle pistes en opties worden bekeken. Meer en meer krijgen we zicht op het systeem achter dit falen voor de noden van dit kind.

We proberen zoveel mogelijk de veerkracht van L. te ontwikkelen.

We luisteren veel samen naar muziek met L. , naar afleveringen van bumba, we doen televisieavondjes. Ook zijn we ontgoocheld in diegene die ons contacteert van de kinderrechten commissaris. De vorige stond in het boek “Van kwetsuur naar litteken.” vermeld.

Waar is de integriteit van L. te beschermen gebleven? Hadden we niet zelf een advocaat onder de arm moeten nemen in plaats van te vertrouwen dat de advocaat die L. vertegenwoordigt in de jeugdrechtbank zijn werk zou doen?

Opnieuw een maand vooraf L. gaan wennen aan de instelling.

Mama en papa waren daar ook. Het kamertje en bedje waarin hij 1 × geslapen had voor 18 december 2019 is er nog. L. blijft aan de zijde van omi. Ons andere pleegkindje is mee, ondanks dat ze dat afscheid nemen pijnlijk vindt. Ik lig ziek in bed. Je zou voor minder.

Maar de maand is vlug voorbij. In die periode hebben we verschillende keren op weekeind geweest naar Berck-sur-mer om uit te waaien en te feesten en de zee. De crèche werd ook in die laatste weken gesloten door ziektegevallen. L. is de laatste weken dus thuis.

Veel op mijn schootje en we gaan samen H. (pleegkindje) te voet brengen en afhalen naar school, ‘s morgens ‘s middags en ‘s avonds. Soms stappen we de kerk binnen en dan laat ik hem rondlopen, hij speelt graag op de witte trappen. Kijkt naar de foto’s, de koeien door de glasramen.

En dan op een morgen inpakken omdat de korte pijn best zou zijn volgens de lokale pleegzorg.

Nu het laatste weekend nog afscheid genomen te hebben van al onze vrienden, en van de kinderboerderij waar we minstens 20 keer naartoe zijn geweest houden we ons sterk! En dan weg zijn wij. Er is geen mirakel dat ons tegenhoudt.

Bij de transfer was de papa er niet bij, mama wel. De jeugdrechtbank assistente vroeg ons of we het hadden kunnen uitleggen aan hem een peutertje met rugzakje van 19 maanden. Ik smeek bijna aan de mama om haar best te doen. Ze zegt dat het niet meer gaat met de papa. Ze zegt dat niemand haar graag ziet. Ik strijd dat vol overtuiging af. Zij heeft ook een traumatische jeugd gehad bij haar ouders.

We hebben niets op papier dat er met onze ervaring hoe hem aan te pakken rekening zal gehouden worden. We hopen dat een stagiaire die in de week voorop bij ons thuis was geweest alles heeft doorgegeven van L. zijn ontwikkeling en context. Haar hebben we alles verteld van hoe L. reageert op de dingen. Als daar een document van was dan hadden de matchmakers daar mee kunnen rekening houden. Waarom die doorstroming niet van informatie?

Er is geen begeleiding geweest en geen netwerkscreening.

L.’s Lockdown op 18 maart 2020 in de voorziening als 19 maanden peuter.

In 10 weken hebben we enkel contact van 10 tot 20 minuten. via video. L. is blij als hij de witte beer ziet, Milan ziet, en als we voor hem het liedje van bumba zingen. Hij loopt naar de deur om te zien of we zullen komen. Soms is het laat en is hij moe. Dan zingen we zijn slaapliedje. Na enkele weken heeft hij het door.

Als we het slaapliedje zingen dan is het weer gedaan voor een week. Hij is daar boos om. Dit contact is beter dan niets. S. zegt dat ze hem een 15 minuten. moet troosten, meestal stuurt ze nog een blije foto. Maar dit soort contact is geen knuffel van ons dat hij nodig heeft. Hij kan niet achter onze hond aanlopen, noch op schootje zitten, noch een spelletje lego doen met een van ons vier.

Tot 2 maal toe vragen we een éénmalige transfer. Dit was een maatregel die kon voor kinderen die in een voorziening blijven op voorwaarde dat die kinderen een ondersteunend pleeggezin hadden. Dan zou L. bij ons kunnen blijven tijdens de volledige lockdown. De voorziening was hiermee telkens akkoord. Pleegzorg en de jeugdrechtbank niet.

De korte pijn in de praktijk uitgedrukt met dank aan corona. We melden het probleem op de corona enquête die elke 14 dagen gepubliceerd werd en waarin bevindingen konden medegedeeld worden. Telkens hebben we dus aangehaald dat het geen leven was voor de kinderen die in een instelling verbleven. In heel april 2020 ziet hij ons misschien voor in totaal 1 uur. (virtueel).

Uiteindelijk eind mei mogen we terug onze eerste wandeling maken in de voormiddag van 9 – 11 u met mondkapje in open lucht. We doen ons uiterste best om niet besmet te worden. Het lukt ons. Het is wachten voor een jaar tot H. besmet is, en we onze eerste prik krijgen.

We wandelen en doen ons eerste terrasje. Bovendien hebben we zijn speelgoed mee. We komen per toeval iemand van het personeel van de voorziening tegen. Het was moeilijk in de voorziening. De helft van het keukengerief is gesneuveld. Wij passen telkens zo strikt mogelijk de maatregelen toe. Want als we besmet worden zien we hem niet. Ziet hij ons niet.

Met Hemelvaart weekend mag hij bij ons voor de eerste keer terug van dondernamiddag tot zondagavond. Zijn afdeling is corona vrij gebleven.

En dan is er het groot verlof. Tijdens die periode mogen we hem 31 dagen zien, waarvan 20 dagen aan één stuk.

We vieren de verjaardag samen op een mooi terras met de ouders.

De veertien- daagse bezoeken lopen echt plezant. Hij babbelt meer. Speelt graag in de zandbak. Begint met potjes training.

Uit die periode komt het handelingsplan waar Annemie uren aan werkt.

Tot we in oktober 2020 op een samenkomst bij ons thuis van jeugdrechtbankconsulente en de contextverantwoordelijke echter horen horen, dat er een pleeggezin gezocht wordt voor L. Van het handelingsplan was er geen sprake meer van.

10 maart 2021 werd het laatste weekend met L, maar hij en wij weten het niet.

21 maart 2021 is L samen met de 2 broertjes voor de derde keer bij ons thuis van ‘s morgens 9 u tot 17.00 komen spelen en eten.

We krijgen in die week te horen dat het laatste weekend van maart niet meer doorgaat. Ons weekend met Pasen en halve vakantie werd ook afgeschaft.

Opnieuw spraken we uren aan de telefoon met de”matchingmakers” want er is een pleeggezin gevonden voor 2 van de broertjes. En dit elk in een apart pleeggezin. Het broertje met A.L.S moest blijven.

Opnieuw de korte pijn. S (opvoedster in de voorziening) zegt ons nog dat ze gaat pleiten op de vergadering voor een zachte overgang.

Wij worden “uitgegomd”, de ervaringen van L. met ons worden “uitgegomd”.

Meer dan de helft van zijn leven heeft hij bij ons doorgebracht. Er is wederzijdse hechting. L. heeft ondanks corona een grote vooruitgang gemaakt. De nieuwe pleegouders zijn gelukkig, de papa is gelukkig. Ze hebben echter niet de rol die we hebben gehad voor L. duidelijk gebracht. Wie weet wat ze over ons hebben verteld?

De matchingmakers hebben enkel een mailtje gestuurd met enkele gegevens van L. naar de nieuwe pleegouders.

Na 6 weken krijgen we hem in een 20 minuten videogesprek te zien, samen met de nieuwe pleegouders, natuurlijk onder het goedkeurend oog van de nieuwe pleegzorgbegeleider en de jeugdrechtbank consulente.

Het weekend daarna mag L. voor de eerste keer weer komen van zaterdagnamiddag(14.30 uur) tot zondagavond.(17.00) De overgang verloopt niet echt moeilijk, maar ook niet vlot.

We krijgen een tip dat we het niet op de manier mogen doen zoals we dat de 20 keer anders gewoon waren. Ze stelden voor dat we hem bij het afzetten we hem aan onze hand moesten houden en hem dan zo geven aan de nieuwe pleegouders.

De maand daarop verloopt het bezoek vlot en bij het afscheid deden we dus zoals ze voorgesteld hadden. Het probleem was dat hij niet wist wat er gebeurde en ging uiteindelijk als wenend weg.

We krijgen te horen dat L. voor een paar dagen een regressie doormaakte.

L. sprak over mama en papa? Wie had hij bedoeld? Wat hadden we met hem gedaan dat hij zo overstuur was?

De nieuwe begeleidster vraagt om een gesprek met ons. Zou de korte pijn niet beter zijn in het belang van L.? Dat is wat ik opnieuw hoor.

You may also like...

Geef een reactie, vraag of antwoord. Dank je wel!