ONLEEFBAAR Wonen: een gunst en geen recht? Onaanvaardbaar!

OP 3 de zondag van de advent kwam het thema welzijnszorg aan bod. Toen ik vroeg aan Amina of ze haar verhaal wilde vertellen in De Lier over haar zoektocht naar een woning en het onleefbaar wonen, zei ze onmiddellijk, JA.
Desondanks geeft ze de moed niet op en zie ik in haar een sterke dame. Niet alleen door immigratie, armoede, oorlog veroorzaken we trauma’s bij gezinnen, maar ook door onleefbaar wonen.

ONLEEFBAAR Wonen: een gunst en geen recht? Onaanvaardbaar!

Na de campagne van 2020 weten we dat het recht op wonen vooral een fictief recht is. Er zijn sociale woningen, maar veel te weinig. Schaarste betekent concurrentie, en concurrentie zorgt voor uitsluiting en discriminatie. Daar zoomt deze campagne van welzijnszorg dit jaar op in. Op die moeilijke weg, een weg met drempels en obstakels.

Discriminatie, waardoor mensen geen kans maken op een woning. Uitsluiting van mensen die geen vaste verblijfplaats hebben en dus dak- of thuisloos zijn. De uitsluiting is soms heel actief en bewust, letterlijk de deur in iemands’ gezicht slaan.

Dat keer op keer meemaken, maakt moedeloos, is onleefbaar! Ook de woningen waar mensen dan wel in terecht komen, als slachtoffers van huisjesmelkers, zijn onleefbaar.
Uit huis gezet worden met vier kinderen? Keer op keer smoesjes horen van zodra je familienaam valt of ze je huidskleur zien? Geen plaats in de nachtopvang en dan maar op straat moeten slapen? Een sociale woning niet kunnen weigeren, ook als de kinderen dan een uur te voet naar school moeten?

En dan dat narcistisch stemmetje:

“Dat ze blij zijn dat ze een dak boven hun hoofd hebben ….” “Ik begrijp niet waarom ze zeuren, ze hebben toch een huis.” Je kent wellicht dat soort uitspraken. Ze klinken nogal gemakkelijk en helpen niemand vooruit. Natuurlijk, het is allemaal niet zo eenvoudig. Er is tekort aan woningen en dus is de prijs hoog en worden ook minder goede woningen aangeboden op de markt.

Maar die uitspraken laten echter uitschijnen dat het hebben van een dak, hoe schamel ook, een gunst is, dat je ook met een slechte woning blij mag/moet zijn.
Een fatsoenlijke woning is echter volgens de Universele verklaring van de rechten van de mens een recht. En ook is al is dit recht niet juridisch afdwingbaar, toch wijst het op de verantwoordelijkheid van de samenleving.

En ook wij kunnen ons de vraag stellen: Wat moeten wij doen? Wat kunnen wij doen?
Staan wij toe dat de woonproblematiek nog verder verslechterd? Laat het ons onverschillig? Leven we voldoende met open ogen voor de nood van onze samenleving, de nood van onze aarde, de nood van onze broeders en zusters?

Gebeuren er dingen rondom ons die we stilzwijgend laten gebeuren?

Zwijgen we over de toenemende kloof tussen arm en rijk, ook hier bij ons? Draaien we het hoofd als we iemand de nacht zien doorbrengen op het een bank aan het plein? Laat het ons onverschillig dat er veel te hoge huurprijzen gevraagd worden voor versleten woningen?

Nochtans is dat ook waakzaam zijn en is dit uitkijken naar de geboorte. Natuurlijk de problemen zijn complex en oplossingen zijn nooit simpel. Maar alles op zijn beloop laten, is echter ook geen Christelijke houding. Kan het in dat geval wel Kerstmis worden? Kan God mens worden in deze omstandigheden?

God vraagt immers vruchten, tarwe, geen kaf dat zal Hij verbranden. Maar toch… Uitkijken naar de geboorte van Christus is niet mogelijk zonder mee te werken aan de komst van Gods rijk. Het is aan het uitoefenen van de liefde dat je een christen herkent.

Het is niet het één of het ander, neen, het is het een en het ander. Maar als zulk leven handen en voeten krijgt in concrete daden van solidariteit dan zal die vreugde volkomen zijn en dan kunnen we pas hopen op gerechtigheid voor allen.

Voeg hieronder een reactie toe!

%d bloggers liken dit: