Bisschop Robert Barron:
Welkom bij deze bijzondere aflevering van Bishop Barron Presents. We bevinden ons in het gastenverblijf van de residentie van de vicepresident van de Verenigde Staten. Ik zit hier samen met vicepresident JD Vance.
Meneer de vicepresident, bedankt dat u tijd wilt vrijmaken.
JD Vance:
Graag gedaan. Fijn u te zien.
Barron:
Ik wil het met u over heel wat onderwerpen hebben, maar vooral over uw nieuwe boek Communion. Ik vond het een uitstekend boek en een waardige opvolger van Hillbilly Elegy. Het behandelt politieke, religieuze en persoonlijke thema’s op een bijzonder rijke manier.
Ik wil beginnen met uw keuze van Augustinus als vormselnaam toen u officieel tot de Katholieke Kerk toetrad.
Je kunt moeilijk naast het feit kijken dat uw boek een uitgesproken augustijnse verhaallijn heeft.
Augustinus kwam zelf uit een afgelegen streek. Toen hij later in Milaan en Rome terechtkwam, sprak hij weliswaar schitterend Latijn, maar men maakte hem toch belachelijk om zijn Afrikaanse accent.
Zijn ambitie bracht hem helemaal naar de top van wat hij wilde bereiken. Maar eenmaal daar ontdekte hij dat succes alleen uiteindelijk leeg bleek te zijn.
Ik vermoed dat u zich sterk in dat verhaal herkende?

JD Vance:
Dat is een interessante vergelijking. Verschillende mensen hebben die al gemaakt.
Zelf had ik daar eigenlijk nooit bewust bij stilgestaan.
Er zijn inderdaad parallellen tussen ons leven, maar wat mij vooral aantrok in Augustinus was minder zijn persoonlijke verhaal dan zijn intellectuele diepgang.
Natuurlijk heb ik zijn Belijdenissen gelezen. De dominicaan die mij doopte schonk mij zelfs een exemplaar. Dat boek heeft me diep geraakt.
Maar nog belangrijker voor mij was De Stad van God.
Ik was vooral geboeid door wat Augustinus daarin schrijft over de Romeinse politiek, de Romeinse filosofie en over de manier waarop het christendom volgens hem een antwoord vormde op de problemen die hij rondom zich zag ontstaan binnen het Romeinse Rijk.
Er zijn eigenlijk twee zaken die mij bijzonder troffen.
Toen ik nog in mijn uitgesproken atheïstische periode zat — ik was evangelisch opgevoed, verloor later mijn geloof en noemde mezelf jarenlang atheïst — las ik De Stad van God tijdens een cursus politieke filosofie aan de universiteit.
Ik was diep onder de indruk.
Ik dacht toen:
“Deze man is overduidelijk uitzonderlijk intelligent.”
In die atheïstische periode had ik religieuze mensen grotendeels ingedeeld als eenvoudig, irrationeel of zelfs anti-rationeel.
Ik beschouwde juist de zogenaamde “nieuwe atheïsten” als de echt slimme mensen.
Maar Augustinus doorbrak dat beeld volledig.
Hij was één van de eerste mensen die mijn vooroordelen fundamenteel deed wankelen.
Barron:
Dat vind ik interessant.
Ik leg in mijn eigen werk vaak de nadruk op de Belijdenissen, maar in De Stad van God draait alles uiteindelijk om één fundamenteel idee:
de juiste aanbidding.
Volgens Augustinus ging Rome ten onder omdat het verkeerde dingen vereerde.
Men vereerde goden die zelf jaloers, gewelddadig en wraakzuchtig waren.
Daartegenover staat de christelijke God:
de God van liefde,
vergeving,
barmhartigheid.
Volgens Augustinus moet ook de politieke orde uiteindelijk voortvloeien uit die juiste vorm van aanbidding.
Het is een eeuwenoude gedachte, maar volgens mij vandaag bijzonder actueel.
Vindt u dat ook niet?
JD Vance:
Absoluut.
En volgens mij zit daar nog een diepere gedachte onder.
Elke samenleving —
of ze zichzelf nu religieus noemt of seculier —
heeft uiteindelijk een eigen theologie.
Iedere samenleving aanbidt namelijk iets.
Het Romeinse Rijk uit de tijd van Augustinus was volgens hem diep gecorrumpeerd geraakt.
In mijn boek verwijs ik naar een passage waarin Augustinus de Romeinse elite bekritiseert.
Hij beschrijft mensen die enkel bezig zijn met geld,
status,
feestjes,
dronkenschap,
en eigenbelang.
Het is een bijzonder scherpe analyse.
Zijn boodschap is eigenlijk:
“Een samenleving die geleid wordt door zulke mensen zal uiteindelijk ten onder gaan.”
En eerlijk gezegd vond ik dat bijzonder herkenbaar.
Ik zie vandaag ook veel vormen van moreel verval binnen de Amerikaanse elites.
Dat voelde al zo toen ik hier in 2013 en 2014 intens over begon na te denken.
Voor mij blijft de kern daarom dezelfde:
Iedere samenleving aanbidt iets.
Wanneer een samenleving de juiste dingen aanbidt, groeien daar vanzelf deugdzaamheid en goedheid uit voort.
Wanneer ze de verkeerde dingen aanbidt, zal ze uiteindelijk ontsporen.
Barron:
Dat doet me denken aan de protestantse theoloog Paul Tillich.
Hij zei ooit:
“Alles wat je over een persoon of een samenleving moet weten, kun je afleiden uit één vraag: wat aanbidt die persoon of samenleving?”
Wat is uiteindelijk het allerbelangrijkste?
In mijn gesprekken met mensen tijdens geestelijke begeleiding stel ik vaak precies die vraag.
“Wat vereer jij eigenlijk?”
Vanuit dat antwoord wordt bijna alles duidelijk.
Er was een periode waarin u vooral succes vereerde.
Dat beschrijft u ook heel openhartig in uw boek.
U wilde vooruitkomen.
Naar Yale.
Naar de top van de juridische wereld.
Naar maatschappelijk succes.
Maar uiteindelijk ontdekte u dat ook dát een vorm van verkeerde aanbidding was.
JD Vance:
Ja.
Dat klopt volledig.
Het interessante is dat ambitie op zich niet verkeerd is.
Dat probeer ik ook in mijn boek duidelijk te maken.
Er bestaan eigenlijk twee soorten ambitie.
Je kunt ambitie hebben om iets werkelijk moois op te bouwen.
Om mensen te helpen.
Om iets blijvends te creëren.
Denk maar aan de kathedraal van Milaan.
Die is gebouwd door ambitieuze mensen.
Maar er bestaat ook een andere vorm van ambitie.
De ambitie om gewoon hogerop te raken.
Niet omwille van een hoger doel,
maar puur om status.
Dat zie ik vandaag heel sterk, zeker bij veel maatschappelijke leiders.
Mensen beoordelen elkaar voortdurend op diploma’s,
universiteiten,
inkomen,
functietitels,
prestige.
Toen ik midden twintig was en aan Yale studeerde, merkte ik dat bijzonder sterk.
De echte sociale munt was daar niet karakter.
Niet familie.
Niet dienstbaarheid.
Maar prestige en referenties.
Dat vond ik uiteindelijk een bijzonder lege manier van leven.
Barron:
Wat mij vooral uit uw boek is bijgebleven, is dat zo’n manier van leven je uiteindelijk volledig afhankelijk maakt van de mening van anderen.
Je bent dan niet langer bezig met iets dat op zichzelf waardevol is.
Je zoekt vooral bewondering.
Christus zou dat de honger naar eer noemen.
Hij noemt vier grote afgoden:
rijkdom,
genot,
macht,
en eer.
Eer is bijzonder gevaarlijk.
Want zodra je afhankelijk wordt van bewondering, word je een slaaf van de mening van anderen.
Zelfs wanneer je iets werkelijk goeds doet, voelt het leeg als anderen je er geen erkenning voor geven.
Dat is uiteindelijk een spiritueel doodlopende weg.
JD Vance:
Dat is precies wat ik zelf heb ervaren.
Je begint je veel te veel aan te trekken van wat anderen denken.
Hun mening bepaalt uiteindelijk niet alleen je gedrag,
maar zelfs je gedachten.
Ook daarin werd ik aan Yale sterk ontgoocheld.
Ik had altijd gedacht dat de maatschappelijke elite bijzonder rationeel was.
Hoogopgeleid.
Slim.
Wetenschappelijk.
Maar uiteindelijk bleek hun denken vaak verrassend beperkt.
Waarom?
Omdat hun overtuigingen voortdurend werden gevormd door wat anderen binnen dezelfde elite dachten.
Hun ideeën waren eigenlijk afgeleid van hun sociale omgeving.
En precies daar kwam ik in aanraking met de katholieke filosoof René Girard.
Hij beschrijft hoe mensen van nature sociale wezens zijn.
Dat kan leiden tot prachtige deugden.
Maar ook tot gevaarlijke ondeugden.
Een daarvan is dat wij vaak verlangen naar wat anderen verlangen.
Dat noemt Girard:
mimetisch verlangen.
En precies dat beschreef perfect de wereld waarin ik toen leefde.
Ik begon te beseffen dat mijn hele manier van kijken naar succes eigenlijk fundamenteel verkeerd was.
Toen ontdekte ik dat verschillende grote katholieke denkers exact dezelfde zwakte in onze cultuur beschreven.
Dat heeft mij uiteindelijk geholpen om opnieuw de juiste richting in mijn leven te vinden.
(Vervolg van de vertaling van de gesprekken tussen bisschop Robert Barron en senator J.D. Vance.)
Bisschop Barron:
Vertel me eens meer over René Girard.
Ik heb het voorrecht gehad hem tegen het einde van zijn carrière persoonlijk te ontmoeten. Hij kwam toen naar het Mundelein Seminary om een reeks lezingen te geven.
Hij was een bijzonder warme en boeiende persoonlijkheid, maar ook iemand met een opmerkelijke uitstraling.
Jij hebt hem leren kennen via Peter Thiel, die je ooit omschreef als een van de intelligentste mensen die je ooit ontmoet hebt.
J.D. Vance:
Ja, ik heb Peter enkele keren ontmoet en hij is zonder twijfel uitzonderlijk intelligent.
Wat mij bij Girard zo treft, is dat je zijn inzichten niet meer kunt loslaten zodra je ze eenmaal begrijpt.
Als je eenmaal ziet wat hij zag, begin je het werkelijk overal te herkennen.
Bisschop Barron:
Precies.
Ik denk dat men Girard over vijfhonderd jaar misschien wel zal beschouwen als een soort kerkvader.
Zijn spirituele inzicht is uitzonderlijk diep.
Neem alleen al zijn theorie over de mimetische begeerte.
Denk maar aan reclame.
Waarom wil ik een bepaald product?
Vaak niet omdat ik het zelf nodig heb, maar omdat ik zie dat iemand anders het wil.
J.D. Vance:
Inderdaad.
En volgens Girard leidt die mimetische begeerte vervolgens tot mimetische rivaliteit.
Bisschop Barron:
Juist.
En zodra die rivaliteit ontstaat, belanden mensen met elkaar in conflict.
Ook dat zie je vandaag overal in onze samenleving.
J.D. Vance:
En uit dat conflict ontstaat vervolgens het zondebokmechanisme.
Bisschop Barron:
Exact.
En eerlijk gezegd zie ik dat voortdurend.
Als je ergens een perfecte illustratie van Girards theorie wilt vinden, kijk dan eens naar sociale media.
Daar zie je mimetische begeerte…
mimetische rivaliteit…
en uiteindelijk het aanwijzen van een zondebok.
Kijk maar naar de digitale menigten die zich online vormen.
J.D. Vance:
Ik denk werkelijk dat Girard een van de grote profeten van onze tijd is.
Sterker nog, hij is misschien wel dé profeet van het tijdperk van sociale media.
Zijn idee dat wij onze verlangens afstemmen op wat anderen verlangen…
zodra je dat eenmaal begrijpt…
kun je het bijna niet meer níét zien.
Ik heb een zoon van negen, een van zes en een van vier jaar.
Bij kinderen zie je dit mechanisme ongelooflijk duidelijk.
Mijn oudste pakt soms een stuk speelgoed waarmee maandenlang niemand gespeeld heeft.
En vrijwel onmiddellijk willen alle andere kinderen precies dát speelgoed hebben.
Dat laat op een heel eenvoudige manier zien hoe krachtig deze verklaring van menselijk gedrag eigenlijk is.
Maar hier zit ook een belangrijk verschil.
In een gewone samenleving, vóór de opkomst van sociale media, ontwikkelden zulke processen zich geleidelijk.
Mimetische begeerte ontstond via dagelijkse ontmoetingen.
Je zag waar anderen belangstelling voor hadden.
Je zag wat zij belangrijk vonden.
Je keek naar hun verlangens.
Sociale media hebben dat hele proces echter enorm versneld.
Alles verspreidt zich razendsnel.
Je ziet onmiddellijk waar anderen over praten.
Waar ze zich druk over maken.
Wat ze verlangen.
Wat hen boos maakt.
En doordat verlangens zich zo snel verspreiden…
verspreiden conflicten zich net zo snel.
Denk maar terug aan de beginjaren van Facebook.
Hoe vaak zag ik toen mensen die ik kende en respecteerde…
mensen waarvan ik wist dat ze vriendelijk en verstandig waren…
elkaar op sociale media de verschrikkelijkste dingen verwijten.
En dan dacht ik:
“Dit zijn helemaal niet de mensen die ik ken.”
“Hoe zijn we hier eigenlijk terechtgekomen?”
Bisschop Barron:
En hier raken we aan iets waar Girard, maar ook jouw vriend Peter Thiel, vaak over spreekt.
Namelijk de bijna demonische dynamiek die hierin zichtbaar wordt.
De duivel heeft in de Bijbel twee belangrijke benamingen.
Hij is Satan…
de aanklager.
En hij is Diabolos…
degene die mensen uiteen drijft en verdeelt.
Kijk opnieuw naar sociale media.
Wat zie je daar voortdurend?
Beschuldigingen.
Verdeling.
Polarisatie.
J.D. Vance:
Ja.
Het is werkelijk een ideale voedingsbodem voor precies die processen.
Daarom denk ik dat de Kerk hier een belangrijke opdracht heeft.
Niet alleen om mensen moreel te onderwijzen…
maar ook om deze onderliggende mechanismen zichtbaar te maken.
Veel mensen beseffen immers niet wat er werkelijk met hen gebeurt.
En ik herken dat ook uit mijn eigen leven en politieke loopbaan.
Bisschop Barron:
Ik wil nog even terugkomen op iets anders.
Namelijk ambitie.
Thomas van Aquino spreekt over magnanimitas…
letterlijk: grootmoedigheid.
Een mens met een “grote ziel” verlangt ernaar iets groots te verwezenlijken voor het Koninkrijk van God.
Dat is op zichzelf een goede ambitie.
Stel dat jij politicus bent.
Dan richt jouw verlangen zich op het algemeen belang.
En datzelfde geldt voor mij.
Dan kijken wij niet voortdurend naar elkaar…
maar richten wij ons samen op een hoger doel.
Dat is ook een heel aristotelische gedachte.
Daar ligt precies het verschil tussen gezonde ambitie…
en ambitie die uitsluitend nog draait om jezelf.
J.D. Vance:
Daar ben ik het helemaal mee eens.
Onze sociale aard hoeft helemaal geen probleem te zijn.
Ze kan juist veel deugden voortbrengen.
Maar ze moet wel op de juiste manier geordend zijn.
Neem opnieuw twee politici.
Als zij werkelijk hetzelfde algemeen belang nastreven…
dan kan dat ertoe leiden dat ze samenwerken.
Dat ze elkaars sterke en zwakke punten erkennen.
Dat ze elkaar aanvullen.
Maar precies dezelfde situatie kan ook omslaan.
Wanneer beiden niet langer vooral het algemeen belang willen dienen…
maar vooral hetzelfde ambt willen bekleden…
dan verandert gezonde ambitie in rivaliteit.
En dan wordt de strijd belangrijker dan het doel zelf.
Volgens mij is dat een van de belangrijkste lessen die je kunt trekken uit Augustinus…
via Girard…
tot vandaag.
Zelfs iets dat op zichzelf goed is…
kan verkeerd gericht raken.
Een goede eigenschap kan uitgroeien tot iets destructiefs wanneer zij niet voortdurend kritisch wordt onderzocht.
Einde Deel 2
Deel 3 behandelt vervolgens het gesprek over:
- Thomas van Aquino en de katholieke sociale leer;
- Rerum Novarum;
- socialisme versus kapitalisme;
- vakbonden;
- het algemeen welzijn en de universele bestemming van goederen.
Thomas van Aquino, Rerum Novarum en de katholieke sociale leer
(Vervolg van de vertaling)
Bisschop Barron:
Rerum Novarum is natuurlijk de grote grondtekst van de katholieke sociale leer. Paus Leo XIII schreef die encycliek aan het einde van de negentiende eeuw. Jij hebt die tekst zelfs al gelezen tijdens je atheïstische periode, en je vond er toen al een indrukwekkende analyse van de politieke werkelijkheid in – beter dan bij veel denkers, zowel links als rechts.
Wat was het precies dat jou zo aansprak in die encycliek?
J.D. Vance:
Er waren verschillende zaken.
In de eerste plaats viel mij op hoe sterk de tekst probeert een evenwicht te vinden.
De wereld industrialiseerde razendsnel. Het communisme was in opkomst en ook andere radicale politieke stromingen begonnen zich te ontwikkelen. Leo XIII kon natuurlijk nog niet spreken over het fascisme, dat pas tientallen jaren later zou ontstaan, maar je merkt wel dat hij zich grote zorgen maakt over de maatschappelijke onrust.
Zijn boodschap is duidelijk:
Als we geen gezond evenwicht vinden tussen menselijke waardigheid en economische welvaart, tussen werknemers en eigenaars van kapitaal, dan zal de samenleving uiteindelijk in conflict terechtkomen.
Dat vond ik bijzonder indrukwekkend.
Een tweede punt dat me trof – en waar ik trouwens ook naar verwees in mijn toespraak van 4 juli – is de manier waarop Rerum Novarum omgaat met klassenstrijd.
Volgens Marx staan maatschappelijke klassen onvermijdelijk tegenover elkaar.
Aan de andere kant bestaat binnen het klassieke libertaire of vrije-marktdenken vaak de overtuiging dat er eigenlijk helemaal geen fundamentele conflicten bestaan; en als ze er toch zijn, dan worden ze gezien als schendingen van individuele rechten.
Rerum Novarum kiest geen van beide uitersten.
De encycliek erkent dat maatschappelijke spanningen soms onvermijdelijk zijn.
Maar ze zegt tegelijk dat zulke conflicten niet opgelost worden door strijd, maar door samenwerking tussen de verschillende groepen in de samenleving.
Een staatsman die werkelijk het algemeen welzijn nastreeft, doet niet alsof armoede en extreme rijkdom naast elkaar geen probleem vormen.
Maar hij doet ook niet alsof conflict de enige oplossing is.
Het hoeft geen voortdurende strijd te zijn tussen machtelozen en machtigen, waarbij de ene keer de ene groep wint en dan weer de andere.
Er kan een werkelijk compromis bestaan.
Neem bijvoorbeeld vakbonden.
Binnen de klassieke marxistische visie zijn vakbonden vooral een instrument in de strijd tussen werknemers en eigenaars.
Binnen de katholieke sociale leer ligt dat anders.
Daar zijn vakbonden instellingen die werknemers een stem geven.
Ze bieden onderhandelingskracht.
Ze zorgen voor verankering.
En vanuit die positie kan samenwerking ontstaan.
Het hoeft geen nulsomspel te zijn waarin de winst van de ene automatisch het verlies van de andere betekent.
Daar probeer ik zelf ook vaak over na te denken:
Hoe kunnen we beleid voeren dat de problemen van armoede serieus neemt, maar ze oplost door samenwerking in plaats van door conflict?
Bisschop Barron:
Volgens mij is dat precies de kern.
Ook wij bisschoppen worstelen daar voortdurend mee wanneer we de katholieke sociale leer proberen uit te leggen.
Ze past namelijk niet netjes binnen de traditionele links-rechtsverdeling van onze politieke partijen.
Wat jij net beschreef, vat dat heel goed samen.
Rerum Novarum neemt duidelijk afstand van het socialisme.
De encycliek geeft verschillende krachtige argumenten waarom socialistische en communistische systemen tekortschieten.
Maar tegelijk schrijft paus Leo XIII ook iets heel uitdagends.
Hij zegt:
“Wanneer aan de eisen van noodzaak en passend levensonderhoud is voldaan, behoort alles wat je verder bezit toe aan de armen.”
Dat is een klassieke gedachte van Thomas van Aquino.
Het is het principe van de universele bestemming van de goederen.
De wereld behoort uiteindelijk niet aan ons.
Ze behoort aan God.
Wij zijn slechts rentmeesters.
Dat betekent dat, zodra jouw noodzakelijke behoeften zijn vervuld — en natuurlijk kan daar redelijk over worden gediscussieerd — het overige bezit een sociale bestemming heeft.
Ik vertel dat al jaren aan katholieken.
Het is een buitengewoon uitdagende leer.
Net zoals de afwijzing van bepaalde vormen van socialisme uitdagend is.
De katholieke sociale leer bevindt zich ergens tussen beide uitersten.
J.D. Vance:
Nee, ze is zelden populair.
Integendeel, meestal helemaal niet.
Ik denk daar ook vaak over na wanneer we binnen de regering economisch beleid ontwikkelen.
Je probeert voortdurend een evenwicht te vinden tussen economische welvaart enerzijds en de waardigheid van arme mensen en werknemers anderzijds.
Dat is niet eenvoudig.
Ik beweer niet dat er gemakkelijke antwoorden bestaan.
Maar precies daarin zie ik de kracht van de katholieke sociale leer.
Ze stelt moeilijke vragen.
Ze legt bestuurders zoals ik voortdurend morele uitdagingen voor.
Een van de principes die ik daarbij probeer te volgen is eigenlijk heel eenvoudig:
Wanneer ik het gevoel krijg dat een bepaald beleidsvoorstel perfect overeenkomt met de katholieke sociale leer en ik me daar erg comfortabel bij voel…
…dan is dat vaak juist het moment waarop ik mezelf moet afvragen of ik niet iets over het hoofd zie.
Want deze leer is niet bedoeld om ons comfortabel te maken.
Ze vraagt veel van politici.
Maar ze vraagt evenveel van iedere burger.
J.D. Vance:
Dat brengt ons vanzelf bij het migratievraagstuk.
Ook daar bestaat diezelfde spanning.
Enerzijds is er de opdracht om iedere mens met waardigheid te behandelen.
Anderzijds erkent de katholieke traditie eveneens dat landen het recht hebben hun grenzen te beschermen.
Hoe houd je die twee principes met elkaar in evenwicht?
Grensbewaking leidt immers soms onvermijdelijk tot handhaving en moeilijke situaties.
Dat is precies het evenwicht waar wij voortdurend naar zoeken.
En opnieuw geldt:
Zodra we denken dat we alle antwoorden hebben en ons helemaal op ons gemak voelen…
…is dat waarschijnlijk een teken dat we opnieuw kritische vragen moeten stellen.
Bisschop Barron:
Op een abstract niveau zijn we het vaak snel eens.
Maar zodra je naar concrete gevallen kijkt, wordt het ingewikkelder.
Ook binnen onze bisschoppenconferentie bespreken we dat regelmatig.
We benadrukken sterk dat Jezus de vreemdeling verwelkomt en dat christenen open moeten staan voor migranten.
In mijn eigen bisdom werken veel mensen uit Honduras en Guatemala in de vleesverwerkende industrie.
Wij staan dus dagelijks voor de pastorale opdracht om deze mensen op te vangen en te begeleiden.
Tegelijk erkennen we ook dat een land het recht heeft zijn grenzen te beschermen en zijn immigratiewetten toe te passen.
Maar het is niet mijn taak als bisschop om alle praktische beleidsdetails uit te werken.
Dat is de verantwoordelijkheid van mensen zoals jij, die de situatie op het terrein kennen.
Voor ons blijft het een voortdurende uitdaging om beide principes met elkaar te verzoenen.
René Girards mimetische theorie stelt dat menselijk verlangen altijd naar het voorbeeld van anderen verloopt, wat rivaliteit en collectief geweld uitlokt.
Om geweld te beteugelen wordt dikwijls een zondebok aangeduid als de bron van alle kwaad.
De Bijbel (met name de evangeliën) presenteert het verhaal echter vanuit het perspectief van het onschuldig slachtoffer (het “lam van God”) en predikt juist liefde, vergeving en geweldloosheid. Jezus’ uitspraken als “Oordeelt niet… werpe wie zonder zonde is de eerste steen” (Joh. 8:7) en “Hebt uw vijanden lief” (Matth. 5:44) sluiten nauw aan bij de Girardiaanse veroordeling van het zondebokmechanisme.
Ook “Keer uw zwaard terug; allen die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan” (Matth. 26:52) weerspiegelt Girards pleidooi voor geweldloosheid. Op andere punten lijkt er (mogelijk) spanning: Jezus’ uitspraak “Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard” (Matt. 10:34) kan oppervlakkig botsen met Girards anti-geweldsvisie.
Girard interpreteert echter dat hiermee gewezen wordt op de breuk die Jezus’ boodschap veroorzaakt wanneer traditionele machtssystemen zich verzetten. In het algemeen is er veel samenhang: Girard typeert het christendom als een omkering van het ouderwets-zakelijke slachtofferbeeld, en Jezus’ leer versterkt vele Girardiaanse ideeën door nadruk op liefde, verzoening en het blootleggen van de onschuld van slachtoffers.
Onderwerpen en beoordeling
Toelichting op de overeenstemming: Wij beoordelen de mate van overeenkomst tussen Jezus’ uitspraken en Girard’s inzichten als hoog wanneer het evangelieverhaal expliciet Girardiaanse thema’s (zoals liefde in plaats van geweld, uitsluiten van oordeel, onschuld van slachtoffers) ondersteunt.
Bij medium overlappen de principes deels (bijvoorbeeld Jezus’ “zwaard”-uitspraken zijn herinterpreteerbaar vanuit Girard). Bij laag of onzeker is er geen duidelijke uitspraak van Jezus die Girards specifieke concept bevestigt. Elk oordeel is beargumenteerd met verwijzingen naar de aangehaalde bronnen.
Bronvermeldingen:
Citaten en ideeën van Girard baseren we hoofdzakelijk op zijn kernwerken (zoals Deceit, Desire and the Novel, Violence and the Sacred, Things Hidden Since the Foundation of the World) zoals samengevat in academische bronnen. De Bijbelcitaten zijn uit de Statenvertaling (zie aangegeven bijbelhoofdstukken) en officieel toegeschreven. We verwijzen naar relevante verzen en waar mogelijk naar online tekstbronnen. Alle gebruikte uitspraken zijn uit officiële bronnen of vertalingen afkomstig, zodat de analyse goed traceerbaar is.
Dat is een interessante vraag, omdat J.D. Vance zich expliciet beroept op zowel René Girard als de katholieke sociale leer.
Toch is er een belangrijk onderscheid tussen wat Girard beschrijft, wat Jezus volgens de evangeliën leert en hoe Vance die inzichten politiek toepast.
Mijn conclusie is dat Vance op antropologisch vlak sterk aansluit bij Girard, op spiritueel vlak gedeeltelijk aansluit bij Jezus, maar op politiek vlak regelmatig keuzes maakt die moeilijk te rijmen zijn met bepaalde uitspraken van Jezus.
Hieronder werk ik dat uit.
1. René Girard: grote overeenkomsten
René Girard ontwikkelde drie centrale ideeën.
A. Mimetische begeerte
Volgens Girard verlangen mensen niet spontaan naar dingen.
Ze verlangen naar wat anderen verlangen.
Vance legt dit in het interview vrijwel identiek uit.
Hij beschrijft:
sociale media
statuscompetitie
rivaliteit
afgunst
de voortdurende vergelijking met anderen
Dat is vrijwel een samenvatting van Girards theorie.
Overeenkomst: zeer groot (≈95%).
B. Zondebokmechanisme
Girard stelt dat samenlevingen hun spanningen oplossen door één groep verantwoordelijk te maken.
Dat kan zijn:
een minderheid
een vreemdeling
religieuze minderheden
politieke tegenstanders
Vance legt dit mechanisme correct uit wanneer hij spreekt over sociale media en politieke polarisatie.
Hij erkent dat mensen voortdurend op zoek gaan naar een vijand.
Ook dat ligt volledig in Girards lijn.
C. Ambitie
Vance maakt een onderscheid tussen
gezonde ambitie
rivaliserende ambitie
Dat komt rechtstreeks uit Girards werk én uit Thomas van Aquino.
Girard was nooit tegen ambitie.
Hij waarschuwde voor imitatie die omslaat in rivaliteit.
Ook hier volgt Vance hem nauwkeurig.
2. Waar Vance afwijkt van Girard
Daar wordt het interessanter.
Girard zag uiteindelijk één fundamentele uitweg.
Niet:
betere politiek
Niet:
betere economie
Maar:
de navolging van Christus.
Voor Girard is Jezus uniek omdat Hij het zondebokmechanisme volledig ontmaskert.
De kruisiging toont volgens Girard:
de menigte heeft ongelijk.
Niet het slachtoffer.
Dat verandert alles.
Girard schrijft daarom dat christenen uiterst voorzichtig moeten zijn wanneer een samenleving een bepaalde groep collectief als schuldige aanwijst.
En precies daar ontstaat spanning met sommige politieke standpunten van Vance.
Migratie
In het interview verdedigt Vance stevige grensbewaking.
Dat is op zich niet in strijd met Girard.
Girard erkent dat staten bestaan.
Maar Girard zou waarschijnlijk vragen:
Worden migranten soms gebruikt als moderne zondebok voor bredere maatschappelijke problemen?
Dat is een vraag die Vance nauwelijks bespreekt.
Girard zou daar waarschijnlijk veel kritischer zijn.
Nationalisme
Girard was bijzonder wantrouwig tegenover:
nationalistische mythen
collectieve vijandbeelden
identiteitsstrijd
Hij zag daarin vaak nieuwe vormen van mimetische rivaliteit.
Vance gebruikt wel degelijk een sterke nationale retoriek.
Daar zou Girard vermoedelijk afstand van nemen.
3. Jezus
Nog groter wordt de spanning wanneer we Vance vergelijken met de woorden die de evangeliën aan Jezus toeschrijven.
Waar ze overeenkomen
Nederigheid
Jezus:
“Wie de grootste wil zijn, moet dienaar worden.”
Vance benadrukt eveneens:
nederigheid
dienstbaarheid
verantwoordelijkheid
Dat sluit goed aan.
Waarschuwing tegen afgoderij
Jezus:
“Je kunt niet God én Mammon dienen.”
Vance bekritiseert eveneens:
consumentisme
materialisme
statusdenken
Dat is duidelijk verwant.
Kritiek op rivaliteit
Jezus zegt:
Heb uw vijanden lief.
Girard ziet daarin de volledige doorbreking van de mimetische cyclus.
Vance erkent het probleem van rivaliteit.
Dat komt overeen.
4. Waar ontstaat spanning?
Hier worden de verschillen groter.
A. Vreemdelingen
Jezus zegt volgens Matteüs 25:
Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op.
Dat betekent niet noodzakelijk:
open grenzen.
Maar wel:
de vreemdeling blijft een mens met volledige waardigheid.
Vance erkent die menselijke waardigheid.
Maar hij legt in zijn politieke denken veel meer nadruk op:
grenzen
orde
nationale verantwoordelijkheid
Dat is een ander accent.
B. Vijanden
Jezus zegt:
Heb uw vijanden lief.
Dat is een uiterst radicale uitspraak.
In politieke toespraken van Vance klinkt veel sterker:
cultuurstrijd
ideologische strijd
bescherming tegen tegenstanders
Dat is begrijpelijk binnen politiek.
Maar het ligt minder dicht bij Jezus’ radicale geweldloosheid.
C. Macht
Jezus toont zich opvallend terughoudend tegenover politieke macht.
Hij weigert verschillende keren om een politieke messias te worden.
Zijn Koninkrijk is:
“niet van deze wereld.”
Vance daarentegen ziet politieke macht nadrukkelijk als een middel om maatschappelijke orde te herstellen.
Dat is een klassiek verschil tussen:
een theologische visie
een bestuurskundige visie.
5. Girard zelf zou waarschijnlijk zeggen…
Als we Girards latere interviews lezen, vermoed ik dat hij Vance deels zou waarderen.
Hij zou waarschijnlijk zeggen:
✔ Hij begrijpt mimetische begeerte.
✔ Hij begrijpt rivaliteit.
✔ Hij begrijpt de gevaren van consumentisme.
✔ Hij begrijpt het belang van christelijke antropologie.
Maar Girard zou vermoedelijk ook waarschuwen:
Let erop dat jouw eigen politieke beweging niet zelf een nieuwe mimetische rivaliteit creëert.
Dat was immers één van Girards grootste zorgen.
Iedere groep kan denken:
“Wij zijn de slachtoffers.”
En precies daardoor opnieuw een nieuwe zondebok creëren.
6. Samenvatting
Thema
Vance ↔ Girard
Vance ↔ Jezus
Mimetische begeerte
★★★★★
★★★★☆
Rivaliteit
★★★★★
★★★★☆
Kritiek op materialisme
★★★★★
★★★★★
Nederigheid
★★★★☆
★★★★★
Dienstbaarheid
★★★★☆
★★★★★
Zondebokmechanisme
★★★★☆
★★★★★
Nationale identiteit
★★☆☆☆
★★☆☆☆
Migratie
★★☆☆☆
★★☆☆☆
Liefde voor vijanden
★★☆☆☆
★☆☆☆☆
Politieke macht
★★★☆☆
★★☆☆☆
Eindconclusie
Vance gebruikt René Girard vooral als diagnosticus van de menselijke conditie. Zijn uitleg over mimetische begeerte, rivaliteit en de zondebokdynamiek sluit nauw aan bij Girards antropologische analyses.
Waar de wegen uiteenlopen, is de normatieve uitwerking:
Girard zag de openbaring in Christus als een radicale oproep om geweld, vijanddenken en zondebokmechanismen blijvend te doorbreken, ook wanneer die zich voordoen binnen de eigen gemeenschap of politieke beweging.
Ten opzichte van de uitspraken die in de evangeliën aan Jezus worden toegeschreven, deelt Vance verschillende morele uitgangspunten – zoals kritiek op materialisme, het belang van nederigheid en de waardigheid van de menselijke persoon – maar zijn politieke accenten op nationale grenzen, orde en cultuurstrijd wijken af van Jezus’ nadruk op onvoorwaardelijke liefde voor vijanden, vergeving en de identificatie met de vreemdeling.
Daardoor is de overeenkomst met Girards analyse groter dan met Girards en Jezus’ ethische en spirituele eindpunt.
Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.
Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.
✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier
Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!
Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.
👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.
Laat een reactie achter. Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.
👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.
🌿 Samen bouwen we aan herstel, kracht en emotionele vrijheid.
Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq
Steun narcisme.blog door aankopen bij bol.