Weegschaal met werkhandschoenen tegenover geld, goud en beleggingen, met Brussel en de Belgische vlag als symbool voor het belasten van miljardairs.
| | | | |

Miljardairs belasten in België: is er een eerlijkere manier?

Inhoudsopgave

Stel je twee Belgen voor.

De eerste werkt elke dag, ontvangt een loon en ziet de belastingen en sociale bijdragen meteen van dat loon verdwijnen. De tweede bezit aandelen in een onderneming. De waarde van die aandelen stijgt in één jaar met tientallen miljoenen euro’s, maar zolang ze niet worden verkocht, verschijnt die vermogensgroei niet als belastbaar inkomen.

Op papier zijn ze allebei rijker geworden. Fiscaal leven ze echter in twee verschillende werelden.

Daarom wordt de roep om miljardairs te belasten in België steeds luider. Veel mensen voelen aan dat er iets wringt wanneer arbeid zichtbaar en onmiddellijk wordt belast, terwijl zeer grote vermogens jarenlang kunnen aangroeien zonder dat de eigenaar iets hoeft te verkopen.

Toch is de echte vraag ingewikkelder dan: “Moeten de rijken meer betalen?”

De betere vraag is: hoe bouwen we een belastingstelsel waarin inkomen uit arbeid, inkomen uit vermogen en geërfde rijkdom eerlijker worden behandeld, zonder ondernemerschap, investeringen en rechtszekerheid nodeloos te beschadigen?

Dat debat vraagt meer dan slogans. Het vraagt dat we begrijpen hoe rijkdom ontstaat, hoe België vermogen vandaag al belast en waar de gaten en tegenstrijdigheden zitten.

Vijf kerninzichten

  1. België belast arbeid nog altijd uitzonderlijk zwaar: voor een alleenstaande werknemer met een gemiddeld loon bedroeg de belastingwig in 2025 volgens de OESO 52,5 procent, het hoogste percentage binnen de OESO.
  2. België heeft geen algemene belasting op het volledige nettovermogen, maar wel een lappendeken van belastingen op dividenden, interesten, vastgoed, erfenissen, transacties, effectenrekeningen en sinds 2026 ook gerealiseerde financiële meerwaarden.
  3. De nieuwe meerwaardebelasting van 10 procent verkleint een oude ongelijkheid, maar belast enkel gerealiseerde winsten. Wie niet verkoopt, stelt de belasting nog altijd uit.
  4. Een jaarlijkse vermogensbelasting klinkt eenvoudig, maar roept moeilijke vragen op over waardering, liquiditeit, ondernemingsvermogen, schulden en ontwijking.
  5. De sterkste oplossing is een samenhangende hervorming: belast werkelijke kapitaalopbrengsten en grote vermogensoverdrachten consequenter, sluit uitzonderingen, verlaag de druk op arbeid en voeg voor ultrahoge vermogens een minimumbijdrage toe.

Waarom dit debat in België zo gevoelig ligt

België is geen land waar vermogen helemaal niet wordt belast. Dat wordt soms te gemakkelijk beweerd.

Wie dividenden of interesten ontvangt, krijgt doorgaans met roerende voorheffing te maken. Eigenaars betalen onroerende voorheffing. Bij de aankoop van vastgoed zijn er registratiebelastingen. Er bestaan schenk- en erfbelastingen. Beleggers betalen onder meer transactietaksen en bepaalde fondsen vallen onder een specifieke heffing. Bovendien bestaat er een jaarlijkse taks op grote effectenrekeningen.

Sinds 1 januari 2026 geldt daarnaast meestal een belasting van 10 procent op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa. De eerste 10.000 euro aan jaarlijkse gerealiseerde meerwaarden is vrijgesteld. Een beperkt ongebruikt deel van die vrijstelling kan worden overgedragen, zodat de vrijstelling na vijf jaar maximaal 15.000 euro kan bedragen. Voor activa die al vóór 2026 werden aangehouden, geldt 31 december 2025 als belangrijk “fotomoment”. De waardestijging van vóór dat moment wordt in beginsel niet belast. Dat blijkt uit de uitleg van de FOD Financiën over de meerwaardebelasting.

Ook de jaarlijkse taks op effectenrekeningen werd aangescherpt. Ze geldt voor effectenrekeningen met een gemiddelde waarde boven één miljoen euro. Het tarief werd verhoogd van 0,15 naar 0,30 procent voor referentieperioden die vanaf 1 juni 2026 eindigen. Maar dit is een belasting op de rekening, niet op het volledige nettovermogen van een persoon. Vastgoed, kunst, rechtstreeks aangehouden niet-beursgenoteerde aandelen en andere vermogensbestanddelen vallen daardoor niet automatisch in dezelfde heffing. Zie de officiële informatie over de taks op effectenrekeningen.

Het probleem is dus niet dat België niets doet. Het probleem is dat het systeem versnipperd is. Verschillende vormen van rijkdom worden volgens verschillende grondslagen, tarieven en uitzonderingen belast.

België belast arbeid zwaar, maar vermogen ongelijkmatig

Hier raakt het debat een gevoelige snaar.

Volgens de OESO bedroeg de Belgische belastingwig voor een alleenstaande werknemer met een gemiddeld loon in 2025 52,5 procent. De belastingwig is het verschil tussen wat arbeid de werkgever kost en wat de werknemer netto overhoudt, rekening houdend met belastingen en sociale bijdragen.

België stond daarmee opnieuw bovenaan de OESO-rangschikking. Dat betekent niet dat iedere werknemer persoonlijk 52,5 procent inkomstenbelasting betaalt, maar wel dat arbeid in ons financieringsmodel uitzonderlijk zwaar wordt belast. De cijfers staan in Taxing Wages 2026 van de OESO.

Vermogen wordt daarentegen niet één keer volgens één heldere logica belast. Sommige opbrengsten worden rechtstreeks belast, andere via forfaitaire grondslagen, sommige pas bij verkoop en nog andere bij schenking of overlijden.

Neem vastgoed. Wie een woning aan een particulier verhuurt die ze uitsluitend privé gebruikt, geeft in de personenbelasting doorgaans het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen aan, niet de werkelijk ontvangen huur. Bij professionele verhuur speelt de werkelijke huur wel een rol. De FOD Financiën legt dat verschil uit op de pagina’s over particuliere verhuur en professionele verhuur.

Dat verschil is moeilijk uit te leggen aan iemand die elke euro loon automatisch ziet verschijnen op een fiscale fiche.

Hoe worden zeer vermogende mensen rijker?

De meeste mensen bouwen vermogen op met wat overblijft nadat hun loon is belast. Ze sparen, betalen een woning af of beleggen een beperkt bedrag.

Bij de allerrijksten werkt vermogensgroei anders. Een groot deel van hun rijkdom bestaat uit aandelen, ondernemingsbelangen, vastgoed, fondsen en andere activa. Wanneer de waarde daarvan stijgt, groeit hun vermogen zonder dat er noodzakelijk geld op hun bankrekening wordt gestort.

Dat noemen we een niet-gerealiseerde meerwaarde.

Stel dat iemand aandelen bezit die op 1 januari 100 miljoen euro waard zijn. Aan het einde van het jaar bedraagt de marktwaarde 140 miljoen euro. Economisch is die persoon 40 miljoen euro rijker geworden. Maar zolang de aandelen niet worden verkocht, is die winst niet gerealiseerd.

Dat onderscheid is niet louter boekhoudkundig. Het heeft echte gevolgen.

Een groot aandelenvermogen kan dienen als waarborg voor een lening. De eigenaar kan zo koopkracht verkrijgen zonder aandelen te verkopen en zonder op dat moment een meerwaarde te realiseren. Daar staan natuurlijk rente, terugbetalingsverplichtingen en risico’s tegenover. Een lening is ook geen inkomen. Toch maakt deze techniek duidelijk waarom “niet verkopen” voor zeer vermogende mensen iets anders betekent dan voor een doorsnee spaarder.

Hoe groot is de vermogensongelijkheid in België?

België is een welvarend land en het woningbezit is relatief breed verspreid. Daardoor is ons vermogensbeeld minder extreem dan in sommige andere landen. Toch blijft vermogen veel ongelijker verdeeld dan inkomen.

Volgens de experimentele verdelingsstatistieken van de Nationale Bank bezat de rijkste 10 procent van de Belgische huishoudens eind 2024 54,9 procent van het totale nettovermogen. De onderste helft bezat samen 8,3 procent. Bij financiële activa is de concentratie nog groter: de rijkste 10 procent bezat 80 procent van de beursgenoteerde aandelen en 76 procent van de beleggingsfondsen. De Nationale Bank publiceerde deze cijfers in juni 2025.

We moeten die cijfers wel zorgvuldig lezen. Het gaat om experimentele statistieken waarin enquêtes en macro-economische rekeningen worden gecombineerd. Ze geven een veel beter beeld dan losse rijkenlijsten, maar het vermogen helemaal bovenaan blijft moeilijk exact te meten. Niet-beursgenoteerde ondernemingen, buitenlandse structuren en zeldzame bezittingen zijn nu eenmaal lastig te waarderen.

De cijfers tonen vooral dit: financiële vermogensgroei komt niet gelijkmatig bij alle huishoudens terecht.

Waarom betalen miljardairs soms relatief minder dan werknemers?

Niet omdat iedere miljardair letterlijk een lager wettelijk tarief heeft dan iedere werknemer. Zo eenvoudig is het niet.

Het verschil ontstaat door de aard en timing van de inkomsten.

Een werknemer ontvangt loon. Dat loon is zichtbaar, regelmatig en onmiddellijk belastbaar. Een zeer vermogende aandeelhouder kan rijker worden door waardestijgingen die pas bij verkoop worden belast. Zolang er niet wordt verkocht, kan de heffing worden uitgesteld.

Uitstel is economisch waardevol. Geld dat vandaag niet naar de fiscus gaat, kan verder renderen. Hoe langer het uitstel duurt, hoe groter dat voordeel kan worden.

Daar komt bij dat grote vermogens toegang hebben tot gespecialiseerde planning. Dat hoeft niet illegaal te zijn. Maar wie kan kiezen tussen vennootschappen, schenkingen, buitenlandse structuren, verschillende soorten activa en het moment van verkoop, heeft veel meer fiscale bewegingsruimte dan iemand die uitsluitend van een loon leeft.

De kern van de ongelijkheid is daarom niet alleen het tarief. Het is ook de mogelijkheid om te kiezen wanneer, waar en in welke vorm inkomen zichtbaar wordt.

klik op de afbeelding voor meer informatie

Heeft de nieuwe Belgische meerwaardebelasting het probleem opgelost?

Ze is een belangrijke stap, maar geen eindpunt.

Tot 2026 bleven meerwaarden op financiële activa bij het normale beheer van privévermogen vaak buiten de personenbelasting. De nieuwe heffing van 10 procent maakt de behandeling van kapitaalwinsten consistenter. Bovendien beschermt de jaarlijkse vrijstelling kleine beleggers gedeeltelijk.

Toch blijven er beperkingen.

Ten eerste worden alleen gerealiseerde meerwaarden belast. Wie een groot aandelenpakket jarenlang behoudt, betaalt op de jaarlijkse waardestijging nog geen meerwaardebelasting.

Ten tweede bedraagt het standaardtarief 10 procent, terwijl beroepsinkomsten progressief worden belast en bovendien sociale bijdragen financieren. Een exacte vergelijking is moeilijk, omdat kapitaal risico draagt en omdat vennootschapswinsten soms al eerder zijn belast. Maar het verschil in behandeling blijft zichtbaar.

Ten derde kunnen verliezen slechts onder voorwaarden en binnen de wettelijke regeling worden verrekend. Een goed systeem moet niet alleen winsten belasten, maar ook reële verliezen correct erkennen.

Ten vierde lost een belasting op financiële meerwaarden de afwijkende behandeling van vastgoedinkomsten, erfenissen, schenkingen en vennootschapsstructuren niet op.

De hervorming sluit dus één belangrijke opening, maar maakt van het Belgische fiscale huis nog geen samenhangend geheel.

Is een jaarlijkse vermogensbelasting dan de oplossing?

Het aantrekkelijke antwoord is: ja. Tel het vermogen van de allerrijksten op, trek hun schulden af en hef jaarlijks een klein percentage.

In theorie heeft zo’n belasting sterke voordelen.

  • Ze bereikt ook vermogen dat weinig of geen belastbaar inkomen oplevert.
  • Ze verkleint het voordeel van eindeloos belastinguitstel.
  • Ze kan zeer gericht worden toegepast met een hoge vrijstellingsdrempel.
  • Ze kan de bijdrage van de allerrijksten koppelen aan hun werkelijke economische draagkracht.

Maar de uitvoering is moeilijker dan de slogan.

Hoe waardeer je niet-beursgenoteerde ondernemingen?

Beursgenoteerde aandelen hebben dagelijks een marktprijs. Een familiebedrijf, kunstcollectie, buitenlands vastgoed of intellectueel eigendomsrecht heeft dat niet.

Een jaarlijkse waardering kan duur zijn en aanleiding geven tot discussies. Bovendien kan een ondernemer op papier zeer vermogend zijn, terwijl het grootste deel van dat vermogen vastzit in een bedrijf en er weinig vrij geld beschikbaar is om de belasting te betalen.

Daarom zijn uitstelregelingen, gespreide betaling en heldere waarderingsregels nodig. Zonder zulke waarborgen kan een belasting de verkoop van ondernemingsaandelen afdwingen, zelfs wanneer er nauwelijks persoonlijk cashinkomen is.

Belast je vermogen of rendement?

Een vermogensbelasting wordt geheven ongeacht het werkelijke rendement.

Een vermogen van 100 miljoen euro dat in een jaar 10 procent opbrengt, kan dezelfde vermogensbelasting dragen als een vermogen van 100 miljoen euro dat nauwelijks rendement oplevert. Daardoor belast een vaste vermogensheffing laag renderende activa relatief zwaarder dan zeer winstgevende activa.

Het Internationaal Monetair Fonds concludeert daarom dat het belasten van werkelijke kapitaalopbrengsten doorgaans minder verstorend en rechtvaardiger is dan een algemene vermogensbelasting. Het onderscheidt drie hefbomen: belasting op het rendement, belasting op de vermogensvoorraad en belasting bij overdracht via erfenis of schenking. Zie de nota How to Tax Wealth.

Ook de OESO waarschuwt dat een algemene vermogensbelasting minder overtuigend is wanneer een land al goed ontworpen belastingen op kapitaalinkomen, meerwaarden en erfenissen heeft. Wanneer die belastingen zwak, versnipperd of gemakkelijk te ontwijken zijn, wordt het argument voor een vermogensbelasting juist sterker. Zie The Role and Design of Net Wealth Taxes in the OECD.

Zal iedereen dan naar het buitenland vertrekken?

Dat argument wordt vaak als definitieve dooddoener gebruikt, maar zo eenvoudig is het niet.

Sommige zeer vermogende mensen kunnen verhuizen of hun vermogen anders structureren. De kans daarop stijgt wanneer één land alleen handelt, tarieven zeer hoog zijn of de regels vol uitzonderingen zitten. Ook kan het aangegeven vermogen sterker reageren dan het werkelijke investeringsgedrag: mensen veranderen eerst hun fiscale structuur voordat ze hun bedrijf of economische activiteit verplaatsen.

Maar daaruit volgt niet dat belasting onmogelijk is. Het betekent dat ontwerp en internationale samenwerking belangrijk zijn. Een hoge drempel, een breed gedefinieerde grondslag, een geloofwaardige exittaks, gegevensuitwisseling en Europese afspraken beperken ontwijking beter dan één opvallend tarief op een smalle basis.

Een miljardairstaks is niet hetzelfde als een vermogensbelasting voor de middenklasse

Dit onderscheid is essentieel.

Een gezin met een afbetaalde woning in Vlaanderen kan op papier een aanzienlijk vermogen hebben, maar daarom nog geen hoog inkomen of grote financiële portefeuille. Vooral oudere eigenaars kunnen “vermogend” lijken en tegelijk weinig beschikbare middelen hebben.

Een belasting die al vanaf een relatief lage drempel de gezinswoning, het pensioensparen en een beperkte spaarbuffer omvat, kan de middenklasse raken en het maatschappelijke draagvlak verliezen.

Een echte heffing op ultrahoge vermogens begint daarom pas bij een zeer hoge grens, werkt met nettovermogen na aftrek van echte schulden en bevat regels voor liquiditeitsproblemen. Ze mag ook niet worden uitgehold door zoveel uitzonderingen dat alleen de gemakkelijk meetbare bezittingen overblijven.

Wie de allerrijksten wil belasten, moet vermijden dat uiteindelijk vooral de goed zichtbare, weinig mobiele middenklasse betaalt.

Wat zou voor België beter werken?

De beste Belgische oplossing is geen losstaande taks met een sterke naam. Ze bestaat uit een pakket waarin de verschillende onderdelen elkaar versterken.

1. Belast werkelijke kapitaalopbrengsten consequenter

Dividenden, interesten, huurinkomsten en gerealiseerde meerwaarden hoeven niet exact hetzelfde tarief te krijgen. Ze zijn economisch niet identiek. Maar de verschillen moeten uitlegbaar zijn en mogen geen uitnodiging vormen om hetzelfde economische inkomen kunstmatig in een gunstiger vorm te gieten.

De meerwaardebelasting van 2026 kan daarom het begin zijn van een bredere, stabiele belasting op netto kapitaalinkomen. Daarbij horen een redelijke vrijstelling voor kleine spaarders, correcte verliesverrekening, bescherming tegen belasting op louter inflatoire winst en zo weinig mogelijk uitzonderingsregimes.

2. Maak de belasting op vastgoedinkomsten moderner

Het kadastraal inkomen is geen actuele marktwaarde en evenmin de werkelijke huur. Daardoor kan de fiscale behandeling sterk afwijken van het echte rendement.

Een hervorming zou kunnen uitgaan van werkelijke nettohuur: ontvangen huur min aantoonbare onderhouds-, renovatie- en financieringskosten. De eigen gezinswoning en sociale of betaalbare verhuur kunnen gericht worden beschermd. Zo vermijd je dat een kleine verhuurder met hoge renovatiekosten hetzelfde wordt behandeld als een grote vastgoedportefeuille met hoge netto-opbrengsten.

klik op de afbeelding voor meer info

3. Hervorm erfenissen en schenkingen als één geheel

Een samenleving kan inspanning en ondernemerschap waarderen en tegelijk erkennen dat een grote erfenis de draagkracht van de ontvanger verhoogt zonder dat die ervoor heeft gewerkt.

België kent gewestelijke erf- en schenkbelastingen. In Vlaanderen lopen de gewone tarieven in rechte lijn en tussen partners op van 3 naar 9 en 27 procent, met vrijstellingen en gunstregimes. Roerende schenkingen kunnen onder voorwaarden tegen vaste, lagere tarieven worden geregistreerd. Dat maakt vooraf plannen fiscaal vaak gunstiger dan erven. De officiële tarieven staan op de pagina’s over erfbelasting en schenkbelasting.

Een eerlijker systeem bekijkt schenkingen en erfenissen over een langere periode samen. Het beschermt bescheiden nalatenschappen en de langstlevende partner, maar beperkt constructies waardoor zeer grote vermogens vrijwel onbelast tussen generaties kunnen worden overgedragen.

Voor echte familiebedrijven kan een gunstregeling verantwoord zijn wanneer de onderneming, werkgelegenheid en activiteit daadwerkelijk worden voortgezet. Een passieve beleggingsportefeuille in een vennootschap is iets anders dan een bedrijf waarin mensen werken en produceren.

4. Maak van de effectentaks een heffing op de persoon, niet alleen op de rekening

De huidige taks kijkt naar effectenrekeningen boven een drempel. Daardoor is de vorm waarin vermogen wordt aangehouden belangrijk.

Een consequenter model telt het netto financiële vermogen van een belastingplichtige over rekeningen en instellingen heen samen, inclusief relevante buitenlandse tegoeden. Met een zeer hoge vrijstelling kan de heffing gericht blijven op grote vermogens. Dat vraagt wel robuuste gegevensbescherming, duidelijke schuldregels en een sluitende aanpak van kunstmatige verschuivingen.

klik op de afbeelding voor meer informatie

5. Voer een minimumbijdrage in voor ultrahoge vermogens

Voor de absolute top kan een minimum effectieve belasting nuttig zijn. Het principe is eenvoudig: bereken hoeveel belasting iemand al betaalt op persoonlijk kapitaalinkomen, gerealiseerde winsten en bepaalde vermogensheffingen. Blijft die totale bijdrage onder een afgesproken minimum in verhouding tot het zeer grote vermogen, dan volgt een aanvullende heffing.

Zo’n systeem is beter dan blind alle bestaande belastingen boven op elkaar te stapelen. Het voorkomt dat iemand met hoge reeds belaste opbrengsten dubbel wordt geraakt, terwijl iemand die zijn economische inkomen jarenlang buiten beeld houdt wel een minimumbijdrage levert.

Onderzoek voor internationale belastingcoördinatie heeft een minimum van 2 procent van het vermogen als mogelijke norm voor miljardairs onderzocht. De geraamde wereldwijde opbrengst bedraagt 200 tot 250 miljard dollar per jaar bij ongeveer 3.000 belastingplichtigen. Dat is geen kant-en-klaar Belgisch tarief, maar wel een bruikbaar vertrekpunt voor Europese samenwerking. Zie de blauwdruk van het EU Tax Observatory.

6. Investeer in transparantie en handhaving

Een tarief op papier brengt niets op wanneer de belastbare grondslag onzichtbaar blijft.

Daarom zijn een volledig beeld van uiteindelijke begunstigden, internationale gegevensuitwisseling, een goed werkend centraal aanspreekpunt voor financiële rekeningen en voldoende gespecialiseerde controleurs onmisbaar. Wie correct aangeeft, mag niet het gevoel krijgen dat ingewikkelde structuren automatisch worden beloond.

Fraude bestrijden is bovendien iets anders dan legale optimalisatie beperken. Fraude vraagt opsporing en sancties. Onwenselijke maar legale ontwijking vraagt betere wetgeving met minder achterpoortjes.

7. Gebruik de opbrengst zichtbaar om arbeid en kansen eerlijker te maken

Een hervorming krijgt pas maatschappelijk draagvlak wanneer burgers begrijpen wat ermee gebeurt.

Extra inkomsten uit vermogen kunnen worden gebruikt om de belastingdruk op lage en middenlonen te verlagen, kinderopvang toegankelijker te maken, betaalbaar wonen te ondersteunen, gezondheidszorg te beschermen en onderwijs sterker te financieren.

Dan gaat het debat niet langer alleen over “iets afnemen van de rijken”. Het gaat over de vraag hoe we de lasten van onze samenleving verdelen en welke kansen we samen mogelijk maken.

Wat zijn de sterkste tegenargumenten?

Een eerlijk debat neemt bezwaren serieus.

“Vermogen werd al belast toen het werd verdiend.”
Dat klopt voor een deel van het vermogen, bijvoorbeeld spaargeld uit een nettoloon. Maar het geldt niet op dezelfde manier voor onbelaste waardestijgingen of zeer voordelig overgedragen rijkdom. Bovendien belast ieder stelsel dezelfde euro op verschillende momenten: bij verdienen, bezitten, overdragen en consumeren. De vraag is niet of belasting meer dan één keer voorkomt, maar of de totale verdeling redelijk is.

“Miljardairs creëren werkgelegenheid.”
Ondernemers en investeerders kunnen enorme economische waarde creëren. Dat rechtvaardigt voorspelbare regels en bescherming van productieve investeringen. Het betekent niet dat iedere vermogensgroei onbeperkt fiscaal moet worden vrijgesteld. Infrastructuur, onderwijs, rechtszekerheid en gezonde werknemers dragen eveneens bij aan ondernemingssucces.

“Een vermogensbelasting brengt minder op dan beloofd.”
Dat risico is reëel wanneer de grondslag smal is, waarderingen zwak zijn en ontwijking gemakkelijk blijft. Daarom zijn voorzichtige ramingen en onafhankelijke evaluaties nodig. Een belasting mag niet worden verkocht als wondermiddel voor elk begrotingsprobleem.

“De rijken vertrekken.”
Een deel kan fiscaal mobiel zijn. Maar ondernemingen, personeel, klanten, familiebanden en vastgoed zijn minder mobiel dan een bankrekening. Internationale samenwerking en een goed ontworpen exittaks zijn doeltreffender dan beleid uit angst volledig opgeven.

De echte keuze gaat over macht, kansen en wederkerigheid

Belastingen zijn nooit alleen cijfers. Ze vertellen ook welk gedrag een samenleving beloont en wie ze vraagt om bij te dragen.

Wanneer iemand met een loon weinig ruimte heeft om het moment of de vorm van belasting te kiezen, terwijl iemand met een zeer groot vermogen toegang heeft tot jaren uitstel en complexe structuren, ontstaat meer dan een financieel verschil. Er ontstaat een verschil in handelingsruimte en macht.

Dat tast het vertrouwen aan.

Mensen zijn vaak bereid bij te dragen wanneer ze geloven dat de regels begrijpelijk zijn, publieke diensten werken en iedereen naar draagkracht meedoet. Ze haken af wanneer ze ervaren dat braaf en zichtbaar zijn fiscaal nadelig is, terwijl complexiteit wordt beloond.

Daarom moeten we oppassen voor twee karikaturen.

Niet iedere vermogende persoon is een uitbuiter. En niet iedere vraag om hogere vermogensbelastingen is jaloezie.

De kern is wederkerigheid. Wie uitzonderlijk veel mogelijkheden uit een samenleving haalt, mag ook een uitzonderlijke verantwoordelijkheid dragen voor de voorwaarden die dat succes mogelijk maakten.

Conclusie: moeten we miljardairs meer belasten?

Ja, wanneer hun totale bijdrage duidelijk achterblijft bij hun economische draagkracht. Maar een losse miljardairsbelasting is niet genoeg.

België heeft vooral nood aan een belastingstelsel dat minder kijkt naar het etiket op een inkomen en meer naar de werkelijke draagkracht erachter. Een stelsel dat arbeid minder zwaar belast, kapitaalopbrengsten consequenter behandelt, grote vermogensoverdrachten eerlijker belast en kleine spaarders, de gezinswoning en echte ondernemingscontinuïteit beschermt.

Voor ultrahoge vermogens kan een Europese minimumbijdrage het sluitstuk zijn. Niet als straf voor succes, wel als verzekering tegen een systeem waarin de grootste vermogens door uitstel, uitzonderingen en grensoverschrijdende structuren uiteindelijk relatief weinig bijdragen.

Fiscale rechtvaardigheid betekent niet dat iedereen hetzelfde betaalt.

Ze betekent dat de sterkste schouders werkelijk sterker dragen — en dat wie werkt, zorgt, onderneemt of spaart kan vertrouwen op regels die begrijpelijk, consequent en menselijk zijn.

Hoe kijk jij hiernaar? Zou België beter kiezen voor een afzonderlijke miljardairstaks, voor een bredere hervorming van kapitaalinkomsten en erfenissen, of voor een combinatie van beide? Deel je visie respectvol.

Wij vallen. Wij staan op. Wij groeien. Jouw verhaal telt.

Snelle antwoorden

Moet België miljardairs zwaarder belasten?
Ja, wanneer hun effectieve bijdrage niet overeenstemt met hun draagkracht. De belasting moet wel juridisch houdbaar, moeilijk te ontwijken en internationaal afgestemd zijn.

Heeft België al een vermogensbelasting?
België heeft geen algemene belasting op het volledige nettovermogen, maar wel meerdere belastingen op delen van vermogen en vermogensinkomsten.

Wat veranderde in 2026?
Er kwam een algemene heffing van meestal 10 procent op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa, met een jaarlijkse basisvrijstelling van 10.000 euro. Ook de taks op grote effectenrekeningen werd verhoogd.

Wat is volgens onderzoek de beste aanpak?
Eerst werkelijke kapitaalopbrengsten en grote vermogensoverdrachten consequent belasten. Voor ultrahoge vermogens kan een aanvullende minimumbelasting voorkomen dat de effectieve bijdrage te laag blijft.

Veelgestelde vragen

1. Wat is een miljardairsbelasting?

Dat is een verzamelnaam voor een belasting die uitsluitend of vooral mensen met een vermogen van minstens één miljard treft. Ze kan worden berekend op het nettovermogen, op niet-gerealiseerde winsten of als aanvulling tot een minimale effectieve belasting.

2. Heeft België in 2026 een algemene vermogensbelasting?

Nee. België belast wel verschillende vermogensbestanddelen en inkomsten, maar telt niet jaarlijks alle bezittingen en schulden van iedere belastingplichtige samen voor één algemene nettovermogensbelasting.

3. Wat is de Belgische meerwaardebelasting van 2026?

Vanaf 1 januari 2026 worden gerealiseerde winsten op veel financiële activa meestal tegen 10 procent belast. Voor aanslagjaar 2027 geldt een jaarlijkse basisvrijstelling van 10.000 euro per belastingplichtige.

4. Worden niet-gerealiseerde meerwaarden in België belast?

Niet door de nieuwe meerwaardebelasting zolang het actief niet wordt verkocht. Sommige vermogensbestanddelen kunnen wel onder andere heffingen vallen, zoals de jaarlijkse taks op grote effectenrekeningen.

5. Hoe hoog is de taks op effectenrekeningen in 2026?

Voor referentieperioden die vanaf 1 juni 2026 eindigen, bedraagt het tarief 0,30 procent voor effectenrekeningen waarvan de gemiddelde waarde boven één miljoen euro ligt.

6. Waarom is een effectenrekeningentaks geen volledige vermogensbelasting?

Omdat de heffing naar de waarde van een effectenrekening kijkt en niet automatisch naar het volledige nettovermogen van de persoon. Andere bezittingen en schulden vallen niet op dezelfde wijze in de berekening.

7. Worden huurinkomsten in België op de werkelijke huur belast?

Bij particuliere bewoning doorgaans niet: de aangifte vertrekt van het kadastraal inkomen. Bij professioneel gebruik van het verhuurde pand speelt de werkelijke huur wel een rol.

8. Waarom is arbeid in België belangrijk in dit debat?

Omdat België arbeid uitzonderlijk zwaar belast. De OESO berekende voor een alleenstaande werknemer met een gemiddeld loon in 2025 een belastingwig van 52,5 procent.

9. Kan een miljardair leven zonder aandelen te verkopen?

Dat kan gedeeltelijk door dividenden, andere inkomsten of leningen met activa als waarborg. Een lening is geen inkomen en moet worden terugbetaald, maar kan wel toelaten verkoop en dus de realisatie van een meerwaarde uit te stellen.

10. Leidt een vermogensbelasting tot kapitaalvlucht?

Ze kan fiscale verhuizing en herstructurering uitlokken, vooral bij hoge tarieven, smalle grondslagen en weinig internationale samenwerking. Dat risico kan worden beperkt, maar niet volledig uitgesloten.

11. Raakt een vermogensbelasting ook de middenklasse?

Dat hangt af van de drempel en de grondslag. Een zeer hoge vrijstelling en bescherming voor de gewone gezinswoning, pensioenen en beperkte buffers kunnen de heffing op ultrahoge vermogens richten.

12. Is het beter om rendement of vermogen te belasten?

Het IMF beschouwt belasting op werkelijke kapitaalopbrengsten doorgaans als minder verstorend en rechtvaardiger. Een vermogensheffing kan wel een aanvullende rol spelen wanneer opbrengsten langdurig buiten de heffing blijven.

13. Waarom zijn erf- en schenkbelastingen belangrijk?

Omdat ze vermogen belasten wanneer het zonder arbeid van de ontvanger wordt overgedragen. Ze kunnen de concentratie van rijkdom tussen generaties beperken, op voorwaarde dat schenkingen en erfenissen samenhangend worden behandeld.

14. Wat is de beste oplossing voor België?

Een combinatie: lagere druk op arbeid, consequente belasting van netto kapitaalopbrengsten, modernere vastgoedfiscaliteit, eerlijkere belasting van grote erfenissen en een Europese minimumbijdrage voor ultrahoge vermogens.

Synoniemen en gerelateerde keyphrases: miljardairstaks België, vermogensbelasting België, rijken meer belasten, eerlijke vermogensfiscaliteit

Slug: miljardairs-belasten-belgie

Bronnen

  1. FOD Financiën – Meerwaardebelasting
  2. FOD Financiën – Jaarlijkse taks op de effectenrekeningen
  3. FOD Financiën – Inkomsten van spaargeld en beleggingen
  4. FOD Financiën – Verhuur aan een persoon die het goed privé gebruikt
  5. FOD Financiën – Verhuur voor professioneel gebruik
  6. Nationale Bank van België – Distributional Wealth Accounts, update 2024Q4
  7. OESO – Taxing Wages 2026
  8. OESO – The Role and Design of Net Wealth Taxes
  9. Internationaal Monetair Fonds – How to Tax Wealth
  10. EU Tax Observatory – Blueprint for a minimum effective tax on ultrahigh net worth
  11. Vlaamse overheid – Algemene tarieven in de erfbelasting
  12. Vlaamse overheid – Tarieven in de schenkbelasting

Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.

Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.

Zie je een fout of heb je een vraag?

We doen ons best om de informatie op narcisme.blog zo zorgvuldig, correct en actueel mogelijk te houden. Toch kan er altijd ergens een fout, onduidelijkheid of verouderde informatie staan.

Merk je een onjuistheid op, heb je een inhoudelijke vraag of denk je dat bepaalde informatie moet worden aangepast? Laat het ons dan gerust weten via het daarvoor voorziene contactkanaal.

We bekijken meldingen zo zorgvuldig mogelijk en passen informatie aan wanneer daar een gegronde reden voor is. Ook verzoeken om bepaalde inhoud te corrigeren, aan te vullen of te verwijderen worden ernstig genomen en individueel beoordeeld.

Om je vraag efficiënt te kunnen behandelen, vragen we om dezelfde melding niet via verschillende kanalen tegelijk te versturen. Eén duidelijke boodschap met de link naar de betreffende pagina en een korte toelichting helpt ons het snelst verder.

Betrouwbare informatie, transparantie en respect voor onze lezers staan voor narcisme.blog centraal. Daarom waarderen we het wanneer je ons attent maakt op mogelijke fouten of verbeterpunten.

klik op de afbeelding voor meer informatie

✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier!

Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!

Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.

👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.

Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.

👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.

Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq

Gebruik het contactformulier!

We zijn benieuwd naar je reactie hieronder!Reactie annuleren