Ik ben Annemie Declercq, wonende in Hooglede, West-Vlaanderen – België.

“I have a dream”… Toen ik vanmorgen wakker werd, vertelde ik aan mijn man bij de ontbijttafel dat mijn droom over Martin Luther King ging. “Onvoorstelbaar”, zei m’n man, maar toch was het zo. 
Alsof Dr. King me weer op éen of andere manier wou wakker schudden en me wilde duidelijk maken dat we de missie hadden en konden zeggen ‘that one day people will not be judged”.

Tijdens mijn jeugd was sociaal engagement een absolute must.  Ik werkte graag met sociaal verwaarloosde kinderen, hielp in de 4de wereld beweging, was groepsleidster van de Chiro, deed migrantenwerking in Brussel en ging mee op bouwkamp.

Als 20-jarige startte ik op 1/2/1988 mijn loopbaan in de VDAB in Roeselare.

Daar kwam ik dagelijks in direct contact met de meest kwetsbaren in de maatschappij. In het begin startte ik als administratief medewerkster in een opleidingscentrum van de VDAB.

Via mijn ervaringsbewijs consulente die ik behaalde via Vokans, kreeg ik de kans om in 2007 als consulente te werken in het opleidingscentrum van de bouw.
Sinds september 2004 oefen ik mijn huidige functie uit als werk- welzijnsconsulente in de VDAB van Roeselare waarbij ik de verantwoordelijkheid heb om zowel mensen in armoede als de kwetsbare jongeren te begeleiden en te ondersteunen.

9 jaar geleden, wanneer ik 45 jaar was, ben ik gestart met de opleiding professionele bachelor in de orthopedagogie.

via afstandsleren aan de hogeschool in HoGent. Ik ben in september 2019 officieel afgestudeerd.

Gans de theorie rond integrale jeugdzorg en de nieuwe jeugdwerkdecreten heb ik ook tijdens mijn opleiding orthopedagogie aandachtig gevolgd en gestudeerd.

De cursus orthopedagogie biedt mij de mogelijkheid om mensen met hun kwetsuren nog meer te begrijpen en te begeleiden. Intussen kan ik nu al zeggen dat mijn taak als orthopedagoge nooit af is en constant verandert.

In november 2019 en februari 2020 ben ik ook gaan spreken in de praktijklessen van studenten orthopedagogie voor een volledige groep studenten en docenten vanuit mijn eigen praktijkervaring rond armoede en kwetsbare jongeren.  Tijdens mijn 6 jaar studies ben ik blijven voltijds werken.

Sinds februari 2013 zijn m’n man en mezelf eveneens pleegouders van een meisje dat nu 8 jaar is.

7 jaar gaat ze al mee met ons op stap. Dit omvat niet alleen haar eigen ik en wij als pleegouders, maar ook alle instanties die daaraan verbonden zijn zoals de dienst pleegzorg, de jeugdrechtbank, de jeugdrechtbankconsulente, de biologische ouders, enz.

Kortom een kluwen van netwerken waar je rekening mee moet houden, waar je afspraken moet mee maken, en waar je tot een resultaat moet mee komen. En weliswaar dit lukt!

Het blijft een passie voor mij om mensen te helpen. Zij zijn werkzoekenden, mensen aan de rand van de samenleving die soms al afgeschreven zijn uit de maatschappij en waar ze zich nog moeten bewijzen.

Martin Luther King omschrijft dit volgens mij in één van zijn treffendste citaten namelijk dat:

‘mensen die deel uitmaken van de maatschappij, beschermen deze maatschappij. Wanneer dit niet het geval is, zullen ze deze maatschappij onbewust willen vernietigen‘. Het alternatief is ervoor te zorgen dat er in onze samenleving iets is wat er wel toe doet voor hun. Zelf werk ik dus 31 jaar in de VDAB waarvan 7 jaar als werk-welzijnsconsulente.

Veel jongeren passeren mijn bureau. Veel jongeren zoek ik op in hun leefwereld.

Jongeren die onder de radar verdwenen waren, die geen hoop meer hebben. Ze komen uit voorzieningen, uit instellingen.

Veel jongeren vertellen dan hun verhaal waar het verkeerd gelopen is in hun jeugd, welke wantoestanden ze zelf ook meegemaakt hebben. Daarvan zeggen ze dat er niet naar hun geluisterd wordt en werd.

Mijn doelgroep bestaat uit arme werkzoekenden die op de eerste plaats niet aan de slag geraken en die extra ondersteuning nodig hebben.

In VKoN en @narcismeHelp zijn het mensen die door zelfhelpgenezing hun trauma willen herstellen, trauma opgelopen ten gevolge van een relatie met een narcist. Mijn visie is dat ik de mens benader in het gewoon kunnen zijn en  waarin iedereen tot zijn recht komt en in zijn waardigheid erkend wordt.

Wanneer ik naar de verhalen van mijn mensen luister, valt het op hoe vaak zij het hebben over de momenten waarop zij object waren voor de ander, de momenten waarop niemand met hen rekening hield.

Ze waren object voor de mensen met wie zij leefden, maar zij waren ook object voor hun werkgever of voor een hulpverlener. Zij waren een werkkracht of een geval of een obstakel. Vaak waren zij de derde in een relatie en werden er voor hun keuzes gemaakt die geen rekening hielden met hun belangen.

Zij vertellen me ook hoe vaak en hoe zeer zij hebben geprobeerd wel rekening te houden met de belangen van de ander, hoe erg zij proberen het goede te doen.

Mijn mening is eveneens dat mensen in armoede en mensen met een trauma ten gevolge van narcistisch misbruik nog veel te vaak onder de radar verdwijnen. Het is een doelgroep waar men niet zo graag mee werkt. Misschien omdat ze ons te veel doen denken aan wie zijn verantwoordelijkheid dit is als mensen in armoede leven en onder trauma van narcistisch misbruik leven?

Het is mijn ervaring dat armoede en narcistisch misbruik een onrecht en een schending van de mensenrechten is. 

Armoede heeft voor hun enorme gevolgen voor de gevoelswereld. Deze uitsluiting zorgt er ook voor dat mensen in armoede andere kennis en vaardigheden opbouwen dan de rest van de samenleving en het zo moeilijker hebben om hier aan deel te nemen.

De structurele uitsluitingsmechanismen en de verschillende effecten hiervan zorgen voor een kloof, een missing link tussen het leven van de arme en dat van de niet arme.

De missing link gaat evenzeer over het zich niet bewust zijn dat men al die aspecten van elkaars leefwereld niet kent. Dit niet begrijpen van elkaar, zorgt voor misverstanden in de communicatie. En dan voelen we ons allemaal onbegrepen.

Tijdens mijn contacten met verschillende OCMW consulenten uit de regio,  weet ik uit ervaring dat samenwerken met elkaar telkens leidt tot een beter resultaat.

Verbinding is dus belangrijk. Verbinding kan enkel plaatsvinden als eerst veiligheid geïnstalleerd wordt.

En dit vraagt tijd. Tijd voor ontmoeting, tijd voor verbinding.
De mens in armoede of met trauma heeft dit existentieel verlangen naar verbinding. Ik  heb ook dit verlangen naar verbinding. Twee existentiële verlangens naar verbinding ontmoeten elkaar.

Bouwen aan verbindingen is ook bouwen aan een plek waar mensen, mensen mogen zijn of een relatie aangaan waar ze met hun verhaal terecht kunnen, een veilige en vertrouwde vluchthaven.

Van hieruit kunnen bruggen worden gelegd naar de samenleving. Verbindend werken is dus een langzaam proces waarin mensen terug van betekenis zijn en om in dialoog te kunnen gaan. In dialoog kan de mens in armoede  opnieuw van betekenis zijn.

Hij of zij is opnieuw iemand.

Hij ervaart dat relaties toch betrouwbaar kunnen zijn. De basis van veilige hechting.  Hieruit kan hij kracht halen om de dialoog op te nemen met wie hij in zijn context-verbonden is. Hierin zitten bronnen van kwetsuren maar ook van genezing. Het ene kan niet zonder het andere.

Binding en hechting zijn een van de belangrijkste bouwstenen in de persoonlijkheidsontwikkeling.

Ze helpen mensen om een basisvertrouwen te krijgen, zich emotioneel te uiten, open naar de wereld durven te kijken en om gezonde relaties aan te gaan. Het is ook een belangrijke basis om te kunnen reflecteren over zichzelf en de ander. 

Voor mensen met een trauma ten gevolge van narcistisch misbruik die zelf deze veilige hechting nooit gekend hebben, is het heel moeilijk om dit aan hun kinderen te geven. Het steeds opnieuw overdragen van de onveilige gehechtheid is een belangrijk element in de vicieuze cirkel van armoede en trauma.

Armoede gaat eveneens gepaard met een gevoel van gemis.

Verlangens en dromen kunnen, maar beperkt gerealiseerd worden omwille van allerlei redenen. Van hieruit vertrekt de belangrijkste wens bij mensen in armoede, de wens dat hun kinderen het beter zullen hebben.

Tijdens mijn begeleiding van mijn klanten heb ik eveneens oog voor de kinderen die opgegroeid zijn in armoede. Dit doe ik vooral door op huisbezoek te gaan, zodat ik kan  inzien in welke omstandigheden de kinderen opgroeien. Ik zorgde er dan ook wel voor dat alle rechten voor de kinderen toegekend waren of dat op z’n minst toch de nodige stappen gezet worden hierin.

Door mijn ervaring weet ik intussen dat  niet alle rechten automatisch toe komen bij deze mensen.  

Daarom dat het van essentieel belang is dat deze mensen in mij een vertrouwenspersoon zien, zodat hun rechten wel degelijk kan nagekomen worden.
Door outreachend te gaan werken, krijg ik toegang tot hun leefwereld en komen volgende punten zeker aan bod.

Geen, slechte of  ongezonde huisvesting, gebrek aan gezonde voeding, toegang tot medische hulp, contacten met school om bijvoorbeeld schoolfacturen gespreid te betalen, contacten leggen met hun collectieve schuldbemiddelaar om toch wat flexibiliteit aan de dag te leggen als er eens iets extra’s diende aangekocht te worden voor de kinderen.

Als ik zag dat het structureel niet werkte of het te lang duurde voordat iets in orde kwam, organiseerde ik zelf  inzamelingsacties voor kledij en als Sinterklaas en als de eindejaarperiode dichterbij kwam, zorgde ik wel dat elk kind ook effectief iets kreeg.  Ik deed dit voor alle kinderen, ongeacht hun afkomst, nationaliteit of statuut.

Voor mij is het dus belangrijk dat de kinderen en jongeren een stem krijgen, dat er geluisterd wordt naar hen. Op een begrafenis van één van mijn mensen heb ik tijdens een toespraak een belofte gemaakt aan hem. Een belofte waarbij ik tegen mezelf zei dat ik zal blijven strijden tegen het onrecht en mijn stem zal laten horen voor de stemlozen die op mijn pad komen.

Het is immers belangrijk dat ik zicht krijg op de maatschappelijke tendensen. 

Het is voor mij belangrijk dat ik de durf ontwikkel om elkaar te stimuleren om dus maatschappelijk iets te veranderen.

Behalve dossiers van mijn mensen, bewaar ik ook specifiek kinderkledij en speelgoed in de kasten van mijn bureau. Als orthopedagoog stel ik me telkens de vraag of een kind of jongere wel degelijk in een veilige situatie opgroeit en leeft. Zo rapporteer ik zeker onveilige situaties als kindermishandeling, ongecontroleerd druggebruik bij de ouders, lichamelijke en emotionele verwaarlozing bij de juiste instanties.

Wanneer hun tijd rijp was om werk te zoeken, kon ik dan in vele situaties kijken voor gepaste tewerkstelling. Deze tewerkstelling leidde in vele gevallen naar tewerkstelling in de sociale economie zoals Mariasteen in Gits en andere maatwerkbedrijven in de regio. Het maken van een ICF verslag om die erkenning te krijgen via de dienst gespecialiseerde screening is dus voor mij ook heel vertrouwde materie.

Vandaar dat onze houding van cruciaal belang is hoe je omgaat met kwetsbare mensen.

Ik heb voor mezelf de opdracht gegeven om aan ‘de arme’ of de persoon getraumatiseerd door narcistisch misbruik de mogelijkheid te bieden om vrienden te zijn. De arme werkzoekende kunnen me onderwijzen, ze kunnen me vormen. Als ik hun iets wil geven, als ik iets wil bieden, dan zal het van die aard zijn dat zij van mij de gelegenheid krijgen om aan mij meer terug te geven dan wat ik hun gegeven heb.

Want dat wil ik:  dat hun wereld en mijn wereld dichter bij elkaar komt.

En ken ik onze wereld dan misschien goed, hun wereld, wie ze zijn, wat ze meemaken, daarvan zie ik slechts op de eerste plaats de buitenkant.
Nooit zal de wereld van de armste uit de miserie geraken als ik niet geloof, niet overtuigd bent dat zij daar zelf kunnen uit opstaan. Daarom moet ik hen vragen me te helpen.

Ik ben diegene die geholpen moet worden om dichter bij hen te komen. Ik zal hen vragen moeten stellen, hun kennis van de miserie serieus moet opnemen.

Als werk-welzijnsconsulente in de VDAB werk ik in alle levensdomeinen die belangrijk zijn voor mijn mensen. Doorverwijzing en samenwerking met de verschillende diensten is dus een belangrijke doelstelling in mijn werk. Het is dus evident dat ik dit dus in mijn toekomstige job ook zal blijven verder nastreven.

Door zelf al zo lang in de VDAB te werken, ben ik ook vertrouwd met de informatie, -communicatie en registratiesystemen die een Vlaamse overheid met zich meebrengt.

Zo zijn mijn man en mezelf kortgeleden in contact gekomen met het kinderrechtencommissariaat waarbij we de situatie van ons ander pleegkindje (20 maanden) wilden aankaarten om duidelijkheid te scheppen in gans dit dossier.

Voor mijn huidige functie in de VDAB ben ik begin februari 2020  met de expert intensieve dienstverlening VDAB Brussel  in de gebouwen van de Vlaamse overheid geweest, om het belang van groepssessies voor kwetsbare mensen te helpen verdedigen in het kabinet van minister Crevits.

Mijn input vanop de werkvloer was zo een meerwaarde om de mensen van het kabinet te overtuigen van de meerwaarde van het groepsaanbod. Dit leidde tot een positief resultaat, zodat de groepsluiken opnieuw kunnen beginnen.

Waar ik ook nog ervaring opdeed:

monitrice op het speelplein gedurende verschillende jaren


Vrijwilligster in Ster der Zee te Koksijde: tehuis voor sociaal
verwaarloosde kinderen


monitrice bij straatkinderen Brussel gedurende vakantieperiode


3 jaar chiroleidster en groepsleidster Oostnieuwkerke


vakantiemama voor kindjes vreugdezaaiers


10 jaar voorzitster oudercomité Vrije Basisschool Sleihage


pleegmama van Helena en Levy


actief lid van De Lier Brugge (een vernieuwend liturgisch project) waarbij
ik lid van de stuurgroep en voorganger ben

orthopedagogoog bij VDAB
met aansluitend bachelorproef “een gekleurde stoel voor een
veerkrachtig gevoel”

Mijn bachelorproef:

“Een gekleurde stoel voor een veerkrachtig gevoel”
Hoe kan ik zelf vanuit mijn rol als armoede consulente in de VDAB
inspelen op de binnenkant van mensen in armoede om hun draagkracht en draaglast in evenwicht te houden en/of sterker te maken om zo te
kunnen participeren in de maatschappij en meer specifiek op het
levensdomein werk