Hoe werkt dat eigenlijk psychologie? 

Functionele analyse en klinisch relevant gedrag van de klant.

Zoals ik in een vorige post al zei over dit onderwerp (deel 1), is de tool die we gaan gebruiken de functionele analyse (AF). Dat is de centrale as van het theoretische model dat ik hier ga presenteren.

Met deze tool kunnen we de juiste technieken ontwerpen en toepassen op het probleem van de klant. Dit alles nadat hij de functionaliteit van zijn gedrag heeft geanalyseerd  om de problemen die hem bij het consult brengen te verklaren.

Daarbij dienen we er voor te zorgen dat we geen contextuele variabelen verliezen.

Alvorens verder te gaan, ALLE psychologische functies moeten worden begrepen als gedrag ; “Doen”, “zeggen”, “voorstellen”, “emoties hebben”, “onthouden” en “denken”.

Het is niet de bedoeling om nu het debat in te gaan over de vraag of denken een stil praatje is. Zoals Marino Pérez zelf zegt of, integendeel, het cognitieve is anders dan de verbale.

Als eenmaal begrepen is dat ALLE gedrag dient begrepen te zijn, moet u het gedrag als interactie bekijken.

Dat wil zeggen, het heeft geen eigen extensie, maar het houdt een relationele eigenschap tussen twee variabelen.

Deze hele benadering is gebaseerd op de uitgangspunten van radicaal behaviorisme voorgesteld door Skinner, waar taal zou worden geanalyseerd als verbaal gedrag. 

Rekening houdend met het milieukarakter in de analyse van gedrag, worden de pathologische verschijnselen aangepakt door een contextuele therapie .

Taal is en refereert aan een zinvolle sociaal-culturele praktijk waar in deze praktijk de taal de stoornis zelf genereert.

Dus, hoe verander je het probleemgedrag?

Therapeutische verandering vindt niet op onverklaarbare wijze plaats.

Het is het gevolg van  verbale interactie binnen de therapie waar een aantal klinisch relevante gedragingen worden beschouwd (CCR). Deze interactie vindt plaats in een natuurlijke context. 

Met andere woorden, de problematische gedragingen of psychische problemen verschijnen op dezelfde manier waarop ze verschijnen in de externe omgeving.

Daardoor kan de klant het probleem ook gaan zien en toestaan dat de therapeut handelt. Door dit leerproces ontstaat rechtstreeks een bevorderende generalisatie.

De verandering komt door middel van leerprocessen die ons in staat stellen om het probleemgedrag te veranderen in meer adaptieve gedrag.

Belangrijk punt: alles dat eerder is geformuleerd, helpt niet veel zonder de ontwikkeling van een goede therapeutische relatie.

De therapeutische relatie zal de sleutel zijn tot het produceren van de verandering.

Bevordering van de processen van leren en generalisatie van wijzigingen in externe contexten van de probleemstelling komt er door interactie in de therapie.

Tot slot wil ik benadrukken dat de meeste psychologische modellen het therapeutische proces baseren op een verbale interactie tussen therapeut en cliënt.

Maar in principe zou ook een non-verbale die mogelijkheid geven zoals in creatieve therapieën (muziek, dans, schilder, bio-energetica enz)

Het belang van CCR’s (klinisch relevante gedragingen) en functionele analyse

Binnen deze interactie worden klinisch relevante gedragingen gegeven en gewijzigd door deze interactie.

Het verschil is of de therapeut op de hoogte is van deze processen of in staat is om de CRC’s te identificerenDe leerprocessen zijn onafhankelijk van of we ons ervan bewust zijn of niet.

Onafhankelijk of provocatie aan de grondslag ligt of het gevolg van een “gefundeerde wetenschap” ontstaat er een leerproces.

Een psycholoog met een goede theoretische basis zal uiteraard de CCR bevorderen.

En daarom kun je ernaar handelen in de gewenste richting. Integendeel, als we hier niet vertrouwd mee zijn, kunnen we sleutels spelen en ons geluk beproeven. Later zullen de leerprocessen plaatsvinden.

Door je bewust te zijn van deze processen, kun je controle hebben over wat er in de therapie gebeurt. Zo’n therapeut is in staat zijn om zijn cliënten effectieve therapie te bieden.

Om af te sluiten, het verschijnen van zoveel modellen en soorten therapieën is te rechtvaardigen  omdat het lijkt op en theoretiseert over gedrag in topografische (formele) termen in plaats van functionele. 

Vandaar dat, geconfronteerd met hetzelfde “pathologische verschijnsel”, afhankelijk van het model, verschillende “oplossingen” bieden verschillende richtingen andere therapie. Evenwel zijn sommige meer geldig dan andere.

Daarom overweegt men een fenomenologische benadering van de pathologische benadering .

De nadruk in de psychotherapie ligt nu meer op het individu – context – interactie. 

Er is nu ook meer aandacht voor de functionaliteit van het probleemgedrag van klanten bij psychologen. Om al deze redenen is functionele analyse zo belangrijk.

OVER Johan.
Print Friendly, PDF & Email
Advertisements

Wat betekent deze tekst voor U?

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Sintcadeaus 2018

hou weer van jezelf na narcistisch misbruik online cursus Soofos

ik ben geweldig of toch niet over gezond narcisme

Boek voorbij het narcisme van Mjon van Oers