Over somatische heling, voelen zonder verhaal en de wijsheid van een lichaam dat weigert te vergeten
Er was een tijd waarin ik dacht dat inzicht hetzelfde was als genezing.
Dat als je lang genoeg nadacht over een wond, ze vanzelf zou sluiten.
Dat bewustzijn een soort chirurgisch instrument was waarmee je voorzichtig de pijn kon opensnijden, benoemen, analyseren en uiteindelijk verwijderen.
Zoals een splinter.
Zoals een fout in een computerprogramma.
Zoals iets dat opgelost kon worden.
Maar lichamen werken niet zoals spreadsheets.
Ze werken niet zoals beleidsnota’s.
Ze werken niet zoals de optimistische infographics waarmee we tegenwoordig proberen uit te leggen wat een mens eigenlijk is.
Het lichaam lijkt eerder op een archief waarvan niemand de catalogus heeft bijgehouden.
Een gebouw waarin alle kamers tegelijk bestaan.
Sommige verlicht.
Sommige afgesloten.
Sommige nog altijd vol rook.

De pijn die nergens te vinden is
Jaren geleden zat ik in een wachtkamer.
Niet omdat ik ziek was.
Tenminste niet volgens de scans.
Niet volgens de bloedwaarden.
Niet volgens de protocollen.
Mijn lichaam deed pijn.
Mijn borstkas voelde alsof er iets zwaars op lag.
Mijn ademhaling leek voortdurend een fractie tekort te komen.
Maar telkens kwam dezelfde boodschap terug:
er is niets te zien.
Een merkwaardige uitspraak eigenlijk.
Er is niets te zien.
Alsof zien het enige criterium voor werkelijkheid is.
Alsof pijn pas bestaat wanneer ze zich laat vertalen naar een afbeelding.
Naar een afwijking.
Naar een diagnosecode.
De moderne geneeskunde heeft ons geleerd dat wat niet zichtbaar is, verdacht wordt.
Toch weet iedereen die ooit gerouwd heeft dat de meest ontwrichtende gebeurtenissen zich vaak onttrekken aan het oog.
Verdriet heeft geen kleur op een MRI.
Verlatingsangst verschijnt niet op een CT-scan.
Een gebroken vertrouwen laat geen litteken achter dat een radioloog kan aanwijzen.
En toch veranderen die ervaringen alles.
Het lichaam houdt de score bij
De populaire uitspraak dat het lichaam de score bijhoudt is inmiddels bijna een cliché geworden.
Maar clichés ontstaan vaak omdat een waarheid zo vaak herhaald wordt dat ze haar scherpte verliest.
Niet omdat ze onwaar wordt.
Misschien bewaart het lichaam geen herinneringen zoals een bibliotheek dat doet.
Misschien bewaart het eerder reacties.
Spanningen.
Onderbroken bewegingen.
Onvoltooide vluchtroutes.
Ademhalingen die ooit werden ingehouden en nooit volledig werden uitgeademd.
Een trauma is misschien niet zozeer wat er gebeurde.
Misschien is een trauma ook wat nooit mocht gebeuren.
De traan die niet kon vallen.
De schreeuw die niet mocht klinken.
De arm die zich niet kon verdedigen.
De waarheid die niemand wilde horen.
Het lichaam lijkt dat allemaal te onthouden.
Niet in woorden.
Maar in houdingen.
In spierspanning.
In vermijding.
In vermoeidheid.
In de vreemde manier waarop een mens soms schrikt van iets wat allang voorbij is.
Sommige herinneringen wonen niet in het geheugen. Ze wonen in de spieren.
Waarom denken ons niet redt
Onze cultuur houdt van denken.
Dat is begrijpelijk.
Denken heeft ons vliegtuigen gegeven.
Antibiotica.
Ruimtetelescopen.
Kwantumcomputers.
Maar denken heeft ook een verborgen reputatie opgebouwd.
Alsof het ons kan redden van alles.
Alsof elk probleem uiteindelijk een cognitief probleem is.
Een gebrek aan informatie.
Een gebrek aan inzicht.
Een gebrek aan strategie.
Daarom praten we.
Analyseren we.
Reflecteren we.
Herkaderen we.
Optimaliseren we.
Een mens kan tegenwoordig zelfs een burn-out krijgen in een podcast over zelfzorg.
Want ook herstel is inmiddels een project geworden.
Een doelstelling.
Een roadmap.
Een persoonlijk ontwikkeltraject.
De ironie is bijna perfect.
We raken uitgeput van het herstellen van onze uitputting.
Misschien bedoelen we met zelfkennis soms gewoon een verfijndere vorm van controle.
Maar wat als genezing niet begint bij begrijpen?
Wat als genezing begint op het moment dat begrijpen tekortschiet?
Overdenken is soms niets anders dan ondervoelen met een indrukwekkende woordenschat.
Voelen zonder verhaal
Dat klinkt eenvoudig.
Voelen zonder verhaal.
Maar probeer het eens.
Ga zitten.
Voel verdriet.
En voeg er geen enkele verklaring aan toe.
Geen oorzaak.
Geen analyse.
Geen herinnering.
Geen toekomstscenario.
Alleen de sensatie.
Alleen de beweging ervan.
Dat blijkt voor veel mensen bijna onmogelijk.
Niet omdat ze zwak zijn.
Maar omdat onze samenleving gevoelens onmiddellijk omzet in narratieven.
Wij zijn verhalenmachines.
Zelfs pijn krijgt een plot.
Toch gebeurt er iets vreemds wanneer een gevoel niet onmiddellijk wordt uitgelegd.
Wanneer het simpelweg gevoeld wordt.
Dan verandert het.
Niet noodzakelijk ten goede.
Niet noodzakelijk snel.
Maar het beweegt.
Zoals water beweegt.
Zoals wind beweegt.
Zoals wolken bewegen.
Misschien is dat wat somatische heling probeert te herinneren:
dat emoties werkwoorden zijn.
Geen zelfstandige naamwoorden.
De politieke dimensie van een ademhaling
Het lijkt overdreven om ademhaling politiek te noemen.
Tot je beseft hoeveel systemen profiteren van mensen die niet voelen.
Een mens die zijn verdriet niet voelt, koopt makkelijker afleiding.
Een mens die zijn angst niet voelt, zoekt sneller autoriteit.
Een mens die zijn leegte niet voelt, blijft consumeren.
Blijft scrollen.
Blijft produceren.
Blijft presteren.
Onze economie draait opmerkelijk soepel op onverwerkt ongemak.
Niet omdat iemand dat in een geheime vergadering beslist heeft.
Maar omdat systemen zichzelf versterken.
Een cultuur die voortdurend snelheid beloont, heeft weinig geduld voor rouw.
Een cultuur die productiviteit aanbidt, wantrouwt rust.
Een cultuur die efficiëntie verheerlijkt, beschouwt stilstand bijna als een moreel falen.
Misschien is dat waarom het zo radicaal voelt om gewoon te ademen.
Niet als wellness.
Niet als lifestyle.
Maar als verzet.
Soms is een diepe ademhaling een kleine staking tegen een wereld die voortdurend haast heeft.
De vreemde vrijheid van dans
Misschien is dans daarom zo moeilijk.
Niet omdat bewegen ingewikkeld is.
Kinderen doen het voortdurend.
Maar omdat dans iets bedreigt.
De identiteit.
Tijdens echte beweging gebeurt er iets ongemakkelijks.
Je wordt minder beheersbaar.
Minder coherent.
Minder representatief.
Je ziet er misschien belachelijk uit.
Onhandig.
Chaotisch.
Niet geoptimaliseerd.
Niet professioneel.
Niet productief.
Kortom: menselijk.
En misschien is dat precies waarom zoveel mensen zich schamen.
We leven in een tijd waarin bijna alles een performance geworden is.
Zelfs authenticiteit.
Zelfs kwetsbaarheid.
Zelfs spiritualiteit.
Maar een lichaam dat zich werkelijk beweegt, trekt zich weinig aan van branding.
Het beweegt zoals een storm beweegt.
Zoals verdriet beweegt.
Zoals vreugde beweegt.
Onvoorspelbaar.
De religie van controle
Wat me het meest fascineert is dat zowel wetenschap als spiritualiteit soms dezelfde fout maken.
Ze beloven controle.
De ene via kennis.
De andere via verlichting.
Maar het leven lijkt daar niet bijzonder van onder de indruk.
Mensen verliezen nog steeds geliefden.
Lichamen worden nog steeds ziek.
Relaties breken nog steeds.
Oorlogen beginnen nog steeds.
Misschien is volwassenheid niet het moment waarop we controle verkrijgen.
Misschien is het moment waarop we erkennen hoeveel ervan een illusie was.
Dat klinkt somber.
Maar dat is het niet.
Integendeel.
Want precies daar ontstaat een andere vorm van vrijheid.
Niet de vrijheid van beheersing.
Maar de vrijheid van deelname.
Je hoeft het leven niet langer te domineren.
Je mag eraan deelnemen.
Wat blijft er over?
Wanneer alle verklaringen uitgeput raken.
Wanneer analyses hun grenzen bereiken.
Wanneer zelfs therapietaal begint te kraken.
Wat blijft er dan over?
Een ademhaling.
Een lichaam.
Een hartslag.
Een beweging.
Misschien een traan.
Misschien een lach.
Misschien een hand op een borstkas.
Misschien de eenvoudige vaststelling dat je nog leeft.
En dat dat tegelijkertijd wonderlijk en verschrikkelijk kan zijn.
Want mens-zijn betekent niet dat de pijn verdwijnt.
Mens-zijn betekent misschien leren dat pijn niet het tegenovergestelde van leven is.
Ze is er onderdeel van.
Zoals verlies onderdeel is van liefde.
Zoals eindigheid onderdeel is van betekenis.
Zoals stilte onderdeel is van taal.
Misschien is somatische heling uiteindelijk geen methode.
Geen techniek.
Geen protocol.
Misschien is het een herinnering.
Dat het lichaam niet onze vijand is.
Niet het probleem dat opgelost moet worden.
Maar de plaats waar het leven, ondanks alles, blijft gebeuren.
En misschien ligt daar een voorzichtige vorm van hoop.
Niet in de belofte dat alles goed komt.
Maar in de mogelijkheid dat we aanwezig kunnen blijven, zelfs wanneer dat niet zo is.
Dat we leren voelen zonder onmiddellijk te vluchten.
Dat we leren ademen zonder onmiddellijk te verklaren.
Dat we leren bewegen zonder te weten waarheen.
En dat we ontdekken dat een mens soms niet geneest door antwoorden te vinden.
Maar door groot genoeg te worden voor de vragen.
Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.
Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.
✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier
Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!
Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.
👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.
Laat een reactie achter. Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.
👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.
🌿 Samen bouwen we aan herstel, kracht en emotionele vrijheid.
Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq
Steun narcisme.blog door aankopen bij bol.