Laat nooit iets of iemand je droom stelen ook al ben je arm. Mensen in armoede.

Heb jij een idee  van gezinnen met kinderen die onder de armoedegrens leven? Een beklijvende reportage die in scholen vaak gebruikt wordt en met uitspraken die blijven nazinderen was de reportage van Pano 5 jaar geleden en een paar weken terug. Ga je nu afdalen om te bevrijden wat je hebt gezien op je televisie scherm of mis je de ervaring om dit aan te pakken?  Laat me je hand nemen en zien hoever je durft afdalen.

 

 

Remember de Pano reportage rond armoede van 2 weken geleden.

In die reportage  wil Jason  kok worden.

Jason heeft een droom in zijn ogen. Die droom mag je hem niet ontnemen. Dromen mag je nooit ontnemen. Dromen van mensen in armoede mag je eveneens niet ontnemen. Een visie is trouwens de basis van alles.

Oosterhuis beweert dat “Politiek bedrijven afdalen om te bevrijden is .

Niet alleen begint politiek engagement met verontwaardiging. Maar ook zo goed in alle verbanden waarin je leeft. Politiek bedrijven is immers ook het huidige mechanisme onderbreken.

Afdalen om te bevrijden.

Een God die afdaalt om te bevrijden is een volstrekt een onvoorstelbare God.  Indien je ooit op een troon of in een hoge comfortabele positie hebt gezeten, weet je dat je af moest dalen om iemand te kunnen helpen.

Afdaling is de gang van de liefde.

Afdalen om te bevrijden en te ontfermen, dat is de strekking van heel de Thora. Afdalen is een woord voor een geest.

Buigen is een stijl van leven.

Afdaling is een dienstknecht leven.

God-bevrijder, verschijnt in mensen die neerdalen, uit hun hemel en hun verte.

Bergaf gaan uit hun onbereikbaarheid.

Zakken uit hun bevoorrechte positie.

Afstijgen uit hun erfelijke status.

Afvallen van hun bezittingen, hun aanspraken en rechten, hun gelijk en hun zelfbeeld.

Afdalen om te redden wat nog te redden valt.

Red hen die geen verweer hebben.

Niet alleen in het neoliberale model, maar ook in andere  politieke modellen die wereldwijd worden doorgevoerd, met een daarbij passend  normen en waardensysteem dat neerkomt op het recht van de sterkste , worden wij dagelijks verleid om hierin mee te gaan.

Niet afdalen te accepteren.

De sterke goed te praten.

Te denken dat het niet anders kan.

Ons geweten aan te passen.

Ons geweten te verdoven zodat wij massaal vergeten hoeveel stervende kinderen per dag de prijs betalen voor ons redelijk welvarende, rijke, schatrijke leven.

Zal ik er zijn voor een ander? zegt een stem in ons.

“Ik zal er zijn”, zal altijd en steeds opnieuw herkenbaar zijn.

In iemand die gestuurd wordt naar mensen in nood.

Dus “Ik zal er zijn” bestaat.

Breng jij “Ik zal er zijn” tot uiting?

“Ik zal er zijn.” komt nabij en werkt in mensen die zich laten sturen naar mensen in nood.

“Ik zal er zijn.” schept een nieuwe wereld.

Jezus van Nazareth richt zich met vele spreuken en leefregels tot hen die menen hem te volgen naar deze nieuwe wereld. Waar afgedaald wordt om te bevrijden, o.a. de mensen in armoede.

Een ding gaat voor alles en daarin is de god van de bijbel hardnekkig en éénkennig : laat recht en gerechtigheid stromen als rivieren.

Uitgangspositie is “de andere mens”.

Tegen de stroom van postmodern, autoritarisme en neoliberaal ik-denken in, heeft ook Levinas ons geconfronteerd met de radicaliteit van de Bijbelse ethiek. Daarin is niet het “ik” het uitgangspunt maar “de andere mens”, die mij aankijkt en een beroep op mij doet.

Ik zal er zijn voor de andere mens want die kijkt mij aan en doet een beroep op mij.

Mensen, schrijft hij, zijn uitverkoren elkaar te dienen.

 

Hoe kan je dit afdalen om te bevrijden en hoe doe je dit naar de minst bedeelde, naar de mens in armoede ?

Hoe doe je dit om elkaar te dienen of relatiegericht te gaan werken.

Ik denk dat we dit doen door zich op elkaar aan te sluiten. Je kunt afstemmen.

Daarbij ga jebegrip te ontwikkelen. Evenzeer toon je trouw en betrouwbaarheid.

Je bent trouw.

Dan geef je de andere dat hij zich kan gaan tonen.

Met andere woorden vanuit de relatie leven wat er gedaan moet worden.

Dat is hulp en steun inéén, metterdaad en inderdaad.

Feitelijk koersen op vraag.

Ook natuurlijk oplossen waar mogelijk.

Evenzo uithouden waar mogelijk.

Weet jij genoeg waarover het eigenlijk gaat ?

Dan ga je improviseren en doormodderen.

Er is het probleem dat recht moet gedaan worden aan mensen in armoede.

Deze mensen zijn mensen, niets meer en niets minder.

Maar tot nu toe zijn ze niet als zodanig geïntegreerd in bestaande samenlevingen.

Dat wil zeggen als burgers die op voet van gelijkheid verkeren met andere burgers.

Het probleem dat deze mensen hebben is op veel grotere schaal dat ze moeten kunnen profiteren van onderwijs.

Even belangrijk voor hen is de gezondheidszorg, politieke rechten en vrijheden, en van gelijkwaardig burgerschap.

Dit is klaarblijkelijk een rechtvaardigheidsprobleem dat bovendien zeer urgent is.

Het oplossen van dit probleem vereist een nieuwe manier van denken wie de burger is.

Onze houding is belangrijk om het politieke karakter verder te ontwikkelen en om onze verantwoordelijkheid op te nemen.

Want  in het huidige armoedebeleid wordt de arme maar al te gemakkelijk met een subtiel, maar volmaakt gebrek aan respect en erkenning benaderd.

Zijn eigen verhaal doet er niet toe. Zijn eigen logica doet er niet toe.

De goede redenen van mensen in armoede zijn nauwelijks interessant.

Zijn persoonlijke waarden en prioriteiten worden overruled, overschreven, weggewerkt.

De arme : die valt men in de rede.

Wat telt is wat past in het systeem van hulp en voorzieningen. Het systeem is niet een “systeem van ik zal er zijn.”

Frederik Vanhauwaert de vorige coördinator van Netwerk tegen armoede  beweert dat sommige ministers en overheidsdiensten nooit luisteren naar de verzuchtingen van de mensen in armoede zelf.

Heeft de Vlaamse minister van Armoedebestrijding Liesbeth Homans, de afgelopen jaren op het terrein geweest? Neen, en dat zegt heel veel .

Daarom dat het belangrijk is dat we inzicht verwerven.

We blijven streven naar een inclusieve samenleving.

Met andere woorden dat de toegankelijkheid van de hulpzorg en dienstverlening blijft bevorderd worden voor mensen in armoede.

Het is  belangrijk dat wij, ook de hele gemeenschap van sociale en religieuze organisaties,  zicht krijgen op de verschillende levensdomeinen. Om het anders te zeggen dat we zicht krijgen op de sterktes en de risicosituaties van de mens in armoede.

Het blijft belangrijk  dat we ons kunnen aansluiten bij de individuele leefsituatie.

integraal kunnen werken en zicht krijgen op de hulpvraag. We kunnen dit bereiken door tijd te nemen en actief te luisteren. Ga je jou verdiepen in de contacten? Wil je  inzicht verwerven..

Als opdracht hebben we voor onszelf dat hij of zij erbij hoort. We brengen, mobiliseren en kunnen het sociaal netwerk versterken.

Bovendien nemen we ook een bemiddelende functie op.

Mensen in armoede blijven we individueel ondersteunen in het krijgen van een duurzame band met maatschappelijke voorzieningen.

In de eerste plaats proberen we de mens in armoede te informeren, te adviseren, door te verwijzen, toe te leiden en begeleiden naar de juiste diensten.

‘Ieders stem telt.’

En dit gebeurt nu al bij ieders stem telt. ‘Ieders stem telt’ is een campagne  opgericht door samenlevingsopbouw. In de campagne staat de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting centraal.

Ook bij de lokale verkiezingen van 14 oktober is “Ieders stem telt”.

Armoede en uitsluiting bestrijden vraagt werk. Samen met duizenden mensen uit de lokale groepen werden concrete voorstellen verzameld voor sociaal beleid en bundelden ze  die in prioriteitennota’s.

Een onmisbare leidraad voor lokale beleidsmakers om – goed geïnformeerd – te kiezen voor beleid waarin iedereen meetelt.

Het gemeenschappelijk memorandum wordt gedragen door: Caritas Vlaanderen, Centra voor Algemeen Welzijnswerk c.a.w. , Decenniumdoelen, Samenlevingsopbouw, Minderhedenforum vzw, Netwerk tegen Armoede, Uit De Marge/CMGJ vzw, Vluchtelingenwerk Vlaanderen vzw, Welzijnszorg vzw, Welzijnsschakels vzw.

Eén ding is zeker : ‘Ieders stem telt’ geeft een megafoon aan mensen die het moeilijk hebben in de samenleving.

Ze mengen zich actief in het verkiezingsdebat. ‘Ieders stem telt.’ schuiven beleidsprioriteiten naar voor van de komende legislatuur.

Ze doen dit aan de hand van de 12 werken. Zie https://www.iedersstemtelt.be/ieders-stem-telt.

Kunnen wij hier ook een voorbeeld aan nemen met onze gemeenschap?

Dat wil ook zeggen in de gemeenschap waar we werken? Waar we vrijwilliger zijn? Daar waar we gewoon burger zijn?

Het hart dat nabij wil zijn voor mensen in armoede.

Toch ben ik ook nog van mening dat er meer nodig is: namelijk het hart van de mens, Het hart dat nabij wil zijn, het hart dat zich neigt, dat zijn oren spitst naar het verhaal.

Het binnenste dat mee in dat verhaal gaat staan.

De ziel die de pijn van de afwijzing durft te voelen.

De borst die troostend “ik zal er zijn” doet.

De spil die de touwtjes in handen neemt, daar waar de touwtjes uit de handen van de onmondig gemaakte gerukt werden.

Ook  is het hàrt voor de arme mens nodig, door ze  niet te veralgemenen met boutades die zo gangbaar zijn in onze maatschappij.

De kern van de mens in armoede is nodig om de verbinding binnen de doelgroep te ondersteunen.

Gaan we hun wezen  en verbindingen weten te waarderen? Vaak zie je in deze kwetsbare milieus toch ook een bepaalde verbondenheid, of elementen die verbinden. Als je er bent voor hen ga je dààrop inspelen en dààr respect voor tonen.

Ver van mijn bed.

Het zou prachtig zijn mochten we ooit de durf ontwikkelen en stimuleren in elkaar om ook maatschappelijk iets te veranderen.

Heb je de moed om aan de kaak te stellen?

Waar is je hart om mistoestanden aan te klagen?

Jouw lef om onrechtvaardigheid in het licht te brengen wordt aangesproken.

Met alle middelen ga je in tegen de bureaucratie en de ‘ver van mijn bed-show’.

In essentie klaag je politieke besluiten aan. Ja je stelt sommige politieke besluiten zelfs openlijk in vraag waar nodig.

Het zou prachtig zijn mochten we ooit werkelijk de kwetsbaren in de  armen sluiten, als onze medemensen.

Op unieke wijze zijn mensen in armoede onze tochtgenoten die ons blijven wijzen op ons mens-zijn : nl. dat we niet alleen zijn. Mensen in armoede geven aan dat het ons in ons mens-zijn zit ingegoten, ten spijt van alle ideologieën : dat we elkaar gegeven zijn en dat we elkaar dragen, verder dragen.

Ik begrijp niet dat mensen hier niet méér bij stilstaan. Als dit het gevolg is van “de procedure”, hebben wij de taak om die procedure te wijzigen.

Of zoals  Patrick vaak zei : Wanneer we het op onze levensweg even niet meer weten, zal altijd een woord weerklinken : ‘d’outre-tombe’, ‘je kunt het, als je maar durf.’

Wie durft de ander in de ogen kijken en zeggen : jij raakt mij niet?

We moeten een weg gaan die niet evident is. Nadrukkelijk is het een weg die op weinig waardering kan rekenen. Eén ding is zeker, het is wel een weg die de moeite waard is. Als mens betekent het voor mij een enorme verrijking want ik leer te relativeren.

Als medespeler in de maatschappij betekent het voor mij een stimulans om oordeel en veroordeling voortdurend te blijven aanklagen.  Het waarschuwt om te blijven vechten tegen de bierkaai.

Het wijst ons erop om koste wat kost het ‘individueel schuldmodel’ steeds weer omver te werpen.

Ja, het is een boeiende vermoeiende weg. Ofschoon o zo verrijkend voor individueel betrokkenen is er nog meer. Dat het vooral een signaal is.

Ben jij een sterk signaal voor de verhardende maatschappij?

Een broodnodig verhaal willen we in de toekomst nog ‘mens’ zijn voor elkaar in een ‘zorgmaatschappij’ die zichzelf respecteert. Gaan we die samenleving zonder sarcasme waarmaken?

Het blijft voor mij  een levensopdracht. Dan ook is dit een voortdurend engagement om op te komen voor mensen die zelf niet meer kunnen opkomen. Dit is een consequent en consistent engagement omdat ze het bestaan als afgrondelijk ervaren en hen niet kunt laten schieten.

Deze afgrondelijkheid is deels het resultaat van de maatschappij zelf waarin het utiliteits denken en het individuele schuldmodel hoogtij vieren. Wie verder kijkt, ziet meer.

Wie naar de mens kijkt, in de goot, in het portaal of ‘onder de radar’ ziet dat er méér is.

Mensen in armoede hebben vooral een ‘haven’ nodig . Onontbeerlijk is een plek om te kunnen zijn wie ze in wezen zijn, zonder oordeel.  In dat geval stel ik de vraag : Kan deze religieuze, sociale of politieke gemeenschap ook zo’n plaats zijn?

Je kan een brug leggen over de afgrond, maar uiteindelijk blijft een brug kwetsbaar.

Je moet door de afgrond heen, helemaal over de bodem. Afdalen dus. Met dit in gedachten dat als er dààr mensen zijn die met je meegaan dan raak je erdoor. Vanwege hen die doen ‘ik zal er zijn’  den die je hand vasthouden, raak je erdoor. Of op zijn minst aanreiken, geheel uit wederzijdse vrije wil, dan raak je erdoor.

Die hand wil ik graag zijn. Dan ook wil ik die hand ook graag zijn in de droom van Jason. De mens in armoed heeft een droom, als je het hen vraagt.  Die droom mag je hem niet ontnemen. Tegelijkertijd daal af om hen te bevrijden.

Annemie Declercq
30 september 2018

 

Deel uw gedachten met ons want samen kunnen we opzettelijk de wereld verrijken door waarde aan elkaar toe te voegen.