De Belgische begroting: is besparen werkelijk het enige antwoord? Het begrotingsalternatief van de vakbonden
België staat voor moeilijke begrotingskeuzes. Maar betekent een hoog begrotingstekort automatisch dat vooral moet worden bespaard op sociale zekerheid, pensioenen en openbare diensten?
Met hun alternatieve begroting schuift het gemeenschappelijk vakbondsfront een ander uitgangspunt naar voren: kijk niet alleen naar wat de overheid uitgeeft, maar ook naar wat ze ontvangt.
Centraal staat een eenvoudige maar politieke gedachte: “een euro is een euro.”
In deze blog bekijken we wat de vakbonden daarmee bedoelen, welke maatregelen ze voorstellen, welke kritische vragen de regering daar tegenover kan stellen en hoe de vakbonden daarop antwoorden.
Wat wil vooral weten:
- wat de vakbonden precies voorstellen;
- hoeveel hun maatregelen volgens hen kunnen opleveren;
- wat “een euro is een euro” betekent;
- waarom arbeid en kapitaal anders worden belast;
- welke kritiek er op het plan bestaat;
- hoe de regering tegenover zulke voorstellen kan staan;
- welke antwoorden de vakbonden op die kritiek geven.
Inhoudsopgave
- Wat wil vooral weten:
- Eerst dit: België hééft een ernstig begrotingsprobleem
- Eén euro is één euro
- Maar wie betaalt vandaag eigenlijk de rekening?
- En dan zijn er de bedrijfssubsidies
- De fiscale “lekken” verdienen ook aandacht
- Zelfs geneesmiddelen komen in het verhaal terecht
- En wat met onze lonen?
- 21,2 miljard euro: staat dat geld morgen op de rekening?
- De regering heeft namelijk óók een verhaal
- Maar er gebeurde ondertussen iets opvallends met die petitie
- Misschien is dát de belangrijkste les uit dit verhaal
Er is één zin die je vaak hoort wanneer een regering moeilijke maatregelen verdedigt:
“Er is geen alternatief.”
De cijfers zijn slecht.
De staatsschuld loopt op.
De bevolking vergrijst.
Er moeten keuzes worden gemaakt.
Dat laatste klopt.
Maar precies daar begint volgens mij het interessante gesprek.
Want zodra iemand zegt dat er geen alternatief bestaat, moeten we misschien een andere vraag stellen:
Geen alternatief voor wat?
Geen alternatief voor het begrotingstekort?
Of geen alternatief voor de manier waarop we dat tekort proberen terug te dringen?
Dat zijn twee totaal verschillende vragen.
En precies daar mengden ACV, ABVV en ACLVB zich op 23 april 2026 in het debat. De drie vakbonden presenteerden gezamenlijk een pakket van veertien fiscale en budgettaire voorstellen onder de titel Ons voorstel voor een gezonde en rechtvaardigere begroting. Volgens hun eigen berekeningen kan dat pakket ongeveer 21,2 miljard euro opleveren. (VSOA)
Laat ons daar eens naar kijken.
Niet met slogans.
Niet met “vakbond goed” of “regering slecht”.
Maar met een veel interessantere vraag:
Waar halen we het geld vandaan waarmee we onze samenleving financieren?
Eerst dit: België hééft een ernstig begrotingsprobleem
Dat mogen we niet wegpraten.
Het Federaal Planbureau raamde het overheidstekort voor 2026 op ongeveer 4,9 procent van het bbp. Zonder bijkomende ingrepen loopt dat tekort in zijn vooruitzichten opnieuw op: naar 5,7 procent in 2029 en 6,3 procent in 2031. De overheidsschuld zou volgens diezelfde vooruitzichten stijgen van ongeveer 107 procent van het bbp in 2025 naar 122 procent in 2031. (Nieuws België)
Dus ja:
er moet iets gebeuren.
Daarover gaat de echte discussie eigenlijk niet.
De politieke discussie gaat over wát er moet gebeuren.
De regering-De Wever kiest daarbij sterk voor structurele hervormingen van onder meer arbeidsmarkt, pensioenen en overheidsuitgaven. De regering verdedigt die koers met het argument dat België de belastingdruk niet eenvoudigweg verder kan verhogen en dat structurele hervormingen nodig zijn om de sociale zekerheid op langere termijn betaalbaar te houden. (België)
Dat argument komt bovendien niet uit het niets.
Voor een alleenstaande werknemer met een gemiddeld loon bedroeg de Belgische zogenaamde tax wedge in 2025 52,5 procent van de totale loonkost. Dat was volgens de OESO het hoogste percentage van alle 38 OESO-landen. (OECD)
Maar wacht even.
Dat cijfer brengt ons meteen bij de andere kant van deze discussie.
Want als arbeid al zo zwaar wordt belast, moet de volgende vraag misschien niet uitsluitend zijn:
“Hoe kunnen we nog meer besparen?”
Misschien moeten we óók vragen:
“Wat belasten we eigenlijk — en wat belasten we minder?”
Eén euro is één euro
Dat is misschien het eenvoudigste idee uit het voorstel van de vakbonden.
Een euro is een euro.
Een euro die iemand verdient door te werken.
Een euro uit aandelen.
Een euro uit verhuur.
Een euro uit andere vermogensinkomsten.
Waarom zouden die inkomsten fiscaal fundamenteel anders worden behandeld?
De vakbonden stellen daarom voor inkomsten uit arbeid en bepaalde vermogensinkomsten sterker in één progressief belastingsysteem samen te brengen.
Volgens hun berekening zou alleen die hervorming ongeveer 12,9 miljard euro kunnen opleveren. Dat bedrag is dus een raming van de vakbonden, geen vastgestelde toekomstige begrotingsopbrengst. (ABVV-FGTB)
En daar wordt het debat interessant.
Want je kunt perfect discussiëren over de concrete tarieven.
Je kunt discussiëren over vrijstellingen.
Over kleine spaarders.
Over ondernemersrisico.
Over investeringen.
Over woningen.
Over dubbele belasting.
Dat moeten we zelfs doen.
Maar de onderliggende vraag blijft overeind:
Waarom behandelen we verschillende vormen van inkomen fiscaal verschillend?
En vooral:
welke verschillen kunnen we economisch verantwoorden?
Dat is een veel rijker debat dan simpelweg zeggen dat “belastingen omhoog moeten” of “belastingen omlaag moeten”.
Maar wie betaalt vandaag eigenlijk de rekening?
Wanneer een begroting moet worden gesaneerd, zijn er grofweg twee grote knoppen waaraan een overheid kan draaien.
Ze kan minder uitgeven.
Of ze kan meer inkomsten zoeken.
In werkelijkheid gebeurt meestal een combinatie van beide.
De regering-De Wever legt daarbij nadruk op het beheersen van de uitgaven en op hervormingen die meer mensen aan het werk moeten krijgen. Zo werd de duur van de werkloosheidsuitkering beperkt en werd het pensioensysteem hervormd. De regering stelt dat zulke hervormingen nodig zijn om de overheidsfinanciën en het sociale model duurzaam te maken. (België)
Tegenstanders wijzen dan weer op de verdelingseffecten van die hervormingen.
Dat is geen puur theoretische discussie.
Het Federaal Planbureau en de Raad voor Gelijke Kansen van Mannen en Vrouwen hebben bijvoorbeeld gewezen op effecten van de pensioenhervorming op de gemiddelde pensioenen en op de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen. Volgens die analyses kan die kloof op lange termijn toenemen. (Nieuws België)
Dus stel jezelf eens deze vraag:
Wanneer we zeggen dat “iedereen een inspanning moet leveren”, leveren we dan allemaal dezelfde soort inspanning?
En nog belangrijker:
moeten we dat eigenlijk willen?
Iemand met €2.200 netto per maand ervaart honderd euro verlies anders dan iemand die jaarlijks honderdduizenden euro’s aan inkomsten ontvangt.
Dat is geen partijpolitieke stelling.
Dat is gewoon wat draagkracht betekent.
En dan zijn er de bedrijfssubsidies
Hier wordt het debat nog interessanter.
De Nationale Bank berekende dat subsidies en investeringssteun aan ondernemingen in België in 2024 ongeveer 25 miljard euro bedroegen, ongeveer vier procent van het bbp. België besteedde volgens de Nationale Bank relatief meer aan zulke steun dan de buurlanden. Een groot gedeelte daarvan bestaat uit loonsubsidies, onder meer om de hoge belasting op arbeid te compenseren. (NBB)
Dat betekent niet dat al die subsidies nutteloos zijn.
Integendeel.
Sommige ondersteunen onderzoek.
Andere helpen kwetsbare werknemers aan het werk.
Nog andere ondersteunen sectoren die maatschappelijk belangrijk zijn.
Maar precies daarom is de vraag van de vakbonden relevant:
weten we voldoende welke subsidies werken?
En welke niet?
De Nationale Bank zelf pleitte voor een kritische evaluatie van die bedrijfssteun. Ook analyses van het Federaal Planbureau wijzen erop dat de resultaten van bepaalde loonsubsidies gemengd kunnen zijn en dat kosten-batenanalyses belangrijk zijn. (NBB)
Dat zou eigenlijk geen links of rechts idee mogen zijn.
Wanneer de overheid geld uitgeeft, mogen burgers toch vragen:
Wat krijgen we ervoor terug?
De fiscale “lekken” verdienen ook aandacht
Dan komen we bij iets wat veel minder zichtbaar is.
Niet wat de overheid uitgeeft.
Maar wat de overheid niet meer ontvangt.
Flexi-jobs.
Studentenarbeid.
Alternatieve verloning.
Managementvennootschappen.
Verschillende parafiscale uitzonderingen.
Ook daar willen de vakbonden naar kijken. Hun voorstel is om bepaalde uitzonderingen en alternatieve statuten opnieuw te evalueren en waar nodig dichter bij de gewone fiscaliteit te brengen. (VSOA)
Ook hier moet je voorzichtig zijn.
Een flexi-job heeft niet dezelfde economische functie als een klassieke voltijdse arbeidsovereenkomst.
Een student is geen gewone werknemer.
Een zelfstandige ondernemer bevindt zich niet noodzakelijk in dezelfde situatie als een werknemer.
Dus nee, “iedereen exact hetzelfde belasten” is in de praktijk niet zo eenvoudig als de slogan doet vermoeden.
Maar dat betekent nog niet dat we de vraag niet moeten stellen.
Wanneer wordt een uitzondering een achterpoortje?
Wanneer stimuleert een fiscaal voordeel economische activiteit?
En wanneer verschuift het gewoon inkomsten van een zwaarder belast systeem naar een lichter belast systeem?
Daar hoort politiek over te gaan.
Zelfs geneesmiddelen komen in het verhaal terecht
Een opvallend voorstel gaat niet over belastingen, maar over de kostprijs van geneesmiddelen.
De vakbonden willen dat de overheid kritischer kijkt naar de prijszetting van bijzonder dure medicijnen. Volgens hun raming zou een andere prijsbenadering voor de 25 duurste geneesmiddelen ongeveer 237 miljoen euro kunnen besparen. Ook dat bedrag is een vakbondsraming en geen gegarandeerde opbrengst. (ABVV-FGTB)
Opnieuw:
237 miljoen lost een Belgisch begrotingstekort van tientallen miljarden niet op.
Maar begrotingen bestaan uiteindelijk uit honderden beslissingen van honderd miljoen hier en vijfhonderd miljoen daar.
Miljarden ontstaan door miljoenen bij elkaar op te tellen.
En wat met onze lonen?
De vakbonden koppelen hun fiscale voorstellen ook aan loonvorming.
Ze willen de Belgische loonwetgeving versoepelen zodat brutolonen sterker kunnen meegroeien met productiviteit.
Hun redenering is eenvoudig:
hogere brutolonen betekenen niet alleen meer koopkracht voor werknemers, maar ook meer sociale bijdragen en belastinginkomsten.
In hun recentere uitwerking ramen ze het budgettaire effect daarvan op ongeveer 360 miljoen euro. Ook dat blijft uiteraard afhankelijk van economische gedragseffecten en van de concrete hervorming. (ABVV-FGTB)
Daartegenover staat het klassieke argument dat de Belgische loonkosten internationaal competitief moeten blijven.
En daar zit opnieuw het echte politieke debat.
Niet:
“Ben je voor werknemers of voor bedrijven?”
Maar:
hoe verdelen we productiviteitsgroei zonder jobs en concurrentievermogen uit het oog te verliezen?
21,2 miljard euro: staat dat geld morgen op de rekening?
Nee.
En dat onderscheid is belangrijk.
De 21,2 miljard euro is een berekening van het gemeenschappelijk vakbondsfront van wat hun veertien maatregelen gezamenlijk zouden kunnen opleveren. (VSOA)
Zo’n berekening hangt af van aannames.
Mensen veranderen hun gedrag wanneer belastingen veranderen.
Ondernemingen passen structuren aan.
Kapitaal kan verschuiven.
Sommige belastbare inkomsten reageren sterker dan andere.
Sommige maatregelen beïnvloeden economische groei.
Andere maatregelen overlappen mogelijk.
Daarom moet een politiek voorstel uiteindelijk niet alleen worden beoordeeld op het bedrag dat bovenaan een persbericht staat.
De interessantere vragen zijn:
Welke aannames zitten achter de berekening?
Wat is de opbrengst na gedragseffecten?
Wie betaalt meer?
Wie betaalt minder?
Wat doet de maatregel met investeringen, werkgelegenheid en koopkracht?
En:
welke alternatieven zijn er?
Dat zijn vragen die zowel voor plannen van vakbonden als voor begrotingen van regeringen moeten gelden.
De regering heeft namelijk óók een verhaal
Dat mag in deze discussie niet verdwijnen.
De regering-De Wever zegt dat België structurele hervormingen nodig heeft omdat de kosten van vergrijzing stijgen, de werkzaamheidsgraad omhoog moet en de belastingdruk op arbeid al uitzonderlijk zwaar is. Daarom wil ze onder meer arbeidsmarkt en pensioenen hervormen en de groei van bepaalde overheidsuitgaven afremmen. (België)
Dat is een andere politieke analyse.
Niet noodzakelijk een andere vaststelling van het probleem.
Want vrijwel iedereen vertrekt vandaag van dezelfde vervelende werkelijkheid:
de Belgische overheidsfinanciën zijn niet gezond.
Het conflict begint daarna.
De ene visie zegt:
hervorm de uitgaven en stimuleer meer mensen om te werken.
De andere zegt:
kijk veel sterker naar de inkomstenzijde en naar de verdeling van de belastingdruk.
En waarschijnlijk zal iedere geloofwaardige begrotingsstrategie uiteindelijk elementen van beide moeten afwegen.
Maar er gebeurde ondertussen iets opvallends met die petitie
Toen de campagne in april begon, spraken de vakbonden over één belangrijke grens:
25.000 handtekeningen.
Want volgens de Belgische regels krijgt een indiener of aangeduide petitionaris het recht om in de Kamer te worden gehoord wanneer een petitie minstens 25.000 geldige handtekeningen verzamelt, met daarnaast regionale minimumaantallen: 14.500 uit Vlaanderen, 8.000 uit Wallonië en 2.500 uit Brussel. (De Kamer)
Die informatie uit de oorspronkelijke artikels is ondertussen achterhaald.
De officiële website van de Kamer vermeldde bij de meest recente controle 77.076 onlinehandtekeningen: 46.350 uit Vlaanderen, 23.341 uit Wallonië en 7.385 uit Brussel. Daarmee zijn zowel de totale als de drie regionale drempels ruimschoots overschreden. De petitiepagina vermeldt een ondertekeningstermijn tot 22 april 2028 en stond bij de laatste controle nog als ontvankelijk geregistreerd. (Mijn Opinie)
Dat verandert de betekenis van dit initiatief.
De vraag is niet langer:
“Kunnen ze 25.000 handtekeningen verzamelen?”
Dat hebben ze al gedaan.
De interessante vraag wordt nu:
wat doet het parlement vervolgens met het inhoudelijke debat?
Bekijk de officiële petitie ‘Voor een rechtvaardige fiscaliteit’ bij de Kamer
Misschien is dát de belangrijkste les uit dit verhaal
Een begroting is geen natuurverschijnsel.
Ze valt niet uit de lucht.
Ze wordt gemaakt.
Door mensen.
Door parlementen.
Door regeringen.
Met politieke keuzes over belastingen, pensioenen, gezondheidszorg, arbeid, ondernemingen, vermogen, subsidies en sociale zekerheid.
Dat betekent niet dat iedere keuze even verstandig is.
En het betekent al helemaal niet dat geld onbeperkt beschikbaar is.
Maar het betekent wél dat de zin “er is geen alternatief” bijna altijd verder onderzocht mag worden.
Want er zijn meestal alternatieven.
De echte discussie is veel moeilijker:
welk alternatief werkt?
Wie draagt de kosten?
Wie krijgt de voordelen?
Wat doet het met de economie over vijf, tien of twintig jaar?
En misschien de belangrijkste vraag van allemaal:
Welke samenleving willen we met die begroting financieren?
Want achter elke tabel staat iemand.
Een werknemer.
Een ondernemer.
Een verpleegkundige.
Een gepensioneerde.
Een student.
Iemand die ziek wordt.
Iemand die werk zoekt.
Iemand die investeert.
Iemand die een bedrijf probeert uit te bouwen.
Begrotingspolitiek lijkt soms op een gesprek over procenten achter de komma.
Maar uiteindelijk gaat ze over iets veel fundamentelers:
hoe we de rekening van onze samenleving onder elkaar verdelen.
En juist daarom verdient het voorstel van de vakbonden hetzelfde als ieder regeringsvoorstel:
geen automatische instemming.
Geen automatische afwijzing.
Maar een ernstig debat over de cijfers, de gevolgen en de keuzes erachter.
25 vragen en antwoorden over de voorstellen van het gemeenschappelijk vakbondsfront
1. Wat is het gemeenschappelijk vakbondsfront?
Het gemeenschappelijk vakbondsfront bestaat in dit dossier uit ACV, ABVV en ACLVB. De drie vakbonden presenteerden samen voorstellen voor een andere begrotingsaanpak, waarbij ze meer nadruk leggen op inkomsten, fiscaliteit en de verdeling van de lasten dan op bijkomende besparingen in sociale zekerheid en openbare diensten.
2. Wanneer werden de voorstellen voorgesteld?
Het gezamenlijke persdossier “Ons voorstel voor een gezonde en rechtvaardigere begroting” werd voorgesteld op 23 april 2026. Het bevatte veertien voorstellen om het Belgische begrotingsbeleid volgens de vakbonden rechtvaardiger en duurzamer te maken.
3. Waarom kwamen de vakbonden met een eigen begrotingsplan?
Omdat zij betwisten dat verdere besparingen op onder meer sociale bescherming en openbare diensten de enige mogelijke manier zijn om het begrotingstekort aan te pakken. Hun centrale stelling is dat ook naar de inkomstenzijde van de begroting moet worden gekeken.
4. Wat betekent het principe “een euro is een euro”?
Daarmee bedoelen de vakbonden dat de fiscale behandeling minder afhankelijk zou moeten zijn van de manier waarop een inkomen wordt verkregen. Inkomen uit arbeid wordt vandaag anders belast dan bijvoorbeeld bepaalde inkomsten uit financieel vermogen of vastgoed. Het vakbondsfront wil die verschillen verkleinen.
5. Willen de vakbonden arbeid en kapitaal dus exact hetzelfde belasten?
Hun uitgangspunt is dat inkomsten uit verschillende bronnen veel gelijkwaardiger in de personenbelasting moeten worden behandeld. Hoe dat technisch wordt uitgevoerd — met tarieven, vrijstellingen en drempels — is bepalend voor het uiteindelijke effect. Het gaat dus om een beleidsvoorstel, niet om een reeds ingevoerde belastingregeling.
6. Hoeveel zou het volledige pakket volgens de vakbonden opleveren?
Het gemeenschappelijk vakbondsfront raamde de opbrengst van zijn veertien voorstellen oorspronkelijk op ongeveer 21,2 miljard euro. Dat is een raming van de indieners van het plan, geen vaststaande toekomstige overheidsopbrengst.
7. Is die 21,2 miljard euro gegarandeerd?
Nee. Begrotingsramingen zijn afhankelijk van de concrete wetgeving, belastingtarieven, uitzonderingen en gedragseffecten. Mensen en bedrijven kunnen hun gedrag aanpassen wanneer belastingen of subsidies veranderen. Daarom moet zo’n bedrag worden beschouwd als een geraamde potentiële opbrengst.
8. Welke maatregel zou volgens de vakbonden het meeste geld opleveren?
De hervorming waarbij inkomsten uit arbeid, vermogen en vastgoed meer gezamenlijk en progressief zouden worden belast, is de grootste individuele maatregel. De vakbonden ramen de potentiële opbrengst daarvan op ongeveer 12,9 miljard euro.
9. Is dat hetzelfde als een klassieke vermogensbelasting?
Niet noodzakelijk. Een belasting op vermogen zelf en een belasting op inkomsten uit vermogen zijn verschillende zaken. Een belangrijk onderdeel van het vakbondsvoorstel gaat over de fiscale behandeling van inkomsten uit arbeid, financieel vermogen en onroerend goed. De parlementaire petitie vraagt daarnaast ook om een vermogenskadaster als beleidsinstrument.
10. Waarom willen de vakbonden een vermogenskadaster?
Volgens de petitie zou zo’n kadaster inkomsten en vermogen transparanter in kaart moeten brengen. Het kadaster wordt daar voorgesteld als een beleidsinstrument. Een vermogenskadaster betekent op zichzelf nog niet automatisch dat er een nieuwe vermogensbelasting wordt ingevoerd.
11. Wat willen de vakbonden doen met bedrijfssubsidies?
Ze willen bedrijfssubsidies en fiscale voordelen systematischer evalueren, beperken of schrappen wanneer het economische nut onvoldoende aantoonbaar is. Het uitgangspunt is dat ook overheidssteun aan ondernemingen op efficiëntie moet worden beoordeeld.
12. Willen ze alle subsidies aan bedrijven afschaffen?
Nee. Het voorstel richt zich niet op een algemene afschaffing van alle bedrijfssteun. Het gaat vooral over subsidies en fiscale uitgaven waarvan de vakbonden vinden dat het economische of maatschappelijke rendement onvoldoende is aangetoond.
13. Wat is het voorstel rond loonsubsidies?
De vakbonden willen bepaalde loonsubsidies opnieuw tegen het licht houden. In de voorstelling van april werd bijvoorbeeld gesproken over ongeveer 700 miljoen euro potentiële opbrengst door bepaalde subsidies kritischer te evalueren en in te perken. Dat bedrag is opnieuw een vakbondsraming.
14. Wat hebben flexi-jobs met de begroting te maken?
Voor flexi-jobs gelden bijzondere fiscale en sociale regels. De vakbonden vinden dat sommige van die gunstregimes leiden tot minder inkomsten voor de sociale zekerheid en willen bepaalde bijdragen dichter bij het normale stelsel brengen.
15. Willen ze flexi-jobs dan afschaffen?
Dat is niet de kern van dit begrotingsvoorstel. Het gaat vooral over de sociale en fiscale behandeling ervan. De vakbonden pleiten voor hogere of meer gelijkwaardige bijdragen, niet simpelweg voor het verdwijnen van alle flexi-jobs.
16. Wat willen de vakbonden veranderen aan studentenarbeid?
Ook studentenarbeid geniet verminderde sociale bijdragen. De vakbonden willen bekijken of de bijdrageverschillen met gewone arbeid niet te groot zijn en of een hogere bijdrage de financiering van de sociale zekerheid kan versterken.
17. Waarom worden managementvennootschappen genoemd?
De vakbonden stellen dat bepaalde mensen via een managementvennootschap fiscaal en sociaal gunstiger kunnen worden vergoed dan wanneer vergelijkbaar werk als werknemer wordt uitgevoerd. Ze willen zulke verschillen beperken wanneer ze vooral gebruikt worden om belastingen of sociale bijdragen te verminderen.
18. Wat bedoelen de vakbonden met “fiscale koterijen”?
Daarmee doelen ze op allerlei uitzonderingen, gunstregimes en verschillende fiscale statuten waardoor economisch vergelijkbare inkomsten verschillend kunnen worden belast. Ze willen een eenvoudiger systeem waarin de oorsprong van een inkomen minder bepaalt hoeveel belasting erop verschuldigd is.
19. Wat stellen ze voor rond fiscale fraude?
De bredere campagne van de vakbonden legt ook nadruk op een betere belastinginning en fraudebestrijding. Het ACV noemt bijvoorbeeld het verkleinen van de Belgische btw-kloof richting het Europese gemiddelde als mogelijke bron van extra inkomsten en raamt dat effect op 1,6 miljard euro. Dat is een vakbondsraming.
20. Waarom hebben geneesmiddelen iets met hun begrotingsplan te maken?
Omdat besparen volgens de vakbonden niet noodzakelijk betekent dat patiënten minder zorg moeten krijgen. Ze willen ook kijken naar de prijzen die de overheid voor dure geneesmiddelen betaalt. Voor een aanpak van de prijszetting van de 25 duurste geneesmiddelen werd een potentiële besparing van ongeveer 237 miljoen euro genoemd.
21. Willen de vakbonden ook iets veranderen aan de lonen?
Ja. Een van de vier basisprincipes van het oorspronkelijke voorstel is meer vrijheid bij de loonvorming. De vakbonden willen dat er meer ruimte bestaat om lonen te laten stijgen wanneer economische omstandigheden en productiviteit dat toelaten.
22. Bestaat het plan alleen uit nieuwe belastingen?
Nee. Het pakket combineert verschillende soorten maatregelen: andere belastingregels, hogere of gelijkere sociale bijdragen, aanpak van fiscale uitzonderingen, evaluatie van bedrijfssubsidies, fraudebestrijding, mogelijke besparingen op onder meer geneesmiddelen en voorstellen rond loonvorming.
23. Betekent het voorstel dat gewone werknemers automatisch minder belasting zullen betalen?
Niet automatisch. De politieke bedoeling van de vakbonden is de belastingdruk sterker te verschuiven van arbeid naar andere inkomensbronnen en de financiering van sociale zekerheid en openbare diensten te versterken. Of een individuele werknemer uiteindelijk meer of minder betaalt, hangt af van de concrete wetgeving die eventueel uit zulke voorstellen zou voortkomen.
24. Welke vragen moeten bij dit alternatief kritisch worden onderzocht?
Onder meer: hoeveel leveren de maatregelen na gedragseffecten werkelijk op? Wat gebeurt er met investeringen en ondernemerschap? Hoe voorkom je dubbele belasting? Welke vrijstellingen zijn nodig? Wat zijn de gevolgen voor kleine spaarders, zelfstandigen en verhuurders? En hoeveel bestaande subsidies zijn daadwerkelijk inefficiënt?
Dat zijn relevante vragen omdat een raming van potentiële inkomsten nog niet hetzelfde is als gerealiseerde begrotingsinkomsten. Hetzelfde principe geldt overigens voor ramingen van zowel regeringen als belangengroepen.
25. Wat is er ondertussen met de petitie gebeurd?
De drempel van 25.000 handtekeningen is ruimschoots overschreden. Op 23 september 2026 vermeldt de officiële website van de Kamer 77.173 onlinehandtekeningen, waarvan 46.410 uit Vlaanderen, 23.371 uit Wallonië en 7.392 uit Brussel. De petitie vraagt het parlement onder meer te kijken naar een vermogenskadaster, aangifte van alle reële inkomsten en voordelen, meer progressiviteit en een beter evenwicht tussen de belasting van arbeid en kapitaal.
De petitie bewijst op zichzelf niet dat de voorgestelde maatregelen economisch de beste oplossing zijn. Ze zorgt er wel voor dat de voorstellen formeel op parlementair niveau kunnen worden behandeld en besproken.
Externe links
Gemeenschappelijk vakbondsfront / voorstel:
VSOA – Voorstel voor een gezonde en rechtvaardigere begroting
ACV:
ACV – Alternatieven voor het begrotingsbeleid
Federale Kamer:
Officiële petitie voor rechtvaardige fiscaliteit
Nationale Bank van België:
Analyses over bedrijfssubsidies en Belgische economie
Federaal Planbureau:
Begrotingsvooruitzichten en analyses van beleidsmaatregelen
OESO:
Internationale gegevens over belastingdruk op arbeid
Conclusie
De Belgische begrotingsdiscussie hoeft niet te worden herleid tot één simpele keuze tussen “besparen” en “niet besparen”.
De interessantere discussie gaat over waar we besparen, waar we inkomsten zoeken en vooral hoe de totale inspanning wordt verdeeld.
Het gemeenschappelijk vakbondsfront probeert met zijn alternatieve begroting die inkomstenzijde nadrukkelijker in het debat te brengen.
Daarmee is nog niet bewezen dat elke voorgestelde maatregel werkt of exact het geraamde bedrag oplevert.
Maar het opent wel een noodzakelijke discussie.
Want een begroting bestaat niet alleen uit cijfers.
Ze vertelt ook wie we beschermen, wat we belangrijk vinden en wie uiteindelijk welk deel van de gezamenlijke rekening draagt.
Wat denk jij?
Moet België vooral besparen om zijn begroting op orde te krijgen?
Of moeten inkomsten uit vermogen, fiscale uitzonderingen en bedrijfssubsidies veel nadrukkelijker worden meegenomen?
Laat je mening gerust achter.
Niet om elkaar onmiddellijk te overtuigen.
Wel om opnieuw te doen wat in een democratie essentieel is:
vragen stellen, argumenten wegen en luisteren naar de antwoorden.
Jouw verhaal telt.
Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.
Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.
Zie je een fout of heb je een vraag?
We doen ons best om de informatie op narcisme.blog zo zorgvuldig, correct en actueel mogelijk te houden. Toch kan er altijd ergens een fout, onduidelijkheid of verouderde informatie staan.
Merk je een onjuistheid op, heb je een inhoudelijke vraag of denk je dat bepaalde informatie moet worden aangepast? Laat het ons dan gerust weten via het daarvoor voorziene contactkanaal.
We bekijken meldingen zo zorgvuldig mogelijk en passen informatie aan wanneer daar een gegronde reden voor is. Ook verzoeken om bepaalde inhoud te corrigeren, aan te vullen of te verwijderen worden ernstig genomen en individueel beoordeeld.
Om je vraag efficiënt te kunnen behandelen, vragen we om dezelfde melding niet via verschillende kanalen tegelijk te versturen. Eén duidelijke boodschap met de link naar de betreffende pagina en een korte toelichting helpt ons het snelst verder.
Betrouwbare informatie, transparantie en respect voor onze lezers staan voor narcisme.blog centraal. Daarom waarderen we het wanneer je ons attent maakt op mogelijke fouten of verbeterpunten.
✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier!
Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!
Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.
👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.
Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.
👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.
Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq
