Inhoudsopgave

Illustratieve poster over de drang naar hardheid en nieuw fascisme, met een imposante autoritaire figuur boven een menigte en afbrokkelende democratische architectuur. De contrastrijke zwart-rode vormgeving verbeeldt hoe fantoombezit, ressentiment, angst voor verlies en machtsdenken elkaar kunnen versterken.

Er hangt iets vreemds in de lucht.

We leven in een tijd waarin mensen voortdurend over vrijheid spreken, terwijl tegelijk steeds harder wordt geroepen om grenzen, uitsluiting, deportatie, vergelding en sterke leiders.

We horen dat klimaatbeleid onze vrijheid bedreigt, maar veel minder vaak dat een onleefbaar klimaat onze vrijheid kan vernietigen.

We horen dat mensen hun land, cultuur, positie, mannelijkheid of levenswijze moeten ‘terugpakken’. Maar soms is helemaal niet duidelijk wat hun precies is afgenomen.

En ondertussen groeit een politiek verlangen naar hardheid.

Harder optreden.

Hardere grenzen.

Hardere straffen.

Hardere taal.

Minder begrip. Minder twijfel. Minder mededogen.

Waarom?

De Duitse filosofe Eva von Redecker probeert precies dat te begrijpen. Haar werk gaat over eigendom, macht, bevrijding, klimaat, vrijheid en de nieuwe vormen van fascisme. In haar boek Dieser Drang nach Härte – Über den neuen Faschismus en in verschillende lezingen en gesprekken uit 2025 en 2026 verbindt ze thema’s die op het eerste gezicht ver uit elkaar liggen: kapitalisme, patriarchaat, klimaatverandering, racisme, neoliberalisme, ressentiment, kunstmatige intelligentie, democratie en onze obsessie met bezit.

Haar centrale vraag is verrassend eenvoudig:

Wat gebeurt er wanneer mensen vrijheid niet langer begrijpen als samen kunnen leven, maar als het recht om over iets — of iemand — te beschikken?

En misschien nog belangrijker:

Kunnen we daar een aantrekkelijker idee van vrijheid tegenover zetten?

Wie is Eva von Redecker?

Eva von Redecker is een Duitse filosoof en kritisch theoreticus. Haar werk draait onder meer rond eigendom, sociale verandering, overheersing en bevrijding. In Bleibefreiheit ontwikkelt ze bovendien een andere kijk op vrijheid: niet alleen de vrijheid om ergens heen te kunnen, maar ook de vrijheid om ergens te kunnen blijven.

Dat klinkt misschien abstract.

Maar denk even aan wat vrijheid meestal betekent.

Vrijheid is kunnen vertrekken.

Kunnen reizen.

Kunnen kopen.

Kunnen kiezen.

Kunnen ondernemen.

Kunnen groeien.

Kunnen verhuizen.

Kunnen beschikken over wat van jou is.

Von Redecker draait de vraag om.

Wat als echte vrijheid ook betekent dat je niet hoeft te vluchten?

Dat je huis bewoonbaar blijft.

Dat je buurt niet wordt vernietigd.

Dat je niet uit je land wordt verdreven.

Dat je bodem vruchtbaar blijft.

Dat je water beschikbaar blijft.

Dat je lichaam niet door iemand anders wordt opgeëist.

Dat je voldoende tijd hebt om werkelijk te leven.

Dan wordt vrijheid plotseling veel meer dan individuele keuzevrijheid.

Dan wordt vrijheid afhankelijk van de wereld die we samen onderhouden.

1. De nieuwe fascistische verleiding begint niet noodzakelijk met laarzen

Wanneer we het woord fascisme horen, denken we snel aan de jaren dertig.

Uniformen.

Massabijeenkomsten.

Dictators.

Militarisme.

Partijvlaggen.

Politieke terreur.

Dat historische geheugen is noodzakelijk. Maar het kan ons ook misleiden wanneer we verwachten dat nieuw fascisme er precies hetzelfde zal uitzien.

Volgens Von Redecker moeten we fascisme daarom niet uitsluitend herkennen aan uiterlijke kenmerken of aan de aanwezigheid van één dictator.

Ze beschrijft fascisme eerder als een logica van overheersing. In haar analyse ontstaat een denkbeeldige noodtoestand waarin ‘alles op het spel staat’. Vervolgens verschijnt er een vijand die zogenaamd iets van ‘ons’ afpakt. Daardoor kan steeds extremer optreden worden voorgesteld als zelfverdediging.

Dat mechanisme is belangrijk.

Want zodra mensen werkelijk geloven:

“Ze pakken ons alles af”

wordt bijna iedere tegenmaatregel verdedigbaar.

De tegenstander is dan niet langer iemand met wie je politiek van mening verschilt.

Hij wordt een bedreiging.

Een indringer.

Een parasiet.

Een verrader.

Een plunderaar.

En precies daar verandert democratisch conflict in iets veel gevaarlijkers.

2. Het fascisme heeft altijd iets nodig dat zogenaamd gestolen wordt

Hier introduceert Von Redecker een van haar interessantste begrippen:

Phantombesitz — fantoombezit

Fantoombezit is iets waarvan mensen ervaren dat het van hen hoort te zijn, hoewel zij er geen werkelijk eigendomsrecht op hebben.

Dat kan bijvoorbeeld gaan over het idee:

dit is óns land.

Maar ook:

deze cultuur is van ons.

deze maatschappelijke positie behoort ons toe.

deze vrouw hoort bij mij.

deze baan had eigenlijk van mij moeten zijn.

wij horen hier de meerderheid te blijven.

onze manier van leven mag door niemand worden beperkt.

Het fascistische verhaal voegt daar vervolgens iets aan toe:

Iemand probeert het van jou af te pakken.

Von Redecker noemt fascisme daarom in haar analyse een soort verschoven eigendomsroes en spreekt over een gewelddadige verdediging van fantoombezit.

Dat helpt verklaren waarom complottheorieën zo gemakkelijk samengaan met extreemrechtse politiek.

Want fantoombezit heeft een dief nodig.

Als niemand werkelijk iets heeft gestolen, moet er iemand worden aangewezen die het zogenaamd heeft gedaan.

Migranten.

Feministen.

Kosmopolieten.

Journalisten.

Academici.

Klimaatactivisten.

Minderheden.

Politieke tegenstanders.

Of een geheimzinnige ‘elite’.

Niet iedere kritiek op migratie, klimaatbeleid of elites is daarom fascistisch. Dat onderscheid moeten we zorgvuldig blijven maken.

Het gevaar ontstaat wanneer politieke problemen worden vertaald naar een existentiële eigendomsstrijd:

zij nemen af wat eigenlijk van ons is.

3. Waarom bezit zo’n belangrijke rol speelt

Om dat te begrijpen gaat Von Redecker nog een stap verder.

Ze gebruikt het Duitse begrip Sachherrschaft.

Letterlijk betekent dat ongeveer: heerschappij over een zaak.

Onze moderne westerse eigendomsopvatting lijkt vanzelfsprekend: iets is van mij en daarom mag ik er in beginsel mee doen wat ik wil.

Maar historisch is dat helemaal niet vanzelfsprekend.

Von Redecker wijst erop dat deze specifieke vorm van eigendom verbonden is met de moderne kapitalistische en koloniale geschiedenis. Eigendom wordt daarin gedacht als verregaande beschikkingsmacht: iets behandelen alsof het volledig aan jouw wil onderworpen is.

En daar verschijnt een ongemakkelijke vraag.

Wat gebeurt er wanneer we die logica niet alleen op dingen toepassen?

Want mensen hebben door de geschiedenis heen geprobeerd dezelfde beschikkingsmacht uit te oefenen over:

natuur,

grond,

grondstoffen,

tot slaaf gemaakte mensen,

geracialiseerde bevolkingsgroepen,

vrouwen,

arbeid,

lichamen.

Von Redecker verbindt die eigendomslogica daarom ook met kolonialisme, slavernij en patriarchale machtsverhoudingen.

Het probleem is dus niet simpelweg dat mensen spullen bezitten.

Het probleem ontstaat wanneer bezit een dieper cultureel principe wordt:

vrij zijn betekent dat niemand mij mag verhinderen te doen wat ik wil met datgene waarvan ik vind dat het mij toebehoort.

4. Wanneer vrijheid verandert in beschikkingsmacht

Hier raken bezit en vrijheid elkaar.

Onze moderne voorstelling van vrijheid klinkt vaak als:

Niemand vertelt mij wat ik moet doen.

Op zichzelf is daar niets verkeerd mee.

Bescherming tegen willekeur is een fundamenteel onderdeel van een democratische rechtsstaat.

Maar vrijheid kan ontsporen wanneer ze wordt:

Ik hoef met niemand rekening te houden.

Dan wordt vrijheid niet langer wederkerig.

Mijn vrijheid telt.

Jouw reactie op mijn gedrag wordt ‘censuur’.

Mijn bezit telt.

Jouw behoefte wordt ‘afgunst’.

Mijn consumptie telt.

Ecologische grenzen worden ‘betutteling’.

Mijn mening telt.

Jouw tegenargument wordt ervaren als een aanval op mijn vrijheid.

Von Redecker merkt in haar analyse op dat hedendaagse extreemrechtse vrijheidsretoriek soms precies deze vreemde verschuiving maakt: vrijheid wordt bijna het vermeende recht om een mening te uiten zonder een tegenstem te hoeven verdragen.

Dat is paradoxaal.

Want democratische vrijheid betekent juist dat niemand eigenaar is van de publieke ruimte.

Ook jij niet.

Ook ik niet.

We moeten haar delen.

5. Waarom de ‘drang naar hardheid’ zo aantrekkelijk kan worden

Maar waarom zouden mensen hiervoor vallen?

Waarom verlangen mensen naar hardheid?

Het gemakkelijkste antwoord luidt:

omdat ze slecht geïnformeerd zijn.

Of racistisch.

Of autoritair.

Soms spelen zulke factoren zeker een rol. Maar daarmee begrijpen we nog niet waarom dergelijke bewegingen op bepaalde momenten zoveel aantrekkingskracht krijgen.

Von Redecker wijst ook op verlies, krenking, onzekerheid en ressentiment.

Dat onderscheid is cruciaal.

Mensen kunnen werkelijk iets verloren hebben.

Een stabiele baan.

Een betaalbare woning.

Een herkenbare gemeenschap.

Sociale status.

Zekerheid.

Publieke dienstverlening.

Een gevoel dat hun kinderen het beter zullen hebben.

Tijd.

Controle over hun eigen leven.

Wanneer dergelijke reële verliezen niet politiek worden opgelost, kunnen ze worden vertaald naar fantoomverlies.

Dan wordt bijvoorbeeld:

“Mijn bestaanszekerheid is afgenomen”

vervangen door:

“Migranten hebben mijn land afgepakt.”

Of:

“Ik voel me sociaal machteloos”

wordt:

“Feminisme heeft mannen hun plaats afgenomen.”

Dat is politiek explosief.

Want een ingewikkeld structureel probleem krijgt plotseling een zichtbare vijand.

6. Daarom volstaat mensen uitlachen niet

Dit betekent niet dat we racisme, seksisme of antidemocratische politiek moeten vergoelijken.

Integendeel.

Maar Von Redeckers analyse bevat een belangrijk inzicht.

Wanneer mensen werkelijk verlies en vernedering ervaren, moet democratische politiek méér aanbieden dan:

“Je analyse klopt niet.”

Ze stelt in haar lezing de vraag of achter de verdediging van fantoombezit soms een werkelijke verlies- of krenkingservaring zit waarvoor andere vormen van bescherming beschikbaar kunnen worden gemaakt. Haar antwoord wijst richting publieke voorzieningen, sociale zekerheid en respectvolle maatschappelijke relaties.

Dat verandert de politieke vraag.

Niet alleen:

Hoe bestrijden we extreemrechts?

Maar ook:

Welke zekerheid bieden wij mensen zodat zij geen denkbeeldige vijand nodig hebben om zich veilig te voelen?

Dat is veel moeilijker.

Maar waarschijnlijk ook veel belangrijker.

7. Klimaatverandering maakt deze discussie nog urgenter

Hier komen we bij een tweede grote lijn in de teksten.

Klimaatverandering is namelijk niet alleen een milieuprobleem.

Ze verandert volgens het debat met historicus Dipesh Chakrabarty fundamenteel hoe we moeten nadenken over geschiedenis, samenleving, verantwoordelijkheid en politiek. De mensheid is inmiddels een kracht geworden die het aardsysteem zelf beïnvloedt.

Maar ‘de mensheid’ is tegelijk een gevaarlijk abstract begrip.

Want niet iedereen:

heeft evenveel uitgestoten,

bezit evenveel,

consumeert evenveel,

profiteert evenveel,

of wordt even zwaar getroffen.

De klimaatcrisis staat daarom niet los van sociale ongelijkheid, kapitalistische productie, patriarchale structuren en historische onteigening. Dat verband staat expliciet centraal in het gesprek tussen Chakrabarty, Von Redecker en Violetta Bock.

Daarom is klimaatpolitiek uiteindelijk ook machtspolitiek.

Wie kan blijven?

Wie moet vluchten?

Wie kan zijn woning koelen?

Wie kan verhuizen?

Wie bezit vruchtbare grond?

Wie kan zich verzekeren?

Wie betaalt voor de schade?

Wie beschikt over water?

En wie beslist daarover?

8. Wat als klimaatverandering eigenlijk een vrijheidscrisis is?

Dit is misschien een van de krachtigste gedachten uit Von Redeckers werk.

We spreken voortdurend over klimaatbeleid alsof het vrijheid beperkt.

Een autovrije straat?

Vrijheidsbeperking.

Minder vliegen?

Vrijheidsbeperking.

Minder fossiele brandstoffen?

Vrijheidsbeperking.

Maar Von Redecker stelt een ongemakkelijke tegenvraag.

Waarom beschouwen we het verdwijnen van biodiversiteit of het onbewoonbaar worden van delen van de aarde dan niet als een verlies van vrijheid?

Stel dat jij formeel vrij bent om overal heen te gaan.

Maar je huis overstroomt.

Je landbouwgrond verdroogt.

De temperatuur wordt ondraaglijk.

Bossen branden.

Water wordt schaars.

Je verzekering wordt onbetaalbaar.

Je kinderen kunnen niet meer veilig wonen waar jij bent opgegroeid.

Ben je dan werkelijk vrij?

Waarschijnlijk niet.

En daarom introduceert Von Redecker een ander vrijheidsbegrip.

9. Bleibefreiheit: de vrijheid om te kunnen blijven

Vrijheid wordt meestal ruimtelijk gedacht.

Ik ben vrij wanneer ik kan bewegen.

Maar Von Redecker vraagt ons ook tijdelijk te denken.

Vrijheid betekent dan:

ik kan blijven en mijn leven kan hier verdergaan.

Dat vereist veel meer dan een juridisch recht.

Een plaats moet leefbaar blijven.

Iemand moet voedsel produceren.

Water moet beschikbaar blijven.

Mensen moeten voor elkaar zorgen.

Ecosystemen moeten zich kunnen herstellen.

Infrastructuur moet worden onderhouden.

Von Redecker benadrukt daarom dat ‘blijven’ een temporele dimensie heeft: leven moet kunnen doorgaan en een plaats moet onderhouden worden.

Dat maakt vrijheid relationeel.

Mijn vrijheid bestaat niet ondanks anderen.

Ze bestaat dankzij relaties met anderen en met de wereld om mij heen.

Dat is bijna het tegenovergestelde van het bezitmodel.

Niet:

dit is van mij, dus ik mag ermee doen wat ik wil.

Maar:

ik leef hiervan, dus ik moet helpen het in stand te houden.

10. Klimaatpolitiek gaat daarom ook over zorg

Dat klinkt misschien minder spectaculair dan revolutie.

Maar misschien is precies dát revolutionair.

Onderhouden.

Herstellen.

Verzorgen.

Voeden.

Beschermen.

Repareren.

Doorgeven.

Want onze economie waardeert vaak het tegenovergestelde.

Nieuwe producten maken levert economische groei op.

Een oud product repareren veel minder.

Een bos kappen creëert economische activiteit.

Een bos laten groeien verschijnt nauwelijks als productie.

Een familielid onbetaald verzorgen telt nauwelijks mee.

Professionele zorg wordt voortdurend onder tijdsdruk gezet.

Toch bestaat een leefbare samenleving precies dankzij deze onderhoudende activiteiten.

Vrijheid vraagt dus niet alleen rechten.

Vrijheid vraagt zorginfrastructuur.

11. En dan verschijnt een prachtig begrip: publieke luxe

Maar moeten we dan allemaal sober, grijs en vreugdeloos leven?

Nee.

Dat is precies waar Von Redeckers verhaal interessant wordt.

Ze verwijst naar het idee:

Public luxury, private sufficiency/frugality

Of eenvoudiger:

publieke luxe in plaats van eindeloze private consumptie.

Het principe is eenvoudig.

Niet iedereen heeft een privézwembad nodig wanneer er prachtige publieke zwembaden zijn.

Niet iedereen heeft twee auto’s nodig wanneer openbaar vervoer snel, comfortabel en betrouwbaar is.

Niet iedereen hoeft rijk te zijn om toegang te hebben tot schoonheid, cultuur, natuur, gezondheidszorg, mobiliteit en ontspanning.

Von Redecker beschrijft publieke luxe als plaatsen en infrastructuren waartoe mensen onvoorwaardelijk toegang hebben.

Dat kan groot zijn.

Een uitstekend openbaar vervoersnetwerk.

Universele gezondheidszorg.

Betaalbare energie.

Goede scholen.

Bibliotheken.

Parken.

Maar publieke luxe kan ook klein beginnen.

Een bankje.

Een plein.

Een boom.

Een openbaar toilet.

Een veilige fietspiste.

Een plek waar je mag zitten zonder eerst iets te moeten kopen.

12. Stel je een samenleving voor waarin je niet rijk hoeft te zijn om rijk te leven

Dat is misschien de essentie.

Stel je een stad voor met:

prachtige parken,

gratis bibliotheken,

comfortabel openbaar vervoer,

betaalbare energie,

veilige straten,

publieke sportvoorzieningen,

cultuurhuizen,

groene pleinen,

goede scholen,

uitstekende gezondheidszorg,

gezonde voeding,

en voldoende plekken waar niemand vraagt:

“Wat ga je kopen?”

Dat verandert vrijheid fundamenteel.

Je hoeft minder privévermogen op te bouwen om jezelf tegen onzekerheid te beschermen.

Von Redecker trekt die gedachte ver door. Genoeg publieke luxe zou volgens haar betekenen dat iemand ook zonder groot privévermogen goed zou kunnen leven. De gedeelde wereld wordt dan zo georganiseerd dat mensen kunnen leven van wat werkelijk gemeenschappelijk toegankelijk is.

Dat is geen pleidooi voor armoede.

Het is precies het tegenovergestelde.

Het is een andere definitie van rijkdom.

13. Van private overvloed naar gedeelde overvloed

Onze huidige maatschappij zegt vaak:

word rijk zodat je jezelf kunt beschermen tegen wat collectief slecht georganiseerd is.

Koop een grote auto omdat het openbaar vervoer onvoldoende is.

Koop een huis met tuin omdat publieke ruimte schaars is.

Neem een privéverzekering omdat publieke zorg onder druk staat.

Betaal bijles omdat het onderwijs tekortschiet.

Koop airconditioning omdat steden onvoldoende bestand zijn tegen hitte.

Wie genoeg geld heeft, bouwt als het ware zijn eigen mini-verzorgingsstaat.

Maar wie weinig geld heeft?

Die blijft afhankelijk van de kwaliteit van de gedeelde wereld.

Daarom is publieke luxe uiteindelijk ook democratische gelijkheid.

14. Dit raakt rechtstreeks aan de klimaattransitie

Een rechtvaardige klimaattransitie kan niet alleen zeggen:

minder.

Minder vliegen.

Minder vlees.

Minder auto’s.

Minder energie.

Minder consumeren.

Want mensen horen dan vooral:

jij gaat iets verliezen.

En precies daar kan de politiek van fantoomverlies zich nestelen.

De klimaattransitie heeft daarom ook een positief verhaal nodig.

Niet alleen:

wat moet verdwijnen?

Maar:

wat krijgen we ervoor terug?

Schonere lucht.

Rustigere buurten.

Meer groen.

Betaalbare woningen.

Goed openbaar vervoer.

Meer tijd.

Minder lawaai.

Betere gezondheid.

Meer publieke ruimte.

Meer sociale zekerheid.

Meer verbondenheid.

Dat is geen cosmetische communicatiestrategie.

Het is essentieel.

Want mensen verdedigen gemakkelijker een leefbare toekomst wanneer zij die toekomst ook werkelijk kunnen verlangen.

15. Nihilisme: wanneer niets nog betekenis lijkt te hebben

In haar lezing Nihilism as possessive diremption from life onderzoekt Von Redecker het hedendaagse nihilisme mede in gesprek met het werk van politiek filosoof Wendy Brown.

Daar verschijnt een bekend gevoel.

Alles wordt competitie.

Alles wordt gemeten.

Alles wordt vermarkt.

Alles moet renderen.

Jezelf inbegrepen.

Je moet jezelf voortdurend:

optimaliseren,

verkopen,

verbeteren,

profileren,

vergelijken.

En toch ervaren veel mensen weinig controle.

Von Redecker beschrijft, voortbouwend op Browns analyse, hoe neoliberale omstandigheden kunnen bijdragen aan gevoelens van machteloosheid, vervreemding, ressentiment en uiteindelijk naar buiten gerichte agressie.

Daar ontstaat opnieuw de verbinding met de drang naar hardheid.

Wanneer mensen het gevoel krijgen dat niets betekenis heeft, kan vernietiging plotseling aantrekkelijk worden.

Niet:

hoe bouwen we iets beters?

Maar:

breek het af.

16. Ressentiment heeft altijd een richting nodig

Woede is op zichzelf nog geen politieke ideologie.

De cruciale vraag is:

waarop wordt die woede gericht?

Op machtsstructuren?

Op ongelijkheid?

Op monopolies?

Op uitbuiting?

Op slechte arbeidsvoorwaarden?

Of op een kwetsbare minderheid?

Daar wordt politiek gemaakt.

Werkelijke onzekerheid kan namelijk worden omgezet in solidariteit.

Maar ze kan ook worden omgezet in ressentiment.

Dezelfde persoon die terecht voelt:

“Dit systeem werkt niet voor mij”

kan tot twee totaal verschillende conclusies komen.

De eerste:

“Dan moeten we het systeem eerlijker maken.”

De tweede:

“Dan moet iemand anders verdwijnen zodat ik opnieuw krijg wat mij toekomt.”

Die tweede beweging is precies waar fantoombezit gevaarlijk wordt.

17. De vijand van fascisme is daarom niet alleen antifascisme

We hebben uiteraard democratische instituties nodig.

Een onafhankelijke rechterlijke macht.

Vrije journalistiek.

Mensenrechten.

Politiek pluralisme.

Vakbonden.

Maatschappelijke organisaties.

Onderwijs.

Burgerparticipatie.

Maar instituties alleen zijn niet genoeg.

Een democratie moet ook een geloofwaardig dagelijks leven kunnen aanbieden.

Mensen moeten ervaren:

dat zorg beschikbaar is,

dat werk waardigheid kan geven,

dat hun kinderen toekomst hebben,

dat ze gehoord worden,

dat publieke ruimte werkelijk van iedereen is,

dat verlies niet automatisch tot sociale ondergang leidt.

Anders ontstaat een vacuüm.

En iemand zal dat vacuüm vullen.

Misschien met solidariteit.

Maar misschien met een vijandbeeld.

18. Democratie heeft zachtheid nodig — maar geen zwakte

Hier moeten we voorzichtig zijn.

Het tegenovergestelde van de drang naar hardheid is niet grenzeloos toegeeflijk zijn.

Een democratische samenleving moet zichzelf kunnen verdedigen.

Tegen geweld.

Tegen racisme.

Tegen intimidatie.

Tegen politieke terreur.

Tegen corruptie.

Tegen autoritaire machtsconcentratie.

Tegen systematische desinformatie.

Maar kracht en hardheid zijn niet hetzelfde.

Kracht kan grenzen stellen zonder mensen te ontmenselijken.

Kracht kan rechtvaardigheid verdedigen zonder wreedheid te verheerlijken.

Kracht kan zeggen:

tot hier en niet verder.

Hardheid zegt:

jouw pijn doet er niet toe.

Dat verschil is essentieel.

19. Misschien herkennen mensen met ervaring van psychologische controle iets in dit patroon

Er is nog een reden waarom deze filosofische analyse relevant kan zijn voor wie nadenkt over trauma, machtsmisbruik of narcistische dynamieken.

We moeten individuele psychologie en politieke ideologie niet simpelweg gelijkstellen.

Een autoritaire politicus is niet automatisch een ‘narcist’.

Een toxische relatie is geen miniatuurversie van fascisme.

En een politieke beweging kun je niet diagnosticeren met een psychiatrisch label.

Toch bestaan er herkenbare machtsmechanismen.

Bijvoorbeeld:

een permanent gevoel van crisis creëren;

een vijand aanwijzen;

kritiek voorstellen als verraad;

wederkerigheid vervangen door dominantie;

anderen behandelen alsof zij beschikbaar zijn voor jouw behoeften;

grenzen ervaren als krenking;

controle verwarren met veiligheid;

en verantwoordelijkheid voortdurend buiten jezelf leggen.

Wie langdurig in een controlerende relatie heeft geleefd, weet hoe ontregelend zo’n werkelijkheid kan worden.

Niet omdat privérelaties en politiek hetzelfde zijn.

Maar omdat macht op verschillende niveaus soms vergelijkbare patronen gebruikt.

20. Herstel begint wanneer bezit opnieuw relatie wordt

Dat brengt ons terug naar Von Redeckers fundamentele kritiek.

Wat als het probleem dieper ligt dan politiek?

Wat als we eeuwenlang geleerd hebben dat vrijheid betekent:

controle hebben?

Over bezit.

Over natuur.

Over arbeid.

Over tijd.

Over lichamen.

Over andere mensen.

Dan vraagt herstel — individueel én maatschappelijk — om een ander uitgangspunt.

Niet:

Hoe krijg ik opnieuw volledige controle?

Maar:

Hoe kan ik opnieuw veilig deelnemen aan relaties waarin niemand de ander bezit?

Dat geldt voor liefde.

Voor ouderschap.

Voor zorg.

Voor werk.

Voor democratie.

En uiteindelijk ook voor onze relatie met de aarde.

21. De aarde is geen bezit waaruit we kunnen ontsnappen

Dat is misschien de grote filosofische omslag die klimaatverandering ons oplegt.

Eeuwenlang konden delen van de moderne economie handelen alsof er altijd ergens anders nog iets beschikbaar was.

Een nieuw continent.

Een nieuwe mijn.

Een nieuw bos.

Nieuwe arbeid.

Nieuwe olievelden.

Nieuwe markten.

Nieuwe grond.

Maar een planetaire ecologische crisis maakt duidelijk dat er geen onbeperkt ‘elders’ bestaat.

De vrijheid om alles uit te putten en vervolgens verder te trekken, is uiteindelijk geen vrijheid.

Von Redeckers Bleibefreiheit biedt daarom een radicaal andere voorstelling:

vrijheid is het vermogen een wereld zo te bewonen dat jij — én anderen — er kunnen blijven.

In het klimaatdebat verbindt ze die gedachte expliciet met het behoud van leefbare omgevingen en met de vaststelling dat de bewoonbare delen van de aarde onder druk staan.

Dat is ecologie.

Maar het is tegelijkertijd democratie.

22. Want niemand kan alleen blijven

Je kunt alleen blijven wanneer anderen mee onderhouden.

Iemand verzorgt je wanneer je ziek wordt.

Iemand onderhoudt het elektriciteitsnet.

Iemand zuivert water.

Iemand verbouwt voedsel.

Iemand rijdt de bus.

Iemand onderwijst kinderen.

Iemand verzorgt ouderen.

Iemand herstelt bruggen.

Iemand beschermt natuur.

Iemand blust branden.

Von Redecker wijst in het klimaatgesprek bijvoorbeeld op historische praktijken van wederzijdse hulp, waaronder georganiseerde brandbestrijding en duurzame vormen van visserij, als voorbeelden van activiteiten die langdurig gemeenschappelijk konden worden onderhouden.

We zijn dus niet vrij ondanks onze afhankelijkheid.

We kunnen vrij zijn omdat afhankelijkheid goed georganiseerd kan worden.

Dat is een fundamenteel andere kijk op menselijke autonomie.

23. Misschien is repareren het nieuwe vooruitgaan

Ook ons idee van vooruitgang verdient daarom herziening.

Vooruitgang betekende lang:

meer.

Sneller.

Groter.

Nieuw.

Efficiënter.

Productiever.

Maar een beschadigde planeet vraagt misschien andere werkwoorden.

Herstellen.

Verzorgen.

Regenereren.

Onderhouden.

Delen.

Beschermen.

Von Redecker stelt zelfs dat de oude droom dat technologische vooruitgang ons uiteindelijk van bijna alle arbeid zou bevrijden moeilijk vol te houden is in een wereld die zoveel herstelwerk nodig heeft. Ze pleit eerder voor zinvolle, niet-vervreemde arbeid.

Dat is een mooie gedachte.

Misschien is de toekomst niet een wereld waarin niemand meer iets hoeft te doen.

Misschien is het een wereld waarin veel meer van wat we doen werkelijk betekenis heeft.

24. De echte strijd gaat uiteindelijk over wat vrijheid betekent

Wanneer we alle lijnen uit deze teksten samenbrengen, verschijnt één fundamenteel conflict.

Aan de ene kant staat vrijheid als bezit:

Dit is van mij.

Ik bepaal.

Ik beschik.

Ik verdedig.

Ik sluit uit.

Ik neem.

Ik mag doen wat ik wil.

Aan de andere kant staat vrijheid als relatie:

Wij moeten een wereld maken waarin mensen kunnen leven en blijven.

Daar horen grenzen bij.

Maar ook zorg.

Wederkerigheid.

Publieke voorzieningen.

Democratie.

Ecologische verantwoordelijkheid.

En misschien zelfs overvloed.

Niet noodzakelijk privé-overvloed.

Maar gedeelde overvloed.

25. Dat is misschien het krachtigste antwoord op de nieuwe hardheid

Fascisme bestrijden betekent dan meer dan fascisten ontmaskeren.

Het betekent een samenleving bouwen waarin hun verhaal minder aantrekkelijk wordt.

Een samenleving waarin iemand die bang is om alles te verliezen niet alleen te horen krijgt:

“Je angst is irrationeel.”

Maar ook:

“Je zult niet worden achtergelaten.”

Waar gezondheidszorg beschikbaar blijft.

Waar wonen betaalbaar is.

Waar werk waardigheid geeft.

Waar publieke ruimte werkelijk publiek is.

Waar klimaatbeleid sociale zekerheid versterkt in plaats van afbreekt.

Waar kinderen toekomstperspectief hebben.

Waar vrijheid niet afhankelijk is van de grootte van je bankrekening.

Daar krijgt de democratie opnieuw iets wat ze dringend nodig heeft:

een belofte.

26. Niet terug naar vroeger, maar vooruit naar iets beters

Dat is misschien de grootste uitdaging.

Autoritaire bewegingen zijn sterk in nostalgie.

Take back control.

Neem ons land terug.

Herstel de oude orde.

Maak ons opnieuw groot.

Het zijn allemaal varianten van dezelfde beweging:

terugpakken.

Maar wat als het beloofde verleden nooit werkelijk heeft bestaan?

Dan moeten democratische bewegingen iets moeilijkers doen.

Niet zeggen:

we gaan terug.

Maar:

we kunnen vooruit naar iets wat beter is dan wat we verloren hebben.

Von Redecker benadrukt precies dat een werkelijk emancipatoir project ook een aantrekkelijker aanbod moet kunnen doen: het moet kunnen beloven dat er een betere wereld mogelijk is.

Dat vraagt politieke verbeelding.

Conclusie: de keuze tussen beheersen en bewonen

Misschien kunnen we de hele analyse uiteindelijk samenvatten in twee werkwoorden.

Beheersen.

Of:

bewonen.

Beheersen zegt:

de aarde is een grondstof.

De werknemer is productiefactor.

De vrouw is beschikbaar.

De migrant is bedreiging.

De tegenstander is vijand.

De publieke ruimte is markt.

Vrijheid betekent beschikken.

Bewonen zegt iets anders.

Deze wereld bestond vóór mij.

Andere mensen delen haar met mij.

Mensen zullen na mij komen.

Daarom kan ik niet alles gebruiken alsof alleen mijn verlangen telt.

Ik moet kunnen vertrekken wanneer dat nodig is.

Maar ik moet ook kunnen blijven.

Jij ook.

Daar begint een heel andere politiek.

Niet de politiek van eindeloze hardheid.

Niet de politiek van fantoombezit.

Niet de vrijheid van de sterkste om alles naar zich toe te trekken.

Maar een vrijheid waarin mensen voldoende veiligheid, tijd, zorg, natuur en publieke rijkdom hebben om werkelijk te kunnen leven.

Misschien is dat uiteindelijk de vraag die Eva von Redecker ons stelt:

Willen we een wereld bezitten totdat er niets meer overblijft — of willen we leren een wereld te bewonen waarin ook anderen kunnen blijven?

Dat tweede klinkt minder spectaculair dan de schreeuw om hardheid.

Maar misschien is het veel radicaler.

Wij vallen. Wij staan op. Wij groeien.

Jouw verhaal telt.

Veelgestelde vragen

1. Wie is Eva von Redecker?

Eva von Redecker is een Duitse filosoof en kritisch theoreticus die schrijft over eigendom, macht, kapitalisme, feminisme, vrijheid, ecologie, sociale verandering en fascisme. Haar vrijheidsbegrip Bleibefreiheit benadert vrijheid onder meer als de mogelijkheid om duurzaam ergens te kunnen blijven.

2. Wat bedoelt Von Redecker met nieuw fascisme?

Ze analyseert fascisme niet uitsluitend als een regime met één dictator, maar als een specifieke machtslogica waarin een noodtoestand wordt geconstrueerd en een vijand wordt voorgesteld als iemand die iets van ‘ons’ afneemt.

3. Wat betekent fantoombezit?

Fantoombezit of Phantombesitz verwijst naar vermeende aanspraken op iets waarvoor geen werkelijk eigendomsrecht bestaat, bijvoorbeeld een exclusieve aanspraak op een land, maatschappelijke positie of andere mensen.

4. Wat heeft eigendom met fascisme te maken?

Volgens Von Redecker kan fascistische politiek functioneren alsof een groep iets bezit dat door een vijand wordt gestolen. Het vermeende verlies rechtvaardigt vervolgens steeds hardere vormen van verdediging.

5. Wat betekent Sachherrschaft?

Sachherrschaft betekent letterlijk heerschappij over een zaak. Von Redecker gebruikt het om een moderne eigendomslogica te analyseren waarin eigendom een verregaande beschikkingsmacht impliceert.

6. Wat is Bleibefreiheit?

Bleibefreiheit betekent ongeveer ‘vrijheid om te blijven’: de mogelijkheid om een plaats duurzaam te bewonen en er je leven voort te zetten. Dat veronderstelt dat die omgeving sociaal én ecologisch leefbaar blijft.

7. Waarom verbindt Von Redecker vrijheid met klimaatverandering?

Omdat een onbewoonbare wereld menselijke vrijheid fundamenteel beperkt. Het verdwijnen van leefbare klimaatzones, ecosystemen en biodiversiteit kan daarom eveneens worden begrepen als verlies van vrijheid.

8. Wat betekent publieke luxe?

Publieke luxe verwijst naar hoogwaardige publieke voorzieningen en ruimtes waartoe iedereen toegang heeft, zoals gezondheidszorg, openbaar vervoer, parken, energievoorziening en andere gemeenschappelijke infrastructuur.

9. Betekent publieke luxe dat privébezit moet verdwijnen?

Niet noodzakelijk. De kern van het argument is dat mensen minder afhankelijk worden van privévermogen wanneer essentiële vormen van welvaart collectief toegankelijk zijn.

10. Wat heeft neoliberalisme met nihilisme te maken?

In de besproken filosofische analyse kan een samenleving waarin marktlogica, competitie en zelfoptimalisering steeds meer levensgebieden bepalen bijdragen aan machteloosheid, vervreemding en ressentiment. Dat ressentiment kan politiek worden gemobiliseerd.

11. Waarom is ressentiment politiek belangrijk?

Omdat werkelijk ervaren verlies of onzekerheid op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd. Het kan leiden tot solidariteit en structurele hervorming, maar ook tot de zoektocht naar een zondebok.

12. Is iedere rechtse of conservatieve politicus volgens deze analyse fascistisch?

Nee. Autoritarisme, conservatisme, populisme en fascisme zijn geen synoniemen. Het begrip verliest analytische waarde wanneer iedere harde of rechtse politieke positie automatisch fascistisch wordt genoemd.

13. Wat is het alternatief voor de politiek van hardheid?

Een democratische samenleving die veiligheid niet zoekt in uitsluiting, maar in sterke instituties, sociale zekerheid, publieke voorzieningen, wederkerigheid, ecologische leefbaarheid en betekenisvolle participatie.

14. Wat is de belangrijkste boodschap?

Vrijheid hoeft niet te betekenen dat we onbeperkt over mensen, natuur en bezit kunnen beschikken. Vrijheid kan ook betekenen dat we samen omstandigheden creëren waarin mensen waardig kunnen leven, zich kunnen ontwikkelen en ergens kunnen blijven.

Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.

Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.

✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier

Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!

Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.

👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.

Laat een reactie achter. Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.

👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.

🌿 Samen bouwen we aan herstel, kracht en emotionele vrijheid.

Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq

Steun narcisme.blog door aankopen bij bol.

Gebruik het contactformulier!

We zijn benieuwd naar je reactie hieronder!Reactie annuleren