Een diverse groep mensen steekt op verschillende tempo’s een kwetsbare brug over, terwijl een vrouw een oudere man helpt en een vangnet onder hen symbool staat voor sociale bescherming, begeleiding en bestaanszekerheid.
| | | | | | | | | | | | | |

Wie blijft er over wanneer het vangnet verdwijnt?

Over werkloosheid, activering en de mensen voor wie sneller niet hetzelfde betekent als beter

Ik schrijf dit niet omdat ik tegen werken ben.

Laat mij daar meteen duidelijk over zijn.

Na 38 jaar arbeidsbemiddeling hoef je mij niet meer te overtuigen van de betekenis die werk kan hebben. Ik heb mensen zien veranderen wanneer ze opnieuw ergens verwacht werden. Wanneer iemand hen ‘s morgens nodig had. Wanneer ze na maanden of jaren eindelijk weer konden zeggen:

“Ik ga werken.”

Dat zinnetje kan veel betekenen.

Een inkomen, natuurlijk.

Maar ook opnieuw ritme krijgen. Collega’s hebben. Erbij horen. Iets kunnen. Iets betekenen. Niet voortdurend aan de ontvangende kant van hulp staan.

Daar geloof ik nog altijd in.

Waar ik steeds meer moeite mee heb, is met een redenering waarin we doen alsof iedereen dezelfde afstand tot werk aflegt wanneer we maar voldoende druk zetten.

Want dat is niet wat ik in 38 jaar heb gezien.

Sommige mensen hebben een duwtje nodig.

Andere mensen hebben begeleiding nodig.

Nog anderen hebben tijd, behandeling, aangepaste arbeid, woonzekerheid, schuldhulp, taalondersteuning of een beschermde werkomgeving nodig.

En sommige mensen hebben verschillende van die zaken tegelijk nodig.

Daar begint voor mij het echte gesprek.

Bij begrotings- en beleidsdebatten maken woordkeuze, cijfers en weggelaten context veel verschil. In onze gids over kritisch denken en het controleren van politieke boodschappen lees je hoe je feiten, interpretaties en framing van elkaar onderscheidt.

De klok tikt voor iedereen even snel. Mensen bewegen niet allemaal even snel.

Sinds 1 maart 2026 geldt voor nieuwe dossiers een fundamenteel hervormde Belgische werkloosheidsregeling. Het recht op een volledige werkloosheidsuitkering is in principe beperkt tot maximaal 24 maanden: twaalf maanden basisrecht, eventueel aangevuld met maximaal twaalf maanden afhankelijk van het beroepsverleden. Voor mensen die al eerder een uitkering ontvingen, gelden overgangsregels.

Dat is ondertussen geen theoretische beleidsdiscussie meer.

De gevolgen zijn zichtbaar.

Volgens de RVA hadden tegen juli 2026 al 131.104 mensen het einde van hun recht bereikt: 119.110 mensen met een werkloosheidsuitkering en 11.994 mensen met een inschakelingsuitkering.

Dat zijn indrukwekkende cijfers.

Maar weet je wat ik na al die jaren misschien nog belangrijker vind?

De vraag achter het cijfer.

Waar zijn die mensen daarna terechtgekomen?

Want iemand kan verdwijnen uit de werkloosheidsverzekering zonder dat zijn problemen verdwenen zijn.

Dat onderscheid mogen we nooit vergeten.

Uit een statistiek verdwijnen is nog geen maatschappelijke vooruitgang

Er zijn mensen die sneller werk vinden wanneer een uitkering eindigt.

Dat moeten we gewoon durven erkennen.

De eerste Vlaamse cijfers geven daar ook aanwijzingen voor. VDAB vergeleek langdurig werkzoekenden die in de eerste helft van 2026 hun uitkering verloren met gelijkaardige groepen uit eerdere jaren. Eind maart was ongeveer 12 procent van de getroffen groep aan het werk, tegenover 9 procent bij vergelijkbare groepen uit eerdere jaren.

Wie alleen dat cijfer leest, zou kunnen besluiten:

Zie je wel? Het werkt.

Maar lees verder.

Want binnen dezelfde analyse verschijnt een groep die ik vanuit mijn ervaring bijzonder belangrijk vind: mensen met een Advies Welzijn, bij wie werken om medische of welzijnsredenen moeilijk haalbaar is.

Bij hen zag VDAB nauwelijks uitstroom naar werk.

Wel stroomde ongeveer 15 procent door naar een ziekte-uitkering.

En precies daar moeten we volgens mij langer bij stilstaan.

Niet om te bewijzen dat de hervorming “goed” of “slecht” is.

Wel omdat ze toont dat één beleidsmaatregel verschillende groepen totaal anders kan raken.

Voor de ene persoon kan een deadline inderdaad beweging veroorzaken.

Voor een andere persoon verandert vooral het loket waar zijn probleem terechtkomt.

Van werkloosheid naar ziekte.

Van RVA naar OCMW.

Van arbeidsbemiddeling naar welzijn.

Van een statistiek van Werk naar een statistiek van Sociale Zaken.

Maar dezelfde mens loopt intussen door dezelfde deur.

Misschien gebruiken we het woord motivatie soms te gemakkelijk

Dit is iets wat mij na zoveel jaren blijft bezighouden.

Wanneer iemand niet vooruitgaat, vragen we snel:

“Is die persoon wel gemotiveerd?”

Maar misschien stellen we soms de verkeerde vraag.

Wat als iemand gemotiveerd is, maar nauwelijks nog mentale ruimte heeft?

Wat als je elke ochtend wakker wordt met schulden?

Wat als je niet weet of je volgende maand nog in je woning kunt blijven?

Wat als je chronische pijn hebt?

Wat als je brieven niet begrijpt?

Wat als je digitaal nauwelijks mee kunt?

Wat als je in een relatie leeft waar geweld of controle speelt?

Wat als je al twintig keer hebt geprobeerd en twintig keer hebt gehoord dat je niet in het profiel past?

Dan kan gedrag dat van buitenaf lijkt op passiviteit iets heel anders betekenen.

Uitputting.

Angst.

Schaamte.

Overprikkeling.

Aangeleerde hulpeloosheid.

Of gewoon jarenlang botsen op deuren die gesloten bleven.

Dat betekent niet dat we mensen moeten opgeven.

Integendeel.

Maar activering zonder juiste diagnose van het probleem kan dezelfde fout maken als een arts die de medicatie verhoogt zonder te onderzoeken waarom de patiënt achteruitgaat.

Meer druk is niet automatisch meer beweging.

Bestaanszekerheid is geen beloning nadat iemand geactiveerd is

Hier zit voor mij misschien de moeilijkste vraag.

Wat komt eerst?

Moet iemand eerst stabiel zijn om stappen naar werk te kunnen zetten?

Of moet werk eerst voor stabiliteit zorgen?

In ideale omstandigheden versterken die twee elkaar.

Maar het leven is niet ideaal.

Een mens die voortdurend bezig is met overleven, heeft minder ruimte om vooruit te kijken.

Dat merk je bij schulden.

Bij dreigende uithuiszetting.

Bij relationele problemen.

Bij psychische kwetsbaarheid.

Bij mensen die geen vervoer hebben.

Bij alleenstaande ouders.

Bij mensen voor wie één onverwachte rekening voldoende is om het hele kaartenhuis te laten instorten.

En dan wordt wonen cruciaal.

Eind 2025 telde Vlaanderen 215.337 actieve inschrijvingen voor een sociale huurwoning. Wie in 2025 daadwerkelijk een sociale woning toegewezen kreeg, had gemiddeld ongeveer vijf jaar op de wachtlijst gestaan.

Vijf jaar.

Lees dat nog eens.

Vijf jaar is geen tussenperiode in iemands leven.

Dat is een stuk van een jeugd.

Een stuk van een relatie.

Een stuk van een loopbaan.

Een stuk van een mensenleven.

Wanneer iemand in zo’n context ook zijn inkomen ziet verminderen of verdwijnen, kunnen problemen elkaar beginnen versterken.

Geen inkomen maakt wonen moeilijker.

Onzeker wonen maakt solliciteren moeilijker.

Stress maakt administratie moeilijker.

Gemiste administratie kan rechten in gevaar brengen.

En plots spreken we niet meer over één probleem.

We spreken over een kettingreactie.

Het OCMW is een vangnet, maar geen automatische overschrijving

Er sluipt soms een merkwaardige veronderstelling in het debat:

“Als de werkloosheidsuitkering stopt, is er toch nog het OCMW?”

Ja.

Gelukkig bestaat het OCMW.

Maar een werkloosheidsuitkering die eindigt wordt niet automatisch vervangen door een leefloon.

Het OCMW moet onderzoeken of iemand aan de voorwaarden voor maatschappelijke integratie voldoet, onder meer wat de beschikbare bestaansmiddelen betreft.

Dat sociaal onderzoek is logisch. Publieke middelen moeten correct worden toegekend.

Maar wie jarenlang met kwetsbare mensen werkt, weet ook iets anders.

Een recht hebben en erin slagen dat recht effectief op te nemen, zijn twee verschillende zaken.

Je moet weten waar je terechtkunt.

Je moet de stap zetten.

Je moet documenten verzamelen.

Je moet bereikbaar blijven.

Je moet afspraken nakomen.

Je moet soms opnieuw je hele levenssituatie vertellen aan iemand die je niet kent.

Voor veel burgers lukt dat.

Voor de mensen die het kwetsbaarst zijn, is precies dat soms ontzettend moeilijk.

En wie niet verschijnt, lijkt administratief al snel iemand die geen hulp vraagt.

Terwijl het soms iemand is die niet meer weet hoe hij hulp moet vragen.

Dakloosheid maakt een mens niet rechteloos — maar administratie wordt wel moeilijker

Hier wil ik ook zorgvuldig zijn.

Iemand zonder eigen woonplaats verliest niet automatisch zijn recht op een leefloon. Belgium.be vermeldt uitdrukkelijk dat een OCMW voor het leefloon geen woonplaats of inschrijving in het bevolkingsregister als voorwaarde mag opleggen. Voor verschillende andere rechten is een officieel adres wel belangrijk. Daarom bestaat onder meer het systeem van het referentieadres.

Dat is een belangrijke nuance.

Maar tegelijk toont ze hoe ingewikkeld onze sociale bescherming geworden is.

Probeer dat systeem eens te navigeren wanneer je zelf stabiel woont, digitaal vaardig bent, Nederlands spreekt en weet welke dienst waarvoor bevoegd is.

En stel je daarna dezelfde opdracht voor wanneer je op een sofa bij kennissen slaapt, je telefoon afgesloten is, je schulden hebt en je hoofd vol stress zit.

Dan begrijp je misschien waarom ik mij zorgen maak over mensen die administratief uit beeld kunnen raken.

Niet omdat België geen sociale bescherming meer zou hebben.

Wel omdat sociale bescherming alleen beschermt wanneer ze de mens ook daadwerkelijk bereikt.

Wijk-werken toont waarom kleine stappen niet onderschat mogen worden

Ik heb altijd iets gehad met kleine stappen.

Misschien omdat ik te vaak heb gezien wat zo’n stap kan doen.

Iemand die eerst twee uur per week iets doet, kan opnieuw leren:

Ik kan nog op tijd komen.

Ik kan nog samenwerken.

Iemand rekent op mij.

Ik heb vaardigheden.

Ik ben niet alleen een dossier.

Wijk-werken kan daarin een rol spelen.

En ook hier is nuance nodig: het verliezen van een werkloosheidsuitkering betekent niet automatisch dat iemand niet meer aan wijk-werken kan deelnemen. VDAB vermeldt dat onder bepaalde voorwaarden ook leefloongerechtigden, mensen met een ziekte-uitkering en zelfs mensen zonder uitkering kunnen wijk-werken.

Maar daarmee verdwijnt mijn bezorgdheid niet.

Want het inkomen errond kan wel veranderen.

De begeleiding kan veranderen.

Het statuut kan veranderen.

De druk waaronder iemand zo’n traject doorloopt kan veranderen.

En vooral: wijk-werken was nooit alleen maar “een paar uren iets doen”.

Voor iemand met een grote afstand tot de arbeidsmarkt kan het precies de oefenruimte zijn tussen totale uitsluiting en betaald werk.

Daarom moeten we voorzichtig zijn wanneer we zulke tussenstappen hervormen.

Niet omdat elk bestaand systeem perfect is.

Maar omdat een gebrekkige brug soms nog altijd beter is dan helemaal geen brug.

En wat als iemand alles heeft gedaan wat we vroegen?

Dat is de groep waar ik misschien het vaakst aan denk.

De persoon die naar afspraken kwam.

Die onderzocht werd.

Die begeleiding volgde.

Die stages deed.

Die opleidingen probeerde.

Die solliciteerde.

Die uiteindelijk na gespecialiseerde screening het advies collectief maatwerk kreeg.

VDAB omschrijft collectief maatwerk als een traject voor werkzoekenden die aangewezen zijn op het sociaal-economisch circuit en voor wie na onderzoek een specifieke ondersteuningsbehoefte wordt vastgesteld.

Maar een advies creëert nog geen vacature.

Een indicatie is geen arbeidscontract.

Een ticket is geen stoel aan een werktafel.

Wat zeggen we tegen iemand wanneer het systeem zelf vaststelt:

“De reguliere arbeidsmarkt is voor jou momenteel niet haalbaar”

en er vervolgens niet onmiddellijk een passende plaats beschikbaar is?

Dat vind ik een fundamentele vraag.

Want verantwoordelijkheid werkt in twee richtingen.

We mogen van burgers verwachten dat ze kansen opnemen.

Maar dan moeten er ook kansen bestaan die ze werkelijk kunnen opnemen.

Een arbeidsmarkt is geen hardloopwedstrijd met één finishlijn

Misschien ligt daar een denkfout die we te weinig benoemen.

We spreken voortdurend over de arbeidsmarkt, alsof dat één duidelijke plek is.

Maar er bestaan heel verschillende afstanden tot die arbeidsmarkt.

Er is iemand die na een ontslag drie sollicitaties nodig heeft.

Er is iemand die herschoolt.

Er is iemand die na ziekte opnieuw begint.

Er is iemand met een arbeidsbeperking.

Er is iemand met een psychiatrische kwetsbaarheid.

Er is iemand die nauwelijks kan lezen.

Er is iemand die jarenlang niet gewerkt heeft.

Er is iemand die tegelijk mantelzorger, alleenstaande ouder en werkzoekende is.

Ze staan allemaal in statistieken onder woorden als “werkzoekende”.

Maar ze vertrekken niet van dezelfde startlijn.

En daarom denk ik dat rechtvaardigheid niet noodzakelijk betekent dat iedereen exact dezelfde behandeling krijgt.

Soms betekent rechtvaardigheid dat je erkent dat de ene persoon een trap kan nemen en dat de andere een hellend vlak nodig heeft.

Het doel kan hetzelfde zijn.

De weg hoeft dat niet te zijn.

Samenlevingsjobs: opnieuw dezelfde vraag

De Vlaamse regering heeft voorzien dat gemeenschapsdienst en wijk-werken geïntegreerd worden in een nieuw systeem van samenlevingsjobs. De SERV waarschuwde daarbij dat zo’n instrument meer moet zijn dan louter werkervaring en dat begeleiding en competentieversterking essentieel blijven. De sociale partners vroegen bovendien uitdrukkelijk aandacht voor uiterst kwetsbare werkzoekenden en mensen met een Advies Welzijn, zodat zij na verlies van hun uitkering niet van de radar verdwijnen.

Dat vind ik een interessante formulering:

niet van de radar verdwijnen.

Want misschien is dat precies de toets die we nodig hebben.

Niet alleen:

Hoeveel mensen ontvangen nog een werkloosheidsuitkering?

Maar ook:

Hoeveel mensen werken duurzaam?

Hoeveel mensen zitten in ziekte?

Hoeveel mensen vragen een leefloon?

Hoeveel mensen wachten op maatwerk?

Hoeveel mensen hebben geen inkomen?

Hoeveel mensen hebben geen stabiele woning?

En hoeveel mensen kennen we eenvoudigweg niet meer?

Dat laatste cijfer staat zelden groot in een persbericht.

Maar het zou wel eens een van de belangrijkste kunnen zijn.

Werk moet perspectief zijn, geen moreel oordeel

Ik vind nog iets moeilijk aan het maatschappelijke debat.

Werkloosheid wordt soms bijna een karaktereigenschap.

Alsof “werkloos” vertelt wie iemand is.

Dat doet het niet.

Het vertelt op dat moment iets over iemands positie tegenover betaald werk.

Meer niet.

Er bestaan mensen die systemen misbruiken.

Natuurlijk bestaan die.

Controle hoort bij sociale zekerheid.

Verantwoordelijkheid hoort erbij.

Maar een samenleving mag haar beleid niet ontwerpen alsof de moeilijkste uitzondering het prototype van elke kwetsbare burger is.

Want dan gaan we mensen die ondersteuning nodig hebben behandelen alsof ondersteuning zelf verdacht is.

En daar verlies je iets.

Niet alleen menselijkheid.

Ook efficiëntie.

Want een mens die eerst dakloos wordt, daarna psychisch instort en uiteindelijk via verschillende duurdere hulpverleningssystemen opnieuw moet worden gestabiliseerd, is maatschappelijk niet noodzakelijk beter geholpen omdat hij ooit sneller uit één uitkeringsstelsel verdween.

Mijn vraag is daarom niet: moeten we mensen activeren?

Ja.

Waar het kan.

Mijn vraag is:

Hoe zorgen we ervoor dat activering niet verandert in uitsluiting wanneer iemand het gevraagde tempo niet aankan?

Dat is iets anders.

En misschien moeten we nog een ongemakkelijke vraag durven stellen.

Wat als iemand vandaag echt niet kan?

Niet “geen zin heeft”.

Niet “liever thuisblijft”.

Maar werkelijk niet kan functioneren zoals de reguliere arbeidsmarkt dat verwacht.

Mag die persoon dan nog bestaan zonder voortdurend te moeten bewijzen dat zijn beperking echt genoeg is?

Mag ondersteuning soms ook betekenen dat we eerst stabiliseren?

En kunnen we ondertussen blijven zoeken naar wat wél mogelijk is?

Ik denk dat daar een volwassen sociale zekerheid begint.

Niet bij mensen onbeperkt laten stilstaan.

Maar ook niet bij doen alsof iedereen vooruitgaat zodra je het vangnet lager hangt.

Ik ben maar een kleine garnaal

Dat zeg ik nog altijd.

Ik zit niet aan de tafels waar wetten worden geschreven.

Ik bereken geen federale begrotingen.

Ik moet geen volledige sociale zekerheid financieren.

En ik beweer al helemaal niet dat ik het perfecte alternatief bezit.

Ik zie alleen mensen.

Dat is mijn beperkte blik.

Maar na 38 jaar is die blik misschien ook mijn expertise geworden.

Ik heb geleerd dat vooruitgang soms spectaculair is.

Maar meestal niet.

Soms is vooruitgang dat iemand na zes maanden eindelijk zijn post opent.

Dat iemand opnieuw op een afspraak verschijnt.

Dat iemand vier uur per week aankan.

Dat iemand schulden begint af te betalen.

Dat iemand na jaren opnieuw durft zeggen:

“Misschien kan ik iets.”

In een beleidsnota lijkt dat klein.

In een mensenleven kan het gigantisch zijn.

Daarom wil ik blijven kijken naar wat zich tussen de grote cijfers bevindt.

Naar de mens die nog onderweg is.

Naar wie niet snel genoeg beweegt voor het systeem.

Naar degene voor wie maatwerk letterlijk maatwerk moet blijven.

Naar iemand die niet weigert vooruit te gaan, maar een kleinere stap nodig heeft.

En misschien moeten we uiteindelijk één eenvoudige vraag stellen

Niet:

Hoe krijgen we zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk uit de werkloosheid?

Maar:

Waar willen we dat mensen terechtkomen?

In duurzaam werk?

Graag.

In opleiding die werkelijk perspectief geeft?

Prima.

In aangepast of collectief maatwerk wanneer dat nodig is?

Ook.

In medische bescherming wanneer iemand werkelijk ziek is?

Natuurlijk.

Maar niet tussen de systemen.

Niet zonder inkomen.

Niet zonder woning.

Niet zonder begeleiding.

Niet onzichtbaar.

Want daar blijf ik bij.

Een mens die niet langer in een werkloosheidsstatistiek voorkomt, is niet opgehouden te bestaan.

Dus wil ik niet alleen weten hoeveel mensen uit het systeem verdwenen.

Ik wil weten waar ze terechtkwamen.

En vooral:

wie hen daar heeft opgevangen.

Misschien is dat uiteindelijk de echte maatstaf van een sociaal beleid.

Niet hoe snel we iemand uit één kolom krijgen.

Maar of we blijven kijken wanneer hij nergens meer netjes in een kolom past.

Ik ben geen beleidsmaker.

Geen politicus.

Maar wel iemand die lang genoeg naast mensen heeft gestaan om dit te weten:

een vangnet bewijst zijn waarde niet bij de mensen die zonder kunnen.

Het bewijst zijn waarde bij degene die valt.

En precies daarom blijf ik die vraag stellen.

Wie staat er nog wanneer iemand valt?

En wie zorgen we dat we niet verliezen wanneer de cijfers eindelijk beter beginnen te ogen?

Verder lezen over bestaanszekerheid en solidariteit

De vraag achter dit artikel gaat over mensen die tussen werk, welzijn en sociale bescherming dreigen te vallen. Deze drie boeken bieden aanvullende perspectieven op beleid en menswaardigheid. Ze zijn geen bron voor de actuele Belgische uitkeringsregels. De links zijn affiliatelinks.

Voor het onderzoeken van alternatieven voor voortdurende inkomensonzekerheid: ** Gratis geld voor iedereen van Rutger Bregman verkent bestaanszekerheid en de organisatie van werk.

Voor beleidskeuzes rond werk, inkomen en sociale bescherming: ** Inequality: What Can Be Done? (Engelstalig) van Anthony B. Atkinson bespreekt hoe ongelijkheid kan worden teruggedrongen.

Voor het mensbeeld achter hulpverlening en activering: ** De meeste mensen deugen van Rutger Bregman nodigt uit om vertrouwen en samenwerking mee te wegen. Leg de argumenten naast concrete ervaringen en actuele onderzoeksgegevens.

Welke kleine stap past vandaag bij jou?

Misschien gaf dit artikel woorden aan iets wat je al langer voelde. Misschien roept het vragen op, of wil je één inzicht verder onderzoeken.

Sta even stil bij deze vraag:

Wat wil ik meenemen uit dit artikel, en welke kleine stap past bij mijn mogelijkheden van vandaag?

Je kunt één gedachte opschrijven, een groeitaak uit het artikel proberen, steun vragen of bewust tijd nemen om alles te laten bezinken. Je hoeft niets te forceren. Ook rust nemen kan een passende stap zijn.

Van overleven naar leven. Van verdoving naar verbinding. Op jouw tempo.

Vind jouw volgende stap

Wil je verder lezen, maar weet je niet waar te beginnen? Onze startpagina helpt je een gids te kiezen rond narcisme begrijpen, herstel, trauma, zelfreflectie, grenzen, communicatie, kritisch denken of solidariteit.

klik op de afbeelding om je gids te kiezen voor inzicht, herstel en verbinding

Start hier: vind de gids die bij jouw vraag past.

Herkenning en uitwisseling

Soms helpt het om te lezen hoe anderen met vergelijkbare vragen omgaan. In onze Facebookgroep vind je ruimte voor herkenning en uitwisseling.

Je kiest zelf of je meeleest of deelneemt aan een gesprek, en wat je over jezelf wilt delen. Je hoeft je verhaal niet te vertellen om erbij te mogen horen.

Was dit artikel waardevol voor jou? Bewaar het gerust om later opnieuw te lezen, of deel het met iemand voor wie het steun of inzicht kan bieden.

Zelfzorg en solidariteit vormen onze basis

Op narcisme.blog verbinden we persoonlijke groei met zorg voor elkaar. We bieden psycho-educatieve informatie, reflectievragen en praktische oefeningen om jezelf, relaties en maatschappelijke patronen beter te begrijpen.

We willen bijdragen aan meer bewustwording, gezonde grenzen, verbinding en menselijk handelen. Daarbij kijken we zowel naar wat iemand zelf kan oefenen als naar de steun en omstandigheden die daarvoor nodig zijn.

Menselijke waardigheid, respect en geweldloze communicatie staan centraal. We wijzen haat, geweld, discriminatie en racisme af.

We bespreken schadelijk gedrag en maatschappelijke mechanismen zonder mensen tot een etiket te reduceren. Onze informatie ondersteunt inzicht en reflectie en vervangt geen persoonlijke diagnostiek of behandeling.

Zie je een fout of heb je een inhoudelijke vraag?

We streven naar zorgvuldige, begrijpelijke en actuele informatie. Toch kan er een fout, onduidelijkheid of ontbrekende nuance in een artikel staan.

Meld een fout of stel je vraag via het contactformulier. Vermeld de link naar het artikel, de passage waarover het gaat en een korte toelichting. Voeg gerust een relevante bron toe als die je melding verduidelijkt.

Eén duidelijke melding via dit formulier helpt ons je vraag overzichtelijk te behandelen. We beoordelen meldingen zorgvuldig en corrigeren of vullen informatie aan waar nodig. Verzoeken om inhoud te verwijderen bekijken we individueel.

Dank je dat je meedenkt en helpt onze informatie te verbeteren.

Liefs,
Annemie en Johan Persyn-Declercq (auteurs)

update : 09102026

Wij vallen. Wij staan op. Wij groeien.

Als je ons wilt steunen kunt U dat gratis door uw aankopen bij bol.com

We zijn benieuwd naar je reactie hieronder!