Volgens Peter Adriaenssens dienen we de gekwetste jeugd en hun vroegkinderlijk trauma te ontmoeten. We moeten de linken leggen tussen kliniek en kennisdomeinen. Dit omvat de neurobiologie van trauma, de gehechtheids- en ontwikkelingspsychologie en het psycho-sociale mechanisme.

In het boek van kwetsuur naar litteken wordt al die kennis samengebracht in een integrerende visie met ook o.a. een focus op pleegkinderen.

Traumatische stressstoornissen vormen een echte uitdaging. Ze zorgen voor allerlei zijwegen zoals traumatriggers en hechtingsdeficits. Ook het vermijden van oogcontact, hyperactiviteit, of zelfverwonding kan optreden.

Is er een stevige basis voor hulpverleningstrajecten?

Het is geen intellectuele legpuzzel.

Bij complex trauma (en vroegkinderlijk trauma) falen bepaalde biologische en psychologische mechanisme.

PTSS komt naar voren als een algemeen antwoord op gebeurtenissen die buiten de gewone levenservaringen liggen. Het is een objectief gegeven. Complex trauma schrijft zich in op die ontwikkelingslijn. Het is zowel descriptief als een verklarend construct.

Het legt uit dat chronische ervaringen van onvoorspelbare zorg, gestart op jonge leeftijd, leiden tot een spectrum aan symptomen.

Evidente moeilijkheden voor pleegkinderen: leven met splinters van een verhaal, een afsplitsing, die een plaats moet krijgen in de totaalbeschrijving.

Welke biologische en psychologische mechanisme falen bij complex vroegkinderlijk trauma?

Bij complex vroegkinderlijk trauma kunnen zowel biologische als psychologische mechanismen falen. Dit is het gevolg van langdurige en herhaalde blootstelling aan stressvolle of traumatische ervaringen tijdens de vroege kinderjaren.

Hier zijn enkele van de belangrijkste mechanismen die kunnen falen:

Biologische mechanismen:

Psychologische mechanismen:

Al deze mechanismen dragen bij aan de complexiteit van vroegkinderlijk trauma. Ze kunnen langdurige gevolgen hebben voor de geestelijke gezondheid en het welzijn van het individu. Het begrijpen van deze mechanismen is essentieel voor effectieve behandeling en ondersteuning van mensen die vroegkinderlijk trauma hebben ervaren.

De gekwetste jeugd blijft onzichtbaar, want ze is onbegrepen onbereikbaar.

Het is niet evident te werken met wie een stabiele aanwezigheid doorheen een hulpverleningstraject gemist heeft.

Is er een pad tussen de bomen? Zijn die bomen obstakels of signaalpalen, ankerpunten voor het therapeutische proces.

Door inzicht kunnen we het lijden beperken, ieder verlies van vaardigheden en zelfregulatie in dijken.

Door inzicht te gebruiken, kunnen we potentieel herhaling van het trauma voorkomen. We kunnen ook de kracht dempen van trauma-gebonden moeilijkheden in het leven.

Hoe meer we kunnen steunen op een stevige ondergrond van deskundigheid in wetenschappelijk inzicht, hoe beter we een aanbod kunnen doen. Het is ook belangrijk empathisch aanwezig te zijn en non-verbale signalen te lezen. Dit alles maakt het duidelijker voor de inschatting en behandeling van de betrokken jongere.

Dat kun je natuurlijk niet verwachten als consulenten zich in hun ivoren toren verschuilen en alleen op de nodige afstand passen en niet op de nabijheid. Er blijkt nog altijd een spanningsveld tussen pleegzorg en bijzondere jeugdzorg.

Soms dienen we echter via ’trial-and-error’ op zoek te gaan naar de pijnlijke thema’s van ouderschap.

Kinderen met complex trauma worden vaak in de hulpverlening aangemeld omdat ze moeilijk zijn in de omgang.

Je kunt een gespecialiseerde handleiding gebruiken om hen zonder kleerscheuren te helpen opgroeien.

De ontwikkelingstaken die bij andere kinderen meer vanzelf verlopen of met slechts een kleinere hobbel in de weg, kunnen voor deze kinderen soms onoverkomelijke struikelblokken zijn. Ze kunnen zelfs de ontwikkeling helemaal doen vastlopen.

De moeilijkheden van deze kinderen zijn tenslotte vaak het gevolg van traumatiserende ervaringen in hun eerste levensjaren.

In veranderde omstandigheden of in een nieuwe gezinscontext worden die vroegere ervaringen niet altijd (h)erkend alsnog steeds relevant en van invloed op hoe het kind hier en nu ontwikkelt.

Deze kinderen en hun (pleeg)ouders verdienen een “trauma-sensitieve’ (trauma-informed, Osofsky 2011) context met veel begrip en professionele kennis.

Nieuwe kennis is een toegangspoort tot deze kinderen.

We reiken gedachten en handvatten aan om zo met deze kinderen om te gaan dat hun ontwikkelingskansen optimaliseert.

We hebben een draagvlak nodig voor een begripvolle en trauma-sensitieve maatschappelijke benadering van deze kinderen en hun ouders.

Dansen op een slappe koord want het is een zeer complexe thematiek. Daarbij dienen we elk kind te zien in diens uniciteit. en niet als een kind dat in een vakjes past of noodzakelijk een diagnostisch etiket krijgt.

Pleegkinderen lopen, gezien hun geschiedenis van minstens één of soms meerdere breuken in hun eerste gehechtheidsrelaties, een groter risico op kwetsuren van traumatiserende aard dan andere kinderen.

Bij het beluisteren van de ouders van traumakinderen passeert een breed gamma aan klachten de revue. Breuken bij de eerste gehechtheidsrelaties moeten absoluut vermeden worden. Echter heeft pleegzorg daar niet altijd de nodige modules voor.

Deze kinderen stellen soms immense gedragsproblemen, die voor hun omgeving erg ontregelend kunnen zijn. Net daardoor behandelt men deze kinderen in het begin vaak voor een gedragsstoornis.

Ze lijken de regulatie en controle te missen die veel kinderen op vergelijkbare leeftijd wel al hebben; de regulatie lijkt in bepaalde situaties volledig te ontbreken. Een kleine – of vermeende aanleiding heeft bij veel van deze kinderen grote gevolgen.

Het is niet altijd zichtbaar dat deze kinderen het uiterste van hun krachten aanspreken om zich op school of op familiebezoek te handhaven. Terug in de vertrouwde thuisomgeving gaan alle remmen los en dat bevestigt de angst van de ouders. Zie je wel, hij doet toch vooral tegen ons zo lelijk.

Deze schommelingen maken kinderen met complex vroegkinderlijk trauma voor hun omgeving moeilijk te begrijpen.

Ze komen over als manipulatie en lopen het risico dat men hen aanspreekt en behandelt als een manipulerend kind, wat hun negatieve zelfbeeld vooral versterkt.

Net dit manipulerend aspect in het functioneren van deze kinderen maakt dat ouders soms lang wachten om te consulteren.

Hoewel niet altijd zichtbaar, zit er achter dit moeilijke gedrag steeds heel veel angst verborgen.

Heel wat van deze kinderen kunnen, volgens hun ouders, absoluut niet tegen hun verlies bij spelletjes.

Om de verwarring nog wat groter te maken, hebben deze kinderen ook vaker onvoorspelbare en moeilijk te begrijpen profielen wat schools functioneren betreft.

Wat deze kinderen met elkaar gemeen hebben, is precies de diversiteit aan klachten en het wisselvallige van hun functioneren.

Deze kinderen passen zelden in een profiel dat hoort bij een of andere diagnose.

De veelheid aan klachten zet de hulpverlener in zijn diagnostisch werk vaak op het verkeerde been. Ze krijgen diverse diagnoses van verschillende hulpverleners. Men denkt echter slechts zelden dat dit gedrag het gevolg zou kunnen zijn van de invloed van een traumatische ervaring.

Of wanneer men het trauma wel erkent, blijft het toch moeilijk om te aanvaarden dat het in al deze gedragsmatige, emotionele of ontwikkelingsproblemen doorwerkt, er zelf de rode draad in vormt. Men hoort dan wel eens: Ok er is het trauma van vroeger, maar dat kan toch geen verklaring zijn voor het moeilijke gedrag hier en nu?

Op jonge leeftijd brengt overweldigende stress schade aan het zenuwstelsel en brein van het kind. Men veronderstelt dan dat omdat het kind de situatie niet kan begrijpen of te jong is, dat het geen gevolgen heeft, maar juist omdat het in die fase net het tegenovergestelde nodig heeft dan overweldigende stress heeft het grote gevolgen.

Door deze grote schommelingen in hun functioneren is het leven met deze kinderen voor ouders best moeilijk. Veel is voor hun zo overspelend en spannend dat het plezier verbleekt bij de spanning en stress.

Sommige kinderen met vroegkinderlijk trauma hebben stevige rituelen nodig om een evenwicht te kunnen handhaven.

Ouders kunnen reageren om escalaties te voorkomen. Kortom, de veldslag te kiezen. Deze houding van de ouders lokt in de omgeving soms weinig ondersteunende reacties op.

Dat gedragsproblemen en opvoedingsmoeilijkheden verbonden kunnen zijn met trauma en dat ouders soms goede antwoorden bieden op ongewoon gedrag, is voor de buitenwereld niet altijd begrijpelijk. Ook niet voor de ontegensprekelijke experten van pleegzorg.

Er zijn twee redenen waarom we doorgaans zo moeilijk kunnen en durven denken dat een situatie kan kwetsen en traumatiseren, ook bij al jonge kinderen: de ene reden heeft te maken met hoe we naar kinderen kijken, de andere met hoe we over trauma denken.

vroegkinderlijk trauma
Groeitaken voor zelfgenezing bij trauma!

De eerste en misschien voornaamste reden is allicht dat we onze kinderen bij voorkeur gezond en gaaf willen denken, dromen en voorstellen. We zien jonge kinderen als intact, onschuldig.

Precies omdat goede zorg zo belangrijk is voor de ontwikkeling van een jong kind, is het een haast ondraaglijke gedachte dat intrusieve, schokkende en traumatische ervaringen zich op zo een jonge leeftijd kunnen voordoen. Het is een ondraaglijke gedachte dat het kind er ernstige kwetsuren aan kan overhouden. Men denkt dan dat een geschiedenis en relaties van een kind kunnen gewist worden.

Het vergt rust in de geest van een gezonde, zorgzame volwassenen om zich te kunnen voorstellen dat een situatie heel wat jonge kinderen al veel te vroeg blootstelt aan overmatige stress. Dat kan een gebeuren zijn met levenslange gevolgen. Bijvoorbeeld op een heel vroege leeftijd een kind plaatsen in een instelling.

Het wisselen van pleegouders zoals van crisis naar ondersteunend op bruuske manier. Onvolledige rapportering of vervormende rapportering van de geschiedenis van een kind. Selectie en plaatsing bij pleegouders op basis van een onvolledige rapportering. Beslissingen door een jeugdrechter op basis van een onvolledige en niet geverifieerde rapportering.

Het is belangrijk voor kinderen met kwetsende ervaringen in hun voorgeschiedenis dat volwassen zorgfiguren hun beeld bijstellen van het onschuldige en ongeschonden kind. Pleegzorg dient open te staan voor tekenen van kwetsuur en ze niet ontkennen. En er is nood aan therapie voor een lange termijn. Ze hebben mensen nodig die hun signalen van kwetsuur en gekwetste ontwikkeling opvangen. Deze mensen moeten bereid zijn de moeizame weg naar een zo evenwichtig mogelijk leven te gaan.

Deze nood wordt zeker niet altijd (h)erkend. Kinderen die vroeger trauma’s meemaakten en hiermee alleen bleven, kunnen soms later in het leven terugkijken op hun nood aan passende hulp. Spijtig genoeg is die passende hulp volledig afwezigheid.

De tweede reden is het niet kennen van complex trauma bij vroegkinderlijk trauma.

Het betreft de aaneenschakeling van intrusive en/of discontinue ervaringen binnen de eigen zorgcontext. Precies omwille van dit laatste aspect onderscheidt complex trauma zich van andere types trauma.

Kinderen waarvan de allereerste ontwikkeling behoorlijk goed verliep:

Vroegkinderlijk trauma kan met grote invloed niet alleen het persoonlijk functioneren overhoop halen. Soms bedreigt dat de globale ontwikkeling. De ontwikkeling komt zo onder druk dat de kans op ontwikkelingsstilstand of scheefgroei groter wordt.

Hoe komt het dat in een nieuwe gezinscontext die vroegere ervaringen niet altijd worden (h)erkend terwijl ze nog steeds relevant en van invloed zijn op hoe het kind hier en nu ontwikkelt?

Er zijn verschillende redenen waarom vroegere ervaringen van een kind mogelijk niet worden erkend of volledig begrepen in een nieuwe gezinscontext, ondanks dat ze nog steeds relevant en van invloed zijn op de huidige ontwikkeling van het kind:

Gebrek aan bewustzijn:

Ouders of verzorgers in de nieuwe gezinscontext zijn mogelijk niet volledig op de hoogte van de vroegere ervaringen van het kind, zoals trauma’s, misbruik of verwaarlozing, en begrijpen mogelijk niet hoe deze ervaringen de ontwikkeling en gedrag van het kind beïnvloeden. Veel informatie gaat verloren door dat het niet bijgehouden worden en/of de vele personeelswissels bij justitie en jeugdzorg/pleegzorg.

Gebrek aan informatie:

Het kind zelf kan mogelijk niet in staat zijn om de vroegere ervaringen te communiceren, hetzij vanwege hun leeftijd, beperkte begrip of omdat ze zich niet comfortabel voelen om over hun verleden te praten. Hierdoor kunnen belangrijke aspecten van hun geschiedenis worden gemist.

Bagatellisering of ontkenning:

Zelfs als de vroegere ervaringen bekend zijn, kunnen ouders of verzorgers ze bagatelliseren of ontkennen als een manier om ermee om te gaan. Ze kunnen geloven dat het verleden er niet toe doet in de nieuwe gezinscontext, of ze kunnen moeite hebben om de ernst van de ervaringen te erkennen.

Normen en verwachtingen:

Ouders of verzorgers in de nieuwe gezinscontext kunnen bepaalde normen en verwachtingen hebben met betrekking tot het gedrag en de ontwikkeling van het kind, die mogelijk niet overeenkomen met de ervaringen en behoeften van het kind als gevolg van hun verleden. Financiële regelingen, niet flexibel beleid en onbetrokken personeel kunnen ook in de weg staan van een contextuele aanpak.

Schuld of schaamte:

Het kind kan gevoelens van schuld of schaamte ervaren met betrekking tot hun vroegere ervaringen. Hierdoor kunnen ze terughoudend zijn om erover te praten. Ze kunnen ook terughoudend zijn om hulp te zoeken. Dit kan het voor anderen moeilijker maken om de impact van het verleden op het heden te begrijpen.

Ouders, verzorgers en professionals moeten gevoelig zijn voor de mogelijkheid van vroegkinderlijk trauma. Ze moeten ook alert zijn op andere uitdagingen bij kinderen in nieuwe gezinscontexten. Het erkennen van en reageren op de behoeften van het kind is cruciaal. Het bieden van ondersteuning en therapie kan belangrijk zijn indien nodig. Dit alles is voor hun welzijn en ontwikkeling. Open communicatie, begrip en empathie spelen een essentiële rol bij het creëren van een ondersteunende omgeving voor kinderen die vroegkinderlijk trauma hebben ervaren.

Bij vroegkinderlijk trauma kunnen er diverse klachten en symptomen ontstaan die te beschouwen zijn als PTSS.

Deze symptomen kunnen zich op allerlei vlakken situeren. Het kan van invloed zijn op het leren, op de sociaal-emotionele ontwikkeling, en op het gedrag.

Die klachten kunnen zeer verscheiden zijn: het ene kind irriteert zich. Het andere kind is moeilijk in het gedrag. Een kind past zich op eerste gezicht aan, maar trek zich geleidelijk terug tot het onbereikbaar is.

Wat gebeurt er wanneer het kind amper goede kansen heeft gehad om de bouwstenen te leggen voor een opbouwende ontwikkeling? En bovendien te jong is om zich voorstellingen of herinneringen aan kwetsende ervaringen te kunnen opbouwen?

Welke klachten en symptomen kunnen optreden bij vroegkinderlijk trauma?

Vroegkinderlijk trauma kan een breed scala aan klachten en symptomen veroorzaken. Deze kunnen van invloed zijn op de emotionele, mentale en fysieke gezondheid van een individu. Hier zijn enkele veelvoorkomende klachten en symptomen die kunnen optreden bij mensen die vroegkinderlijk trauma hebben ervaren:

  1. Emotionele klachten:
    • Angst: Constante angstgevoelens, paniekaanvallen, hypervigilantie.
    • Depressie: Langdurige gevoelens van somberheid, hopeloosheid, verlies van interesse in activiteiten.
    • Woede-uitbarstingen: Onvoorspelbare woede-uitbarstingen, irritatie, agressie.
    • Schaamte- en schuldgevoelens: Gevoelens van waardeloosheid, zelfhaat, schuld over wat er is gebeurd.
    • Emotionele labiliteit: Stemmingsschommelingen, onvoorspelbare emotionele reacties.
    • Moeite met emotieregulatie: Moeite om emoties te herkennen, te begrijpen en te beheersen.
  2. Gedragsklachten:
    • Zelfbeschadiging: Zelfverwondend gedrag, zoals snijden of krabben.
    • Verslavingen: Neiging tot verslaving aan middelen zoals drugs, alcohol of gokken.
    • Risicovol gedrag: Onveilige seksuele praktijken, impulsief gedrag, roekeloosheid.
    • Vermijdingsgedrag: Vermijden van situaties, mensen of plaatsen die herinneringen aan het trauma oproepen.
    • Zelfdestructief gedrag: Laag gevoel van eigenwaarde, zelfsabotage, gevoelens van hopeloosheid.
    • Relatieproblemen: Moeite hebben met vertrouwen, zich openstellen voor anderen, intieme relaties aangaan.
  3. Fysieke klachten:
    • Chronische pijn: Lichamelijke klachten zonder aanwijsbare medische oorzaak, zoals hoofdpijn, rugpijn, maagpijn.
    • Slaapproblemen: Slaapstoornissen, zoals slapeloosheid, nachtmerries, slaapwandelen.
    • Gezondheidsproblemen: Verminderde immuniteit, gastro-intestinale problemen, hartaandoeningen, chronische ziekten.
    • Verstoorde eetgewoonten: Eetstoornissen zoals anorexia, boulimia, eetbuienstoornis.
  4. Cognitieve klachten:
    • Concentratieproblemen: Moeite hebben om zich te concentreren, vergeetachtigheid, besluiteloosheid.
    • Negatief zelfbeeld: Lage eigenwaarde, gevoelens van minderwaardigheid, zelfkritiek.
    • Dissociatie: Gevoel van loskoppeling van zichzelf, afwezigheid, vervreemding, dissociatieve stoornissen.

Het is belangrijk op te merken. Niet iedereen die vroegkinderlijk trauma heeft ervaren, zal alle bovengenoemde klachten en symptomen vertonen. De reactie op trauma is individueel. Deze variëert afhankelijk van factoren zoals de ernst van het trauma en de duur ervan. Ook beschikbare steunsystemen en individuele veerkracht spelen een rol. Professionele hulp, zoals therapie en counseling, kan helpen bij het omgaan met de effecten van vroegkinderlijk trauma. Het bevordert ook genezing.

Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.

Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.

Steun ons website zonder extra door uw aankopen bij bol.

✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier

Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan.

Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.

👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Kleine stappen, grote transformaties.

Laat een reactie achter. Jouw stem kan iemand anders precies de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.

👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.

🌿 Samen bouwen we aan herstel, kracht en emotionele vrijheid. Steun ons zonder extra kosten door aankopen bij bol. klik op onderstaande afbeelding.

Steun ons zonder extra kost door uw aankopen bij :

https://www.steunfondsvooroekraine.be/donatiepagina

Liefs Annemie

Gebruik het contactformulier!

We zijn benieuwd naar je reactie hieronder!Reactie annuleren