Eenzaamheid na complex trauma. Hoe ontsnappen? Deel 1

Het lijkt erop dat het tegenwoordig voor veel mensen een stuk moeilijker is geworden om contact te maken met anderen. Helaas hebben mensen die een jeugdtrauma hebben gehad een nog groter nadeel als het gaat om het vormen van hechtingen. Meestal volgt er een periode van eenzaamheid na complex trauma.

Trauma bij kinderen kan levenslange gevolgen hebben. Zij leven in eenzaamheid na complex trauma tot ze iemand vinden die hen helpt.

Als alles met een kind goed verloopt, ontwikkelt het kind geen diepgaande eenzaamheid.

Een baby is vanaf de geboorte toegerust met vaardigheden die hem in staat stellen de nabijheid van zorgzame volwassenen te verkrijgen en te behouden. Activiteiten zoals huilen en lachen, oogcontact zoeken, of wegkijken zijn één van de vele mogelijkheden, omdat de baby aan de eenzaamheid van complex trauma zou ontsnappen.

Bovendien heeft het kind van de natuur enkele fysionomische kenmerken meegekregen die hem of haar sociale mogelijkheden geven. Zoals zijn grote ogen, zijn perzikachtige babyvelletje en zijn typische babygeur zijn typische fysionomische kenmerken die hem verzekeren van volwassen nabijheid.

Zo geven volwassen hem zijn geborgenheid en verzekeren hem of haar van een veilige omgeving.

Zijn dit niet de omstandigheden van de baby, dan ontwikkelt zich een diepgaande eenzaamheid na complex trauma. Helaas is de empathische gave om om te gaan met een baby niet terug te vinden bij alle volwassenen. Baby’s veronderstellen dit wel, en hebben geen scanner om dit vooraf te weten.

Op dit punt kan er al één en ander misgelopen zijn.

Het kind is te vroeg en krijgt onvoldoende nabijheid van een zorgfiguur.
De baby is gehandicapt en krijgt onvoldoende nabijheid van een zorgfiguur.
Een ziekte waarbij de nabijheid van de ouders niet kon verzekerd worden.

Ook moeilijkheden bij de ouders door persoonlijkheidsstoornissen, ziekte zoals postnatale depressie, een alleenstaande moeder, geboorte in gevangenschap, gebrek aan netwerk, geboorte in oorlogsomstandigheden enz. zijn voor een baby zeer moeilijke omstandigheden om te ontwikkelen. Of gewoon ongewenst zijn kan de baby al in een zeer kwetsbare positie plaatsen.

De natuur kan het goed geregeld hebben, maar het kind verkeert in een familiale of sociale situatie dat ongezond is.

Meestal zijn de baby’s omringd met ontroerde en verliefde ouders en familie. Zorgfiguren zijn geneigd om zich om het kind te bekommeren. De omringende zorgfiguren bieden dan ook de nodige nabijheid en bescherming.

Iedereen met een gezonde volwassen houding monitort hoe het kind het stelt. Gezonde volwassenen reageren op zijn of haar behoeften en verlangens.

Het kind staat minder bloot aan allerhande gevaren wanneer het in de buurt is van geestelijke gezonde volwassenen die groter, sterker en wijzer zijn.

Secure Base.

Bowly, de grondlegger van de gehechtheidstheorie, noemde dit aspect van de ontwikkeling niet voor niets ‘a secure base’ of ‘een veilige basis’: ‘se-cursus’ in het Latijn betekent ‘zonder zorgen’.

In voldoende goede omstandigheden start het leven als een fase waarin je relatief ‘zonder zorgen’ kunt zijn.

In goede omstandigheden zijn baby’s zonder intrusieve en overweldigende honger, pijn, angst of kou enz.  De voorwaarde is ook dat er zorgfiguren beschikbaar zijn die in deze eerste dagen en weken van het leven je zorgen opvangen en je noden voldoende invullen.

Beschikbare menselijke aanwezigheid en nabijheid zijn daarom even belangrijk als eten en drinken. Het zijn de talloze kleine ervaringen van goede zorg, die het kind de kans bieden om een verwachtingspatroon op te bouwen. Zonder een ingevuld verwachtingspatroon verkeert de baby in angst. Daardoor kan een complex trauma met een geremde ontwikkeling ontstaan.

Het ondenkbare van niet-geschikte ouders is mogelijk.

Het is denkbaar dat kinderen cola krijgen in de plaats van babymelk. Het is mogelijk dat kinderen van heel vroege leeftijd fastfood krijgen in plaats van fruitpap, groenten, vlees en aardappelen. Maar het is ook mogelijk dat de ouders het kind voor de televisie zetten.

Ze vinden het kind maar een lastpost die ze liever kwijt zijn. Zo kunnen ze hun eigen activiteiten verder zetten.

Ze kunnen het kind vastbinden in een maxi-cosy waardoor het een achterstand oploopt in motoriek. Er volgt gedurende uren geen interactie met het kind. Daardoor kan het kind ook een taalachterstand oplopen. Het kind wordt gedepriveerd van allerlei prikkels of ontvangt de verkeerde prikkels.

Als het kind gefrustreerd geraakt dan is het mogelijk dat de reactie er niet komt van de ouders.  Misschien zal het kind zelfs fysiek geweld ondergaan, of dat de ouders schreeuwen naar het kind gedurende een woedeaanval.

Maar het kan dat de ouders het kind in het donker zetten waar het nog meer angst ondergaat.

Maar wat zijn de gevolgen als het kind niet met gerust gemoed kan terugvallen op de zorgfiguren wanneer hij of zij in zijn exploratiedrang in nood komt, of gefrustreerd raakt?

In normale omstandigheden kan het kind rust en vertrouwen ontvangen bij de zorgfiguur waar hij of zij aan gehecht is. Vervolgens zal het kind weer zijn eigen weg gaan en autonomie opzoeken. Steeds weer opnieuw wisselende zorgfiguren kunnen er ook voor zorgen dat het kind zich niet meer hecht. Zo ontwikkelt eenzaamheid na complex trauma.

Immers de zorgpersonen verdwijnen toch steeds uit haar of zijn leven.  Aandacht trekken hetzij op positieve of negatieve manier wordt dan de voordehandliggende strategie. Het kind zal dan ook niet luisteren naar figuren waaraan het niet aan gehecht is.

Zelfs een straf heeft dan ook geen effect.  Daarbij  heeft immers het kind niets te verliezen. Dit zijn gevolgen van geen hechting met zorgfiguren.

M.a.w. als de zorgfiguren geen tijd hadden, of als er overweldigende omstandigheden waren, dan zal het kind zich daaraan aanpassen.

Op latere leeftijd herhaalt zich dat gedrag. Ze kiezen bijvoorbeeld een partner die voor dezelfde omstandigheden zorgt waar het kind zich aan aangepast heeft. Zo’n kinderen ervaren narcistische situaties eigenlijk wel als normaal.

Diepe schaamte kan ook ontstaan bij het kind als het zich niet zelfstandig kan ontwikkelen. Door het niet passend reageren van de zorgfiguren heeft het niet geleerd wat zijn werkelijkheid is.

Het werd zelfs niet benoemd. Zijn emotionele achterstand en/of fysieke achterstand kan het bemerken op later leeftijd. Zo’n kind loopt een groter risico op pestgedrag.

Het zal zich achtergesteld voelen, of een negatief zelfbeeld ontwikkelen. Het kent ook zijn levensverhaal niet. Kan er dus ook geen rekening mee houden noch over vertellen. Dat leidt tot een verminderd zelfbewustzijn.

Zo’n kind kan zich op latere leeftijd als een narcist ontwikkelen om die schaamte te onderdrukken.

Het kind kan sprakeloos zijn omwille dat “zijn moeilijkheden” woede of ergernis veroorzaken bij anderen. Daardoor kan het niet of durft het niet uit te drukken wat het meegemaakt heeft. Het kind blokkeert volledig bij het ervaren van pijn of woede. Op die manier kan het kind gaan lijden aan Breath holding spell syndrome.

Voeg hieronder een reactie toe! Reactie annuleren