Ad Hebraeos – Hebreeënbrief

110.1 Zo zegt het Jahwe tot mijn heer : ‘wees gezeten aan mijn rechterhand. Welhaast doe ik uw vijanden zijn een voetschabel voor uw voeten.’
110.4 Jahwe zwoer het – Hij neemt het niet terug:
‘gij zult priester zijn, de eeuwen door, krachtens mijn uitspraak: Melchisedek’

1.1-1.4 Exordium

Vele keren en op vele wijzen heeft God eertijds gesproken tot de vaderen in/door de profeten. Op het einde van/in deze dagen heeft hij tot ons gesproken in/door een zoon. Hij heeft hem erfgenaam gemaakt van alles. Door deze zoon heeft hij ook de eeuwen geschapen. De zoon is de afstraling van Gods heerlijkheid en de uitdrukking van zijn wezen. Hij draagt alles door het krachtige woord. Na de reiniging van de zonden heeft hij zich neergezet aan de rechterkant van de majesteit in de hoogten. Hij is des te sterker geworden dan de engelen, naarmate hij een duidelijk verschillende naam geërfd heeft aan hen voorbij.

1.5-2.18 Eerste deel : de naam van Christus

1.5-1.14 De goddelijke naam van Christus

Tot wie inderdaad heeft hij ooit gezegd onder de engelen:
“Mijn zoon ben jij, ik heb je vandaag voortgebracht.”
en weer:
“Ik zal hem tot vader zijn, en hij zal voor mij tot zoon zijn.”
Wanneer hij zijn eerstgeborene in de bewoonde wereld binnenleidt, zegt hij opnieuw iets. Hij zegt: “Alle engelen van God moeten voor hem neerbuigen.”

En met betrekking tot de engelen zegt hij:
“Die zijn boden/engelen maakt hij tot winden/geesten. Zijn dienaren maakt hij tot een vlam van vuur.”
Maar met betrekking tot de zoon:
“Jouw troon, God, (is) voor de eeuw van de eeuw. De staf van de rechtschapenheid (is) staf van jouw koningschap.
Daarom, God, heeft jouw God je gezalfd met olie van vreugde aan jouw deelgenoten voorbij.”

En:
“Jij hebt in den beginne, Heer, de aarde gegrondvest en werk van jouw handen zijn de hemelen.
Deze zullen vergaan (a). Jij echter zult blijven (b). Allen zullen als een kleed verslijten (c).
Als een mantel zul je ze opvouwen (d). Als een kleed ook zullen ze verwisseld worden (c).
Jij echter bent dezelfde (b’) en jouw jaren zullen geen einde nemen (a’).”

Tot welke van de engelen heeft hij ooit zoiets gezegd?
“Zet ja aan mijn rechterkant. Ik zal jouw vijanden tot een bank voor jouw voeten maken.”
Zijn zij niet allen diende geesten, tot dienst uitgestuurd omwille van wie heil zullen erven?

2.1 Een eerste aansporing

Daarom is het nodig dat wij des te meer aandacht schenken aan wat gehoord werd,
opdat we geenszins zouden verdwalen.

Als immers het door engelen gesproken woord betrouwbaar was. Elke overtreding en
ongehoorzaamheid kreeg een rechtmatige vergelding. Hoe zouden wij dan ontkomen?
Wij verwaarlozen een zo belangrijke redding.
Die redding begon door gezegd te worden door de (verrezen) heer.
Het werd aan ons bevestigd door wie het gehoord hadden,
terwijl God het getuigenis steunde door tekenen en wonderen.
God steunde het ook met velerlei machtsdaden en
gaven van heilige geest volgens zijn wil.

2.5-2.18 De menselijke naam van Christus

Ergens getuigde iemand ervan met de woorden:
“Wat is een mens dat je hem gedenkt? Of een mensenzoon dat je naar hem omziet?
Je hebt hem een korte tijd verlaagd aan de engelen voorbij met luister en eer heb je hem omkranst.
Alles heb je onder (aan) zijn voeten gelegd.”

Inderdaad, bij het onderwerpen van alles (aan hem) heeft (God) niets niet onderworpen gelaten.
In feite echter zien we nog niet dat alles aan hem onderworpen is
maar wel merken we dat Jezus, die korte tijd verlaagd geweest is aan de engelen voorbij,
door het verduren van de dood met luister en eer omkranst werd, opdat hij door de genade van God ten voordele van elkeen de dood zou geproefd hebben

Het paste inderdaad aan hem. Omwille van wie alles is en door wie alles is, bracht hij vele zonen naar de heerlijkheid. Hij maakte de aanvoerder van hun redding door lijden tot volmaaktheid.
Immers, zowel wie heiligt als wie geheiligd worden (komen) allen uit één (en dezelfde oorsprong).

Om die reden schrikt hij er niet voor terug hen zijn broeders te noemen. Hij gebruikt de woorden: “Ik zal jouw verkondigen aan mijn broeders. Te midden van een gemeente zal ik jou loven.”
en weer:
“Ik zal mij (helemaal) op hem verlaten.”
en weer:
“Zie, (hier ben ik) ik en (hier zijn) de kinderen die God mij gegeven heeft.”

Wanneer dan de kinderen deel (gekregen) hebben aan bloed en vlees, heeft ook hij daar op gelijkaardige wijze deel aan gekregen. Hij heeft op dezelfde manier deelgenomen. Opdat hij door de dood krachteloos zou maken degene die macht heeft over de dood, dit is de duivel. En opdat hij al diegenen zou bevrijden. Zij waren uit vrees voor de dood onderworpen aan slavernij doorheen heel het leven.
Hij ontfermt zich inderdaad echt niet over de engelen maar over nakomelingen van Abraham.

Vandaar dat hij in alles aan de broeders gelijk moest worden. Opdat hij een barmhartige en betrouwbare hogepriester zou zijn met betrekking tot wat met God te maken heeft. Dit is met het oog op het uitwissen van de zonden van het volk.
Inderdaad, door wat hij zelf geleden heeft bij het doorstaan van de proef, kan hij de beproefden te hulp komen.

3.1-5.10  Tweede Deel : Christus, de betrouwbare en medelijdende hogepriester

3.1-4.14 Eerste Sectie : de betrouwbare hogepriester

Vandaar, heilige broeders, als deelgenoten aan een hemelse roeping, aanschouw de apostel en hogepriester van onze geloofsbelijdenis. Jezus is betrouwbaar voor wie hem heeft aangesteld. Dit geldt zoals ook voor Mozes in (heel) zijn huis.
Deze wordt inderdaad een grotere heerlijkheid waardig geacht. Dit is aan Mozes voorbij. De bouwer van het huis geniet grotere eer dan het huis (zelf).
Elk huis wordt immers door iemand gebouwd maar degene die alles bouwt (is) God.
En Mozes (is) betrouwbaar in heel zijn huis als dienaar. Dit is tot getuigenis van wat zal gezegd worden. Christus van zijn kant (is het) als zoon over zijn huis. Zijn huis zijn wij, als wij blijven vasthouden aan de openheid. We houden vast aan de fierheid van de hoop.

Daarom, zoals de heilige geest zegt:
“Heden, als jullie zijn stem horen, maak (dan) jullie harten niet verstokt. Doe dit niet zoals in de verbittering volgens de dag van de beproeving in de woestijn. Daar hebben jullie vaderen mij op de proef gesteld. Ze hebben door een keuring mijn werken gezien gedurende veertig jaar. Daarom ben ik toornig geworden op dit geslacht en zei ik: ‘Altijd dwalen ze in hun hart. Ze hebben mijn wegen niet leren kennen. Daarom heb ik in mijn woede gezworen. Ze zullen niet binnengaan in mijn rust!’”

Zie toe, broeders. Dat nooit in iemand van jullie een kwaad hart van ongeloof zij. Het komt door het afvallen van de levende God.
Maar bemoedig elkaar dag na dag. Doe dit zolang van ‘heden’ gesproken wordt. Opdat niet iemand van jullie verhard geraakt door misleiding van de zonde.
Wij zijn immers deelgenoten geworden van Christus. Dit is zo als we tenminste de aanvang van het vaste vertrouwen ongeschokt behouden tot het einde. Doordat er gezegd wordt: ‘Heden, als jullie zijn stem horen, verhard jullie harten niet, zoals tijdens de verbittering.”

Wie immers zijn, toen ze gehoord hadden, verbitterd geworden? Waren het niet allen die door toedoen van Mozes uit Egypte weggetrokken zijn?
Op wie is God toornig geworden geweest veertig jaar lang? Was het niet op de zondaars, van wie de leden in de woestijn gevallen zijn?
Aan wie heeft hij gezworen dat zij niet in zijn rust zouden binnengaan, als het niet aan de ongehoorzamen was?
En we zien dat ze niet konden binnengaan (juist) wegens ongeloof.

Laten we dus vrezen. Zolang de belofte in te treden in zijn rust openstaat, blijft misschien iemand onder jullie achterop.

Ook wij hebben inderdaad de blijde boodschap ontvangen. Dit was net zoals zij. Maar het woord van het horen heeft hen niet geholpen. Ze hadden zich niet vermengd door het geloof met hen die gehoord hadden.
We zullen als gelovigen inderdaad in de rust binnentreden. Dat heeft hij gezegd:
“Zodat ik gezworen heb in mijn woede, als ze (ooit) zullen binnengaan in mijn rust!”
Hoewel zijn werken er vanaf de grondvesting van de wereld waren.
Men heeft ergens over de zevende dag gesproken. Het is als volgt:
“En God rustte de zevende dag van al zijn werken.”
en verder in dit:
“Als ze (ooit) zullen binnengaan in mijn rust!”

Sommigen (mogen) binnengaan in deze (rust). Degenen die eerder de blijde boodschap ontvangen hadden, gingen niet binnen wegens hun ongehoorzaamheid.
Hij bepaalt weerom een dag. Het is vandaag. David zei dit na zo lange tijd. Zoals voordien gezegd was:
“Heden, als jullie mijn stem horen, verhard niet jullie harten.”
Inderdaad, indien Jozua hen de rust bezorgd had, zou (God) daarna niet meer over een andere dag gesproken hebben.
Zo blijft dus de sabbatrust over voor het volk van God.
Inderdaad, wie binnengegaan is in zijn rust, rustte ook zelf uit van zijn werken, zoals God van zijn eigen (werken).
Inderdaad, wie binnengegaan is in zijn rust opdat niemand zou vallen in datzelfde voorbeeld van ongehoorzaamheid.

Levend, inderdaad, is het woord van God en werkzaam. Het is snijdender dan elk tweesnedig zwaard. Het doordringt tot de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg. Het oordeelt over overwegingen en gedachten van een hart. Geen schepsel is onzichtbaar voor hem/het woord. Alles ligt bloot en weerloos voor de ogen van hem/het woord, aan wie wij rekenschap moeten geven.

Nu wij dus een eminente hogepriester hebben. Hij is de hemelen doorgegaan, Jezus, de zoon van God. Wij moeten goed vasthouden aan onze belijdenis.

4.15-5.10 Tweede sectie : de barmhartige hogepriester

We hebben inderdaad een hogepriester die in staat is mee te lijden met onze zwakheden. Hij is in alles op gelijke wijze beproefd geweest, buiten de zonde.

Laten we dan in openheid tot de troon van de genade naderen. Op die manier kunnen we barmhartigheid ontvangen. Zo krijgen we genade, zodat er tijdige hulp is.

Inderdaad, elke hogepriester, uit mensen genomen, wordt voor mensen aangesteld met betrekking tot wat met God te maken heeft. Hij doet dit opdat hij gaven en offers zou aanbieden voor zonden. Hij is in staat zich in te leven in onwetenden en dwalenden. Dit komt omdat hij ook zelf aan zwakheid onderhevig is. Hij moet wegens die zwakheid, zoals voor het volk, zo ook voor zichzelf, gaven en offers aanbieden voor zonden.
En niemand grijpt naar die waardigheid voor zichzelf maar omdat hij geroepen is door God, juist zoals ook Aaron.

Christus heeft zichzelf niet de eer waardig geacht hogepriester te worden. Degene die tot hem gezegd heeft:
“Jij bent mijn zoon, ik heb je heden verwekt.”
(hem benoemd) volgens wat hij ook in een andere (uitspraak) zegt. “Jij bent priester in eeuwigheid. Dit is op de wijze van Melchisedek.” Hij droeg in de dagen van zijn vlees beden en smekingen op. Hij richtte deze tot degene die hem kon redden uit de dood. Dit ging gepaard met luid geschreeuw en tranen. Hij werd verhoord wegens zijn vroomheid. Hoewel hij zijn zoon was, leerde hij de gehoorzaamheid door wat hij geleden heeft. Hij is volkomen geworden. Voor al die hem gehoorzaamden, is hij de oorzaak van eeuwig heil geworden. Hij werd door God tot hogepriester uitgeroepen op de wijze van Melchisedek.

5.11-10.39 Der de Deel : Christus, de volkomen hogepriester

5.11-6.20 Aansporende proloog met een sterk retorisch karakter

We moeten hier een lang betoog ontwikkelen. Het is moeilijk uit te leggen, omdat jullie weinig bekommerd zijn om wat jullie horen. Inderdaad, terwijl jullie leraars hadden moeten zijn, hebben jullie weer nood aan onderricht. Iemand moet jullie de elementen van het begin van Gods uitspraken leren. Jullie hebben weer nood aan melk en niet aan vast voedsel.
Degenen die van melk leven, zijn onbevoegd betreffende de uiteenzetting over gerechtigheid. Ze zijn nog kinderen. Voor volwassenen daarentegen is er vast voedsel. Zij hebben door ervaring hun vermogens geoefend in het onderscheid tussen goed en kwaad.

Daarom, achterlatend de uiteenzetting van het begin over de Christus, moeten we ons naar de (volwassen) volkomenheid spoeden. We moeten niet opnieuw de grondslag leggen van berouw over dode werken en geloof in God. Het gaat ook over onderricht van doopsels en oplegging van handen. Verder betreft het de opstanding van doden en eeuwig oordeel.
En dit zullen we doen, als tenminste God het toelaat.

Onmogelijk (is het) inderdaad.
Het is onmogelijk dat men degenen die eenmaal verlicht werden en van de hemelse gave hebben geproefd. Men gunt hen niet weer de vernieuwing van de bekering. Ze zijn deelachtig geworden aan de heilige geest. Ze hebben het goede woord van God geproefd. Ze hebben ook de krachten van de komende eeuw ervaren. Als zij vervolgens afgevallen zijn, is het onmogelijk dat men ze weer de vernieuwing van de bekering gunt. Zij kruisigen voor zichzelf de zoon van God opnieuw en bespotten hem.

Een (stuk) land inderdaad, dat de regen die er vaak op neerkomt, drinkt. Het brengt vruchtbaar gewas voort voor diegenen juist door wie het bewerkt wordt. Het krijgt zijn deel aan zegening vanwege God. Maar één dat distels en doornen voortbrengt, wordt waardeloos geacht en is de vervloeking nabij. Het heeft als eindbestemming de verbranding.

En toch zijn we in verband met jullie, welbeminden. We zijn overtuigd van een beter perspectief en
een dat verband houdt met redding. Dit is het geval ook als we zo (streng) spreken.

God is inderdaad niet onrechtvaardig. Hij zal jullie werk niet vergeten. Hij zal ook de liefde niet vergeten die jullie betoond hebben jegens zijn naam. Jullie hebben diensten bewezen aan de heiligen. Jullie blijven deze diensten bewijzen.
Maar wij wensen dat elk van jullie dezelfde ijver aan de dag legt. Jullie moeten streven naar de vervulling van de hoop tot het einde. Dan zullen jullie navolgers zijn van hen die door geloof en volharding de beloften erven.

Toen God inderdaad aan Abraham een belofte deed, zwoer hij bij zichzelf. Hij kon bij niemand die groter is zweren. Hij sprak de woorden: “Zeker, al zegenend zal ik zegenen e al vermeerderend zal ik je vermeerderen.” (Gen 22.16-22.17)
En zo heeft (Abraham) door te volharden de (vervulling van de) belofte gekregen.

Mensen zweren bij iets dat groter is dan zijzelf. Voor hen is de eed ter bevestiging het einde van alle betwisting.

God is tussengekomen met een eed. Hij wilde aan de erfgenamen van de belofte nog sterker de onherroepelijkheid van zijn beslissing bewijzen. Door twee onherroepelijke daden, waarin God onmogelijk kan liegen, zouden wij een sterke troost hebben. Wij hebben een toevlucht gezocht in het vasthouden aan de hoop die voor ons ligt. Deze hoop hebben wij als een anker van de ziel. Het is veilig en stevig en binnengaand tot binnen het voorhangsel. Daar is Jezus als voorloper voor ons binnengegaan. Hij is nu op de wijze van Melchisedekhogepriester geworden voor eeuwig.

7.1-7.28 Eerste sectie : een ander priesterschap, fundering in de schrift

Deze Melchisedek inderdaad, koning van Salem. Hij is priester van de allerhoogste God. Hij kwam Abraham tegemoet op zijn terugkeer van het verslaan van de koningen en zegende hem. Aan hem deelde Abraham ook een tiende van alles toe. Hij werd eerst vertaald als ‘koning van gerechtigheid’. Vervolgens ook als ‘koning van Salem, d.w.z. koning van vrede, zonder vader en zonder moeder. Hij heeft geen stamboom, geen begin van dagen en geen levenseinde. Maar hij is gelijkend geworden op de zoon van God. Hij blijft priester voor altijd.

Zie dan hoe groot hij is, aan wie Abraham de aartsvader een tiende gaf van het beste van de buit.
Zonen van Levi ontvangen het priesterschap. Zij krijgen de opdracht tienden te nemen van het volk volgens de wet. Dit betekent van hun broeders. Hoewel die ook voortkomen uit de lendenen van Abraham, heeft hij die niet afstamde van hen tienden genomen van Abraham. Hij heeft degenen die de beloften (gekregen) had, gezegend.

Het mindere wordt zonder enige tegenspraak door het betere gezegend. Hier ontvangen sterfelijke mensen tienden. Daar is iemand van wie getuigd wordt dat hij leeft.
Levi moet tienden afdragen via Abraham. Levi heft zelf tienden. Hij was inderdaad in de lendenen van zijn voorvader toen Melchisedek hem tegemoet kwam.

Als dan de volkomenheid er door het Levitisch priesterschap was –
het volk heeft inderdaad op grond van dit priesterschap de wet ontvangen -,
waarom was het dan nog nodig? Waarom moest er nog een verandering plaatsvinden? Waarom was het dan nog nodig geweest? Waarom moest op de wijze van Melchisedek
een andere priester opstaan? Waarom werd hij niet benoemd op de wijze van Aaron?
Als inderdaad het priesterschap gewijzigd wordt, komt er noodzakelijkerwijze
ook een verandering van wet.
Degene over wie inderdaad deze dingen gezegd worden, sluit aan bij een andere stam,
waarvan niemand te maken gehad heeft met het altaar:

Onze heer uit Juda is inderdaad opgestaan. Dit is duidelijk, over welke stam Mozes niets gezegd heeft in verband met priesters. Het wordt nog duidelijker. Een andere priester staat op naar de gelijkenis met Melchisedek. Die priester wordt het niet volgens een wet van vleselijk voorschrift. Hij wordt het volgens de kracht van onvergankelijk leven.

Over hem gaat inderdaad het getuigenis:

“Jij bent priester in eeuwigheid op de wijze van Melchisedek.”
Er komt inderdaad afschaffing van een voorafgaande wet. De reden hiervoor is het zwakke en nutteloze (karakter) ervan. De wet heeft inderdaad niets tot volkomenheid gevoerd. Er is de invoering van een betere hoop. Hierdoor komen wij nader tot God.

En in de mate (dat het) niet (gebeurd is) zonder eedaflegging
– de enen zijn inderdaad zonder eedaflegging priester geworden,
maar hij met eedaflegging door degene die tot hem gezegd heeft:

“De heer heeft gezworen  en hij zal er geen spijt van hebben:
jij bent priester in eeuwigheid.” -,
in die mate juist is Jezus de waarborg geworden van een beter verbond.

Ook zijn de enen met meerderen priester geworden. De dood verhinderde hen om priester te blijven. Maar hij heeft, doordat hij blijft in eeuwigheid, een priesterschap dat niet voorbijgaat.
Vandaar dat hij in staat is voor eeuwig te redden degenen die door hem tot God naderen. Hij leeft altijd om voor hen tussen te komen.

Een dergelijke hogepriester paste precies voor ons. Hij is een heilige, schuldeloze, onbesmette persoon. Hij is afgescheiden van de zondaars en verhevener geworden dan de hemelen. Hij kent niet de noodzaak, zoals de hogepriesters, eerst voor hun eigen zonden offers op te dragen. Vervolgens doet hij dit voor het volk: hij deed dit inderdaad eens en voor altijd, door zichzelf op te dragen.
De wet stelt inderdaad als hogepriesters mensen met zwakheid aan. Maar het woord van de eedaflegging, dat na de wet kwam, stelt een zoon aan. Deze zoon is voor de eeuwigheid tot volkomenheid gebracht.

8.1-9.28 Tweede sectie : oud en nieuw

De hoofdzaak van wat ter sprake komt (is):
Wij hebben zulk een hogepriester. Hij is gezeten aan de rechterkant van de troon van de majesteit in de hemelen. Hij is bedienaar van het heiligdom en van de waarachtige tent, dewelke de heer opsloeg, niet een mens.

Inderdaad, elke hogepriester is aangesteld om gaven en offers op te dragen. Daarom is het noodzakelijk dat ook hij (Jezus Christus) iets heeft om op te dragen.
Als hij dus op aarde verbleef, dan was hij niet eens priester. Er zijn namelijk diegenen die volgens de wet gaven opdragen.
Zij dienen slechts als afbeelding van de hemelse werkelijkheden. Dezen verrichten hun dienst. Het is zoals Mozes de goddelijke boodschap kreeg toen hij de tent ging tot stand brengen. “Zie inderdaad, zegt hij, je zal alles maken volgens het model dat jou op de berg is getoond.”
In feite heeft (Jezus Christus) een wel verschillende bediening gekregen. Hij is de middelaar van een beter verbond. Dit verbond is wettelijk ingesteld op grond van betere beloften.

Als inderdaad dat eerste verbond onberispelijk was. Dan werd er geen plaats gezocht voor een tweede. Hen inderdaad berispend zegt hij:
“Kijk, er komen dagen, zegt de heer. Ik zal voor het huis van Israël en voor het huis van Juda een nieuw verbond sluiten. Dit zal niet zijn zoals het verbond dat ik gemaakt heb voor hun vaderen. Op de dag dat ik hun hand genomen heb om hen weg te leiden uit het land Egypte. Omdat zij niet bleven in mijn verbond, heb ook ik hen verwaarloosd, zegt de heer. Wanneer ik mijn wetten geef, zal ik ze in hun geest en in hun hart inschrijven. Ik zal voor hen hun God zijn en zij zullen voor mij mijn volk zijn.
Ze zullen niet elk hun medeburger onderrichten. Ze hoeven ook hun broeder niet meer te onderrichten. Ze zullen niet meer zeggen: ‘Ken de heer’,
omdat ik genadig zal zijn voor hun ongerechtigheden. Ik zal mij hun zonden niet meer herinneren.”

Het eerste verbond had dus ook wel rituelen voor dienst en een heilige plaats die van deze wereld was.
Het eerste was inderdaad als tent ingericht. Daarin bevonden zich de kandelaar en de tafel. Het tonen van de broden werd het heilige genoemd.
Voorbij het tweede voorhangsel was het tentgedeelte dat het heilige der heiligen genoemd werd. Het bevatte een gouden reukofferaltaar en de ark van het verbond. De ark was van alle kanten omhuld door goud. In de ark lagen de gouden vaas met het manna, de staf van Aaron die gebloeid had, en de verbondstafelen. Daarop bevonden zich Cheroubim van heerlijkheid die het verzoekdeksel overschaduwden.
Op die dingen is het nu niet mogelijk in detail in te gaan.
Gezien die zaken zo ingericht zijn, gaan in de eerste tent de priesters te allen tijde
binnen voor het uitoefenen van de eredienst. Maar in de tweede gaat alleen de hogepriester
eenmaal per jaar binnen, niet zonder zich te voorzien van bloed. Hij draagt het bloed op
voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk. Daarmee maakt de heilige geest duidelijk.
De toegang tot het heiligdom is nog niet getoond zolang de eerste tent haar plaats behoudt.
Dit is een zinnebeeld van de tegenwoordige tijd. Volgens dit zinnebeeld worden gaven en offers opgedragen. Deze zijn niet bij machte om de bedienaar in zijn geweten tot volkomenheid te brengen. Het zijn enkel maar riten van vlees. Ze steunen op spijzen, dranken en verschillende reinigingen. Deze zijn opgelegd tot aan een tijd van een beter bestel.

Nu Christus gekomen is als hogepriester van verwerkelijkte goede dingen. Hij kwam door de grotere en volkomener tent, niet door mensenhanden gemaakt. Dit betekent dat het niet tot deze geschapen wereld behoort. Niet door het bloed van bokken en kalveren. Door zijn eigen bloed is hij eens en voor altijd in het heiligdom binnengegaan. Zo heeft hij een eeuwige verlossing gevonden.
Als inderdaad het bloed van bokken en stieren en de as van een vaars besprenkeld verontreinigden, dan heiligt het hen met betrekking tot de reinheid van het vlees. Hoeveel te meer zal het bloed van Christus? Christus heeft zichzelf door eeuwige geest smetteloos opgedragen aan God. Dit bloed zal ons geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen.

En om die reden is hij middelaar van een nieuw verbond/testament. Dit is zo opdat er een sterven plaatsvindt tot bevrijding van de overtredingen onder het eerste verbond. Hierdoor zouden de geroepenen de belofte van het eeuwig erfdeel ontvangen.
Inderdaad, waar er een testament is, is het nodig dat de dood van de erflater wordt aangetoond.
Een testament is inderdaad geldig in geval van overlijden. Het is nooit van kracht wanneer de erflater nog leeft.

Daarom is ook het eerste testament niet ingewijd zonder bloed.
Elk gebod werd volgens de wet door Mozes aan heel het volk afgekondigd. Daarna nam hij het bloed van de kalveren (en de bokken) met water. Hij gebruikte ook scharlaken wol en hysop. Mozes besprenkelde zowel het boek als heel het volk. Hij zei: “Dit is het bloed van het verbond dat God jullie als opdracht gegeven heeft.”
En ook de tent en alle cultusvoorwerpen heeft hij op dezelfde wijze met bloed besprenkeld.
En ongeveer alles wordt met bloed gereinigd volgens de wet, en zonder bloedvergieten is er geen vergiffenis.

Het was dus nodig dat de afbeeldingen van de hemelse zaken door deze middelen gereinigd werden. Maar de hemelse zaken zelf werden gereinigd door nog krachtiger offers dan die eerst voorbij.

Christus is inderdaad niet een door mensenhanden gemaakt heiligdom binnengegaan. Het was een afbeelding van het waarlijke. Hij is in de hemel zelf om nu voor ons voor het gelaat van God te verschijnen.
En het is ook niet om zichzelf herhaaldelijk aan te bieden. De hogepriester gaat jaarlijks het heilige binnen met vreemd bloed. Anders had hij herhaaldelijk moeten lijden vanaf de grondvesting van de wereld. In feite verscheen hij eens en voorgoed. Dit gebeurde bij de voltooiing van de eeuwen. Hij deed dit tot delging van de zonde door zijn offer.
Zoals het bepaald is voor de mensen om een maal te sterven. Daarna volgt het oordeel. Zo zal ook Christus verschijnen. Hij verscheen eenmaal om de zonden van velen op zich te nemen. Hij zal een tweede keer verschijnen zonder met de zonde te maken te hebben. Hij verschijnt aan wie hem verwachten tot hun redding.

Een vrouw met dreadlocks zit op een houten pier en kijkt nadenkend naar haar handen, omringd door een groene, natuurlijke omgeving.
Info Vergeven als grens

10.1-10.18 Derde sectie : het enige werkzame offer

De wet heeft slechts een afschaduwing van de komende goederen. Het is niet de uitdrukking zelf van de zaken. Daardoor kan hij nooit jaar na jaar door dezelfde offers die men altijd weer opdraagt, volledig maken wie naderbij komt. Ieder keer blijft er behoefte aan volmaaktheid bestaan. Zouden ze niet opgehouden hebben gebracht te zijn? De bedienaars, eens en voorgoed gereinigd, zouden geen besef meer gehad hebben van zonden.
Maar bij die offers is er jaar na jaar de herinnering aan zonden.

Het is inderdaad onmogelijk dat bloed van stieren en bokken zonden wegneemt.
Daarom zegt hij, als hij in de wereld komt:
“Slachtoffer en offergave heb jij niet gewild. Maar een lichaam heb jij voor mij bereid. Brandoffers en offers voor de zonden heb je niet goedgevonden.

Toen zei ik: ‘Zie, ik ben gekomen. In en boekrol is het over mij geschreven. Ik ben gekomen om, God, jouw wil te doen.”
daarvoor al zeggend:
“Je hebt geen offers en offergaven gewild. Ook brandoffers en zonden werden niet gewenst en niet goed gevonden.” Die worden toch volgens de wet opgedragen. En dan heeft hij gezegd:
“Zie, ik ben gekomen om jouw wil te doen.”

Hij schaft het eerste af om het tweede in te stellen. Door deze wil zijn wij geheiligd. Dit komt door het opdragen van het lichaam van Jezus Christus eens en voorgoed.

En iedere priester staat dagelijks recht om de dienst te verzorgen. Hij draagt telkens weer dezelfde offers op. Deze offers kunnen nooit de zonden wegnemen. Hij daarentegen heeft, door voor zonden één offer op te dragen, zich voor altijd neergezet aan de rechterhand van God. Hij wacht af tot zijn vijanden als een voetbank onder zijn voeten worden gelegd.
Inderdaad, door één offergave heeft hij hen die zich laten heiligen voor altijd tot volkomenheid gebracht.

Ook brengt ons de heilige geest een getuigenis.
Inderdaad, hij zei na het uitspreken van:
“Dit is het verbond dat ik met hen zal sluiten na die dagen.”
“Wanner ik mijn wetten geef, zal ik ze in hun harten en in hun verstand inschrijven. En hun zonden en hun ongerechtigheden zal ik mij niet langer herinneren.”
Waar er vergiffenis is van dit (kwaad), is er geen offergave meer voor de zonde.

10.19-10.39 Aansporende Epiloog

Nu wij dus, broeders, openheid hebben met betrekking tot de toegang tot het heiligdom
door het bloed van Jezus,
de nieuwe en levende weg die hij geopend heeft door heen het voorhangsel,
dit is zijn vlees,
en wij een hogepriester hebben (aangesteld) over het huis van God,

Laten we nader komen met een oprecht hart in volheid van geloof,
gereinigd wat de harten betreft van kwaadwillig geweten

En gewassen wat het lichaam betreft met zuiver water,
laten we aan de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden –
hij die de belofte deed, is betrouwbaar –

Laten we elkaar in het oog houden. Moedig elkaar aan in liefde en goede werken. Blijf niet weg van onze bijeenkomsten, zoals bij sommigen de gewoonte is. Bemoedig elkaar des te meer naarmate jullie de dag zien naderen.

Inderdaad, als wij moedwillig blijven zondigen, ontvangen we de volle kennis van de waarheid. Er blijft geen offer voor de zonden meer over. Er is geen offer meer voor de zonden. Er blijft alleen een schrikwekkende verwachting van oordeel over. De ijver van een vuur zal de tegenstanders verslinden.
Als iemand de wet van Mozes genegeerd heeft, moet hij zonder mededogen op grond van twee of drie getuigenissen sterven.
Hoeveel ergere straf denken jullie dat hij zal verdienen? Hij veracht de zoon van God. Hij beschouwt het bloed van het verbond waardoor hij geheiligd wordt als profaan. Bovendien beledigt hij de geest van de genade.
We kennen inderdaad degene die gezegd heeft:
“Aan mij de bestraffing, ik zal vergelden.”
en weer:
“De heer zal zijn volk oordelen.”
Verschrikkelijk is het te vallen in de handen van de levende God.

Maar herinner jullie de dagen van weleer. Toen jullie het licht ontvangen hadden, hebben jullie een zware wedstrijd van lijden doorstaan. Enerzijds waren jullie openlijk blootgesteld aan beschimpingen en vervolgingen. Anderzijds zijn jullie solidair geworden met hen die zo behandeld werden.
Jullie hebben mee geleden met de gevangen. Jullie hebben met vreugde de inbeslagname van jullie goederen aanvaard. Jullie deden dit in het besef dat jullie een beter en blijvend bezit hebben.
Gooi dus die openheid van jullie niet weg die een grote vergelding bevat.

Inderdaad, jullie hebben nood aan volharding. Opdat jullie, door Gods wil gedaan te hebben, kunnen jullie (de vervulling van) de belofte bekomen.
“Nog een heel klein beetje (tijd), inderdaad, (en) degene die komende is,
zal er zijn en zal niet langer uitblijven.
Mijn rechtvaardige zal door geloof leven, en als hij het opgeeft,
vindt mijn ziel geen welbehagen in hem.”
Maar wij zijn geen (mensen) van opgeven tot ondergang,
maar van geloof tot behoud van (onze) ziel.

info Schudden zorgt voor E-motie in beweging

11.1-12.13 Vierde deel : de vereniging met de hogepriester Christus
door het geloof en de volharding

11.1-11.40 Eerste sectie : geloof van de ouden

Het geloof nu is een wijze van reeds bezitten van wat verhoopt wordt. Het is een middel om de zaken te kennen die niet gezien worden. Door hun geloof kregen de ouden een (positief) getuigenis (omtrent henzelf).

Door geloof begrijpen wij dat de eeuwen ineengevoegd werden door een woord van God.
Het zichtbare is ontstaan uit het niet verschijnende.

Abel heeft door geloof een waardevoller offer aan God opgedragen dan Kaïn. Hierdoor ontving hij het getuigenis dat hij rechtvaardig was. God getuigde zelf over zijn gaven. Door dit geloof spreekt hij nog na zijn dood.

Henoch werd door geloof overgebracht. Hij hoefde de dood niet te zien en werd niet meer gevonden, omdat God hem overbracht. Inderdaad, voor die overbrenging ontving hij het schriftelijke getuigenis dat hij aan God behaagde. Zonder geloof is het niet mogelijk God te behagen. Het is nodig dat wie tot God nadert, gelooft dat hij bestaat en de beloner is van wie hem zoeken.

Noach had geloof. Hij werd van godswege gewaarschuwd over wat geenszins zichtbaar was. Hij was op zijn hoede en nam de godspraak ernstig. Hij bouwde een ark tot redding van zijn huis. Daardoor veroordeelde hij de wereld en werd erfgenaam van de gerechtigheid volgens geloof.

Door geloof heeft Abraham gehoorzaamd en is weggegaan naar een plaats. Hij moest deze plaats als erfdeel krijgen. Hij vertrok zonder te weten waar hij heen trok.
Door geloof ging hij verblijven in een land van de belofte als in een vreemd land. Hij woonde in tenten met Isaak en Jakob. Isaak en Jakob waren de mede-erfgenamen van dezelfde belofte. Hij zag inderdaad uit naar de stad met fundamenten. God is de ontwerper en bouwer van die stad.

Door geloof kreeg Sara, ook zij, vermogen tot stichting van nakomelingschap. Dit deed ze voorbij de geschikte leeftijd. Ze vond degene die de belofte gedaan had, geloofwaardig. Daarom zijn er ook uit één man geboren. En dan nog uit één die reeds door de dood getekend was. Het aantal was groot als de sterren aan de hemel. Het was niet te tellen als de zandkorrels aan het strand van de zee.

In geloof zijn zij allen gestorven. Zij hebben de belofte niet ontvangen, maar ze van ver gezien en begroet. Ze hebben beleden dat zij vreemdelingen en voorbijgangers waren op aarde. Inderdaad, wie zo spreken, geven te kennen dat zij op zoek zijn naar een vaderland. Als ze zich het vaderland herinnerd hadden, dan hadden ze een gelegenheid gevonden om terug te keren. Ze waren daaruit weggetrokken. Ze verlangen echter naar een beter vaderland. Dit is een hemels vaderland.
Daarom schaamt God zich niet tegenover hen hun God genoemd te worden:
hij heeft hen inderdaad een stad bereid.

Door geloof heeft Abraham Isaak opgedragen. Dat deed hij toen hij op de proef gesteld werd. Hij droeg zijn eniggeborene op. Hij had de beloften ontvangen. Er was tegen hem gezegd: “Door Isaak zal jou een nageslacht genoemd worden.”
Hij bedacht dat God bij machte is ook uit de doden op te wekken. Daarom kreeg hij hem in voorafbeelding (terug).
vandaar ook dat hij hem in voorafbeelding (terug) gekregen heeft.

info God is Jezus vs Jezus is God

Door geloof ook, in verband met wat nog moest komen, zegende Isaak Jakob en Esau.

Door geloof zegende Jakob, op het punt te sterven. Hij zegende elk van de zonen van Jozef. Hij wierp zich neer (steunend) op het uiteinde van zijn staf.
Door geloof maakte Jozef, op het einde van zijn leven, melding van de uittocht van de zonen van Israël. Hij gaf een opdracht omtrent zijn gebeente.

Door geloof werd Mozes bij zijn geboorte drie maanden lang verborgen gehouden door zijn ouders. Ze zagen dat het kindje innemend was. Ze waren niet bevreesd voor de verordening van de koning.
Door geloof zag Mozes, grot geworden, ervan af om als zoon van de dochter van Farao door te gaan. Hij verkoos uitdrukkelijk samen met het volk van God mishandeld te worden. Hij verkoos dit liever dan tijdelijk genot van zonde te hebben. Hij beschouwde de smaad van Christus als een groter rijkdom dan de schatten van Egypte. Hij had inderdaad de ogen gericht op de verloning.
Door geloof verliet hij Egypte zonder vrees voor de woede van de koning. Hij bleef volhouden alsof hij de Onzichtbare zag.

Door geloof heeft hij Pesach gehouden en het uitstrijken van het bloed,
opdat de verdelger hun eerstgeborenen niet zou raken.
Door geloof trokken ze door de Rode Zee als over droog land. De Egyptenaren werden verzwolgen toen zij het probeerden.
Dor geloof zijn de muren van Jericho ingestort, nadat men er zeven dagen lang omheen getrokken was.
Door geloof is de prostituée Rachab niet omgekomen samen met de ongelovigen,
omdat ze de verspieders in vrede ontvangen had.

En wat kan ik (daar) nog (aan) toevoegen?

De tijd zal mij inderdaad ontbreken. Als ik inga op het verhaal van Gideo, Barak, Simson, Jefta, van David en Samuel en de profeten, dan lukt het me niet. Het zal mij niet lukken. Zij hebben door geloof koninkrijken onderworpen en gerechtigheid bewerkt. Zij hebben (de vervulling van) beloften bekomen en leeuwenmuilen gesloten. Ze hebben macht van vuur gedoofd en zijn aan muilen van het zwaard ontkomen. Ze hebben zich hernomen na ziekte en zijn sterk geworden in oorlog. Ze hebben invallen van vreemden afgeweerd.
Vrouwen kregen door opstanding hun doden terug;

Maar anderen werden gefolterd zonder de vrijlating te aanvaarden, om een betere opstanding te verkrijgen.
Nog anderen maakte de ervaring mee van bespotting en zweepslagen. Ze ondergingen ook boeien en gevangenis. Ze werden gestenigd en doormidden gezaagd. Veel kwamen om door de moord van het zwaard. Ze trokken rond in schapen- en geitenvellen, achteruitgesteld en verdrukt. Ze waren mishandeld, als hen die de wereld niet waardig was. Ze zwierven in woestijnen, bergen, grotten en holen in de grond.

En al dezen kregen een (goed) getuigenis door hun geloof. Zij hebben (de vervulling van) de belofte niet bekomen. God had omtrent ons iets beters voorzien, zodat zij niet zonder ons de volkomenheid zouden bereiken.

info gevaarlijke cult van eindtijd

12.1-12.13 Tweede sectie : noodzakelijke volharding

Laten daarom ook wij,
met een grote wolk van getuigen rond ons. Laten we alles afwerpen wat ons bezwaart. Laten we ook de zonde afwerpen die ons zo goed weet in te sluiten.
Door standvastigheid lopen we de voor ons liggende wedstrijd. We kijken op naar de aanvoerder en voltooier van het geloof, Jezus.
Jezus heeft het kruis verduurd in plaats van de vreugde te kiezen die voor hem lag. Hij minachtte de schande en heeft zich neergezet aan de rechterzijde van Gods troon.
Beschouw inderdaad degene. Hij heeft vanwege de zondaars zulk een tegenspraak tegen hemzelf verduurd. Dit gebeurde opdat jullie niet zouden bezwijken, ontmoedigd in jullie ziel.

Jullie hebben nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in jullie strijd tegen de zonde. Jullie zijn de bemoediging vergeten. Deze richt zich toch tot jullie als tot zonen: “Mijn zoon, minacht de tucht van de heer niet. Word niet ontmoedigd als je door hem terechtgewezen wordt. Inderdaad, de heer tuchtigt wie hij liefheeft. Hij geselt elke zoon die hij opneemt.”

Jullie verduren dit met het oog op tuchtiging. God gedraagt zich tegenover jullie als tegenover zonen. Welke zoon is er inderdaad, die een vader niet tuchtigt?
Als jullie buiten de tuchtiging vallen, waar allen deelachtig aan zijn, dan zijn jullie wel bastaards. Jullie zijn geen (echte) zonen.
Vervolgens hebben wij de vaders van ons vlees als tuchtigers. Wij respecteren hen. Zullen wij dan niet nog veel meer onderworpen zijn aan de vader van onze geest en leven?

Eerstgenoemden inderdaad hebben ons voor weinige dagen (en) naar hun goeddunken getuchtigd. Maar (God) deed het tot ons voordeel. Opdat wij zouden deel hebben aan zijn heiligheid.
Elke tuchtiging lijkt op het moment zelf niet met vreugde te maken te hebben. Het heeft eerder met verdriet te maken. Maar later levert ze een vredige vrucht op. Dit geldt voor wie door haar geoefend werden, (een vrucht) van gerechtigheid.

Richt daarom de slappe handen op. Zet de lamme knieën weer recht. Maak paden recht voor jullie voeten. Opdat het manke (lid) niet ontwricht raakt, maar veeleer geneest.

12.14-13.18 Vijfde deel : oproep tot een goed gerag door het nastreven van de heiligheid en de vrede

Streef naar vrede met allen en heiliging, zonder dewelke niemand de heer zal zien.

Zorg ervoor dat niemand zich van de genade van God verwijdert. Laat geen wortel van bitterheid opschieten en last berokkenen. Daardoor raken velen bezoedeld. Niemand mag ontuchtig zijn of onvroom zoals Esau. Hij verkocht zijn recht van eerstgeborene voor één (enkele) maaltijd.
Jullie weten inderdaad dat, toen hij achteraf de zegen wilde ervan, hij afgewezen geworden is. Hij vond inderdaad geen gelegenheid om een verandering van gezindheid te bewerken. Hij had die onder tranen gezocht.

Jullie zijn inderdaad niet genaderd tot iets tastbaars dat door vuur verteerd werd. Het was donker, duister en stormachtig. Er klonk trompetgeschal en klank van woorden. Degene die het hoorden, smeekten dat hun geen woord meer zou worden toegevoegd.
Ze verdroegen inderdaad het bevel niet:
“Zelfs als een wild dier de berg aanraakt, zal het gestenigd worden.”
en – zo vreeswekkend was hetgeen verscheen – Mozes zei:
“Ik ben verschrikt en ik sidder.”

Maar jullie zijn de berg Sion genaderd. Jullie hebben een stad van een levende God bereikt, het hemelse Jeruzalem. Er zijn myriaden engelen in feestbijeenkomst en een vergadering van eerstgeborenen. Zij zijn in de hemelen ingeschreven. Er is God, de rechter van allen, en de geesten van tot volkomenheid gevoerde rechtvaardigen. En er is Jezus, de middelaar van een nieuw verbond. Het bloed van besprenkeling spreekt sterker aan Abel voorbij.

Zie dat je hem die spreekt niet afwijst:
inderdaad, als zij daar niet ontkomen zijn, toen zij degene die op aarde een godspraak bracht, afwezen,

(geldt dit) des te meer voor ons. Dit geldt als wij degene die vanuit de hemelen spreekt, verwerpen. Hij is degene van wie de stem toen de aarde deed beven. Hij heeft nu een belofte gedaan. De belofte werd uitgesproken met de woorden:
“Nog eenmaal zal ik niet alleen de aarde doen bewegen maar ook de hemel.”
De woorden ‘nog eenmaal’ nu wijzen op de veranderlijkheid van wat aan het wankelen wordt gebracht. Het toont de veranderlijkheid als geschapen werkelijkheid. Dit gebeurt, zodat hetgeen niet wankelt blijvend zou zijn.
Laten we dankbaarheid kennen, omdat we een onwankelbaar koninkrijk ontvangen hebben. Laten we ook God dienen op een wijze die hem behaagt, met eerbied en vrees. Inderdaad, onze God is een verterend vuur.

13.1-13.6 aansporing de vrede met allen te behouden

Dat de broederlijke liefde blijve.
De gastvrijheid mogen jullie niet vergeten: door haar hebben inderdaad sommigen
zonder het te beseffen engelen als gasten gehad.
Denk aan de gevangenen, als zijnde medegevangenen, aan hen die mishandeld worden,
als wezens die zelf ook een lichaam hebben.

Het huwelijk (moet) iets kostbaars (zijn) in alle opzichten. Het bed (moet) onbezoedeld (blijven). Inderdaad, God zal de ontuchtigen en overspeligen oordelen.
Zonder geldzucht (moet) jullie manier van leven (zijn). (Wees) tevreden met wat er is. Inderdaad, (God) heeft zelf gezegd:
“Ik zal je zeker niet alleen laten en je niet in de steek laten.”
zodat we met vertrouwen kunnen zeggen:
“De heer is mijn helper, ik zal niet vrezen. Wat kan en mens mij aandoen?”

Denk aan jullie leiders. Zij hebben tot jullie Gods woord gesproken. Beschouw de afloop van hun gedragswijze. Jullie moeten hun geloof navolgen.

Jezus Christus, gisteren en vandaag, dezelfde, en tot in eeuwigheid.

Laat jullie niet verleiden door uiteenlopende en vreemde leerstelsels:
Het is goed dat het hart door genade wordt gesterkt. Het wordt niet gesterkt door spijzen. Hierdoor worden degenen die deze weg bewandelen niet geholpen.
Wij hebben een altaar. Degenen die dienen in de tent zijn niet gemachtigd om hiervan te eten.
Want de dieren waarvan het bloed voor de zonde door de hogepriester in het heiligdom gebracht wordt.
Daarvan worden de lichamen verbrand buiten het kamp.
Daarom ook heeft Jezus buiten de poort zijn lijden ondergaan. Hij deed dit opdat hij door zijn eigen bloed het volk zou heiligen. Laten we bijgevolg naar hem toegaan buiten het kamp. We dragen zijn smaad.
Hier inderdaad hebben we geen blijvende stad maar we zijn op zoek naar de komende stad.

Laten we dus door hem altijd een offer van lof opdragen aan God, dit is een vrucht van
lippen die zijn naam belijden;

En vergeet het weldoen en de gemeenschap niet; want door dergelijke offers wordt God
een genoegen gedaan.

Gehoorzaam aan jullie leiders en voeg jullie naar hen. Zij waken over jullie zielen, alsof ze er rekenschap van moeten geven. Doe dit opdat zij hun werk met vreugde kunnen doen en niet al zuchtend. Want dat zou jullie geen voordeel opleveren.

Bid voor ons. Wij zijn overtuigd dat wij een goed geweten hebben. Wij willen ons in alles goed gedragen.

Des te nadrukkelijker vraag ik jullie dit te doen, opdat ik sneller aan jullie zou teruggegeven worden.

13.20-13.21 Slotwens en doxologie

En dat de God van de vrede,

Die uit de doden opgevoerd heeft de grote herder van de schapen in een bloed
van eeuwig verbond. Onze heer Jezus jullie uitrustte met alle goed om zijn wil te doen. Hij werkt in jullie wat aangenaam is voor zijn ogen. Dit gebeurt door Jezus Christus. Aan hem de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen! Amen.

13.22-13.25 Begeleidend briefje

Ik roep jullie dan op, broeders, verdraag mijn woord van aansporing:
inderdaad in weinig (woorden) heb ik (het) jullie gezonden.
Weet dat onze broeder Timotheüs’ vrijgelaten is, met wie, als hij tamelijk snel komt,
ik jullie zal zien.
Groet al jullie leiders en al de heiligen. Die uit Italië groeten jullie.
De genade met jullie allen!

klik hier voor meer info

Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.

Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.

✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier

Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan.

Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.

👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Kleine stappen, grote transformaties.

Laat een reactie achter. Jouw stem kan iemand anders precies de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.

👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.

🌿 Samen bouwen we aan herstel, kracht en emotionele vrijheid. Steun ons zonder extra kosten door aankopen bij bol. klik op onderstaande afbeelding.

Steun ons zonder extra kost door uw aankopen bij :

https://www.steunfondsvooroekraine.be/donatiepagina

Meer info over Johan Persyn
Meer info over Annemie Declercq

Liefs Annemie

Gebruik het contactformulier!

We zijn benieuwd naar je reactie hieronder!Reactie annuleren