Hero-afbeelding over aandachtstraining na een hartincident: een ontspannen man zit in een groene natuurlijke omgeving, met symbolen van hart, brein en gerichte aandacht die tonen hoe je met de Aandachtstrainingstechniek (ATT) je aandacht bewust leert richten, vasthouden en verplaatsen.
| | | | | | | | | | |

Aandacht is trainbaar – hoe je je aandacht terugwint na een hartincident

Je zit rustig in de zetel. Eigenlijk is er niets aan de hand.

En dan voel je het.

Een kleine overslag. Een verandering in je hartslag. Misschien een lichte druk op je borst. Of je merkt plots dat je ademhaling anders aanvoelt.

Meteen gaat je aandacht ernaartoe.

Wat was dat?

Je voelt opnieuw.

Nog eens.

Je controleert je pols.

Klopt mijn hart niet te snel?

Je staat even recht om te kijken of het gevoel verandert. Misschien open je je smartwatch. Misschien denk je terug aan wat er gebeurde toen je hartproblemen begonnen.

En voor je het weet, ben je niet meer gewoon een lichamelijke sensatie aan het waarnemen.

Je bent aan het zoeken naar gevaar.

Dat is een belangrijk verschil.

Na een hartincident is alertheid begrijpelijk. Je lichaam hééft immers ooit een belangrijk alarmsignaal gegeven. Het zou vreemd zijn wanneer je daar helemaal niets uit leerde.

Maar soms gebeurt er iets anders: je aandacht blijft als het ware in alarmstand staan.

Ze wordt een bewakingscamera die voortdurend naar binnen gericht staat.

En precies daar wordt dit hoofdstuk interessant.

Want aandacht is geen gevangene die voor altijd opgesloten moet blijven in angst.

Aandacht is trainbaar.

Na een hartincident verandert niet alleen je lichaam

Een hartincident kan je relatie met je eigen lichaam ingrijpend veranderen.

Vóór je hartproblemen dacht je misschien nauwelijks na over je hartslag. Je liep een trap op, voelde je hart sneller slaan en ging gewoon verder.

Na een infarct, ingreep, ritmestoornis of andere cardiale gebeurtenis kan precies dezelfde lichamelijke sensatie een heel andere betekenis krijgen.

Een versnelde hartslag is niet langer alleen:

Mijn lichaam is aan het werken.

Het kan worden:

Daar begint het weer.

En daardoor gebeurt iets subtiels.

Je aandacht verschuift.

Je begint meer te luisteren naar je lichaam. Je merkt signalen sneller op. Je vergelijkt. Je controleert. Je scant.

Dat lijkt verstandig.

Maar wanneer die controle buitensporig wordt, kan ze je angst juist voeden.

Het probleem is niet dat je je hart voelt

Dit onderscheid is essentieel.

Metacognitieve therapie probeert je niet te leren lichamelijke symptomen te negeren.

Dat zou bij hartproblemen onverstandig zijn.

Nieuwe, ernstige of medisch verontrustende klachten moeten altijd volgens de instructies van je arts of hartrevalidatieteam worden beoordeeld.

Het doel is dus niet:

“Besteed nooit aandacht aan je lichaam.”

Het doel is:

“Ontdek dat jij meer invloed hebt op waar je aandacht blijft hangen dan je misschien denkt.”

Dat verschil is enorm.

Want wanneer je aandacht automatisch door ieder lichamelijk signaal wordt gegijzeld, kan een kleine sensatie het begin worden van een lange angstketen.

Je voelt iets.

Je focust erop.

Omdat je erop focust, merk je méér details op.

Die details interpreteer je als mogelijk gevaar.

Daardoor word je angstiger.

Door die angst verandert je lichaam opnieuw: je hartslag kan stijgen, spieren spannen zich aan en je ademhaling verandert.

En vervolgens denk je:

Zie je wel? Er gebeurt echt iets.

Zo ontstaat een zichzelf versterkende lus.

Wat aandacht met angst kan doen

Stel dat je in een kamer zit waarin ergens een klok tikt.

Tot nu toe hoorde je die klok waarschijnlijk niet.

Maar zodra ik zeg:

“Luister eens naar het tikken van de klok.”

gebeurt er iets.

Je brein gaat zoeken.

Tik.

Tik.

Tik.

Het geluid was er misschien al die tijd. Alleen stond het niet centraal in je bewustzijn.

Hetzelfde principe speelt bij lichamelijke gewaarwordingen.

Ons lichaam produceert voortdurend signalen: hartslagen, spierspanning, temperatuurverschillen, druk, ademhalingsbewegingen, darmactiviteit, kleine pijntjes en honderden andere sensaties.

Normaal filtert het brein daar ontzettend veel van weg.

Maar wanneer je aandacht voortdurend de opdracht krijgt:

“Zoek naar tekenen dat er iets misgaat”

dan zul je ook steeds meer vinden.

Niet noodzakelijk omdat je lichamelijke toestand verslechtert, maar omdat je aandacht gevoeliger wordt voor die informatie.

Daarom is aandachtstraining zo relevant.

Je aandacht is geen zaklamp die vastgeschroefd zit

Ik gebruik graag het beeld van een zaklamp.

Stel je voor dat je aandacht een lichtbundel is.

Na een hartincident kan die bundel bijna voortdurend naar binnen gericht staan:

  • Hoe klopt mijn hart?
  • Hoe voelt mijn borst?
  • Ben ik duizelig?
  • Ben ik moe?
  • Adem ik normaal?
  • Wat betekent deze steek?
  • Wat als ik straks opnieuw een infarct krijg?

Het probleem is niet dat de zaklamp af en toe naar je lichaam schijnt.

Dat is normaal.

Het probleem ontstaat wanneer je begint te geloven:

“Ik kan die zaklamp niet meer bewegen.”

Binnen de metacognitieve therapie is juist die overtuiging belangrijk.

Want wat als je ontdekt dat je aandacht wél verplaatsbaar is?

Niet perfect.

Niet altijd onmiddellijk.

Maar voldoende om opnieuw keuzevrijheid te ervaren.

Maak kennis met de Aandachtstrainingstechniek

De Aandachtstrainingstechniek, meestal afgekort als ATT, werd ontwikkeld binnen het metacognitieve therapeutische kader van Adrian Wells.

ATT is geen ontspanningsoefening en ook geen methode om negatieve gedachten weg te drukken.

Dat is belangrijk.

Je probeert tijdens aandachtstraining niet koste wat het kost rustig te worden.

Je traint iets anders:

flexibele controle over aandacht.

Binnen metacognitieve therapie worden aandachtsoefeningen gebruikt om mensen te laten ervaren dat aandacht bewust kan worden gericht en verplaatst en niet noodzakelijk gevangen hoeft te blijven in gedachten, gevoelens of lichamelijke gewaarwordingen.

In onderzoek naar metacognitieve therapie binnen hartrevalidatie worden dergelijke aandachtstechnieken daadwerkelijk toegepast. In de PATHWAY-studies werd bijvoorbeeld de Spatial Attentional Control Exercise (SpACE) gebruikt om patiënten te helpen meer flexibiliteit en controle over hun aandacht en denken te ervaren.

Wat train je precies?

Denk opnieuw aan lichamelijke training.

Wanneer je voor het eerst aan hartrevalidatie begint, verwacht niemand dat je onmiddellijk dezelfde conditie hebt als na twintig of vijftig trainingen.

Je bouwt capaciteit op.

Met aandacht werkt het vergelijkbaar.

Je kunt verschillende mentale vaardigheden oefenen.

1. Selectieve aandacht

Je kiest één prikkel en probeert je aandacht daar bewust bij te houden.

Bijvoorbeeld het geluid van vogels buiten.

Andere geluiden verdwijnen niet.

Gedachten verdwijnen evenmin.

Maar jij oefent:

Hier richt ik mijn aandacht nu op.

2. Aandacht verplaatsen

Daarna verschuif je bewust.

Van de vogels naar het verkeer.

Van het verkeer naar stemmen.

Van stemmen naar een geluid in de kamer.

Niet omdat het ene geluid beter is dan het andere.

Je traint het schakelen zelf.

3. Verdeelde aandacht

Vervolgens kun je oefenen om meerdere geluiden tegelijk waar te nemen.

Daarmee ervaar je opnieuw dat aandacht geen star mechanisme is.

Ze kan vernauwen.

Ze kan verbreden.

Ze kan bewegen.

En dat is precies de ervaring die iemand nodig kan hebben wanneer hij denkt:

Mijn aandacht wordt volledig beheerst door mijn angst.

Een eenvoudige aandachtsoefening

Ga ergens zitten waar verschillende geluiden aanwezig zijn.

Je hoeft daarvoor geen volledig stille ruimte te zoeken. Integendeel.

Luister eerst ongeveer een halve minuut bewust naar één geluid.

Misschien hoor je een ventilatiesysteem.

Blijf daarbij.

Verschuif daarna bewust naar een ander geluid.

Een auto buiten.

Daarna naar een derde geluid.

Voetstappen.

Vervolgens opnieuw naar het eerste geluid.

Je kunt het tempo geleidelijk verhogen:

ventilatie → auto → stemmen → vogels → ventilatie → stemmen.

Daarna probeer je verschillende geluiden tegelijkertijd als één geluidslandschap waar te nemen.

Het doel is niet om perfect geconcentreerd te blijven.

Je gedachten zullen ertussen komen.

Dat is geen mislukking.

Het trainingsmoment ontstaat juist wanneer je merkt:

Mijn aandacht is afgedwaald.

En vervolgens besluit:

Ik richt haar opnieuw.

Daar zit de oefening.

Maar wat als ik tijdens de oefening mijn hart voel?

Dan hoef je daar geen gevecht van te maken.

Misschien voel je plots een hartslag.

Misschien verschijnt de gedachte:

Wat als er iets mis is?

De oude reflex zou kunnen zijn:

stoppen → controleren → analyseren → opnieuw controleren.

Aandachtstraining biedt een ander experiment.

Je merkt de sensatie op.

Je hoeft niet te bewijzen dat ze ongevaarlijk is.

Je hoeft de gedachte evenmin weg te krijgen.

Je keert eenvoudig terug naar het geluid waarop je besloot je aandacht te richten.

Dat klinkt bijna té eenvoudig.

Maar psychologisch gebeurt er iets belangrijks.

Je ontdekt:

Een lichamelijke sensatie kan aanwezig zijn zonder dat mijn volledige aandacht ernaartoe moet.

Dat is iets anders dan negeren.

Het is keuzevrijheid.

ATT is geen truc om angst te laten verdwijnen

Dit is misschien wel een van de belangrijkste waarschuwingen van dit hoofdstuk.

Gebruik aandachtstraining niet als een geheime veiligheidstechniek:

Ik voel mijn hart. Snel ATT doen zodat mijn angst verdwijnt.

Want dan geef je angst nog altijd dezelfde boodschap:

“Dit gevoel is gevaarlijk en moet onmiddellijk weg.”

ATT heeft een ander doel.

Je oefent mentale flexibiliteit.

Misschien ben je tijdens een oefening ontspannen.

Misschien helemaal niet.

Dat hoeft het criterium niet te zijn.

De interessantere vraag is:

Kon ik mijn aandacht bewust richten en verplaatsen, ondanks wat ik dacht of voelde?

Wanneer het antwoord steeds vaker ja wordt, leer je iets fundamenteels over je eigen geest.

“Maar mijn aandacht gaat automatisch naar mijn hart”

Natuurlijk.

Automatische aandacht bestaat.

Wanneer plots een glas op de grond valt, kijk je automatisch om.

Wanneer iemand je naam roept, reageert je aandacht.

En wanneer je een ernstig hartincident hebt meegemaakt, is het niet vreemd dat cardiale sensaties tijdelijk een uitzonderlijke betekenis krijgen.

Maar automatisch opmerken is niet hetzelfde als verplicht blijven focussen.

Daar zit de speelruimte.

Je kunt iets opmerken zonder er vervolgens tien minuten naar te kijken.

Je kunt een gedachte krijgen zonder twintig minuten verder te piekeren.

Je kunt een lichamelijke sensatie voelen zonder onmiddellijk een volledige medische detective in je hoofd te activeren.

Dat is precies de mentale bewegingsvrijheid die je traint.

Van “ik kan het niet stoppen” naar “ik kan schakelen”

Dit heeft ook gevolgen voor je metacognitieve overtuigingen.

Misschien geloof je:

Als ik eenmaal begin te piekeren, kan ik niet meer stoppen.

Of:

Mijn aandacht gaat vanzelf naar mijn hart. Daar heb ik geen controle over.

Dan kan een aandachtsoefening een klein psychologisch experiment worden.

Je hoeft jezelf niet met argumenten te overtuigen dat die overtuiging verkeerd is.

Je onderzoekt haar.

Kun je gedurende tien seconden aandacht geven aan geluid A?

Kun je daarna naar geluid B?

En vervolgens naar C?

Kun je versnellen?

Kun je verbreden?

Dan heb je zojuist iets ontdekt.

Je aandacht kan bewegen.

Dat betekent niet dat je vanaf morgen nooit meer zult piekeren.

Het betekent wel dat de uitspraak:

“Ik heb totaal geen controle over mijn aandacht”

minder vanzelfsprekend wordt.

En dat is binnen MCT bijzonder relevant.

Wat zegt onderzoek bij hartpatiënten?

De belangstelling voor aandachtstraining binnen cardiale populaties is niet uitsluitend theoretisch.

Onderzoekers hebben ATT specifiek onderzocht bij mensen met coronaire hartziekte en angst- en/of depressieve klachten. Een kwalitatieve studie naar groepstraining beschreef dat deelnemers ATT onder meer ervoeren als een manier om hun aandacht beter te leren sturen; tegelijkertijd waren er individuele verschillen in hoe gemakkelijk patiënten de techniek konden toepassen. De onderzoekers benadrukken dat verder effectonderzoek belangrijk blijft.

Daarnaast is het bredere onderzoek naar metacognitieve therapie binnen hartrevalidatie inmiddels behoorlijk concreet.

In de grote PATHWAY-trial werden 332 hartrevalidatiepatiënten onderzocht. Groeps-MCT bovenop de gewone hartrevalidatie leidde tot grotere verminderingen van angst- en depressieve klachten dan hartrevalidatie alleen.

Ook thuisgebaseerde zelfhulp-MCT is onderzocht in een gerandomiseerde studie met 240 hartrevalidatiepatiënten.

En inmiddels wordt onderzocht hoe groeps-MCT daadwerkelijk in reguliere hartrevalidatiediensten kan worden ingebed. Een Britse implementatiestudie uit 2026 rapporteerde 26 MCT-groepen verspreid over zes hartrevalidatiediensten, met 131 behandelde patiënten en een hoge mate van behandeltrouw.

Dat betekent niet dat iedere aandachtsoefening voor iedere hartpatiënt bewezen effectief is.

Het betekent wél dat MCT geen losstaand internetconcept is. Het wordt systematisch onderzocht binnen de hartrevalidatie.

Een herkenbaar voorbeeld: Marc en zijn smartwatch

Neem Marc.

Marc is 61 en heeft enkele maanden geleden een hartinfarct gehad.

Medisch verloopt zijn herstel goed.

Toch kijkt hij tientallen keren per dag naar zijn smartwatch.

Tijdens een wandeling voelt hij zijn hartslag stijgen.

Hij kijkt.

Is dat niet te hoog?

Hij loopt verder.

Nog eens kijken.

Nu voelt hij zijn hart nóg duidelijker.

Hij vertraagt.

Gelukkig.

Twee minuten later:

En opnieuw begint het.

Wat gebeurt hier?

Het horloge geeft informatie, maar ondertussen is Marcs aandacht volledig georganiseerd rond dreigingsmonitoring.

Tijdens zijn wandeling ziet hij nauwelijks de bomen.

Hij hoort de vogels niet.

Hij merkt het gesprek met zijn partner amper op.

Zijn lichaam wandelt door het park.

Zijn aandacht loopt ondertussen op een intensive care.

Dat is het probleem waarop aandachtstraining kan aangrijpen.

Niet door Marc te vertellen:

“Kijk nooit meer naar je hartslag.”

Wel door hem te laten ontdekken:

“Ik kan een lichamelijk signaal opmerken én daarna mijn aandacht opnieuw richten op mijn omgeving.”

Dat is een totaal andere verhouding tot zijn lichaam.

klik op de afbeelding voor meer informatie

Van tunnelvisie naar een breder leven

Angst vernauwt aandacht.

Dat heeft evolutionair gezien een functie.

Wanneer er werkelijk gevaar is, wil je niet uitgebreid genieten van de wolken terwijl er een vrachtwagen op je afkomt.

Je aandacht moet vernauwen.

Maar een alarmsysteem dat voortdurend actief blijft, heeft een prijs.

Je wereld wordt kleiner.

Je gaat niet alleen méér gevaar zien.

Je gaat ook minder van de rest zien.

Minder gesprek.

Minder natuur.

Minder muziek.

Minder humor.

Minder verbinding.

Minder leven.

Daarom gaat aandachtstraining uiteindelijk over veel meer dan concentratie.

Het gaat over het terugwinnen van mentale ruimte.

Aandacht trainen betekent niet dat je onkwetsbaar wordt

Misschien blijft angst af en toe terugkomen.

Misschien merk je tijdens het sporten nog steeds onmiddellijk wanneer je hartslag stijgt.

Misschien schrik je nog van een overslag.

Herstel betekent niet noodzakelijk dat zulke reacties volledig verdwijnen.

Het verschil kan ergens anders zitten.

Vroeger voelde je iets en verdween je vervolgens twintig minuten in controle, analyse en rampscenario’s.

Nu voel je iets.

Je merkt de gedachte op.

Je beoordeelt uiteraard medische alarmsignalen volgens de afspraken met je behandelaars.

En wanneer er geen reden is om verder te handelen, laat je je aandacht opnieuw bewegen.

Naar je gesprek.

Naar je wandeling.

Naar muziek.

Naar je kleinkind.

Naar je werk.

Naar het leven dat ondertussen gewoon verdergaat.

Dat is geen ontkenning van kwetsbaarheid.

Dat is leren leven mét kwetsbaarheid zonder haar permanent het stuur te geven.

Een kleine oefening voor vandaag

Probeer vandaag eens niet te meten hoeveel angst je hebt.

Meet iets anders.

Vraag jezelf op drie verschillende momenten:

Waar is mijn aandacht nu?

Daarna:

Heb ik ervoor gekozen dat mijn aandacht hier blijft?

En vervolgens:

Kan ik haar bewust ergens anders naartoe brengen?

Misschien lukt dat maar vijf seconden.

Prima.

Dan zijn dat vijf seconden waarin je ontdekt dat aandacht niet volledig buiten jouw invloed staat.

Morgen worden het er misschien tien.

Het doel is niet perfecte controle.

Het doel is flexibiliteit.

Je hart mag belangrijk zijn zonder je hele wereld te worden

Na een hartincident krijg je vaak allerlei opdrachten.

Bewegen.

Medicatie nemen.

Gezonder eten.

Rust nemen.

Stoppen met roken.

Je grenzen respecteren.

Naar de hartrevalidatie gaan.

Maar er is nog een vorm van training waar veel minder over wordt gesproken:

leren omgaan met je eigen aandacht.

Want je kunt lichamelijk steeds sterker worden terwijl je hoofd nog voortdurend op wacht staat.

Daarom is aandachtstraining zo’n interessante stap binnen herstel.

Niet omdat je nooit meer naar je hart zou mogen luisteren.

Maar omdat je opnieuw leert dat er buiten je hartslag nog een volledige wereld bestaat.

Je hart klopt.

Een gedachte verschijnt.

Een gevoel komt op.

En toch kun jij je aandacht bewegen.

Dat vermogen was misschien nooit werkelijk verdwenen.

Het raakte alleen overschaduwd door angst.

Nu train je het opnieuw.

Stap voor stap.

Niet om nooit meer bang te zijn.

Maar om angst niet langer automatisch te laten bepalen waar jij kijkt, waar jij blijft en hoe groot jouw wereld mag zijn.

Je aandacht kan bewegen. En wanneer je aandacht opnieuw leert bewegen, ontstaat er ruimte om zelf opnieuw mee te bewegen met het leven.

Wij vallen. Wij staan op. Wij groeien.

Jouw verhaal telt.

Belangrijk

Deze informatie is bedoeld als psycho-educatie en vervangt geen medische diagnose, behandeling of individuele begeleiding. Aandachtstraining mag nooit worden gebruikt om nieuwe of potentieel ernstige cardiale klachten te negeren. Volg bij alarmsymptomen altijd de instructies van je arts, cardioloog of hartrevalidatieteam.

Bronnen en verder lezen

Veelgestelde vragen

1. Wat is de Aandachtstrainingstechniek (ATT)?

ATT is een techniek uit de metacognitieve therapie waarmee je oefent om je aandacht bewust te richten, vast te houden, te verplaatsen en flexibeler te verdelen.

2. Is ATT een ontspanningsoefening?

Nee. Ontspanning kan optreden, maar is niet het primaire doel. Het gaat vooral om het trainen van flexibele aandachtscontrole.

3. Kan ATT helpen bij angst na een hartincident?

Aandachtstraining kan relevant zijn wanneer je aandacht sterk wordt opgeslokt door dreiging, lichamelijke signalen en piekergedachten. ATT en verwante aandachtsoefeningen worden binnen MCT toegepast en zijn ook bij cardiale populaties onderzocht.

4. Moet ik lichamelijke signalen leren negeren?

Nee. Medisch relevante symptomen moet je serieus blijven nemen. Het doel is overmatige dreigingsmonitoring te verminderen, niet noodzakelijke medische waakzaamheid.

5. Wat is dreigingsmonitoring?

Dat is het voortdurend zoeken naar mogelijke tekenen van gevaar, bijvoorbeeld telkens controleren van hartslag, ademhaling, pijn of andere lichamelijke sensaties.

6. Waarom kan veel controleren mijn angst vergroten?

Doordat je aandacht voortdurend op lichamelijke signalen gericht blijft, merk je steeds meer sensaties op. Die kunnen vervolgens opnieuw aanleiding geven tot interpretatie, controle en piekeren.

7. Kan aandacht werkelijk getraind worden?

Aandachtscontrole is geen volledig vaststaand gegeven. Met gerichte oefeningen kun je vaardigheden zoals selectief richten, schakelen en verdelen van aandacht oefenen.

8. Wat moet ik doen wanneer mijn gedachten tijdens ATT afdwalen?

Merk het op en richt je aandacht opnieuw op de gekozen prikkel. Het terugschakelen is juist onderdeel van de training.

9. Moet mijn angst na de oefening lager zijn?

Nee. Gebruik angstvermindering niet als enige maatstaf. Belangrijker is de vraag of je hebt kunnen ervaren dat je je aandacht bewust kunt verplaatsen.

10. Wat heeft ATT met piekeren te maken?

ATT kan helpen om de ervaring te ontwikkelen dat aandacht en denken minder onbeheersbaar zijn dan ze soms lijken. Binnen MCT is dat relevant voor het doorbreken van langdurig piekeren en rumineren.

11. Kan ik ATT zelf oefenen?

Eenvoudige aandachtsoefeningen kunnen worden geoefend, maar bij ernstige psychische klachten of complexe cardiale angst is professionele begeleiding aangewezen.

12. Hoe past ATT binnen hartrevalidatie?

Psychologisch herstel kan naast lichamelijke revalidatie belangrijk zijn. Onderzoek naar MCT binnen hartrevalidatie richt zich onder andere op controle over piekeren, rumineren en aandacht.

13. Is MCT onderzocht bij hartpatiënten?

Ja. Onder meer het PATHWAY-programma onderzocht groeps-MCT en zelfhulp-MCT bij patiënten binnen hartrevalidatie, met gunstige resultaten voor angst- en depressieve klachten.

14. Wat is de belangrijkste boodschap van dit hoofdstuk?

Dat je niet hoeft te bepalen welke gedachte, sensatie of emotie verschijnt om toch invloed te kunnen ontwikkelen op hoe lang en hoe intens je aandacht ermee bezig blijft.

Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.

Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.

Zie je een fout of heb je een vraag?

We doen ons best om de informatie op narcisme.blog zo zorgvuldig, correct en actueel mogelijk te houden. Toch kan er altijd ergens een fout, onduidelijkheid of verouderde informatie staan.

Merk je een onjuistheid op, heb je een inhoudelijke vraag of denk je dat bepaalde informatie moet worden aangepast? Laat het ons dan gerust weten via het daarvoor voorziene contactkanaal.

We bekijken meldingen zo zorgvuldig mogelijk en passen informatie aan wanneer daar een gegronde reden voor is. Ook verzoeken om bepaalde inhoud te corrigeren, aan te vullen of te verwijderen worden ernstig genomen en individueel beoordeeld.

Om je vraag efficiënt te kunnen behandelen, vragen we om dezelfde melding niet via verschillende kanalen tegelijk te versturen. Eén duidelijke boodschap met de link naar de betreffende pagina en een korte toelichting helpt ons het snelst verder.

Betrouwbare informatie, transparantie en respect voor onze lezers staan voor narcisme.blog centraal. Daarom waarderen we het wanneer je ons attent maakt op mogelijke fouten of verbeterpunten.

klik op de afbeelding voor meer informatie

✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier!

Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!

Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.

👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.

Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.

👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.

Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq

Gebruik het contactformulier!

We zijn benieuwd naar je reactie hieronder!Reactie annuleren