Wat als het lichaam niet meemanifesteert?
Er was een tijd waarin ik dacht dat mijn lichaam een bondgenoot was.
Niet omdat het perfect functioneerde. Niemand denkt daar werkelijk over na zolang alles ongeveer werkt. Zoals je ook niet voortdurend stilstaat bij zuurstof. Je merkt haar pas op wanneer ze schaars wordt.
Ik herinner me een ochtend waarop ik een trap opliep.
Niets bijzonders.
Een trap zoals miljoenen mensen dagelijks oplopen zonder er een gedachte aan te verspillen.
Halverwege moest ik stoppen.
Mijn hart sloeg alsof het een marathon had gelopen. Mijn benen voelden als nat karton. Mijn adem kwam in korte, schurende bewegingen.
Ik stond daar, tussen twee verdiepingen in.
Niet boven.
Niet beneden.
Een mens kan verrassend lang op een trap blijven staan wanneer zijn lichaam plotseling andere plannen blijkt te hebben.
Later zou er een diagnose volgen. Of eigenlijk meerdere diagnoses. Dat gebeurt vaak bij chronische ziekte. Het lichaam wordt een dossier. Een verzameling afkortingen. Een archiefkast van bloedwaarden, scans en hypotheses.
Maar op dat moment was er alleen verwarring.
En een vraag die veel groter bleek dan die trap.
Wat gebeurt er wanneer het lichaam niet langer gehoorzaamt aan het verhaal dat je over jezelf vertelt?
De industrie van de mogelijkheid
Wij leven in een tijd die verliefd is op mogelijkheden.
Alles lijkt maakbaar.
Je carrière.
Je geluk.
Je productiviteit.
Je mindset.
Zelfs je biologie.
Er bestaat tegenwoordig een bijna religieus geloof dat de juiste combinatie van discipline, bewustzijn, visualisatie en positieve intentie elk probleem uiteindelijk kan oplossen.
In de taal van manifestatie wordt dat soms beschreven als afstemming.
Je stemt jezelf af op de werkelijkheid die je wilt ervaren.
Je visualiseert.
Je voelt.
Je gelooft.
Je trekt aan.
Dat idee bezit iets verleidelijks.
Wie wil er niet geloven dat de toekomst beïnvloedbaar is?
Wie wil er niet geloven dat verlangen betekenis heeft?
Toch gebeurt er iets merkwaardigs wanneer deze ideeën botsen met chronische ziekte.
Want wat als je alles hebt gedaan?
Wat als je hebt gemediteerd?
Gevisualiseerd?
Gehoopt?
Gehuild?
Gebeden?
Geademd?
En het lichaam antwoordt nog steeds met pijn?
Dan ontstaat een ongemakkelijke vraag.
Niet alleen: werkt dit?
Maar ook: wie krijgt de schuld wanneer het niet werkt?
De verborgen moraal van gezondheid
Onder veel gesprekken over gezondheid ligt een verborgen overtuiging.
De overtuiging dat gezonde mensen iets juist doen.
En dat zieke mensen iets gemist hebben.
Natuurlijk zegt bijna niemand dat expliciet.
Toch sijpelt het door in de taal.
Heb je al geprobeerd…
Misschien moet je gewoon…
Je moet positiever denken…
Je lichaam probeert je iets te vertellen…
Soms klinkt dat spiritueel.
Soms wetenschappelijk.
Soms therapeutisch.
Maar de onderliggende boodschap blijft opvallend consistent.
Als je voldoende inzicht ontwikkelt, voldoende bewustzijn cultiveert, voldoende trauma verwerkt, voldoende ontspant, voldoende gelooft, dan zal het lichaam uiteindelijk volgen.
Alsof gezondheid een morele beloning is.
Alsof ziekte een examen is waarvoor iemand onvoldoende gestudeerd heeft.
Chronisch zieke mensen kennen deze blikken.
Ze kennen deze zinnen.
Ze kennen de subtiele beschuldiging die verstopt zit in goedbedoeld advies.
Niet omdat mensen wreed zijn.
Maar omdat willekeur ons angst aanjaagt.
Wij willen geloven dat de wereld begrijpelijk is.
Controleerbaar.
Verdienbaar.
Want als ziekte werkelijk willekeurig kan toeslaan, dan zijn wij allemaal kwetsbaarder dan we graag toegeven.
Het lichaam als vreemd land
Chronische ziekte verandert niet alleen het lichaam.
Ze verandert de geografie van de werkelijkheid.
Plotseling wordt tijd anders.
Een gezonde mens plant maanden vooruit.
Een chronisch ziek mens plant soms uren vooruit.
Energie wordt een valuta.
Concentratie wordt een grondstof.
Rust wordt werk.
Er ontstaat een soort dubbele bewustzijnstoestand.
Een deel van je leeft nog steeds in de wereld van ambities, verlangens en mogelijkheden.
Een ander deel houdt voortdurend rekening met grenzen.
Met terugvallen.
Met vermoeidheid.
Met pijn.
“Chronische ziekte maakt van de toekomst geen horizon, maar een onderhandeling.”
Dat is misschien wat buitenstaanders het moeilijkst begrijpen.
Niet de pijn.
Niet de vermoeidheid.
Maar het voortdurende rekenen.
Het permanente overleg tussen verlangen en capaciteit.
Misschien is manifestatie iets anders
Toch wil ik de ideeën uit de manifestatiewereld niet volledig weggooien.
Dat zou te gemakkelijk zijn.
Teveel mensen vinden er troost in.
Teveel mensen ervaren er werkelijk verandering door.
Misschien zit de waarde ergens anders.
Misschien gaat manifestatie niet over controle.
Misschien gaat ze over aandacht.
Misschien is visualiseren niet belangrijk omdat het de werkelijkheid verandert.
Maar omdat het onze relatie met de werkelijkheid verandert.
Dat is een subtiel verschil.
Een enorm verschil.
Want wanneer iemand met chronische ziekte zich een toekomst voorstelt waarin er vreugde bestaat, ondanks beperkingen, dan verandert misschien niet onmiddellijk het lichaam.
Maar er verandert wel iets.
Er ontstaat ruimte.
Een opening.
Een mogelijkheid die eerder ondenkbaar leek.
Niet genezing.
Maar betekenis.
Niet overwinning.
Maar richting.
De politieke kant van hoop
Hoop wordt vaak voorgesteld als een persoonlijk gevoel.
Dat is slechts gedeeltelijk waar.
Hoop is ook politiek.
Want wie voortdurend moet bewijzen dat zijn pijn echt is, verliest energie.
Wie voortdurend moet uitleggen waarom hij niet functioneert volgens maatschappelijke normen, verliest energie.
Wie leeft in een samenleving die productiviteit verwart met menselijke waarde, verliest energie.
Chronische ziekte wordt daardoor niet alleen een medisch probleem.
Ze wordt ook een maatschappelijk probleem.
Een economische categorie.
Een administratieve strijd.
Een botsing tussen menselijke kwetsbaarheid en systemen die gebouwd zijn rond efficiëntie.
“Een samenleving toont haar werkelijke waarden niet aan de hand van haar winnaars, maar aan de hand van haar omgang met wie niet kan meekomen.”
Misschien is dat een van de belangrijkste vragen.
Niet hoe we chronisch zieken kunnen repareren.
Maar hoe we een wereld bouwen waarin hun bestaan niet voortdurend verdedigd hoeft te worden.
De schoonheid van onvolledigheid
Er bestaat een beeld dat me blijft achtervolgen.
Een Japanse kom die gebroken is geweest.
Niet verborgen gerepareerd.
Niet perfect hersteld.
Maar hersteld met goud.
Kintsugi noemen ze dat.
De breuklijnen verdwijnen niet.
Ze worden zichtbaar gemaakt.
Verheven zelfs.
Ik weet niet of chronische ziekte ooit zo romantisch kan worden.
Waarschijnlijk niet.
Pijn is geen poëzie.
Vermoeidheid is geen metafoor.
Maar misschien schuilt er wel iets belangrijks in dat beeld.
Dat een gebroken leven niet hetzelfde is als een mislukt leven.
Dat een beperkt lichaam niet hetzelfde is als een waardeloos lichaam.
Dat kwetsbaarheid geen defect is.
Maar een vorm van waarheid.
“Niet alles wat geheeld wordt, wordt hersteld. En niet alles wat niet hersteld wordt, blijft onheel.”
Misschien is dat de moeilijkste les.
Wat blijft
Soms denk ik terug aan die trap.
Die tussenruimte.
Dat moment waarop ik niet verder kon zoals vroeger.
Destijds voelde het als verlies.
Misschien was het dat ook.
Maar achteraf gezien was het ook een uitnodiging.
Niet naar optimisme.
Niet naar positiviteit.
Niet naar een nieuwe techniek om controle terug te winnen.
Maar naar aandacht.
Naar een eerlijkere relatie met afhankelijkheid.
Met sterfelijkheid.
Met het lichaam.
Met de werkelijkheid.
Want misschien is de diepste vraag uiteindelijk niet hoe we ons lichaam kunnen laten gehoorzamen.
Misschien is de diepste vraag hoe we kunnen blijven leven wanneer het dat niet doet.
En misschien ontstaat hoop precies daar.
Niet in de zekerheid dat alles beter wordt.
Maar in de bereidheid om aanwezig te blijven bij wat is.
Zelfs wanneer het niet lijkt op wat we hadden besteld.
Zelfs wanneer het lichaam een andere taal spreekt dan onze verlangens.
Zelfs wanneer de werkelijkheid weigert eenvoudig te worden.
Want aandacht is soms het meest menselijke antwoord dat we hebben.
En misschien is dat, uiteindelijk, meer dan genoeg.
Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.
Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.
Zie je een fout of heb je een vraag?
We doen ons best om de informatie op narcisme.blog zo zorgvuldig, correct en actueel mogelijk te houden. Toch kan er altijd ergens een fout, onduidelijkheid of verouderde informatie staan.
Merk je een onjuistheid op, heb je een inhoudelijke vraag of denk je dat bepaalde informatie moet worden aangepast? Laat het ons dan gerust weten via het daarvoor voorziene contactkanaal.
We bekijken meldingen zo zorgvuldig mogelijk en passen informatie aan wanneer daar een gegronde reden voor is. Ook verzoeken om bepaalde inhoud te corrigeren, aan te vullen of te verwijderen worden ernstig genomen en individueel beoordeeld.
Om je vraag efficiënt te kunnen behandelen, vragen we om dezelfde melding niet via verschillende kanalen tegelijk te versturen. Eén duidelijke boodschap met de link naar de betreffende pagina en een korte toelichting helpt ons het snelst verder.
Betrouwbare informatie, transparantie en respect voor onze lezers staan voor narcisme.blog centraal. Daarom waarderen we het wanneer je ons attent maakt op mogelijke fouten of verbeterpunten.
✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier!
Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!
Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.
👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.
Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.
👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.
Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq
