Mentaliseren: De effectieve oplossing tegen kwaadsprekers
Inhoudsopgave
- We moeten helder over het kwaad denken.
- Het kwaad is slecht vanwege zijn onlosmakelijke verband met trauma:
- En het kwaad traumatiseert dubbel:
- Jon Allen gaat in op psychologische oorzaken en gevolgen van het kwaad.
- Jon Allen PhD over hechtingsrelatie:
- Jon Allen PhD over Biomania dat Stigma bevordert:
- Lees Meer Kijk meer.
- Restoring Mentalizing in Attachment Relationships. Treating Trauma With Plain Old Therapy. Paperback Ebook
- Echt bruikbare suggesties
- Lees ook
We moeten helder over het kwaad denken.
Vandaag de dag is de beschrijving van duivelse praktijken gemeengoed geworden met de escalatie van het nieuws over terrorisme. De “oorlog tegen het terrorisme” omvat een heftige woordenstrijd. We horen van ‘kwade rijken’ en ‘kwade ideologieën’.
Immers net als ’terrorist’ verwijst ‘kwaad’ altijd naar iemand anders dan de spreker – altijd hij, haar of hen.
Nooit wordt er over kwaad gesproken in de ik of wij (Kapitan, 2003) positie. Ons meest veroordelende woord, beladen met bovennatuurlijke boventonen, is sterk gepolitiseerd in combinatie met terrorisme. Het ‘kwaad’ is net zo emotioneel geladen als elk woord zou kunnen zijn.
Bovendien kunnen toeschrijvingen van het kwaad bijdragen aan het bestendigen van het kwaad. Dat kan in die mate dat we anderen met het woord demoniseren. We moeten helder over het kwaad denken.
Het kwaad is slecht vanwege zijn onlosmakelijke verband met trauma:
De traumatiserende gevolgen van het kwaad vangen onze aandacht. Ze boezemen angst in en veroorzaken onze woede. Het vooruitzicht van trauma terroriseert ons.
En het kwaad traumatiseert dubbel:
niet alleen brengt het schade toe, maar ook de nutteloosheid en onbegrijpelijkheid maakt de schade bijzonder moeilijk te verdragen. Zo is kwaad doen diepgaand en doordringend traumatiserend.
Kwaad is bedreigend voor ons geloof. Het bedreigt ons geloof in de goedheid en zinvolheid van de wereld. Het bedreigt ook de zinvolheid van het religieus geloof.
Jon Allen gaat in op psychologische oorzaken en gevolgen van het kwaad.
Hij begint met het verhelderen van de begrippen trauma en kwaad. Vervolgens presenteert hij zijn stelling dat het concept van geestblindheid het kwaad en het trauma dat daaruit voortkomt verlicht.
Vervolgens expliciteert hij het concept van geestblindheid. Hij doet dit door het bespreken van de omgekeerde aandacht voor mentale toestanden. Deze aandacht is mentaliserend en gericht op anderen en zichzelf.
Jon Allen stelt voor dat het bevorderen van mentaliseren een manier is om het kwaad te bestrijden. Het biedt daarmee een basis voor hoop.
Helder denken over kwaad vraagt dat we ook naar onszelf durven kijken
Misschien zit precies daar het ongemakkelijkste punt.
Wanneer wij over kwaad spreken, hebben we meestal vrij snel een gezicht in gedachten. Iemand die iets verschrikkelijks heeft gedaan. Een leider. Een dader. Een terrorist. Een misbruiker. Een groep waarvan we vinden dat ze gevaarlijk is.
Het kwaad bevindt zich dan netjes aan de andere kant van de tafel.
En wij?
Wij kijken ernaar.
Wij beoordelen het.
Wij veroordelen het.
Dat kan natuurlijk terecht zijn. Sommige handelingen zijn gruwelijk. Sommige vormen van geweld zijn doelbewust. Mensen kunnen vernederen, martelen, manipuleren, uitbuiten en vernietigen. Daar hoeven we geen zachte woorden voor te zoeken.
Maar er ontstaat een probleem wanneer onze behoefte om het kwaad te benoemen onze bereidheid om het kwaad te begrijpen vernietigt.
Niet begrijpen in de betekenis van goedpraten.
Wel begrijpen in de betekenis van: welke menselijke processen maken dit mogelijk?
Want zodra wij geloven dat alleen monsters monsterlijke dingen kunnen doen, hebben we misschien iets over het hoofd gezien.
Namelijk dat mensen vaak geen monsters hoeven te zijn om iets verschrikkelijks te doen.
Ze moeten soms alleen maar overtuigd raken dat de andere mens niet langer helemaal mens is.
Deel 1 – Het gevaar begint wanneer de ander geen binnenwereld meer lijkt te hebben
Een van de meest verontrustende dingen aan geweld is dat het vaak wordt voorafgegaan door een psychologische verschuiving.
De ander wordt niet langer ervaren als iemand met verdriet, verlangens, geschiedenis, angst, kinderen, herinneringen en relaties.
Hij wordt een categorie.
Een vijand.
Een verrader.
Een narcist.
Een extremist.
Een ongelovige.
Een parasiet.
Een bedreiging.
Een probleem.
En zodra iemand voornamelijk nog een categorie is, gebeurt er iets met onze morele rem.
We hoeven ons niet langer af te vragen:
Wat ervaart deze mens?
We vragen alleen nog:
Wat moeten we met hem doen?
Dat verschil lijkt klein.
Het is enorm.
Want mentaliseren vraagt dat wij iets verdragen wat psychologisch bijzonder lastig kan zijn: dat iemand die wij verafschuwen nog altijd een innerlijke wereld heeft.
Ook een dader.
Ook iemand die ons pijn heeft gedaan.
Ook iemand die verschrikkelijke overtuigingen heeft.
Dat betekent absoluut niet dat we diens gedrag moeten tolereren.
Het betekent alleen dat menselijkheid niet hetzelfde is als onschuld.
Dat onderscheid vind ik belangrijk.
Je kunt iemand verantwoordelijk houden én erkennen dat hij een menselijke geest heeft.
Je kunt grenzen stellen én nieuwsgierig blijven naar de processen die tot bepaald gedrag hebben geleid.
Je kunt iemand stoppenzetten zonder hem symbolisch uit de menselijke soort te schrijven.
Misschien is dat zelfs een van de belangrijkste beschermingen tegen nieuwe wreedheid.
Wanneer angst stijgt, daalt onze nieuwsgierigheid
Onder dreiging verandert er iets.
We willen minder nuance.
We willen sneller weten:
Wie heeft gelijk?
Wie is gevaarlijk?
Wie hoort bij ons?
Wie hoort bij hen?
Dat gebeurt niet alleen in oorlog.
Het gebeurt ook tijdens relationele conflicten.
In families.
Op sociale media.
Binnen geloofsgemeenschappen.
Op het werk.
Binnen politieke bewegingen.
En soms zelfs in therapie.
Wanneer emoties zeer sterk oplopen, wordt ons vermogen om verschillende perspectieven tegelijk vast te houden kwetsbaarder.
We gaan denken in zekerheden.
Ik weet waarom jij dat deed.
Ik weet wat jij werkelijk denkt.
Ik weet wat voor iemand jij bent.
Dat voelt als helderheid.
Maar soms is het precies het tegenovergestelde.
Het is mentale vernauwing.
We stoppen met onderzoeken en beginnen te verklaren.
En dat is interessant, want mensen denken vaak dat kwaad voortkomt uit een gebrek aan overtuiging.
Misschien ontstaat een deel ervan juist uit te veel zekerheid.
De zekerheid dat wij precies weten wie de andere persoon is.
De zekerheid dat wij zijn motieven volledig kennen.
De zekerheid dat hij niet zal veranderen.
De zekerheid dat onze groep moreel superieur is.
De zekerheid dat uitzonderlijke maatregelen daarom gerechtvaardigd zijn.
Hoe sterker die zekerheid wordt, hoe minder ruimte er soms overblijft voor de werkelijkheid van de andere mens.
Mentaliseren betekent ook kunnen zeggen: misschien weet ik het niet helemaal
Dat vind ik persoonlijk een van de moeilijkste zinnen die er bestaan:
Ik weet het niet helemaal.
Wanneer iemand je heeft gekwetst, wil je begrijpen waarom.
Dat is menselijk.
Je zenuwstelsel zoekt samenhang.
Je brein probeert een verhaal te maken.
Waarom deed hij dit?
Waarom loog zij?
Waarom zag niemand wat er gebeurde?
Waarom koos mijn familie zijn kant?
Waarom heeft iemand mij zo behandeld?
Een verklaring kan rust geven.
Maar verklaringen kunnen ook gevangenissen worden.
We kunnen bijvoorbeeld denken:
Hij deed dit omdat hij een narcist is.
Dat kan soms iets benoemen wat werkelijk speelt.
Maar daarna moeten we voorzichtig zijn.
Want een diagnose of psychologisch begrip kan gemakkelijk veranderen in een totale verklaring van een persoon.
Dan zien we niet langer gedrag.
We zien alleen nog het etiket.
Mentaliseren vraagt iets anders.
Het vraagt dat we meerdere mogelijkheden naast elkaar kunnen houden.
Misschien speelde behoefte aan controle mee.
Misschien schaamte.
Misschien angst.
Misschien jaloezie.
Misschien aangeleerd gedrag.
Misschien psychopathologie.
Misschien bewuste wreedheid.
Misschien verschillende dingen tegelijk.
En misschien weten wij niet precies in welke verhouding.
Die onzekerheid vermindert verantwoordelijkheid niet.
Ze voorkomt alleen dat onze interpretatie zelf absoluut wordt.
Deel 2 – Het kwaad begrijpen is niet hetzelfde als het kwaad verontschuldigen
Hier ontstaat vaak weerstand.
Want zodra je probeert te begrijpen waarom iemand iets gruwelijks doet, klinkt al snel:
“Maar nu maak je excuses voor hem.”
Ik begrijp die reactie.
Vooral slachtoffers hebben soms lang genoeg gehoord waarom de dader deed wat hij deed.
Hij had zelf een moeilijke jeugd.
Hij was getraumatiseerd.
Hij kon niet anders.
Hij was depressief.
Hij was bang.
Hij was onder invloed.
Hij had nooit geleerd om emoties te reguleren.
Allemaal mogelijke verklaringen.
Maar een verklaring is nog geen vrijspraak.
Dat onderscheid moeten we heel scherp houden.
Trauma kan gedrag beïnvloeden.
Hechtingsgeschiedenis kan relaties beïnvloeden.
Biologische kwetsbaarheid kan gedrag beïnvloeden.
Groepsdruk kan gedrag beïnvloeden.
Angst kan gedrag beïnvloeden.
Ideologie kan gedrag beïnvloeden.
Maar invloed is niet hetzelfde als totale bepaaldheid.
Mensen leven binnen omstandigheden én maken keuzes binnen die omstandigheden.
Soms zijn die keuzemogelijkheden zeer beperkt.
Soms zijn ze veel groter.
Daarom vind ik twee vragen belangrijk:
Wat heeft bijgedragen aan dit gedrag?
én
Waarvoor blijft deze persoon verantwoordelijk?
We hebben beide nodig.
Zonder de eerste vraag wordt psychologie moralistische veroordeling.
Zonder de tweede kan psychologie onbedoeld een manier worden om schadelijk gedrag te vergoelijken.
Trauma maakt je niet automatisch goed
Dat lijkt misschien vanzelfsprekend.
Toch spreken we soms anders.
Omdat iemand veel heeft meegemaakt, verwachten we bijna automatisch meer empathie.
Maar trauma is geen morele opleiding.
Sommige mensen worden door hun pijn buitengewoon gevoelig voor de pijn van anderen.
Andere mensen worden hyperwaakzaam.
Sommigen trekken zich terug.
Sommigen proberen iedereen tevreden te houden.
Sommigen ontwikkelen sterke controledrang.
Sommigen worden agressief.
Sommigen wisselen verschillende strategieën af.
Dat zegt iets belangrijks.
Het feit dat iemand slachtoffer is geweest, vertelt ons niet automatisch hoe die persoon later anderen zal behandelen.
Daarom moeten we voorzichtig zijn met romantisering van trauma.
Lijden kan verdiepen.
Maar lijden kan ook verharden.
En soms gebeurt allebei tegelijk.
Misschien herken je dat zelfs in jezelf.
Je kunt heel gevoelig zijn voor bepaalde vormen van onrecht en tegelijk bijna blind worden voor een andere kwetsbaarheid.
Je kunt veel empathie hebben voor mensen die op jou lijken en veel minder voor mensen die je bedreigend vindt.
Dat is precies waarom mentaliseren geen eigenschap is die je simpelweg bezit.
Het is iets wat kan groeien.
Maar ook iets wat onder druk kan verdwijnen.
Soms verliezen we juist ons mentaliserend vermogen bij de mensen die het belangrijkst voor ons zijn
Dat klinkt paradoxaal.
Bij vreemden kunnen we soms verrassend redelijk blijven.
Maar laat iemand aan wie je gehecht bent je afwijzen, negeren of beschuldigen en plots wordt alles veel intenser.
Dat heeft een reden.
Hechtingsrelaties raken aan veiligheid.
Aan erbij horen.
Aan geliefd zijn.
Aan verlaten worden.
Aan afhankelijkheid.
Aan vertrouwen.
Wanneer precies daar gevaar wordt ervaren, kan ons vermogen om rustig over onze eigen geest en die van de ander na te denken sterk onder druk komen te staan.
Plots weet je zeker:
Je geeft helemaal niet om mij.
Of:
Je doet dit expres.
Of:
Je hebt nooit van mij gehouden.
Misschien klopt daar iets van.
Maar misschien is het ook een toestand waarin een diepere angst meespreekt.
De kunst is niet om tegen jezelf te zeggen dat je gevoelens fout zijn.
De kunst is om een klein beetje ruimte te creëren tussen:
wat ik voel
en
wat ik daardoor zeker denk te weten.
Die ruimte is ontzettend belangrijk.
Daar ontstaat reflectie.
Deel 3 – Een veilige relatie doet meer dan troosten
Wanneer we over veilige hechting praten, denken we vaak aan comfort.
Iemand die naast je zit wanneer je verdrietig bent.
Iemand die luistert.
Iemand die niet verdwijnt wanneer je emotioneel wordt.
Dat is ontzettend belangrijk.
Maar een veilige relatie doet nog iets anders.
Ze helpt je denken.
Dat wordt soms onderschat.
Wanneer je zenuwstelsel niet voortdurend bezig hoeft te zijn met de vraag of de ander je zal verlaten, aanvallen, vernederen of afwijzen, ontstaat mentale ruimte.
Je kunt nieuwsgieriger worden.
Je kunt fouten toegeven.
Je kunt ambivalentie verdragen.
Je kunt horen dat iemand een andere ervaring heeft zonder dat die ervaring onmiddellijk jouw eigen werkelijkheid vernietigt.
Dat is psychologisch enorme winst.
Veiligheid maakt ons niet alleen rustiger.
Ze kan ons ook complexer laten denken.
Misschien is echte onafhankelijkheid niet hetzelfde als niemand nodig hebben
In onze cultuur wordt zelfstandigheid vaak verheerlijkt.
Sterk zijn betekent dan:
niemand nodig hebben.
Je eigen problemen oplossen.
Niet te gevoelig zijn.
Niet afhankelijk zijn.
Niet te veel vragen.
Maar misschien verwarren we twee verschillende dingen.
Afhankelijkheid en hulpeloosheid zijn niet hetzelfde.
Een mens die weet:
“Als het echt moeilijk wordt, zijn er mensen bij wie ik terechtkan”
kan soms juist meer risico nemen.
Meer ontdekken.
Meer grenzen stellen.
Meer autonomie ontwikkelen.
Omdat er een basis is.
Dat zie je bij kinderen.
Maar eigenlijk stopt dat niet wanneer we achttien worden.
Wij blijven relationele wezens.
En misschien ligt daar ook een maatschappelijk inzicht.
Een samenleving die mensen tegen elkaar vertelt dat iedereen zichzelf moet redden, creëert niet noodzakelijk sterke burgers.
Misschien creëert ze ook mensen die doodsbang worden om afhankelijk te zijn.
En wie afhankelijkheid als zwakte ziet, kan kwetsbaarheid gemakkelijker gaan verachten.
Daar begint iets gevaarlijks.
Want zodra kwetsbaarheid minderwaardigheid wordt, krijgen we gemakkelijk een wereld waarin alleen kracht nog respect verdient.
Een samenleving heeft ook een veilige basis nodig
Ik denk dat we hechting niet alleen individueel hoeven te bekijken.
Ook gemeenschappen kunnen veiligheid bevorderen of ondermijnen.
Kan ik ziek worden zonder alles kwijt te raken?
Kan ik oud worden zonder onzichtbaar te worden?
Kan mijn kind ondersteuning krijgen?
Kan ik mijn mening veranderen zonder uit mijn groep te worden gezet?
Kan ik erkennen dat ik fout zat?
Kan ik hulp vragen zonder vernederd te worden?
Kan ik anders zijn en toch blijven behoren?
Dat zijn niet alleen politieke vragen.
Het zijn in zekere zin ook hechtingsvragen.
Ze gaan over vertrouwen.
Over erbij horen.
Over de voorspelbaarheid van zorg.
Over de verwachting dat anderen niet verdwijnen zodra jij kwetsbaar wordt.
Misschien begrijpen we polarisatie daarom onvoldoende wanneer we alleen naar ideologie kijken.
Soms ligt onder woede ook angst.
Angst om status te verliezen.
Angst om controle te verliezen.
Angst om cultureel niet meer thuis te zijn.
Angst om vergeten te worden.
Angst dat niemand jou nog ziet.
Die angst rechtvaardigt geen haat.
Maar als we haar niet herkennen, begrijpen we misschien ook niet waarom bepaalde boodschappen zoveel kracht krijgen.
Deel 4 – We zijn een lichaam, een brein, een geschiedenis én een relatie
Daarmee komen we bij een ander belangrijk punt.
We houden van eenvoudige verklaringen.
Iemand is depressief omdat er iets misgaat in het brein.
Iemand heeft angst omdat het zenuwstelsel ontregeld is.
Iemand is agressief door trauma.
Iemand heeft relatieproblemen door hechting.
Iemand vertoont bepaald gedrag door zijn persoonlijkheidsstructuur.
Elk van die verklaringen kan iets toevoegen.
Het probleem ontstaat wanneer één verklaring de hele mens gaat vervangen.
Een mens heeft een brein.
Maar een mens is niet alleen een brein.
Een mens heeft genen.
Een lichaam.
Een jeugd.
Een cultuur.
Relaties.
Herinneringen.
Sociale omstandigheden.
Verwachtingen.
Verlieservaringen.
Mogelijkheden.
Grenzen.
Betekenis.
En al die lagen beïnvloeden elkaar voortdurend.
Daarom vind ik het begrip biomania interessant.
Niet omdat biologie onbelangrijk zou zijn.
Integendeel.
Neuroscience heeft ons ontzettend veel geleerd.
Medicatie kan levensreddend zijn.
Biologische kwetsbaarheden zijn reëel.
Hersenprocessen zijn reëel.
Maar wanneer we alles tot het brein reduceren, kunnen we iets fundamenteels missen:
het leven waarin dat brein functioneert.
“Het zit in je brein” kan bevrijdend én beklemmend zijn
Stel dat iemand jarenlang heeft gehoord:
Stel je niet aan.
Denk gewoon positiever.
Je moet sterker zijn.
Dan kan het enorm opluchten wanneer iemand zegt:
“Wat je ervaart is niet zomaar een gebrek aan wilskracht.”
Eindelijk erkenning.
Maar dezelfde biologische taal kan soms een andere boodschap krijgen:
Mijn brein is kapot.
Zo ben ik nu eenmaal.
Hier kom ik nooit meer vanaf.
Ik ben biologisch defect.
Dat hoeft natuurlijk helemaal niet de bedoeling te zijn.
Maar taal heeft gevolgen.
Daarom zou ik liever zeggen:
Je ervaring heeft ook een lichamelijke en neurologische werkelijkheid.
Dat is iets anders dan:
Jij bent een defect brein.
Want hersenen veranderen mee met ervaring.
Relaties veranderen ervaring.
Nieuwe vaardigheden veranderen ervaring.
Medicatie kan ervaring veranderen.
Psychotherapie kan ervaring veranderen.
Veiligheid kan ervaring veranderen.
Nieuwe betekenis kan ervaring veranderen.
We hoeven dus niet te kiezen tussen lichaam en geest.
Die keuze bestaat eigenlijk niet.
Psychotherapie is geen gesprek dat buiten de biologie plaatsvindt
Dat vind ik een mooi inzicht.
Wanneer iemand gedurende langere tijd anders leert omgaan met angst, schaamte, herinneringen of relaties, gebeurt dat niet ergens in een abstracte “geest” die losstaat van het lichaam.
Leren is biologisch.
Geheugen is biologisch.
Stressregulatie is biologisch.
Hechting heeft lichamelijke componenten.
Emotionele regulatie heeft lichamelijke componenten.
Een veilige therapeutische relatie is dus niet het tegenovergestelde van biologische behandeling.
Het is een ervaring die plaatsvindt in een biologisch organisme.
Net zoals slaap.
Beweging.
Medicatie.
Voeding.
Stress.
Liefde.
Verlies.
Daarom vind ik de tegenstelling tussen biologische en psychologische behandeling soms kunstmatig.
De interessantere vraag is:
Wat heeft deze specifieke mens nodig om opnieuw meer bewegingsvrijheid te krijgen?
Voor de ene persoon zal medicatie een belangrijke sleutel zijn.
Voor een ander traumatherapie.
Voor iemand anders relatietherapie.
Vaak is het een combinatie.
Deel 5 – Mentaliseren is misschien een vorm van geweldpreventie
Dat klinkt groot.
Maar denk eens mee.
Wat gebeurt er wanneer ik werkelijk besef dat jij een binnenwereld hebt?
Dan moet ik rekening houden met het feit dat mijn woorden iets met jou doen.
Dat vernedering pijn veroorzaakt.
Dat dreiging angst veroorzaakt.
Dat uitsluiting verlies veroorzaakt.
Dat geweld niet alleen een lichaam raakt, maar ook een betekeniswereld.
Mentaliseren maakt de ander psychologisch aanwezig.
En precies daarom kan het een morele rem vormen.
Niet altijd.
Mensen kunnen anderen zeer goed begrijpen en die kennis vervolgens manipulatief gebruiken.
Dat moeten we ook erkennen.
Empathische kennis is niet automatisch goedheid.
Iemand kan uitstekend inschatten waar jouw kwetsbaarheid zit en precies daar toeslaan.
Daarom hebben we naast mentaliseren ook waarden nodig.
Grenzen.
Rechtvaardigheid.
Verantwoordelijkheid.
Geweten.
Maar zonder het vermogen om de ander als iemand met een geest te blijven zien, wordt wreedheid een stuk gemakkelijker.
Mentaliseren betekent niet dat je eindeloos empathie moet hebben voor iemand die jou beschadigt
Dat is voor mensen uit toxische of gewelddadige relaties bijzonder belangrijk.
Je hoeft niet voortdurend te proberen begrijpen waarom iemand jou pijn doet.
Je hoeft geen therapeut te worden van je partner.
Je hoeft het trauma van je ouder niet te analyseren terwijl diezelfde ouder jouw grenzen blijft overschrijden.
Je hoeft geen empathie te gebruiken om jezelf opnieuw beschikbaar te maken voor misbruik.
Soms is de meest gezonde mentaliserende gedachte:
“Ik begrijp misschien nooit volledig waarom deze persoon dit doet. Ik zie wel wat het gedrag met mij doet.”
Dat is voldoende.
Want mentaliseren gaat óók over jezelf.
Wat voel ik?
Wat gebeurt er in mijn lichaam?
Waar word ik bang?
Wanneer begin ik mezelf te verlaten?
Wanneer probeer ik opnieuw de ander te redden?
Wanneer praat ik grensoverschrijdend gedrag goed omdat ik diens geschiedenis begrijp?
Dat laatste zie ik vaak gebeuren.
Empathische mensen kunnen bijzonder goed mentaliseren over anderen en verrassend slecht over zichzelf.
Ze begrijpen iedereen.
Behalve hun eigen uitputting.
Misschien is dit een belangrijke groeitask: mijn eigen geest even belangrijk maken
Sommige mensen hebben van jongs af geleerd om de stemming van anderen te lezen.
Is mama boos?
Heeft papa gedronken?
Is mijn partner geïrriteerd?
Gaat er ruzie ontstaan?
Wat moet ik zeggen zodat iedereen rustig blijft?
Dat lijkt op een groot vermogen om anderen aan te voelen.
Maar soms zit daar hyperwaakzaamheid onder.
Je mentale radar staat voortdurend naar buiten gericht.
Wat denkt hij?
Wat voelt zij?
Wat bedoelde die blik?
Waarom antwoordt hij niet?
Is ze kwaad?
Heb ik iets verkeerd gedaan?
Mentaliseren wordt dan bijna surveillance.
En herstel kan betekenen dat je de radar voorzichtig terugdraait.
Niet alleen:
Wat gebeurt er in jou?
maar ook:
Wat gebeurt er in mij?
Dat is geen egoïsme.
Dat is wederkerigheid.
Een kleine oefening: van zekerheid naar nieuwsgierigheid
Neem een conflict waarin je momenteel vastzit.
Schrijf eerst één zin op waarvan je heel zeker bent.
Bijvoorbeeld:
“Zij doet dit omdat ze mij wil kwetsen.”
Schrijf daaronder:
Wat weet ik werkelijk?
Misschien weet je:
Ze heeft dit gezegd.
Ze heeft dat gedaan.
Ze heeft drie dagen niet geantwoord.
Dat zijn observaties.
Schrijf daarna:
Wat vul ik in?
Bijvoorbeeld:
Ze vindt mij waardeloos.
Ze wil winnen.
Ze geniet ervan dat ik pijn heb.
Misschien klopt dat.
Misschien gedeeltelijk.
Misschien niet.
Schrijf daarna:
Welke andere verklaringen zijn mogelijk zonder het gedrag goed te praten?
En ten slotte:
Welke grens heb ik nodig, ongeacht haar motief?
Die laatste vraag vind ik de belangrijkste.
Want je hoeft iemands geest niet perfect te begrijpen om jezelf te beschermen.
“Het complete narcisme handboek” van Fabio Vinago: Een veelgezocht handboek over bescherming tegen narcisme en gaslighting.De orthopedagogische blik: gedrag ontstaat altijd ergens
Vanuit een orthopedagogische benadering kijk ik graag verder dan de vraag:
“Wat is er mis met deze persoon?”
Ik vind een andere vraag vaak vruchtbaarder:
“Binnen welke relaties, ervaringen en omstandigheden is dit gedrag betekenisvol geworden?”
Dat verandert onze blik.
Een kind dat voortdurend controle probeert te houden, is niet noodzakelijk “moeilijk”.
Misschien heeft controle ooit veiligheid betekend.
Een jongere die niemand vertrouwt, is niet noodzakelijk ongevoelig.
Misschien was vertrouwen ooit gevaarlijk.
Een volwassene die voortdurend bevestiging zoekt, is niet noodzakelijk zwak.
Misschien was nabijheid vroeger onvoorspelbaar.
Dat betekent opnieuw niet dat elk gedrag aanvaardbaar is.
Dat is precies de nuance.
Gedrag kan begrijpelijk zijn zonder gezond te zijn.
Gedrag kan een functie hebben zonder dat we het moeten behouden.
Dat opent ruimte voor verandering.
Niet:
“Zo ben jij.”
Maar:
“Dit heeft je ergens geholpen. Werkt het vandaag nog?”
We moeten ook leren mentaliseren over groepen
Er is nog een stap verder.
We spreken vaak alsof groepen één geest hebben.
“Zij willen…”
“Die mensen denken…”
“Die groep haat…”
Maar groepen bestaan uit individuen.
Met verschillende redenen.
Verschillende angsten.
Verschillende ervaringen.
Verschillende niveaus van overtuiging.
Verschillende belangen.
Wanneer wij miljoenen mensen één intentie toeschrijven, doen we eigenlijk precies wat we in persoonlijke relaties problematisch zouden vinden.
We doen alsof we gedachten kunnen lezen.
Dat betekent niet dat ideologieën geen gevaar kunnen vormen.
Of dat organisaties niet verantwoordelijk kunnen zijn voor geweld.
Maar ook daar helpt precisie.
Welke leiders?
Welke overtuigingen?
Welke acties?
Welke structuren?
Welke mensen verzetten zich binnen die groep?
Wie profiteert?
Wie is bang?
Wie wordt gedwongen?
Hoe preciezer onze taal, hoe kleiner de kans dat veroordeling verandert in ontmenselijking.
Het moeilijkste kwaad om te herkennen is misschien het kwaad dat zich moreel voelt
Bij kwaad denken we vaak aan sadisme.
Aan iemand die geniet van pijn.
Maar veel schadelijke handelingen worden gepleegd door mensen die zichzelf helemaal niet als kwaad ervaren.
Integendeel.
Ze denken dat ze beschermen.
Zuiveren.
Rechtzetten.
Straffen.
Hun familie verdedigen.
Hun geloof verdedigen.
Hun land verdedigen.
Hun kinderen beschermen.
De waarheid verdedigen.
Dat maakt morele zelfreflectie zo belangrijk.
Misschien moeten we ons niet alleen afvragen:
“Ben ik een goed mens?”
Die vraag beantwoorden we waarschijnlijk allemaal graag bevestigend.
Een betere vraag is:
“Wat kan ik mezelf toestaan wanneer ik ervan overtuigd ben dat ik gelijk heb?”
Dat is veel ongemakkelijker.
Kan ik iemand vernederen?
Kan ik liegen?
Mag ik iemand publiekelijk vernietigen?
Mag ik alle mensen uit een bepaalde groep als gevaarlijk voorstellen?
Mag ik zijn menselijkheid ontkennen?
Mag ik elk middel gebruiken zolang mijn doel volgens mij goed is?
Daar verschijnt de echte morele test.
Hoop zit niet in perfectie maar in herstelbaarheid
Wat mij uiteindelijk hoop geeft in deze hele discussie, is dat mensen niet volledig vastliggen.
Hechtingspatronen kunnen veranderen.
Relaties kunnen veranderen.
Mentaliseren kan groeien.
Mensen kunnen leren hun emoties beter te verdragen.
Ze kunnen leren twijfelen aan hun eerste interpretatie.
Ze kunnen verantwoordelijkheid opnemen.
Excuses aanbieden.
Herstellen.
Grenzen respecteren.
Nieuwe relaties aangaan.
Therapie kan daarbij helpen.
Een veilige partner kan helpen.
Een goede vriend kan helpen.
Een gemeenschap kan helpen.
Soms helpt medicatie.
Soms afstand.
Soms gerechtigheid.
Soms een combinatie van al die dingen.
We zijn geen onbeschreven blad.
Maar we zijn ook geen afgesloten dossier.
Misschien begint het bestrijden van kwaad dichterbij dan we denken
We hoeven niet te wachten tot we tegenover extreme vormen van geweld staan.
Het begint kleiner.
Wanneer iemand iets zegt waarmee we het hartgrondig oneens zijn.
Wanneer we de verleiding voelen om hem onmiddellijk dom, slecht of kwaadaardig te noemen.
Wanneer we in een conflict denken precies te weten wat de ander bedoelt.
Wanneer we merken dat onze groep zichzelf steeds als goed en de andere groep steeds als slecht beschrijft.
Wanneer we een diagnose gebruiken om een hele persoon te verklaren.
Wanneer we onze eigen agressie rechtvaardigen omdat de ander “begonnen is”.
Wanneer we empathie alleen nog gunnen aan mensen die tot onze kant behoren.
Daar kunnen we oefenen.
Niet door naïef te worden.
Niet door geweld te relativeren.
Niet door grenzen weg te nemen.
Maar door iets veel moeilijkers te doen:
menselijkheid en verantwoordelijkheid tegelijkertijd vasthouden.
Ik kan zeggen:
Wat jij deed was verkeerd.
Ik kan mij beschermen.
Ik kan afstand nemen.
Ik kan gerechtigheid verlangen.
Ik kan grenzen stellen.
En toch hoef ik jou niet tot een demon te maken om dat te mogen doen.
Misschien is dat wat helder denken over kwaad uiteindelijk van ons vraagt.
Niet minder onderscheidingsvermogen.
Maar méér.
Niet minder verantwoordelijkheid.
Maar preciezere verantwoordelijkheid.
Niet minder grenzen.
Maar grenzen zonder ontmenselijking.
En misschien vooral de moed om af en toe ook naar binnen te kijken.
Want de gevaarlijkste gedachte is misschien niet:
“Er bestaat kwaad.”
De gevaarlijkste gedachte zou wel eens kunnen zijn:
“Kwaad is iets waartoe alleen andere mensen in staat zijn.”
Daarom moeten we blijven mentaliseren.
Over anderen.
Over onze samenleving.
Maar ook over onszelf.
Want juist wanneer angst, woede en zekerheid het grootst worden, hebben we onze nieuwsgierigheid, ons geweten en onze menselijkheid het hardst nodig.
Wij vallen. Wij staan op. Wij groeien.
Jon Allen PhD over hechtingsrelatie:
Jon Allen PhD over Biomania dat Stigma bevordert:
Heb je vragen over complex trauma? Laat ze ons weten.
Lees Meer Kijk meer.
Mindblindness. An Essay on Autism and Theory of Mind. Paperback Hardcover.
In Mindblindness presenteert Simon Baron-Cohen een model van de evolutie en ontwikkeling van mindreading. Hij beweert dat we de hele tijd goed lezen, moeiteloos, automatisch en meestal onbewust.
Het is de natuurlijke manier waarop we sociaal gedrag en communicatie interpreteren, voorspellen en eraan deelnemen. We schrijven mentale toestanden toe aan mensen: toestanden zoals gedachten, verlangens, kennis en intenties.
Baron-Cohen concludeert op jarenlang onderzoek dat kinderen met autisme lijden aan mindblindness als gevolg van een selectieve beperking in mindreading.
Voor deze kinderen is de wereld in wezen verstoken van mentale zaken. Baron-Cohen ontwikkelt een theorie die steunt op gegevens uit de vergelijkende psychologie, uit ontwikkelings- en uit neuropsychologie.
Hij betoogt dat specifieke neurocognitieve mechanismen zijn geëvolueerd. Deze mechanismen stellen ons in staat om te lezen. Ze helpen ons ook om acties te begrijpen. We kunnen blikken als betekenisvol interpreteren. Bovendien kunnen we de taal van de ogen decoderen.
Mentalizing in the Development and Treatment of Attachment Trauma. Paperback Ebook.
Dit boek combineert de nieuwste kennis uit hechtingsonderzoek en neurowetenschappen. Het biedt een nieuwe aanpak voor de behandeling van trauma’s. Deze aanpak is bedoeld voor therapeuten uit verschillende professionele disciplines en diverse theoretische achtergronden.
Het gebied van trauma lijdt aan fragmentatie omdat therapieën zich vermenigvuldigen in relatie tot een groot aantal psychiatrische stoornissen. Deze fragmentatie vraagt om een nieuwe klinische benadering voor de behandeling van trauma’s.
Psychologisch alleen zijn.
Door onmiddellijk het probleem aan te wijzen, plaatst Jon Allen de ervaring van psychologisch alleen zijn in ondraaglijke emotionele toestanden. Hij wijst ook de mogelijke oplossing aan. Hij ziet dit als de kern van trauma in gehechtheidsrelaties.
Dit trauma is het gevolg van een mislukking van mentaliseren, dat betekent, empathische afstemming op emotionele nood. Psychotherapie biedt een kans op genezing door het mentaliseren te herstellen. Mentaliseren wil zeggen dat de psychologische afstemming in de context van veilige gehechtheidsrelaties wordt bevorderd. Dit gebeurt zowel in de relatie psychotherapie als in andere gehechtheidsrelaties.
Het boek geeft een uniek overzicht van veelvoorkomende gehechtheidspatronen in de kindertijd en de volwassenheid. Dit is belangrijk voor het begrijpen van gehechtheidstrauma. Dit trauma is het meest opvallend in mishandeling. Het is ook subtieler zichtbaar in vroege en herhaalde mislukkingen van afstemming in gehechtheidsrelaties.
Restoring Mentalizing in Attachment Relationships. Treating Trauma With Plain Old Therapy. Paperback Ebook
Bij het herstellen van mentaliseren in hechtingsrelaties: trauma behandelen met gewone oude therapie, beweert Jon G. Allen, Ph. D. dat de integratie van mentaliseren in hechtingstheorie en onderzoek een solide basis biedt voor traumabehandeling. Dit biedt therapeuten en patiënten een weg tot herstel.
In begrijpelijke taal toegankelijk voor clinici en leken, beschrijft Allen trauma in gehechtheidsrelaties. Hij beoordeelt de literatuur en maakt een overtuigend, evidence-based argument voor de effectiviteit van psychotherapie.
Specifiek rond dit boek presenteert hij een uitgebreid overzicht van gehechtheidstrauma’s over verschillende diagnostische condities. Jon Allen koppelt deze direct aan de psychotherapeutische interventies die het beste werken.
Dit stelt therapeuten in staat om vanuit verschillende theoretische kaders te werken. Zij kunnen deze best practices gebruiken. Hierdoor kunnen ze patiënten met een breed scala aan problemen en stoornissen behandelen.
Jon Allen situeert mindfulness en mentaliseren als centraal voor veilige gehechtheid
Hij vestigt de aandacht van clinici op deze nodigste dimensies van genezingsrelaties.
Daarbij geeft hij een grondige beoordeling van het onderzoek naar hechting, mindfulness en mentaliseren. Immers, hij beoordeelt de effectiviteit van de populairste traumabehandelingen. Dit zorgt ervoor dat clinici zijn uitgerust om patiënten te behandelen over het hele spectrum van traumagerelateerde psychiatrische stoornissen.
Jon Allen gebruikt een nuchtere, conversationele schrijfstijl die het boek toegankelijk maakt voor patiënten en familieleden, maar ook voor professionals.
Falen om relatie te maken
Trauma kan het resultaat zijn van flagrante gebeurtenissen. Dit omvat geweld, misbruik en verwaarlozing. Trauma kan ook voortkomen uit het subtiele, maar doordringende falen om verbinding te maken.
Beide dragen bij aan ontwikkelingspsychopathologie en veroorzaken blijvende emotionele pijn. “Plain old therapy” is een waardevolle bron. Volgens Allen is het bewezen effectief voor het aanpakken van trauma’s. Het is nuttig bij de behandeling van patiënten met complexe psychiatrische stoornissen.
Dit fascinerende en bij uitstek nuttige boek moet helpen om psychotherapie te herstellen tot zijn welverdiende status.
The Handbook of Mentalization-Based Treatment. Paperback Hardcover
In het afgelopen decennium is baanbrekend onderzoek verricht naar mentaliseren. Terzelfder tijd is er ook onderzoek verricht naar het bevorderen van mentaliserend vermogen. Dat is het vermogen om het gedrag van zichzelf en anderen te interpreteren. We interpreteren namelijk gebaseerd op intentionele mentale toestanden, zoals behoeften, verlangens, gevoelens en overtuigingen.
Dit boek is een consolidatie van de huidige kennis en klinische toepassingen. Het brengt een groep internationale experts bij elkaar. Deze experts zijn op de begane grond van theorie en onderzoek geweest. Zij werken samen om het concept te verduidelijken.
Er is bovendien belangrijk neurobiologisch en psychosociaal onderzoek te bekijken en de diverse klinische toepassingen te verkennen. Je zult secties vinden van Conceptuele Stichtingen, Ontwikkelingspsychopathologie, Interventie en Preventie behandelen.
Een biopsychosociale benadering zal worden gebruikt, waarbij nieuw onderzoek in neuro-imaging met psychodynamische en cognitieve perspectieven wordt geïntegreerd.
De behandelde klinische kwesties omvatten ouder-kindinteracties, persoonlijkheidsstoornissen, traumatisch hersenletsel, pesten en risicokinderen.
Van kwetsuur naar litteken. Hulpverlening aan kinderen met complex trauma. Paperback
Traumatic Relationships and Serious Mental Disorders. Helping Survivors, Partners and Families. Paperback
Op unieke manier zal geestelijk, fysiek of seksueel misbruik in hechte persoonlijke relaties vaak resulteren in een trauma. Dit trauma is heel anders dan het trauma van ongelukken, ziekte of oorlog.
Even belangrijk om te zeggen is dat dit boek een krachtig conceptueel kader biedt. Het doet dit door creatief gebruik te maken van de gehechtheidstheorie om de veelzijdige uitkomsten van trauma te expliciteren.
Bovendien is het een beknopte, meesterlijke bespreking van een enorme kennisbasis. Encyclopedisch in scope en wetenschappelijk in zijn up-to-date onderzoek van bevindingen.
Mentaliseren in de kindertherapie Paperback
Mentaliseren in beeldende vaktherapie met casuïstiek van Gizella Smet en Wijntje van der Ende. Paperback
Coping with Trauma, Second Edition. EBOOK Hope Through Understanding.
Ten eerste is dit boek gebaseerd op meer dan een decennium van de ervaring van Dr. Allen. Hij leidt leerzame groepen voor personen die worstelen met psychiatrische stoornissen die voortkomen uit trauma.
In essentie zullen lezers essentiële kennis verwerven om het proces van genezing van de complexe wonden van trauma te beginnen. Ook krijgen ze een gids voor de huidige behandelmethoden.
Heb je vragen dan kunt u bij ons terecht.
Echt bruikbare suggesties
Van kwetsuur naar litteken hulpverlening aan kinderen met complex trauma Paperback
auteurs:
Eileen Tang, Nicole Vliegen, Patrick Meurs
Kinderen met complex trauma worden in de hulpverlening aangemeld. Dit trauma wordt ook gehechtheidstrauma of vroeg ontwikkelingstrauma genoemd. Ze worden aangemeld omdat ze moeilijk in de omgang zijn.
Hun opvoeders, begeleiders en ouders kunnen een gespecialiseerde handleiding gebruiken om deze kinderen zonder kleerscheuren te helpen opgroeien.
Ontwikkelingstaken die bij andere kinderen iets meer ‘vanzelf’ verlopen, of met slechts kleinere hobbels in de weg. Voor deze kinderen zijn het soms onoverkomelijke struikelblokken. Ze doen de ontwikkeling helemaal vastlopen.
Ze krijgen wel eens etiketten als ‘ontwikkelingsgestoord’, ‘gedragsgestoord’, of ‘gehechtheidsgestoord’ opgeplakt. Deze kinderen en hun ouders verdienen een trauma-sensitieve context met veel begrip en professionele kennis. Dit boek wil daartoe bijdragen.
Het boek onderzoekt hoe moeilijke ervaringen tijdens de eerste levensfase de ontwikkeling van een kind kunnen beïnvloeden. Het kijkt ook naar de ontwikkeling die deze kinderen, vaak adoptie- en pleegkinderen, kunnen doormaken. Daarna wordt de lezer meegenomen in de therapieruimte. Hierin staan we stil bij de processen van verandering en groei. Deze processen kunnen meer constructieve ontwikkelingssporen mogelijk maken.
Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.
Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.
Zie je een fout of heb je een vraag?
We doen ons best om de informatie op narcisme.blog zo zorgvuldig, correct en actueel mogelijk te houden. Toch kan er altijd ergens een fout, onduidelijkheid of verouderde informatie staan.
Merk je een onjuistheid op, heb je een inhoudelijke vraag of denk je dat bepaalde informatie moet worden aangepast? Laat het ons dan gerust weten via het daarvoor voorziene contactkanaal.
We bekijken meldingen zo zorgvuldig mogelijk en passen informatie aan wanneer daar een gegronde reden voor is. Ook verzoeken om bepaalde inhoud te corrigeren, aan te vullen of te verwijderen worden ernstig genomen en individueel beoordeeld.
Om je vraag efficiënt te kunnen behandelen, vragen we om dezelfde melding niet via verschillende kanalen tegelijk te versturen. Eén duidelijke boodschap met de link naar de betreffende pagina en een korte toelichting helpt ons het snelst verder.
Betrouwbare informatie, transparantie en respect voor onze lezers staan voor narcisme.blog centraal. Daarom waarderen we het wanneer je ons attent maakt op mogelijke fouten of verbeterpunten.
✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier!
Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!
Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.
👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.
Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.
👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.
Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq
