Kindertrauma heeft op veel verschillende manieren invloed op lichaam en geest. Het geheel van deze impact kun je benoemen als het gewonde zelfbeeld. De spirituele impact van een kindertrauma is een geïnternaliseerde overtuiging waardoor het gewonde zelfbeeld ontstaat.

Geschatte leestijd: 4 minuten

Die overtuiging kan zich uiten bijvoorbeeld in het herhalen in zichzelf van “ik ben een loser” of hyperwaakzaamheid of het beleven van een angst. De geïnternaliseerde overtuiging is dat we “gebroken zijn”. Het kind voelt dat “het niet waard is om bemind te worden”. Bovendien kan het ook het gevoel zijn dat “iets” aan ons gewoon niet ‘goed genoeg’ is.

We houden niet op van de ouderfiguur of ouderfiguren te houden als kind ondanks het kindertrauma!

Als we kinderen zijn en dit trauma gebeurt met een ouderfiguur houden we niet op van ze te houden. Dat kunnen we niet. Ons voortbestaan ​​hangt van hen af. We kunnen niet begrijpen waarom we zijn verraden of emotioneel zijn misbruikt door “onze ouderfiguren”. Ouderfiguren kunnen ouders zijn die ons verlaten als gevolg van scheiding.

Ook kunnen het narcistische ouders of familiefiguren met een persoonlijkheidsstoornis zijn die door hun handelingen een zware traumatische invloed hebben op het gewonde zelfbeeld.

Psychopathische verantwoordelijken van organisaties!

Narcistische organisaties – personeel die het beleid uitstippelen voor het gekwetste kind, die het gewonde kind niet zien omdat ze die werkelijkheid ontkennen, geen onderzoek doen in het veld of gewoon de status quo willen behouden kunnen door hun handelingen een zware traumatische invloed hebben.

Narcistische leden van deze organisaties die het onnodig vroegtijdig plaatsen van kinderen in voorzieningen bevorderen door bureaucratie, gebrek aan initiatief, polariserend werken, geen beroep te doen op het netwerk of ronduit een gevoel van machtsmisbruik.

Vervangende ouderfiguren zoals een buurvrouw, een buurman, kinderdagverblijf ouder, crisispleegouder(s), pleegouder(s), zorgfiguren in een voorziening voor jonge kinderen, zorgfiguren in hospitalen waar kinderen terecht kunnen.

Als kind begrijpen we niet waarom onze ouderfiguren onze grenzen consequent schenden. (ook pleegouders, pleegzorgbeleid, pleegzorgbegeleiding, adoptieouders, kleuterleidster(s), kinderopvang begeleiders enz. leiders van jeugd of sport bewegingen zijn potentiële daders)

Of waarom we als kind te maken krijgen met kritiek of verwaarlozing, verplaatsingen, regeltjes, “geen uitleg over” verdwijningen van ouderfiguren.

Wanneer onze ouderfiguren onze behoeften en grenzen negeren of verraden, leren we als gekwetst kind onszelf en ons hele zelfgevoel als niet betekenisvol te zien. Niet waard genoeg.

Men schendt de integriteit van het kind en niemand neemt zijn verantwoordelijkheid. (ook de organisaties die daarop moeten toezien niet of in onvoldoende mate) Het gewonde zelfbeeld is emotioneel en psychologisch misbruik. Hoewel we als kind die zorg en warmte nodig hebben kunnen we ons niet hechten of veilig hechten.

Als kind hebben we niet het niveau van bewustzijn om te begrijpen dat het gedrag van ouderfiguren en bijzonder jeugdzorgbeleid hun eigen verwonding weerspiegelt en niets zegt over wie ze als kinderen zijn.

De beslissingen die “experts” nemen zegt niets over wie we als kinderen zijn.

Sommige beslissingen van die experts zullen bijdragen aan het gewonde zelfbeeld van het kind. Ze worden genomen door gebrek aan empathie, bureaucratie of zijn carrière gedreven, als een wederdienst of uit een valse collegialiteit.(bijvoorbeeld het toedekken van een verkeerd beleid)

Maar als kind “integreren” we wel die onbewuste boodschap die dat beleid of die interpretatie van dat beleid (door bijvoorbeeld een pleegzorgverantwoordelijke, of jeugdrechter) met zich meebrengt.

Als kind gaan we om met het verlies van liefde en goedkeuring door de mening van onszelf (zelfbeeld) aan te nemen die een ouderfiguur heeft, wat in feite het gekwetste zelfbeeld van de ouderfiguur is. Dat kunnen dus ook wisselende ouderfiguren zijn.

Hierdoor kunnen we nog steeds van de “verloren” “afwezige” “niet beschikbare” ouderfiguur houden en ons verbonden voelen, maar het wordt ook de lens waardoor we onszelf als volwassenen kunnen zien.

Zelfgenezing, “therapie”, excellente leerkrachten, excellente mentoren kunnen absoluut bijdragen tot het herstel van dit complex trauma. We herinneren we op latere leeftijd of we ontmoeten mensen die ons kunnen vertellen wat ons als kind is overkomen (door op zoek te gaan naar het innerlijke kind) en de goede voorbeelden van ouderfiguren te herinneren.

We leren de patronen te zien en met babystapjes komt de genezing van de kwetsuren uit het jeugdtrauma. Je hoeft daarom niet volledig je geschiedenis te kennen.

Een lens van het gewonde zelfbeeld waarvan we moeten genezen.

Hun stem kan onze eigen stem worden. Dit gewonde zelfbeeld is een manier van kijken naar het verleden, het nu en de toekomst.

Het gewonde zelfbeeld ziet er als volgt uit:

  1. Zeer kritisch zijn op onszelf.
  2. Onszelf straffen of beperken zoals een ouderfiguur deed.
  3. Zichzelf hard chronisch vergelijken met anderen zoals een ouderfiguur deed.
  4. Body shaming.
  5. Zelfbeschadiging: alles wat je herhaaldelijk doet om tijdelijk de pijn te verlichten, terwijl het aan het einde van de cyclus meer schade veroorzaakt.
  6. Zichzelf verlaten, onze behoeften verraden en geen duidelijke grenzen hebben of in acht nemen.