We gaan op wolvenjacht vandaag en morgen.

Volwassenen die verslaafd zijn aan hun eigen stresshormonen waren ooit kinderen die leefden in onvoorspelbare omgevingen van overreactie, woedespiralen en angst. Ze waren op wolvenjacht, renden steeds weg. Want in het hol:

We kijken in het hol.

We ruiken in het hol.

Dan voelen we in het hol.

We voelen iets zachts.

We voelen iets harigs.

EEN WOLF! RENNEN!!!

Zou dat de reden zijn waarom sommige volwassen het zich te moeilijk maken op hun wolvenjacht?

Zou dat de reden zijn waarom ze dikwijls zwart-wit-denken en moeilijk kunnen omgaan met “onzekerheid”?

Genezing is ons bewust worden van wanneer we onbewust chaos zoeken, waarom we het doen en hoe vaak.

Willen we dan een gemakkelijk leven? Nee, want we weten ook te veel over wolvenjacht.

We zijn gevoelig geworden. Dan zou al onze miserie zinloos zijn geweest. Met dit bewustzijn kunnen we ons lichaam veiligheid in het heden leren brengen. Stilstaan, bewust in het nu en misschien dankbaar.

Als we onbewust blijven over ons verleden als kind kunnen we het familiale verleden herhalen.

Net zoals we vast kunnen komen te zitten in de gewelddadige relatie door te denken dat we de misbruiker kunnen veranderen en repareren, kunnen we vastlopen in herstel door te willen dat dingen anders zijn dan ze werkelijk zijn.

We willen gerechtigheid, we willen eerlijkheid, we willen dat de waarheid naar buiten komt, we willen dat mensen ons horen en geloven, we willen dat de lastercampagne stopt. We willen al deze dingen en we wachten tot ze gebeuren.

In werkelijkheid gebeuren deze dingen zelden nadat we een narcist hebben verlaten of ons gedistantieerd van een narcistische organisatie of narcistische autoriteiten.

Soms duurt de wolvenjacht jaren, en soms stopt het onrecht helemaal niet.

We kunnen ons herstel, ons verwerken van ons verlies niet afhankelijk maken van deze dingen waar we geen controle over hebben zoals de rechtbank of pleegzorg, maar dat was wat ik probeerde te doen! We moeten open staan voor een toekomst en ten volle leven nu met of zonder onze geliefden.

Het is goed anderen te overtuigen als ze erom vragen.

Bovendien is goed je verhaal te vertellen in een boek, in een post op sociale media zodat sommigen je kant kunnen zien als ze erom vragen.

Het is goed elkaar te steunen, met lotgenoten, te zien dat het zal anders zijn binnen 10 jaar, 15 jaar. Dat andere ouders, grootouders, pleegouders dit ook meemaken. Maar besef ook dat het een langzaam bewustmakingsproces is. Je mag ambitie hebben, maar combineer dat ook met geduld.

Het mag je niet gek maken dat sommigen je niet willen horen.

Want als je blijft proberen te overtuigen, met de verkeerde timing, met dezelfde woorden, zonder de connectie en eerst geluisterd te hebben heb je geen kans. Ze zullen denken dat je gekker geworden bent. Het gevolg is dat men je poging om te veranderen als een boemerang in je gezicht werpt. En de realiteit is daar: sommigen zijn niet te overtuigen!

Veelal willen hulpverleningsorganisaties niet horen wat je te zeggen hebt over de wolvenjacht!

Het is moeilijk om te accepteren dat het anderen niets kon schelen wat ik hen probeerde te vertellen. De rechtbank legde me het zwijgen op voor ik mijn punt kon maken. Het verslag van de jeugdrechtbankassistente stond vol fouten, onwaarheden en bevatte niet de essentie namelijk dat L. de helft van zijn leven gedurende zijn sterkste hechtingsperiode bij ons was, en dat we er vertrouwen in hebben dat een overgang naar de moeder mogelijk is.

Je wilt niet accepteren dat je geen verontschuldiging zou krijgen voor het machtsspel van pleegzorg en bijzondere jeugdzorg. Je wilt niet accepteren dat je geen rechtzetting zult krijgen dat pleegzorg een kind van 18 maanden naar een instelling stuurt terwijl een netwerkplaatsing bij ons mogelijk is.

Het netwerk dat ik had opgebouwd wordt als onprofessioneel beschouwd door pleegzorg, terwijl OCJ vragende partij was.

Ik wilde niet accepteren dat de pleegzorg niet verantwoordelijk zou worden gehouden voor haar onmenselijke advies die zelfs tegen de pleegzorgwet van 2014 in ging.

En toch is het precies dit wat ik nodig heb om die waarheden te accepteren in plaats van te blijven ertegen te vechten.

Bewust worden over ons verleden doen we door in stilte te luisteren, ademwerk of egowerk te doen, ruimte te scheppen voor creativiteit en de pijn van dit verleden uit ons lichaam te verschuiven in plaats van te ontkennen.

We gaan op wolvenjacht.

We zijn niet bang.

Want we zijn met z’n allen.

En we gaan een hele grote vangen.

Dan komen we bij het hoge gras.

We kunnen er niet onderdoor.

We kunnen er niet overheen.

Ook kunnen we er niet omheen.

We moeten er doorheen.

De verleiding is bijna te groot.

Om de pijn te mijden, om er overheen te vliegen of eronderdoor te kruipen, maar er is in de weg van de spiritualiteit, hoe mystiek het ook kan zijn, geen route die de pijn vermijdt of ontvlucht of ontwijkt.

We kunnen er niet boven over, we kunnen er niet onderdoor, we moeten er wel dwars doorheen.

Er bestaat ook geen boven over, want spiritualiteit verbindt zich aan de pijn en daalt erin af.

Dat werkt genezend dat doet ons groeien. Er overheen is niet de weg van de mystiek, want dan loop je zomaar de begeestering zelf mis.

Allemaal niet onoverkomelijk, maar soms is het gewoon niet te verdragen, soms is het te moeilijk en de opgave te groot, het vertrouwen te klein, dan komt er wel weer een nieuw moment.

De opgave om de jeugdrechtbank en de pleegzorgdienst met één slag te veranderen is te groot!

Er komen momenten genoeg als we er voor kiezen niet te vermijden, door de automatische piloot te stoppen om kleine stappen vooruit te zetten en om lotgenoten te ontmoeten en initiatieven te nemen om verder bewust te maken. (van onze vele kleine of grote verslavingen)

En er onderdoor? Eraan onderdoor? Het opgeven. Jezelf erin begraven? We kunnen er ook niet onderdoor. Bovendien worden we soms neergeveld, maar gaan we er niet aan dood. Men jaagt ons op, maar we worden niet in de steek gelaten. Onze vrienden blijven ons dragen en we hebben onze veerkracht. We zien geen uitweg meer, maar zijn niet ten einde raad.

Er is veel verdriet, maar geen hopeloosheid, frustratie, maar geen cynisme, leegte, maar gevuld met ruimte.

We kunnen er niet boven over, we kunnen er niet onderdoor, we moeten en kunnen er wel dwars doorheen. Geen overreactie, geen woedespiralen en angst. Maar blijven ademen en een positieve uitkomst zien als een visionair.

Licht moet schijnen uit de duisternis!

2 Korientiërs 4 : Neen, wij geven de moed niet op. Al gaan wij ook ten onder naar de uitwendige mens, ons innerlijk leven vernieuwt zich van dag tot dag. 17De lichte kwelling van een ogenblik bezorgt ons een alles overtreffende, altijddurende volheid van glorie. 18 wij houden het oog gericht niet op het zichtbare, maar op het onzichtbare; wat wij zien gaat voorbij, de onzichtbare dingen duren eeuwig.

Paulus aan het woord:

Men bestookt ons aan alle kanten, maar raken toch niet klem; we zien geen uitweg meer, maar wij zijn nooit ten einde raad; we worden opgejaagd, maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeveld maar gaan er niet aan dood. Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, want ook het leven van Jezus moet in ons lichaam openbaar worden. Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus zich zou openba­ren in ons sterfelijk bestaan.”