Er is een vraag die mij de laatste tijd steeds vaker bezighoudt.
Niet: wie gaat de volgende verkiezingen winnen?
Niet: welke partij heeft de beste slogan?
Zelfs niet: is dit links of rechts?
Mijn vraag is veel eenvoudiger en tegelijkertijd veel moeilijker:
Wat voor gemeenschap willen we eigenlijk zijn?
Ook hier, in Hooglede en Gits.
Want uiteindelijk wordt politiek heel concreet. Het gaat over de straat waarin je woont. Over het fietspad waarlangs je kind naar school rijdt. Over de landbouwer enkele huizen verder. Over de zelfstandige die ‘s morgens vroeg zijn zaak opent. Over de oudere buurvrouw die steeds minder mensen ziet. Over het gezin dat moeite heeft om de facturen te betalen.
En dan merk je dat achter al die praktische beslissingen een veel diepere vraag verborgen zit:
Hoe kijken wij naar elkaar?
Daar botsen vandaag twee heel verschillende politieke verhalen op elkaar.
Het ene verhaal is dat van het nationalisme.
Het andere verhaal vertrekt vanuit principes die diep in de christelijke traditie geworteld zijn: menselijke waardigheid, naastenliefde, dienstbaarheid, solidariteit, verantwoordelijkheid, rentmeesterschap, verzoening en hoop.
Die tegenstelling verdient nuance. Liefde voor Vlaanderen, onze taal, geschiedenis, streek of plaatselijke tradities is niet automatisch nationalisme. Er is niets verkeerd aan verbondenheid met de plaats waar je woont. Integendeel.
Het probleem ontstaat wanneer liefde voor het eigene verandert in een politiek van “eigen volk eerst”, wanneer identiteit belangrijker wordt dan menselijke waardigheid en wanneer politiek voortdurend moet bepalen wie werkelijk bij ons hoort.
Dan wordt de vraag interessant.
Want wat gebeurt er wanneer we zo’n nationalistische logica naast het evangelie leggen?

Eerst iets belangrijks: van Hooglede houden is geen nationalisme
Ik hou van het landelijke karakter van onze streek.
Van onze dorpen.
Van West-Vlaamse eigenzinnigheid.
Van mensen die niet veel woorden nodig hebben om toch klaar te staan wanneer iemand hulp nodig heeft.
Van landbouw, lokale ondernemingen, verenigingen, jeugdbewegingen, parochiale tradities, wielerwedstrijden, vrijwilligers en buurtfeesten.
Dat allemaal willen bewaren, is geen probleem.
Sterker nog: een gemeenschap zonder geheugen wordt oppervlakkig.
Maar christelijk denken stelt onmiddellijk een belangrijke grens.
Onze liefde voor het eigene mag nooit afhankelijk worden van het kleiner maken van de ander.
Je hoeft de ander niet uit te sluiten om van je eigen dorp te houden.
Je hoeft een nieuwkomer niet te wantrouwen om Vlaamse cultuur belangrijk te vinden.
Je hoeft Brussel niet te haten om Hooglede graag te zien.
Je hoeft geen vijand te creëren om ergens thuis te horen.
Dat onderscheid lijkt klein.
Politiek is het enorm.
Nationalisme begint vaak met “wij”
Dat woord klinkt onschuldig.
Wij.
Wij Vlamingen.
Wij Hoogleedenaars.
Wij mensen van hier.
Wij belastingbetalers.
Wij gewone mensen.
Maar onmiddellijk verschijnt er een tweede vraag:
Wie zijn dan “zij”?
Want nationalistische politiek heeft vaak een grens nodig tussen insiders en outsiders.
Tussen mensen die vanzelfsprekend behoren tot de gemeenschap en mensen die eerst moeten bewijzen dat ze erbij mogen horen.
Het evangelie doet iets merkwaardigs met die grens.
Wanneer Jezus gevraagd wordt: “Wie is mijn naaste?”, antwoordt Hij met het verhaal van de barmhartige Samaritaan.
Dat is geen toevallige keuze.
De Samaritaan behoorde juist níét tot de vanzelfsprekende eigen groep van Jezus’ toehoorders.
Met andere woorden: Jezus beantwoordt de vraag “Wie behoort tot mijn kring?” door de kring open te breken.
Dat heeft politieke gevolgen.
Het eerste principe: menselijke waardigheid komt vóór identiteit
Nationalistische politiek kan gemakkelijk vertrekken vanuit identiteit:
Wie behoort tot ons?
Christelijke politiek zou met een andere vraag moeten beginnen:
Wie heeft ons nodig?
Dat verschil is fundamenteel.
Want menselijke waardigheid wordt in het christendom niet toegekend door een paspoort, afkomst, inkomen, productiviteit of politieke overtuiging.
Een mens bezit waardigheid omdat hij mens is.
Dat betekent voor Hooglede iets heel concreets.
Een kind uit een arm gezin heeft dezelfde waarde als een kind uit een rijk gezin.
Een persoon met een beperking heeft dezelfde waarde.
Een dementerende oudere heeft dezelfde waarde.
Een landbouwer die financieel vastloopt heeft dezelfde waarde.
Een nieuwkomer heeft dezelfde waarde.
En iemand die politiek totaal anders denkt dan jij?
Ook.
Dat laatste is misschien het moeilijkste.
“Wat je voor de geringsten hebt gedaan…”
In Matteüs 25 zegt Jezus iets wat eigenlijk bijzonder ongemakkelijk is voor iedere politicus:
“Alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.”
Stel dat we dat eens als politieke toetssteen gebruiken.
Dan vragen we bij de gemeentebegroting niet alleen:
Hoeveel investeren we?
Maar:
Wie wordt er beter van?
Wie bereiken we niet?
Welk kind kan niet mee op kamp?
Welke oudere raakt digitaal niet meer mee?
Welke mantelzorger zit tegen zijn grenzen?
Welk gezin stelt tandzorg uit?
Welke inwoner begrijpt zijn administratieve brieven niet?
Wie heeft recht op ondersteuning maar vraagt ze niet?
Dat is een radicaal andere manier om naar lokaal bestuur te kijken.
Niet de sterkste groep wordt de maatstaf.
Juist de kwetsbaarste mens wordt onze morele thermometer.
“Laat de kinderen tot Mij komen”
Ook kinderen krijgen bij Jezus een merkwaardige plaats.
In een samenleving waarin kinderen weinig maatschappelijke macht hadden, plaatst Hij hen letterlijk in het midden.
Daar zit een prachtige politieke gedachte in.
Zet degene die nauwelijks macht heeft in het centrum van je besluitvorming.
Wat zou er gebeuren wanneer we dat in Hooglede letterlijk deden?
Wanneer we bij belangrijke investeringen zouden vragen:
Wat betekent dit voor een kind dat hier in 2040 volwassen zal zijn?
Dan worden kinderopvang, onderwijs, veilige schoolroutes, speelruimte, natuur, klimaat en betaalbaar wonen plots met elkaar verbonden.
Want een kind heeft niet alleen vandaag een speelplein nodig.
Het heeft later ook een betaalbare woning, een leefbare omgeving en perspectief nodig.
Investeren in kinderen is daarom geen uitgave aan een belangengroep.
Het is investeren in mensen die onze gemeente later zullen dragen.
Nationalisme kijkt naar grenzen, christendom naar nabijheid
Daar zit misschien wel het grootste verschil.
Nationalisme vraagt:
Waar loopt onze grens?
Jezus vraagt:
Wie ligt er langs onze weg?
Dat is precies de pointe van de barmhartige Samaritaan.
De priester ziet de gewonde man.
De Leviet ziet hem ook.
Maar ze lopen verder.
De Samaritaan stopt.
Hij vraagt niet eerst naar afkomst.
Hij vraagt niet hoe lang de man al in de streek woont.
Hij vraagt zelfs niet of de man misschien gedeeltelijk zelf verantwoordelijk is voor zijn situatie.
Hij ziet iemand die hulp nodig heeft.
En hij handelt.
Dat betekent niet dat een gemeentebestuur iedereen onbeperkt alles moet geven.
Christelijke solidariteit is geen beleid zonder grenzen, regels of verantwoordelijkheid.
Maar het uitgangspunt verandert.
Niet:
“Hoe vermijden we dat iemand iets krijgt waarop hij misschien geen recht heeft?”
maar eerst:
“Hoe zorgen we ervoor dat iemand die werkelijk hulp nodig heeft niet tussen de mazen van het net valt?”
Daarna komen verantwoordelijkheid, controle en redelijkheid.
Solidariteit zonder verantwoordelijkheid werkt niet
Dat moet ook gezegd worden.
Een christelijk geïnspireerde politiek is niet hetzelfde als zeggen dat de overheid ieder probleem moet oplossen.
Ook verantwoordelijkheid hoort bij menselijke waardigheid.
Mensen zijn niet uitsluitend slachtoffers van omstandigheden.
Ze beschikken ook over mogelijkheden, talenten en verantwoordelijkheid.
De gelijkenis van de talenten herinnert ons daaraan.
Wat je gekregen hebt, mag je ontwikkelen.
Daarom moeten we ondernemerschap ondersteunen.
Daarom verdient werken waardering.
Daarom moeten mensen kansen krijgen om opnieuw zelfstandig te worden wanneer ze tijdelijk ondersteuning nodig hebben.
Daarom zijn onderwijs, opleiding en activering zo belangrijk.
Maar er is een verschil tussen zeggen:
“Je bent verantwoordelijk voor wat je met je mogelijkheden doet”
en:
“Als je valt, zoek het dan zelf maar uit.”
Een christelijke gemeenschap zegt:
Wij helpen je overeind.
En vervolgens:
Nu proberen we samen opnieuw vooruit te gaan.
Een landbouwer is meer dan een economisch dossier
Diezelfde menselijke blik hebben we nodig voor landbouw.
Het debat wordt soms absurd eenvoudig gemaakt.
Aan de ene kant landbouw.
Aan de andere kant natuur.
Alsof we verplicht zijn één kamp te kiezen.
Een christelijke visie op rentmeesterschap biedt een interessantere weg.
De aarde is niet uitsluitend bezit.
Ze is ons toevertrouwd.
Wij mogen haar gebruiken.
Wij mogen ervan leven.
Maar wij hebben niet het morele recht haar uitgeput door te geven aan onze kinderen.
Tegelijkertijd is de landbouwer geen obstakel voor natuurbeleid.
Het is een mens.
Een ondernemer.
Iemand met een gezin.
Iemand die investeringen heeft gedaan.
Iemand die soms generaties familiegeschiedenis op dezelfde grond draagt.
Daarom betekent rentmeesterschap voor Hooglede:
zorg voor landbouw én zorg voor landschap.
Waterbeheer.
Gezonde bodem.
Erosiebestrijding.
Economisch leefbare landbouw.
Lokale voedselproductie.
Open ruimte.
Niet vanuit een loopgravenoorlog.
Maar samen rond dezelfde tafel.
“De sabbat is er voor de mens”
Er is nog zo’n merkwaardige uitspraak van Jezus:
“De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat.”
Je zou kunnen zeggen:
Wat heeft dat nu met gemeentepolitiek te maken?
Heel veel.
Het gaat over de verhouding tussen regels en mensen.
Regels zijn noodzakelijk.
Vergunningen zijn noodzakelijk.
Administratie is noodzakelijk.
Controle is soms noodzakelijk.
Maar uiteindelijk bestaat de overheid voor mensen.
Niet andersom.
Daarom moet een menselijke gemeente voortdurend vragen:
Dient deze procedure nog het doel waarvoor ze gemaakt werd?
Kunnen inwoners onze brieven begrijpen?
Kan iemand die digitaal minder vaardig is nog terecht bij een mens?
Moet een kleine zelfstandige werkelijk langs vijf verschillende diensten voor één dossier?
Kan iemand met complexe sociale problemen één begeleider krijgen in plaats van telkens opnieuw zijn verhaal te moeten vertellen?
Dat klinkt misschien niet spectaculair.
Maar juist daar wordt politieke menselijkheid zichtbaar.
Macht of dienstbaarheid?
Nationalisme heeft vaak een sterke fascinatie voor macht.
Wie bestuurt?
Wie bepaalt?
Wie heeft controle?
Wie moet zich aanpassen?
Wie is baas in eigen land?
Het evangelie zet daar een bijna provocerend beeld tegenover.
Jezus wast de voeten van zijn leerlingen.
De leider knielt.
En Hij zegt:
“Wie onder jullie groot wil worden, moet jullie dienaar zijn.”
Probeer dat eens naar lokale politiek te vertalen.
Een burgemeester is dan niet de belangrijkste inwoner van Hooglede.
Een burgemeester krijgt juist een bijzondere verantwoordelijkheid voor Hooglede.
Hetzelfde geldt voor schepenen en gemeenteraadsleden.
Een mandaat is geen status.
Het is geleend vertrouwen.
Dat betekent aanwezig zijn.
Luisteren.
Beslissingen uitleggen.
Belangenconflicten vermijden.
Kritiek verdragen.
Fouten erkennen.
En vooral niet vergeten dat het gemeentehuis eigendom is van de gemeenschap, niet van de mensen die er tijdelijk besturen.
“Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn”
Misschien moeten we deze woorden zelfs boven iedere gemeentebegroting hangen.
Want politici kunnen prachtige dingen zeggen.
Iedereen vindt kinderen belangrijk.
Iedereen vindt ouderen belangrijk.
Iedereen houdt van verenigingen.
Iedereen vindt verkeersveiligheid belangrijk.
Iedereen vindt natuur belangrijk.
Maar uiteindelijk komt de echte test:
Waar geven we ons geld aan uit?
Daar worden waarden concreet.
Als we zeggen dat kinderen onze toekomst zijn maar besparen op opvang, klopt er iets niet.
Als we zeggen dat ouderen respect verdienen maar niets doen tegen eenzaamheid, klopt er iets niet.
Als we zeggen dat verenigingen het hart van onze gemeente zijn maar hen verdrinken in administratie, klopt er iets niet.
Als we zeggen dat klimaat belangrijk is maar iedere beslissing doorschuiven naar later, klopt er iets niet.
Een begroting is daarom nooit alleen financieel.
Een begroting is een moreel document.
Ze vertelt wat wij werkelijk belangrijk vinden.
Nationalisme heeft vijanden nodig. Democratie heeft tegenstanders nodig
Dit vind ik misschien een van de belangrijkste verschillen.
Politiek nationalisme kan gemakkelijk functioneren door tegenstellingen steeds scherper te maken.
Wij tegen zij.
Echte Vlamingen tegen anderen.
Platteland tegen stad.
Werkenden tegen mensen met een uitkering.
Auto tegen fiets.
Boer tegen natuur.
Links tegen rechts.
Maar Jezus zegt iets wat bijna onmogelijk klinkt:
“Heb je vijanden lief.”
Dat betekent niet dat we het overal over eens moeten zijn.
Democratie heeft conflict nodig.
Een gemeenteraad waarin iedereen altijd hetzelfde denkt, is geen gezonde gemeenteraad.
Maar er is een enorm verschil tussen een tegenstander en een vijand.
Een tegenstander zegt:
Ik denk dat jouw voorstel verkeerd is.
Een vijandbeeld zegt:
Jij bent het probleem.
Dat laatste vernietigt democratie langzaam van binnenuit.
Voor Hooglede zou daarom een eenvoudig principe kunnen gelden:
we bestrijden ideeën, geen mensen.
We kunnen scherp debatteren.
We kunnen tegenstemmen.
We kunnen beleid bekritiseren.
Maar daarna kunnen we elkaar nog aankijken.
Want morgen komen we elkaar tegen bij de bakker, op een voetbalwedstrijd, tijdens een activiteit of gewoon op straat.
Dat is lokale democratie.
“Zalig de vredestichters”
Vrede betekent daarbij niet dat iedereen stil moet zijn.
Een vredestichter vermijdt conflict niet noodzakelijk.
Soms benoemt hij juist een conflict dat te lang onder tafel werd geveegd.
Maar hij probeert mensen daarna opnieuw bij elkaar te brengen.
Dat kan heel concreet.
Bij ruimtelijke projecten inwoners vroeg betrekken.
Bij mobiliteitsproblemen niet wachten tot kampen zich hebben ingegraven.
Landbouwers betrekken bij natuur- en waterbeleid.
Jongeren niet alleen vragen wat ze willen nadat een plan al geschreven is.
Buurtbewoners laten meepraten voordat grote veranderingen definitief zijn.
Niet omdat inwoners altijd hun zin moeten krijgen.
Maar omdat gehoord worden iets anders is dan gelijk krijgen.
Participatie is geen zwakte van bestuur. Het is volwassen democratie.
En wat met mensen die hier niet geboren zijn?
Hier wordt het verschil met nationalistische politiek misschien het duidelijkst.
Jezus zegt in Matteüs 25:
“Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij op.”
Dat is ongemakkelijk.
Want de vreemdeling is per definitie iemand die niet tot de oorspronkelijke groep behoort.
Dat betekent niet dat er geen integratie mag worden verwacht.
Natuurlijk wel.
Taal leren is belangrijk.
De wet respecteren is belangrijk.
Participeren is belangrijk.
Werken wanneer dat mogelijk is, is belangrijk.
Kennismaken met onze gebruiken en onze samenleving is belangrijk.
Maar integratie werkt in twee richtingen.
Je kunt tegen iemand zeggen:
Doe mee.
Maar dan moet er ook ergens zijn waar die persoon mee mág doen.
Een sportvereniging.
Een buurt.
Een school.
Een vrijwilligersorganisatie.
Een werkplek.
Een gesprek.
Daar kan een gemeente verschil maken.
Niet door grote ideologische verklaringen over migratie — veel daarvan behoort niet eens tot de gemeentelijke bevoegdheid — maar door ervoor te zorgen dat mensen die hier daadwerkelijk wonen elkaar leren kennen.
Christelijke politiek mag nooit christelijke machtspolitiek worden
Dat is cruciaal.
Een christelijk geïnspireerd bestuur betekent voor mij niet dat christenen meer rechten krijgen.
Niet dat de Bijbel een gemeentelijk wetboek wordt.
Niet dat mensen die anders geloven zich moeten aanpassen aan een religieuze meerderheid.
Integendeel.
Wanneer het christendom werkelijk gelooft in de waardigheid van iedere mens, moet het ook diens gewetensvrijheid verdedigen.
De katholiek.
De protestant.
De moslim.
De vrijzinnige.
De agnost.
De atheïst.
Iedereen.
Daarom ligt er een fundamentele grens tussen christelijke inspiratie en religieus nationalisme.
Geloof mag bepalen waarom ik wil dienen. Het geeft mij niet het recht anderen te overheersen.
Dat verschil kunnen we niet genoeg benadrukken.
Zorg voor de schepping is geen hobby van groene mensen
Ook klimaatbeleid krijgt vanuit deze visie een andere betekenis.
Niet:
we moeten dit omdat Europa het zegt.
Maar:
wat geven wij door?
Hooglede heeft zich geëngageerd om zijn CO₂-uitstoot aanzienlijk te verminderen.
Dat wordt heel concreet wanneer we spreken over woningen, gemeentelijke gebouwen, bomen, waterbuffering, mobiliteit en open ruimte.
Een veilig fietspad is klimaatbeleid.
Een goed geïsoleerde sociale woning is klimaatbeleid én sociaal beleid.
Een wadi is klimaatbeleid én bescherming tegen wateroverlast.
Een boom is biodiversiteit én verkoeling.
Een gezonde bodem is landbouwbeleid én klimaatbeleid.
Daar komt rentmeesterschap opnieuw binnen.
Wij hebben de wereld niet gekregen om hem in één generatie op te gebruiken.
Maar klimaatbeleid moet rechtvaardig zijn
Ook hier biedt een christelijke visie correctie.
Want het is gemakkelijk groene politiek te voeren wanneer je genoeg geld hebt.
Je koopt een elektrische wagen.
Je isoleert je woning.
Je legt zonnepanelen.
Maar wat met een alleenstaande die nauwelijks zijn energiefactuur betaalt?
Wat met een oudere woning die dringend renovatie nodig heeft?
Wat met een huurder die zelf niet over renovaties beslist?
Dan komt opnieuw de vraag:
Wie draagt de zwaarste last?
Een rechtvaardige klimaattransitie zorgt ervoor dat de mensen met de kleinste portefeuille niet de grootste rekening betalen.
Ecologie zonder sociale rechtvaardigheid mist iets fundamenteels.
“Aan hun vruchten zul je hen herkennen”
En uiteindelijk moeten we ook onze eigen mooie woorden wantrouwen.
Ook christelijke woorden.
Naastenliefde.
Solidariteit.
Rentmeesterschap.
Gemeenschap.
Het zijn prachtige begrippen.
Maar Jezus geeft zelf een eenvoudige test:
“Aan hun vruchten zul je hen herkennen.”
Dat is misschien wel het beste politieke evaluatiecriterium dat ik ken.
Niet:
Wat stond er in het verkiezingsprogramma?
Maar:
Wat gebeurde er werkelijk?
Zijn schoolroutes veiliger?
Kunnen meer kinderen deelnemen aan sport en jeugdbeweging?
Worden mantelzorgers beter ondersteund?
Kunnen ouderen langer zelfstandig wonen?
Is onze dienstverlening eenvoudiger?
Beschermen we open ruimte?
Helpen we landbouwers vooruit?
Hebben ondernemers minder administratieve rompslomp?
Vermindert energieverbruik?
Worden inwoners beter betrokken?
Dan kunnen we spreken over resultaten.
Zo niet, dan moeten politici niet uitleggen waarom de inwoners het verkeerd begrepen hebben.
Dan moet het beleid beter.
Nationalisme vraagt wie erbij hoort. Naastenliefde vraagt wie we dreigen te vergeten
Misschien komt alles uiteindelijk daarop neer.
Nationalisme stelt gemakkelijk de vraag:
Wie behoort tot ons?
De christelijke sociale traditie stelt een andere:
Wie dreigen wij te vergeten?
Het verloren schaap.
De gewonde langs de weg.
Het kind.
De arme.
De vreemdeling.
De zieke.
De gevangene.
Opvallend vaak richt Jezus zijn aandacht juist op degene die buiten beeld raakt.
Daar zit een verrassend moderne bestuursfilosofie in.
Want ook overheden werken graag met gemiddelden.
95 procent bereikt?
Prima.
Maar het evangelie vraagt naar die overige vijf procent.
Wie zijn zij?
Waarom bereiken we hen niet?
Misschien is dat wel een prachtige opdracht voor sociaal beleid in Hooglede:
zoek ook de mensen die zelf niet meer aankloppen.
Hoop is ook politiek
Nationalistische bewegingen groeien vaak op angst.
Angst dat we iets verliezen.
Onze identiteit.
Onze welvaart.
Onze veiligheid.
Onze cultuur.
Onze manier van leven.
Sommige zorgen daarachter zijn reëel en verdienen een ernstig antwoord.
Maar angst is een slechte permanente bestuurder.
Het christendom heeft daar een ander woord tegenover gezet.
Hoop.
Geen goedkope hoop.
Niet: alles komt vanzelf goed.
Christelijke hoop is werkwoordelijk.
Je plant een boom waarvan je misschien nooit zelf de volledige schaduw zult zien.
Je investeert in een kind zonder te weten wat dat kind later zal worden.
Je helpt iemand opnieuw overeind zonder garantie dat hij nooit meer zal vallen.
Je beschermt open ruimte waarvan vooral toekomstige generaties zullen genieten.
Je bouwt een gemeenschap waarvan je weet dat jij haar eindresultaat nooit zult meemaken.
Dat is hoop.
Misschien is dát de keuze voor Hooglede
Niet tussen links en rechts.
Niet tussen gelovigen en ongelovigen.
Niet tussen traditie en vooruitgang.
Maar tussen twee manieren om gemeenschap te begrijpen.
Een gemeenschap die steeds opnieuw vraagt:
“Wie hoort bij ons?”
of een gemeenschap die vraagt:
“Wie is mijn naaste?”
Ik kies voor het tweede.
Voor menselijke waardigheid boven afkomst.
Voor dienstbaarheid boven macht.
Voor solidariteit naast verantwoordelijkheid.
Voor rentmeesterschap boven kortetermijnwinst.
Voor kinderen die kansen krijgen.
Voor ouderen die niet onzichtbaar worden.
Voor landbouwers die perspectief hebben.
Voor ondernemers die kunnen ondernemen.
Voor verenigingen die mensen verbinden.
Voor klimaatbeleid dat niemand achterlaat.
Voor integratie die verantwoordelijkheid vraagt én deuren opent.
Voor democratie waarin tegenstanders geen vijanden worden.
Voor een overheid waarin regels de mens dienen.
En voor politiek die niet voortdurend angst organiseert, maar hoop mogelijk maakt.
Misschien klinkt dat idealistisch.
Maar kijk eens rond.
Het bestaat al.
In de vrijwilliger die iedere week klaarstaat.
In de buur die boodschappen meebrengt voor iemand die moeilijk te been is.
In de trainer die een kind toch laat deelnemen wanneer het thuis financieel moeilijk is.
In de ondernemer die iemand een nieuwe kans geeft.
In de landbouwer die een strook grond vrijmaakt voor natuur.
In de mantelzorger die voor de zoveelste keer opstaat.
In mensen die elkaar helpen zonder eerst te vragen:
“Ben jij wel een van ons?”
Daar begint gemeenschap.
Niet in een vlag.
Niet in een slogan.
Niet in een verkiezingsprogramma.
Maar in de manier waarop mensen elkaar behandelen.
En misschien is dat uiteindelijk de meest christelijke politieke vraag die we ook in Hooglede kunnen stellen:
Niet: wie behoort tot mijn volk?
Maar:
Wie is mijn naaste — en wat betekent het vandaag om voor hem of haar een goede naaste te zijn?
Daar kan politiek beginnen.
En daar kan een andere vorm van lokale politiek uit groeien.
Niet gebouwd op angst voor wie anders is.
Maar op verantwoordelijkheid voor elkaar.
Niet op overheersing.
Maar op dienstbaarheid.
Niet op uitsluiting.
Maar op menselijke waardigheid.
Niet op de gedachte dat onze beste tijd achter ons ligt.
Maar op de overtuiging dat wij samen nog iets beters kunnen bouwen.
Voor Hooglede. Voor Gits. Voor wie hier vandaag woont. En voor wie hier morgen zal opgroeien.
Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.
Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.
✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier
Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan. Like, comment en share!
Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.
👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Je vindt de groeitaken bovenaan de blog. Kleine stappen, grote transformaties.
Laat een reactie achter. Jouw stem kan iemand anders de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.
👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.
🌿 Samen bouwen we aan herstel, kracht en emotionele vrijheid.
Liefs Annemie en Johan Persyn-Declercq
Steun narcisme.blog door aankopen bij bol.