Inleiding

Ruimtevaart inspireert, verbindt en duwt technologische grenzen op. Maar naast alle pracht zien we ook een milieu-impact die groeit. In deze blog bespreek ik stap voor stap de CO₂-uitstoot van ruimtevaart per land. Dit omvat bemande en onbemande missies. Zowel directe als indirecte uitstoot worden behandeld. Bovendien werk ik met signaalwoorden zoals bovendien, daarnaast en tot slot om de flow scherp te houden.

1. Directe uitstoot: raketlanceringen

2. Indirecte uitstoot: van fabriek tot lanceerbasis

3. Totale emissies per land (direct + indirect)

Wereldwijd: Van ongeveer 25 kt CO₂ in 2020 naar bijna 60 kt in 2023, grotendeels terecht te voeren naar de VS en China (The Guardian, milkywayeconomy.com).

Klimaatimpact: Black carbon in de stratosfeer is 500× sterker dan op aarde, en draagt bij aan vertraging van ozonherstel (WIRED).

Directe versus indirecte uitstoot: twee kanten van dezelfde medaille

Enerzijds hebben we de directe uitstoot van raketlanceringen: de rookpluimen die we bij elke lancering zien bevatten CO₂ en andere gassen die vrijkomen bij de verbranding van raketbrandstoffen. Afhankelijk van het type brandstof komen hier ook waterdamp, stikstofoxiden, chloorverbindingen (bij vaste brandstoffen) en roet (black carbon) bij vrijcarbonmarketwatch.orgspacelaunchschedule.com. Die directe emissies verschillen per raket. Een raket op kerosine en vloeibare zuurstof – zoals SpaceX’s Falcon 9 – stoot voornamelijk CO₂ en roet uit. Een Falcon 9 verbruikt per lancering zo’n 112 duizend kg kerosine, wat neerkomt op ongeveer 336 duizend kg CO₂-uitstoot alleen al tijdens die vluchtmilkywayeconomy.com. Ter vergelijking: dat is ruwweg evenveel CO2 als de uitstoot van 395 trans-Atlantische lijnvluchten (enkele reis) gezamenlijk milkywayeconomy.com.

Chinese Long March-raketten gebruiken vaak hydrazine-achtige brandstoffen (UDMH) met stikstofoxide als oxidator; die produceren iets minder CO₂ per kilogram brandstof, maar zijn wel zeer giftig en leveren ook broeikasgassen als waterdamp en roet op.

Anderzijds zijn er raketten die op vloeibare waterstof lopen (in combinatie met zuurstof) – denk aan NASA’s nieuwe SLS of ESA’s Ariane 5 – waarbij de directe CO₂-uitstoot minimaal is (de uitstoot is vooral waterdamp). Maar vergis je niet: die schone waterdamp-uitlaat gaat gepaard met andere problemen, zoals het aantasten van de ozonlaag in de stratosfeer spacelaunchschedule.com, en de productie van waterstof zelf is vaak allesbehalve CO₂-neutraal, daar komen we zo op terug.

Indirecte uitstoot vormt de andere kant van de medaille. Dit omvat alle CO₂-emissies die niet tijdens de lancering zelf vrijkomen, maar in de hele keten eromheen: de bouw van de raket, de productie en het transport van brandstoffen, de constructie van infrastructuur (lanceerplatforms, testfaciliteiten), en zelfs de productie van satellieten of ruimtecapsules. Uit een recent uitgebreid levenscyclusonderzoek blijkt dat het bouwen van de raket en het produceren van de benodigde brandstof goed kunnen zijn voor ruim 70% van de totale emissie-footprint van een ruimtemissie arxiv.org.

Daarentegen biedt techniek zoals herbruikbaarheid grote voordelen: door rakettrappen meerdere keren te gebruiken in plaats van telkens nieuwe te bouwen, wordt de productie-gerelateerde CO2 per vlucht drastisch verlaagd. Een studie berekende dat herbruikbare raketten zoals SpaceX’s Falcon 9 en Starship maar liefst 95% minder productie-emissies hebben per lancering vergeleken met traditionele wegwerpraketten arxiv.org! Bovendien werken fabrikanten aan efficiëntere productieprocessen en mogelijk het gebruik van koolstofarme materialen, wat de indirecte uitstoot verder kan drukken.

Om een voorbeeld van indirecte versus directe uitstoot te geven: NASA’s heavy-lift raket SLS (Space Launch System) gebruikte bij de Artemis I-maanmissie (onbemand, 2022) een kerntrap op vloeibare waterstof/zuurstof én twee krachtige vaste-stofboosters aan de zijkant.

Die vlucht werd geschat op ongeveer 116 ton CO₂-uitstoot in totaalresearch-archive.org. Vrijwel al die CO₂ kwam van de twee vastebrandstof-boosters (die een op ammoniumperchloraat en aluminium gebaseerde brandstof verbranden) research-archive.org. De waterstof/zuurstof-core stage zelf produceerde vooral water en veel minder CO₂ tijdens de vlucht research-archive.org.

Desondanks is het plaatje ingewikkelder: de productie van die vloeibare waterstof (via stoom-methaan reforming van aardgas) heeft waarschijnlijk vele malen meer CO₂ gekost achter de schermen. In feite gaat bij de gangbare productie van “grijze” waterstof een groot deel van de koolstof in het aardgas uiteindelijk als CO₂ de lucht in.

Zo bezien verschuift een deel van de emissies van de lanceerbasis naar de chemische fabriek. Ditzelfde geldt voor zuurstofproductie en het vervaardigen van high-tech raketmaterialen (bijvoorbeeld het smelten en bewerken van aluminium voor rakettanks kost veel energie).

Tot slot valt onder indirecte uitstoot ook de hele logistiek en operationele kant: denk aan het transport van raketten en satellieten (vaak met vrachtvliegtuigen of schepen), het energiegebruik van lanceerinstalla­ties, en testcampagnes. Al deze facetten maken duidelijk dat de CO₂-voetafdruk van ruimtevaart breder is dan enkel de vuurstraal bij lancering.

Nu we dit onderscheid helder hebben, is het tijd om de cijfers per land in te duiken. Wie lanceert de meeste raketten, en wat betekent dat in CO₂-termen? We bekijken de periode 2020–2025, waarin het aantal lanceringen flink is toegenomen.

Hieronder presenteren we per ruimtevaartnatie de ontwikkelingen, met zowel bemande vluchten (zoals ruimtevaartuigen met astronauten of toeristen) als onbemande satelliet- en verkenningsmissies in beschouwing genomen. Waar mogelijk vergelijken we de CO₂-uitstoot en belichten we bijzonderheden in elk programma.

Totale emissies per land (direct én indirect)

Een hand houdt een euro munt vast met de tekst '€1 = Hoop' op een warme achtergrond.
info €1 per maand… geef je een Oekraïens weeskind

Verenigde Staten

De VS staan aan kop met een gecombineerde CO₂-uitstoot van ongeveer 36.000 ton puur door directe raketlanceringen in 2023. Daar komt bovenop een forse indirecte uitstoot, bijvoorbeeld door de bouw van de raketten, de productie van kerosine en infrastructuur. Doordat raketten zoals de Falcon 9 deels herbruikbaar zijn, wordt de productie-emissie per vlucht sterk verlaagd (met tot 95 %), maar omdat er er veel gelanceerd wordt – wekelijks zelfs – tikt de totale voetafdruk flink aan. Bovendien speelt brandstofproductie (zoals grijze waterstof voor SLS) een rol in de keten.

Verenigde Staten: lanceringsexplosie en herbruikbare revolutie

Geen land lanceerde de afgelopen vijf jaar zo vaak een raket de ruimte in als de Verenigde Staten. Het aantal Amerikaanse orbitale lanceringen is pijlsnel gestegen, van 44 in 2020 naar een recordaantal van ruim 100 in 2023 (voorlopige cijfers) – meer dan een verdubbeling in korte tijd. Bovendien was ongeveer 90% van die Amerikaanse vluchten in 2023 afkomstig van SpaceX, dat met zijn Falcon 9-raket een ongekend lanceertempo heeft neergezetpayloadspace.com. Die toename in lanceerfrequentie zie je duidelijk terug in de geschatte CO₂-uitstoot. In 2020 veroorzaakten Amerikaanse lanceringen gezamenlijk rond de 15 duizend ton CO₂; in 2022 was dat al circa 26 duizend ton, en in 2023 zelfs rond de 36 duizend ton (zie grafiek hieronder). Deze sterke groei komt enerzijds door het hogere aantal vluchten, maar anderzijds heeft de VS ook stappen gezet die de uitstoot per individuele vlucht temperen.

Geschatte directe CO₂-uitstoot door raketlanceringen per land (2020–2023). De VS heeft veruit de grootste bijdrage, met een sterke stijging door het hoge lanceertempo. China volgt op afstand. Rusland en overige landen blijven relatief laag. Let op: dit zijn indicatieve cijfers; daadwerkelijke uitstoot varieert per rakettype (Bron: eigen berekeningen op basis van lanceeraantallenpayloadspace.comspacelaunchschedule.com en typische raket-emissiesmilkywayeconomy.com).

De Falcon 9-raket – het werkpaard van SpaceX – speelt in dit verhaal een hoofdrol. Deze middelzware draagraket vliegt op vloeibare zuurstof en kerosine (RP-1) en is sinds 2020 meer dan 200 keer gelanceerd. Cruciaal: Falcon 9 is deels herbruikbaar. De eerste rakettrap keert na elke lancering terug (op land of op een droneschip in zee) en kan meerdere malen opnieuw worden gebruikt. Dit bespaart niet alleen kosten, maar drukt ook de indirecte CO₂-uitstoot enorm: men hoeft immers niet voor elke vlucht een geheel nieuwe booster te bouwen. Zoals eerder genoemd, scheelt hergebruik tot 95% in de productie-emissies per vluchtarxiv.org. Bovendien heeft SpaceX de afgelopen jaren steeds meer raketten daadwerkelijk hergebruikt; sommige boosters hebben al meer dan 10 keer gevlogen. Hierdoor is de CO₂-voetafdruk per lancering lager dan bij traditionele expendable raketten. Toch blijft de directe uitstoot van een Falcon 9 aanzienlijk: ongeveer 336 ton CO₂ per lancering komt uit de uitlaat tijdens de vluchtmilkywayeconomy.com. Dit is vergelijkbaar met de jaarlijkse uitstoot van zo’n 100 gemiddelde personenauto’s samenresearch-archive.org. SpaceX lanceert inmiddels vrijwel wekelijks, dus dit tikt op jaarbasis aan. Daarnaast lanceert de VS nog zware raketten zoals Falcon Heavy (met drie boosterstappen, dus een veelvoud aan brandstof) en NASA’s SLS (eenmaal in 2022 voor Artemis I, met ~116 ton CO₂ directresearch-archive.org), alsook diverse kleinere lanceringen door andere bedrijven (Rocket Lab’s Electron, die in de statistieken als Amerikaans telt, en nieuwkomers zoals Astra, Firefly enz.).

Manned missions? Ja, ook die dragen bij: de VS bracht sinds 2020 weer mensen naar de ruimte vanaf eigen bodem, per SpaceX Crew Dragon capsules naar het ISS. Elke Crew Dragon vlucht gebruikt een Falcon 9, dus qua CO₂ is dat vergelijkbaar met andere Falcon 9-missies (~336 ton). In 2020 was de historische Demo-2 missie de eerste, gevolgd door reguliere rotatievluchten (Crew-1 t/m Crew-7) en toeristische vluchten (Inspiration4 in 2021, Axiom-1 in 2022). Het aandeel bemande lanceringen is klein (enkele per jaar) vergeleken met de tientallen satellietlanceringen, maar symbolisch natuurlijk belangrijk. Ook suborbitale toeristenvluchten vonden plaats: Blue Origin heeft sinds 2021 meer dan 10 keer mensen kort boven de atmosfeer gebracht met de New Shepard-raket. Interessant genoeg gebruikt New Shepard vloeibare waterstof en zuurstof als brandstof – erg schoon qua directe uitstoot (vooral waterdamp, geen CO₂ of roet). Daarentegen produceren ruimtevliegtuigjes van Virgin Galactic, die op een rubberachtige vaste brandstof vliegen, wel CO₂ en veel roet per vlucht. Toch zijn deze suborbitale trips qua emissies in het niet gevallen bij de grote orbital lanceringen.

Op het gebied van indirecte uitstoot zien we dat de VS in 2020–2025 voorop loopt in het toepassen van duurzame innovaties. Naast hergebruik investeert men in schonere brandstoffen. Zo maakt Blue Origin’s toekomstige New Glenn-raket gebruik van vloeibaar aardgas (methaan) in plaats van kerosine – dat geeft minder roetuitstoot en potentieel kan methaan uit duurzame bronnen worden gehaald. SpaceX’s Starship (momenteel in testfase) gebruikt ook methaan/zuurstof. Methaan levert bij verbranding wel CO₂, maar relatief iets minder per kilogram brandstof vergeleken met kerosine, en er zit geen chloor zoals in vaste brandstof. SpaceX heeft zelfs gespeculeerd over het in de toekomst synthetisch produceren van methaan uit CO₂ en water met behulp van hernieuwbare energie, om hun Marsvisie te ondersteunen – een techniek die, als ze haalbaar wordt, de brandstofproductie CO₂-neutraal zou kunnen maken. Voorlopig is dat toekomstmuziek.

Kortom, de VS zagen een explosieve groei in lanceringen (veelal onbemand, bijvoorbeeld duizenden Starlink-internetsatellieten), wat de CO₂-uitstoot deed toenemen.

Desondanks laten ontwikkelingen als herbruikbare raketten en nieuwe brandstoffen zien dat men zich bewust is van de klimaatimpact. De uitdaging blijft om de groeiende lanceeractiviteit te verenigen met klimaatdoelen.

China

China behaalt een gecombineerde CO₂-uitstoot van ongeveer 12.000–13.000 ton uit directe uitstoot (2022–2023). Naast lanceringen zoals de Lange Mars series, met kerosine-LOX en hypergolische trappen, is er tot op heden weinig sprake van hergebruik en groene brandstoffen. De productie van raketten en satellieten levert daarom een relatief groot aandeel aan indirecte CO₂-uitstoot. China werkt echter wel aan transitie naar methaan-LOX en herbruikbare boosters, waardoor op termijn de efficiëntie zal verbeteren.

China: inhaalrace met veel (traditionele) lanceringen

En China heeft de afgelopen vijf jaar eveneens indrukwekkende stappen gezet in aantallen lanceringen – het land voert een ware inhaalrace in de ruimte. In 2020 lanceerde China 39 orbitale missies; in 2021 al 56; en in 2022 en 2023 telkens rond de 60–70 lanceringen per jaar, nagenoeg evenveel als de VS in die jaren. Daarmee is China qua lanceerfrequentie nu mondiaal de nummer twee (soms nek-aan-nek met de VS). Deze toename is vooral gedreven door onbemande missies: het uitbouwen van de eigen satellietnavigatie (Beidou), grote aantallen communicatiesatellieten, en de bouw van het Tiangong ruimtestation (met modules gelanceerd in 2021-2022). Daarnaast stuurde China missies naar de maan en Mars. Enerzijds is dit een knappe prestatie, anderzijds betekent het flink wat raketmotoren die brullen – en dus CO₂-uitstoot.

China’s raketarsenaal bestaat voor een groot deel uit de Langemars (Chang Zheng) familie. Daarbinnen zijn er verschillende soorten brandstoffen in gebruik, met elk hun emissieprofiel:

Per saldo wordt geschat dat de directe CO₂-uitstoot van alle Chinese lanceringen samen is gestegen van zo’n 7 à 8 duizend ton in 2020 naar rond de 12–13 duizend ton in 2022-2023 (zie grafiek eerder). Dat is nog altijd aanzienlijk minder dan de VS, voornamelijk omdat veel Chinese raketten per stuk iets kleiner laadvermogen en dus minder brandstof hebben. Toch is het aandeel van China in de wereldwijde lancerings-CO₂ toegenomen door het grote aantal vluchten. Opvallend: China voerde tussen 2020 en 2023 enkele bemande missies uit met zijn Shenzhou-capsule (in totaal 4 succesvolle bemande lanceringen), om taikonauten naar het Tiangong-ruimtestation te vervoeren. Die Shenzhou wordt gelanceerd met een Lange Mars 2F raket, die hydrazine-brandstof gebruikt. Elke Shenzhou-lancering brengt dus enkele tientallen ton CO₂ in de lucht (plus wat chloorverbindingen) – vergelijkbaar met de Sojoez in Rusland qua profiel.

Qua indirecte emissies volgt China grotendeels de klassieke aanpak: raketten zijn overwegend expendable (eenmalig gebruik). Dat betekent dat voor praktisch elke missie nieuwe trappen geproduceerd worden, met alle materiaal- en energiegebruik van dien. Herbruikbaarheid staat wel op de agenda: zo test China herbruikbare concepten en boosterlandingen voor toekomstige raketten. Maar in de periode 2020-2025 was dit nog niet in gebruik. Ook ontwikkelt China een methaan/LOX-raket (de LandSpace Zhuque-2 was in 2023 dicht bij orbitale vlucht), die in de toekomst minder roetuitstoot moet geven dan kerosine-varianten. Verder investeert men in massaproductie van satellieten en raketten, wat de productie-efficiëntie kan verhogen (maar óók de totale aantallen en dus potentieel de emissies).

Al met al zien we dat China’s ruimtevaart CO₂-profiel gekenmerkt wordt door veel lanceringen met traditionele brandstoffen. De groei is indrukwekkend: China lanceert inmiddels bijna net zo vaak als de VS, al is de totale uitgestoten CO₂ iets lager door de iets kleinere raketten gemiddeld. Bovendien is China bezig zijn eigen ruimtevaartklimaatvoetafdruk te drukken door nieuwe technieken, maar die zaten eind 2025 nog in de testfase. Net als elders staat men hier voor de vraag hoe je een ambitieuze ruimte-agenda kunt realiseren zonder het klimaat op aarde te zeer te belasten.

Rusland

Ruslands totale ruimtevaartemissies bedragen circa 3.000–4.000 ton aan directe CO₂ per jaar – een daling ten opzichte van 2020–2021. Deze lagere emissie is vooral te danken aan het verminderde aantal lansingen (Sojoez, Proton). Indirect blijft Rusland traditioneel werken aan wegwerpraketten, met enige efficiëntie door lange seriële productielijnen, maar zonder hergebruik of groene brandstoffen, waardoor de productiefase een steeds groter aandeel krijgt.

Rusland: van koploper naar terugval, uitstoot blijft moderaat

Rusland was historisch gezien dé lanceerkampioen (tijdens de Koude Oorlog lanceerden de Sovjets honderden raketten per jaar). In de periode 2020–2025 zien we echter een duidelijke terugval. In 2020 lanceerde Rusland nog 17 orbitale missies, in 2021 steeg dat naar 25, maar in 2022 en vooral 2023 viel het aantal terug (rond de 19 in 2023). Redenen hiervoor zijn onder andere economische sancties en geopolitieke ontwikkelingen – na de invasie van Oekraïne in 2022 verloor Rusland bijvoorbeeld zijn internationale lancermarkt. Zo werden de gezamenlijke Sojoez-lanceringen met Europa vanuit Kourou stopgezet. Enerzijds betekent dit minder inkomsten voor de Russische ruimtevaart, anderzijds leidde het ook tot minder raketten die de lucht in gaan en dus minder uitstoot.

Rusland’s directe CO₂-uitstoot door lanceringen is in de afgelopen vijf jaar geschat gedaald van circa 4 à 5 duizend ton in 2020-2021 naar ongeveer 3 à 4 duizend ton in 2023 (zie grafiek). Daarmee draagt Rusland anno 2023 nog maar een fractie bij van de mondiale ruimtevaartemissies, zeker vergeleken met de VS en China. Dit komt simpelweg doordat hun lanceringsfrequentie lager ligt. Maar ook de soorten raketten spelen een rol:

De bemande ruimtevaart van Rusland draait op het Sojoez-systeem. Tussen 2020 en 2023 heeft Rusland twee à drie bemande Sojoez-capsules per jaar naar het ISS gelanceerd, tot eind 2020 zelfs als enige taxi. Sinds de komst van SpaceX Crew Dragon is het aantal Russische bemande vluchten iets afgenomen, maar ze blijven een paar keer per jaar mensen vervoeren. Zo’n Sojoez-FG lancering voor astronauten verschilt qua CO₂ niet van een onbemande Sojoez: beide verbranden evenveel kerosine. Dus per vlucht tientallen tonnen CO₂ in de atmosfeer.

Indirecte uitstoot in Rusland komt vooral uit de traditionele productieketen. Raketten als Sojoez zijn niet herbruikbaar – elke lancering is een verse set hardware. Dat betekent dat de energie en materialen om rakettrappen, motoren en capsules te vervaardigen voor iedere vlucht opnieuw worden ingezet. Positief is dat de Russische raketten vaak relatief beproefd ontwerp hebben en in serie worden gebouwd, wat enige efficiëntie geeft. Maar vergeleken met SpaceX’s hergebruik of Blue Origin’s groene brandstoffen loopt Rusland achter. Er waren plannen voor een herbruikbaar ruimtesysteem genaamd Buran (tijdens de Sovjetperiode) en nu praat men over een herbruikbare booster (Amur project, met methaanmotoren), maar tot op heden is dat toekomstmuziek.

Daarentegen heeft Rusland wel één voordeel: de Energetica van raketbrandstoffen. Veel Russische lanceerfaciliteiten (Bajkonoer, Plesetsk, Vostotsjny) liggen afgelegen en draaien deels op lokaal opgewekte stroom (vaak fossiel) voor de productie van zuurstof, etc. Dit draagt bij aan indirecte CO₂. Interessant gegeven: door het wegvallen van commerciële lanceringen (zoals OneWeb-satellieten die oorspronkelijk op Sojoez gepland stonden) is men in 2022–2023 minder nieuwe Sojoez-raketten gaan produceren. Dit betekent minder staal en kerosineverbruik in de fabriek – een onbedoeld neveneffect van geopolitiek op de CO₂-uitstoot.

Al met al is Rusland van een van de grootste ruimtevaart-vervuilers afgegleden naar een betrekkelijk kleine speler in CO₂-termen (nog steeds duizenden tonnen per jaar, maar klein in verhouding tot de grote twee). Desondanks blijft het opletten: mochten de Russische lanceringen weer toenemen (bijvoorbeeld via nieuwe samenwerkingen of na 2025 de komst van nieuwe raketten), dan zal ook de uitstoot weer stijgen. Voor nu zien we echter een neerwaartse trend.

Europa (ESA + Arianespace)

Europa’s totale uitstoot ligt rond de 2.000–3.000 ton CO₂ per jaar (2020–2023). Er zijn weinig lanceringen, maar de waterstof-core van Ariane en Vega gaat gepaard met vaste boosters die veel CO₂ uitstoten. Indirect investeert Europa in schonere productie, groene waterstof op lange termijn en concepten voor herbruikbare boosters. Voorlopig blijft het aandeel indirect beperkt door het lage lanceervolume.
India & andere landen
India en andere opkomende ruimtevaartlanden (zoals Japan, Zuid-Korea, Iran, Noord-Korea, Israël en Nieuw-Zeeland met Rocket Lab) dragen gezamenlijk ongeveer 1.000–2.000 ton CO₂ per jaar (direct). Zij hebben relatief lage aantallen, maar India groeit snel, met LVM3 en PSLV-raketten. Indirect zit de CO₂ in energie- en materiaalgebruik, maar door schaalvoordeel en beperkte numbers blijft het totaal bescheiden.

Europa: weinig lanceringen, groene ambities en nieuwe uitdagingen

De Europese Unie (ESA) heeft in 2020–2025 een turbulente periode doorgemaakt, maar niet gekenmerkt door grote lanceraantallen. Europa’s bijdrage aan de CO₂-uitstoot van ruimtevaart is relatief klein, simpelweg omdat Europa veel minder vaak een raket lanceert dan de VS, China of zelfs Rusland.

Tussen 2020 en 2022 voerde de Europese ruimtevaart (ESA in samenwerking met nationale agentschappen als Arianespace) gemiddeld slechts 5 à 10 lanceringen per jaar uit. In 2023 zelfs maar 3 orbitale lanceringen (twee Ariane 5’s en één Vega)payloadspace.com – een dieptepunt, veroorzaakt door het uitfaseren van Ariane 5 en vertraging van opvolger Ariane 6.

Deze lage frequentie betekent dat de directe CO₂-uitstoot door Europese lanceringen in de hele vijfjaarsperiode bij elkaar hooguit rond de 2 à 3 duizend ton CO₂ lag, een fractie van bijvoorbeeld de jaaruitstoot van de VS【47†】.

Toch heeft Europa een interessant verhaal als het gaat om schonere lanceertechnologie. De Europese zwaarlift-raket Ariane 5, die van 1996 tot 2023 dienst deed, gebruikte een vloeibare waterstof/zuurstof hoofdmotor. Zoals eerder besproken genereert waterstofbrandstof geen CO₂ bij de verbranding – de uitlaat is waterdamp.

De keerzijde was dat Ariane 5 ook twee kolossale vaste-stofboosters aan de zijkant had (vergelijkbaar met de Space Shuttle boosters). Die boosters bevatten elk ~240 ton vaste brandstof (een mengsel van ammoniumperchloraat, aluminium en polymeer bindmiddel). Bij de lancering van Ariane 5 kwamen dus alsnog aanzienlijke hoeveelheden CO₂ en HCl vrij door die boosters. Het is niet publiek exact hoeveel, maar vermoedelijk tientallen tonnen CO₂ per booster.

Enerzijds had Ariane 5 dus een groene core-stage, anderzijds vervuilende boosters. De nieuwe Ariane 6 raket, die in 2024/2025 moet debuteren, volgt een soortgelijk concept: een grote waterstof-core en twee (of vier) vaste-stofmotoren. De directe CO₂-uitstoot per Ariane 6 lancering zal dus in dezelfde orde liggen als bij Ariane 5.

Daarnaast heeft Europa de kleinere Vega raket voor lichte ladingen.

Vega vliegt volledig op vaste brandstof in de eerste drie trappen (met dus de nodige CO₂-uitstoot), en een kleine liquid upper stage (stuwstof op basis van koolwaterstof). Een Vega-lancering stoot naar schatting zo’n 50 tot 100 ton CO₂ uit. In 2020-2023 zijn slechts een handvol Vega’s gelanceerd, dus de bijdrage daarvan bleef beperkt.

Over bemande vluchten hoeven we het in EU-context kort te houden: die waren er niet (afgezien van ESA-astronauten die met Amerikaanse of Russische systemen meevlogen). Europa plant op lange termijn misschien eigen bemande capaciteit, maar dat speelt nu nog niet.

Waar Europa wél mee voorop wil lopen is in het vergroenen van de indirecte kant en de toekomstige technologie. ESA heeft programma’s opgezet zoals “Clean Space”, gericht op duurzame ruimtevaart (o.a. schoon afvalbeheer en ecologisch ontwerpen).

Voor raketbrandstoffen wordt gekeken naar alternatieven: zo is bioLPG (biopropaan) getest als mogelijke groene brandstof voor raketmotoren, en sommige Europese startups (bijv. Skyrora in het VK) experimenteren met bio-kerosine gemaakt uit afvalplastic.

Ook heeft Europa in zijn nieuwe Ariane 6-fabrieken in Les Mureaux en Bremen geïnvesteerd in efficiëntere productie (minder afval, groene stroom). Bovendien wordt het Europese ruimtebeleid steeds meer afgestemd op klimaatdoelen: men rekent de ruimtevaartsector mee in emissiereductieplannen.

Een mooi voorbeeld van Europese innovatie is de ontwikkeling van HERACLES. Het is een concept voor een herbruikbare raketbooster (gezamenlijk met JAXA en CSA). Dit concept zou kunnen leiden tot een Europese tegenhanger van SpaceX’ Falcon 9, wat de productie-emissies per vlucht fors kan verlagen.

Echter, zo ver is het nog niet; tot 2025 waren alle Europese lancetten nog single-use. Desondanks is de totale impact klein gehouden door het lage aantal vluchten.

Europa stoot in absolute zin weinig CO₂ uit via ruimtevaart. Toch is elke lancering die men doet relatief modern en “schoon” in bepaalde opzichten (waterstofgebruik). Tegelijk zit er een paradox: waterstof als propellant verplaatst de uitstoot naar de productieketen.

Tenzij Europa erin slaagt groene waterstof (via elektrolyse op duurzame energie) te gebruiken voor Ariane 6, blijft er een verborgen CO₂-prijskaartje aan die “waterstofraket” hangen. Er zijn gelukkig plannen om in o.a. Frans-Guyana elektrolyse-installaties te bouwen voor lanceerbasis Kourou, maar concreet in 2020-2025 was dit nog niet gerealiseerd.

Tot slot staat Europa voor een nieuwe uitdaging: de drastische afname van lanceercapaciteit in 2022-2023 (met het wegvallen van Sojoez en de vertraging van Ariane 6) kan betekenen dat er na 2025 weer een inhaalslag komt met extra lanceringen. Hopelijk kunnen tegen die tijd de duurzaamheidsmaatregelen gelijke tred houden.

India en andere opkomende spelers: klein maar groeiend aandeel

Nederlandse de “grote vier” ruimtevaartmachten is het de moeite waard om India te bekijken. Ook andere landen hebben ruimtevaartcapaciteiten. India heeft een actief lanceerprogramma, zij het met veel lagere frequentie (ongeveer 2 tot 7 lanceringen per jaar tussen 2020 en 2023). India’s raketten – de PSLV en GSLV families – gebruiken een mengeling van vaste en vloeibare stuwstoffen. De PSLV (Polar Satellite Launch Vehicle), veelgebruikt voor satellieten, heeft een grote vaste eerste trap en kleinere vaste boosters, gevolgd door een tweede trap op hydrazine (UDMH) en een vierde trap op een mix van UDMH en distikstoftetraoxide. Dit betekent dat elke PSLV-lancering een behoorlijke portie CO₂ uitstoot (via de vaste motoren en de hypergole tweede/vierde trap), naast H₂O en wat HCl. De GSLV MkII en MkIII hebben ook vaste boosters en hypergole kerntrap, met bij de MkIII een cryogene (waterstof) bovenste trap. Vooral de MkIII (herdoopt tot LVM3) werd ingezet voor zwaardere missies (bijv. de Chandrayaan-maanmissie in 2023). Over het geheel blijft India’s bijdrage klein: wellicht 1–2 duizend ton CO₂ per jaar direct in de piekjaren. Maar India heeft ambitieuze plannen, waaronder bemande ruimtevluchten (Gaganyaan geheten, gepland ~2025) en uitbreidingen van hun raketfamilie. Als die tot wasdom komen, zal ook de uitstoot toenemen. Interessant is dat India traditioneel kostenefficiënt werkt, wat vaak ook energie-efficiëntie betekent – men haalt veel uit relatief kleine raketten.

Andere landen met af en toe lanceringen zijn bijvoorbeeld Japan, Zuid-Korea, Noord-Korea, Iran, Israël en Nieuw-Zeeland (Rocket Lab). Hun aantallen zijn bescheiden.

Mondiale context & groeipad

Globaal steeg de directe CO₂-uitstoot door raketten van ~25 kiloton (2020) naar ~60 kiloton (2023). Dit werd voornamelijk veroorzaakt door een toename in VS en China. Raketemissies vormen slechts ~0,1 % van alle jaarlijkse CO₂-uitstoot. Dit is opmerkelijk klein in vergelijking met luchtvaart (2,5 %) en scheepvaart, die bijna 1000 keer meer CO₂ uitstoten. De ‘grote vier’ (VS, China, Rusland, Europa) veroorzaken samen de overgrote meerderheid van raketlancering-gerelateerde uitstoot. Dit komt vooral door directe verbranding van brandstof. Deze landen dragen nog steeds een aanzienlijk deel bij door productie en infrastructuur.

Wanneer we de afgelopen vijf jaar overzien, zien we dat de totale mondiale CO₂-uitstoot door ruimtevaart (direct) geleidelijk groeit. Dit komt parallel aan het stijgend aantal lanceringen per jaar. In 2020 lag de totale directe uitstoot rond 25 à 30 kiloton (duizend ton) CO₂. In 2022 was dat circa 47 kiloton. En in 2023 nadert de uitstoot de 60 kiloton. Dit komt grotendeels door de intensivering van activiteiten in de VS en China.

Deze trend zet zich naar verwachting door in 2024 en 2025. Nieuwe spelers en projecten zorgen voor een hoog lanceringstempo. Denk aan megaconstellaties zoals Starlink en Kuiper, maar ook aan Artemis-maanprogramma’s spacelaunchschedule.com.

Tot slot wordt gevreesd dat de opkomst van ruimtetoerisme dit nog verder kan opstuwen. Dit omvat frequente suborbitale trips, geplande privé-ruimte stations en maanvluchten voor de superrijken. Het is echter voor 2025 nog maar een klein segment.

Maar er is ook een andere kant aan de medaille: de ruimtevaartbranche innoveert snel om groener te worden. We hebben al gezien dat herbruikbaarheid succesvol is toegepast. Met name door SpaceX. Het krijgt navolging. Wat de CO₂ per lancering omlaag brengt door gedeelde productiekosten in emissies.

Daarnaast wordt er geëxperimenteerd met nieuwe brandstoffen. Methaan vervangt kerosine en vermindert roet. Het heeft het potentieel om CO₂-neutraal te zijn als het synthetisch geproduceerd wordt. Er worden ook biofuels onderzocht, zoals bio-kerosine of ethaan uit biomassa. Zelfs volledig elektrische of zonne-energie-aangedreven lansystemen voor kleine ladingen worden overwogen. Denk aan projecten zoals EMALS of ruimtevaartkatapulten.

Ook zijn concepten als ruimtevaart zonder raket (bijvoorbeeld door vliegtuiggelanceerde platforms of hoogteroosters) in ontwikkeling die de benodigde raketbrandstof verminderen.

Ondertussen beseffen ruimteagentschappen dat de indirecte uitstoot ook aangepakt moet worden. Zo draait de fabriek van ArianeGroup in Duitsland sinds kort op 100% hernieuwbare elektriciteit. NASA onderzoekt mogelijkheden om groene waterstof in te kopen voor haar SLS en toekomstige waterstofraketten, in plaats van grijze waterstof. En initiatieven als satellietrecycling en het verlengen van satellietlevensduur kunnen het aantal benodigde lanceringen reduceren. Dit vertaalt zich natuurlijk direct in minder uitstoot.

5. Conclusie

De CO₂-uitstoot van ruimtevaartactiviteiten is een niche in het totale klimaatplaatje. Het percentage is nu nog verwaarloosbaar klein in verhouding tot de wereldwijde emissies. Toch heeft het unieke eigenschappen en een groeiende trend. Bovendien is het een sector waar technologische vooruitgang razendsnel kan gaan, wat zowel een risico als een kans inhoudt.

Enerzijds dreigt bij ongebreidelde groei sprake te zijn van meer lanceringen, ruimtecolonisatie en toerisme. Hierdoor kan de uitstoot explosief toenemen. Dit kan hoog in de atmosfeer voor disproportionele effecten zorgen carbonmarketwatch.orgspacelaunchschedule.com.

Anderzijds is de ruimtevaart bij uitstek de industrie die zich op innovatie richt. We zien nu al dat herbruikbare raketten stappen in de goede richting zetten. Nieuwe brandstoffen en bewuste productie dragen daar ook aan bij.

Per land zijn er duidelijke verschillen. De VS en China domineren het lanceerfront en dus de uitstoot. Ze investeren ook het meest in nieuwe technieken om de impact te beperken. Rusland heeft een afnemende maar nog bestaande bijdrage, met traditionele middelen die dringend aan vernieuwing toe zijn. Europa lanceert weinig maar probeert een voortrekker in duurzaamheid te zijn voor de lanceringen die het doet. India en anderen zitten in de lift, wat hun aandeel laat groeien maar vooralsnog bescheiden houdt.

Uit de cijfers van de afgelopen vijf jaar leren we dat “groenere” ruimtevaart geen sciencefiction meer is. Het is een noodzaak die nu al wordt aangepakt. Vaak loopt de regelgeving achter. Er is internationaal nog geen CO₂-heffing op raketbrandstof. Ook is er geen emissiehandel voor ruimtevaart. Mogelijk komt daar in de nabije toekomst verandering in, zeker als de sector verder groeit.

De balans tussen ruimtevaart en klimaat is dus een dynamisch verhaal. Ruimtevaart draagt bij aan klimaatwetenschap (satellieten meten o.a. broeikasgassen en ontbossing) en is essentieel voor innovatie, maar moet tegelijkertijd haar eigen ecologische voetafdruk minimaliseren. Gelukkig tonen de recente trends dat de wil en het vermogen daartoe aanwezig zijn.

Tot slot, we kunnen met enige geruststelling stellen dat hoewel de CO₂-uitstoot van ruimtevaartactiviteiten per land toeneemt. Deze uitstoot valt vooralsnog in het niet bij andere sectoren. Een enkele kolencentrale kan in één dag meer CO₂ uitstoten. Dit is meer dan alle raketlanceringen wereldwijd in een heel jaar spacelaunchschedule.com. Maar net als de ruimte zelf, is ook onze atmosfeer een gemeenschappelijk goed dat we moeten koesteren. Iedere ton CO₂ die we kunnen besparen is mooi meegenomen. Dit geldt ook in de ruimtevaart. Dit draagt bij op onze reis naar een duurzame toekomst – voor de aarde én de ruimte.

Afsluiting

Dus: ruimtevaartprofile groeit én vervuilt, maar ook innoveert en reinigt zichzelf. Met de juiste mix van technologie, beleid en internationale samenwerking kan de sector een duurzame toekomst ingaan. Dit is voor ons en ook voor generaties die nog lang naar de sterren zullen kijken.

Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.

Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.

✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier

Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan.

Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.

👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Kleine stappen, grote transformaties.

Laat een reactie achter. Jouw stem kan iemand anders precies de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.

👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.

🌿 Samen bouwen we aan herstel, kracht en emotionele vrijheid. Steun ons zonder extra kosten door aankopen bij bol. klik op onderstaande afbeelding.

Steun ons zonder extra kost door uw aankopen bij :

Meer info over Annemie Declercq

Liefs Annemie

Gebruik het contactformulier!

We zijn benieuwd naar je reactie hieronder!Reactie annuleren