In België staat een ingrijpende hervorming voor de deur: de federale regering heeft plannen. Ze wil de duur van werkloosheidsuitkeringen beperken. Dit zal tot maximaal twee jaar zijn. Tot nu toe konden werkzoekenden in België in principe onbeperkt een uitkering ontvangen zolang zij aan de voorwaarden voldoen. Dit is een “luxemodel” dat in weinig andere landen bestaat.
Vanaf 1 januari 2026 zou daar verandering in komen. Wie dan langer dan twee jaar zonder werk is, verliest stapsgewijs zijn uitkering. Uitzonderingen worden voorzien. Bijvoorbeeld voor bepaalde 55-plussers met een lange carrière, kunstenaars of wie halftijds opnieuw aan de slag gaat met een inkomensgarantie.
Deze geplande hervorming leidt tot heel wat debat en bezorgdheid. In deze blog bekijken we het profiel van de langdurig werklozen. We onderzoeken de ervaringen met heractiveringstrajecten. We analyseren de link tussen langdurige werkloosheid en armoede. Ook bespreken we wat de mogelijke impact is van een uitkeringsplafond van twee jaar. Dit gebeurt inclusief de kritiek en steun die weerklinkt bij vakbonden, werkgevers en experten.

Wie zijn de langdurig werklozen in België?
“Langdurig werkzoekenden” (werklozen gedurende minstens een jaar) vormen in België een diverse maar kwetsbare groep. Volgens de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) telde ons land in 2023 ruim 141.000 werklozen die al langer dan twee jaar zonder werk zitten.
Deze groep is gemiddeld ouder dan kortdurig werklozen. Bijna de helft is 45 jaar of ouder. Eén op de vijf is zelfs 60-plus. Ook opleidingsniveau en achtergrond spelen een rol. Ongeveer vier op de tien langdurig werkzoekenden zijn laaggeschoold. Nog eens vier op de tien zijn middengeschoold. Slechts twee op de tien zijn hooggeschoold. Daarnaast is circa een derde in het buitenland geboren.
Langdurig werkzoekenden kampen vaker met gezondheidsproblemen of beperkingen dan anderen, en velen hebben complexe gezinssituaties of zorgtaken. Uit onderzoek blijkt dat leeftijd de meest voorkomende drempel is bij het vinden van werk. Gezondheid en een laag opleidingsniveau volgen op de voet.
Inderdaad, arbeidsbeperking of verminderde gezondheid komt relatief veel voor in deze groep.
Deze factoren zijn hogere leeftijd, mindere scholing en gezondheidsproblemen. Ze maken het voor langdurig werklozen moeilijker om terug aan de bak te geraken. Bovendien ervaren ze in de praktijk vaak discriminatie en vooroordelen bij sollicitaties, juist omwille van hun leeftijd of lange werkloosheidsduur.
Toch blijkt uit bevragingen dat de overgrote meerderheid wíl werken of zich nuttig maken. Een recent onderzoek bij langdurig werklozen toonde aan dat meer dan 82% absoluut wil werken. Ze willen een opleiding volgen of desnoods vrijwilligerswerk doen.
Slechts een klein deel heeft de hoop opgegeven (ca. 4%) of ziet werken niet meer zitten om gezondheidsredenen. Met andere woorden: het cliché van de langdurig werkloze die niet wil werken, wordt niet gestaafd door de cijfers.
Velen hebben ondertussen reeds talloze opleidings- of tewerkstellingstrajecten doorlopen en aan al hun plichten voldaan, zonder duurzaam resultaat. Dit brengt ons bij de vraag: hoe effectief zijn de bestaande heractiveringsprogramma’s?
De effectiviteit van bestaande heractiveringstrajecten
België zet al jaren in op activering van werkzoekenden. De gewesten doen dit via de VDAB, Forem en Actiris. Longdurig werklozen belanden vaak in een “activeringscarrousel” van cursussen, stages en sollicitatietrainingen. In theorie moeten deze trajecten hen klaarstomen voor de arbeidsmarkt, maar de praktijk is weerbarstig.
Uit een grootschalige bevraging van het ABVV onder langdurig werkzoekenden blijkt dat ongeveer de helft van hen een opleiding volgde. Een derde van hen deed een werkstage, soms herhaaldelijk. Daarnaast proberen sommigen aan de slag te blijven via vrijwilligerswerk, wijk-werken, interimjobs of mantelzorg. Motivatie of inzet is dus niet het probleem: veel langdurig werklozen doen zelf grote inspanningen.
De resultaten blijven echter vaak uit.
Werkzoekenden getuigen over tijdelijke contracten en loze beloften na een stage of opleiding, maar zelden een vaste job. Ondanks hun eigen inzet raken ze maar niet uit de werkloosheid.
Wie in een traject zit, klaagt geregeld over administratieve rompslomp en stress. 28% voelt zich meer gestresseerd door de begeleiding. Daarbij voelt 20% zich onder druk gezet door strenge controles en steeds herhaalde opdrachten.
Veel werkzoekenden beklagen zich erover dat ze keer op keer dezelfde oefeningen moeten doen. Ze moeten hun CV opmaken. Ze moeten ook de VDAB-website leren gebruiken. Helaas verbetert dit hun vooruitzichten niet.
Een ander knelpunt is de mismatch met de arbeidsmarkt.
Langdurig werkzoekenden krijgen soms vacatures aangeboden die totaal niet passen bij hun profiel. Bij 26,9% gebeurde dat recent. Of ze worden naar stages gestuurd zonder degelijk opleidingsplan. Dit is de ervaring van bijna de helft.
Intussen ervaren zij dat werkgevers hen weigeren. Dit gebeurt om redenen als leeftijd, afkomst, of gewoon omdat ze al te lang werkloos zijn geweest. Zulke reële drempels worden in de standaard begeleiding niet altijd erkend of aangepakt. Het gevolg is een gevoel van moedeloosheid: ondanks alle trajecten blijft de “brug naar de arbeidsmarkt” voor velen onoverbrugbaar.
Bestaande activeringstrajecten hebben maar beperkt succes voor de groep die al lang zonder werk zit.
België geeft in lijn met het OESO-gemiddelde behoorlijk wat uit aan arbeidsmarktprogramma’s, maar veel langdurig werklozen vallen tussen de plooien. Ze doorlopen traject na traject zonder duurzame job en voelen zich soms eerder gesanctioneerd dan geholpen.
Op papier bestaan er al strenge verplichtingen. Wie een passende opleiding of baan weigert, kan nu al tijdelijk of blijvend worden uitgesloten van uitkeringen. De meeste langdurig werklozen voldoen ook braaf aan al die verplichtingen.
Ze blijven echter botsen op factoren buiten hun controle. Deze factoren omvatten een gebrek aan geschikte vacatures of hardnekkige discriminatie. Dit alles roept de vraag op. Is een tijdsbeperking van de uitkering wel de juiste hefboom om hen aan werk te helpen? Of verergert het juist de problemen?
Langdurige werkloosheid en armoede
Werkloos zijn in België betekent vaak leven op de rand van armoede, zeker naarmate de werkloosheidsduur oploopt. Volgens Eurostat/EU-SILC gegevens leeft ongeveer de helft van de Belgische werkzoekenden in armoede of loopt een hoog armoederisico.
Dat aandeel ligt vele malen hoger dan bij werkenden (waar het armoederisico slechts enkele procenten bedraagt). Professor Ides Nicaise (KU Leuven) wijst erop dat vandaag al 40% van de langdurig werklozen onder de armoedegrens leeft. Een werkloosheidsuitkering is de voornaamste buffer die voorkomt dat dit nog erger wordt.
Zodra die uitkering wegvalt, dreigt inkomensval en schuldenproblematiek.
Uit simulaties van het Brusselse Observatorium voor Gezondheid en Welzijn bleek dat weinig mensen werk zouden vinden. Dit zou gebeuren als langdurig werklozen hun uitkering verliezen. Slechts 21% zou binnen het half jaar werk vinden. 32% zou op het OCMW-leefloon aangewezen zijn. Daarnaast zou 5% op ziekte- of invaliditeitsuitkering aangewezen zijn.
Maar liefst 42% zou na zes maanden zonder enige eigen inkomen zitten. Zij zouden dus volledig afhankelijk worden van gezinsleden of spaargeld. Dat wijst op een aanzienlijk risico op verarming en sociale ellende.
Bovendien is armoede niet alleen een gevolg, maar ook een oorzaak van langdurige werkloosheid.
Lang zonder werk en met een laag inkomen zitten, brengt vaak ernstige sociale problemen mee. Het leidt tot oplopende schulden en psychologische stress. Er ontstaan familiale spanningen en gezondheidsschade. Mensen die in armoede leven, krijgen het nóg moeilijker om werk te zoeken of te houden.
Wie elke euro moet omdraaien, geeft prioriteit aan het voeden van het gezin. Het betalen van vervoer om te solliciteren komt daarna. Chronische geldzorgen tasten ook het mentaal welzijn aan. Dit verkleint de kans om gemotiveerd en zelfverzekerd op een sollicitatie te verschijnen.
Onderzoek bevestigt dat het wegvallen van uitkering de armoederisico’s verhoogt, zelfs als sommigen sneller werk vinden.
In Zwitserland – waar werkloosheidsuitkeringen al beperkt zijn in de tijd – voerde men een experiment uit. Binnen de eerste 18 maanden zag men een armoedetoename. Er was een experiment. Hierin nam de armoede binnen de eerste 18 maanden toe.
Deze toename vond plaats na inkorting van de uitkeringsduur. Vooral alleenstaanden en gezinnen waar de hoofdinkomensverdiener werkloos werd, gingen er fors op achteruit (armoederisico +9 procentpunt voor alleenstaanden).
Ook sociale gevolgen doken op: meer relatiebreuken door financiële stress. Het echtscheidingsrisico steeg met ~25%. Het risico steeg zelfs +58% bij laagste inkomens. Kortom, langdurige werkloosheid en armoede zijn nauw verweven.
Beleidsmaatregelen moeten daarom opletten niet enkel het symptomatische “niet werken” aan te pakken. Ze moeten ook de onderliggende problemen van armoede en gezondheid aanpakken. Anders dreigt een vicieuze cirkel. Wie zijn uitkering verliest, belandt mogelijk in diepere armoede. Dit maakt terugkeren naar werk nóg moeilijker.
Wat is de verwachte impact van een uitkeringslimiet van twee jaar?
Critici van de plannen vrezen dat de beperking van werkloosheidsuitkeringen tot twee jaar een averechts effect zal hebben. Het is budgettair mogelijk interessant. Maar de maatregel is sociaal erg hard. Feit is dat de maatregel uitzonderlijk veel mensen raakt.
In 2026, het eerste jaar van de invoering, zouden gefaseerd ongeveer 180.000 Belgen hun werkloosheidsuitkering verliezen. Dit begint met zo’n 25.000 “extreem langdurig werklozen” (20+ jaar zonder werk) die al op 1 januari 2026 worden uitgesloten.
Daarna volgen tienduizenden anderen in golven, waaronder 42.500 mensen die langer dan 8 jaar werkloos zijn (vanaf 1 maart) en nog eens 45.000 in april.
Tegen de zomer van 2026 moeten ook mensen met kortere werkloosheidsduren eraan geloven. Dit gebeurt zodat op 1 juli een tweede golf van 60.000 uitsluitingen plaatsvindt. De regering voorziet hierdoor een besparing van bijna 2 miljard euro op jaarbasis.
Het Federaal Planbureau berekende eerder in opdracht van politici hoeveel een beperking tot twee jaar zou opleveren. Dit bedrag komt rond de 1,5 miljard euro uit. Deze besparing werd als aanzienlijk beschouwd. Het beperken van de termijn tot twee jaar zou aanzienlijke besparingen brengen. Beperken tot één jaar zou zelfs ~2,5 miljard opleveren.
Vakbonden merken op dat dit vooral een boekhoudkundige besparing is. Men schuift uitkeringsgerechtigden simpelweg door van de werkloosheidskas naar goedkopere stelsels (OCMW, bijstand of niets). Hierdoor duiken de kosten elders terug op.
Waar zullen al die mensen terechtkomen?
De ervaring leert dat een groot deel zal aankloppen bij het OCMW voor een leefloon. ABVV berekende dat de instroom naar het leefloon met mogelijk 90.000 extra personen kan stijgen door deze hervorming. De OCMW’s (Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn) slaan dan ook alarm.
Hun personeel en budgetten staan nu al onder druk. Ze vrezen een overrompeling van nieuwe cliënten die intensieve begeleiding nodig hebben. Nathalie Debast is van de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten. Ze waarschuwt dat OCMW’s tot veel in staat zijn. Maar dit wordt echt moeilijk.
Kleine gemeentelijke diensten hebben vaak niet eens een dedicated arbeidsbegeleider voor leefloongerechtigden. Bij 32% van de kleine OCMW’s ontbreekt dat volledig. Nochtans verwacht de federale overheid dat de OCMW’s al deze mensen zo snel mogelijk terug richting werk helpen.
Er is zelfs sprake van een bonus-malus systeem. Dit systeem “afstraft” OCMW’s als langdurig werklozen niet tijdig geactiveerd geraken. Dat idee noemt de VVSG ronduit onrealistisch en “niet door de beugel”.
De federale regering belooft wel financiële compensatie voor de OCMW’s vanaf 2026. Tot dusver kon ze slechts “een paar honderd miljoen” aan extra middelen toezeggen. Ter vergelijking: de besparing op de werkloosheidsuitkeringen loopt in de miljarden. Slechts een fractie daarvan wordt teruggeploegd in sociale begeleiding.
Volgens critici getuigt dit van een besparingslogica boven een herintegratielogica. Het primaire doel lijkt geld uitsparen. Het helpt niet mensen aan duurzaam werk.
Een bijzondere groep die getroffen wordt, zijn de oudere werklozen.
Oorspronkelijk was afgesproken dat 55-plussers met minstens 30 carrièrejaren vrijgesteld zouden worden van de tijdslimiet. In de praktijk blijkt echter dat ruim 8 op de 10 werkloze 55-plussers hun uitkering zouden verliezen. Dit gebeurt onder de huidige voorwaarden.
Veel oudere werklozen halen de strikte uitzondering niet en dreigen na twee jaar zonder inkomen te vallen. Juist deze groep – vaak mensen die na een lange loopbaan moeilijk nog iets vinden – wordt dus zwaar getroffen. Dat is opvallend. De maatregel werd oorspronkelijk vooral verkocht als prikkel voor jonge “luie” werklozen. Het was niet bedoeld als besparing op rug van preretirementers.
Ook vrouwen worden onevenredig getroffen, merken experten op. Oudere vrouwen hebben vaker geen volledige loopbaan door zorgtaken. Ze vallen nu uit de boot. Hierdoor worden ze gestraft “omdat ze een deel van hun loopbaan hebben opgeofferd voor hun gezin”.
Zullen de betrokkenen dan tenminste sneller een job vinden, zoals de regering hoopt?
Onderzoek en simulaties geven een gemengd beeld. In sommige landen leidt een strengere uitkeringsduur tot een tijdelijke stijging van de tewerkstelling. Werklozen intensifiëren hun zoektocht. Zij nemen sneller een minder ideale job aan om geen inkomen te verliezen.
Zwitserse cijfers tonen bv. dat bij een verkorte uitkeringsduur 6 procentpunt méér mensen aan het werk waren na 1 jaar. Dit werd vergeleken met de groep die langer een uitkering kreeg. Dat is geen verwaarloosbaar effect – het bevestigt dat financiële druk sommigen ertoe brengt sneller werk te accepteren.
Maar deze korte-termijnwinst neemt sterk af op langere termijn. Na twee jaar was het tewerkstellingspercentage van beide groepen nagenoeg gelijk. Er was nog slechts een minieme voorsprong voor de groep met korte uitkering. Voor de meeste langdurig werklozen bleek er uiteindelijk géén blijvend tewerkstellingsvoordeel.
Met andere woorden: wie na anderhalf à twee jaar nog niet opnieuw werkt, heeft doorgaans zodanige problemen of obstakels. Een uitkeringsknip helpt hen niet automatisch aan werk. Het verslechtert enkel hun inkomenssituatie.
Daarnaast is er het signaal van de arbeidsmarkt zelf. Staan werkgevers werkelijk te springen om langdurig werklozen aan te werven? Dit geldt wanneer hun uitkering stopt.
Recent onderzoek van UGent bevestigt een alarmerende trend: werkgevers kijken argwanend naar een lange werkloosheidsperiode op iemands CV. Een meta-analyse van 28 internationale studies met in totaal 67.000 fictieve sollicitaties toont dat sollicitanten die meer dan een jaar zonder job zitten hebben gemiddeld 21% minder kans. Ze maken minder kans om uitgenodigd te worden of aangeworven te worden.
Hoe langer de werkloosheid duurt, hoe verder die kansen slinken.
Sterker nog, iemand die pas kort werkzoekend is (< 6 maanden) maakt meer kans op een job. Dit komt door de directe beschikbaarheid die werkgevers waarderen. Werkgevers denken dat kortdurig werklozen meteen beschikbaar zijn. Ook beschouwen zij hun vaardigheden nog up-to-date.
Maar voor wie al 1,5 à 2 jaar uit is, hebben werkgevers vaak twijfels over motivatie en competentie. Professor Stijn Baert (UGent) stelt dat het stopzetten van een uitkering na ~2 jaar te laat is. Dit is geen effectieve maatregel om de werkgeversvoorkeur te verbeteren. Het komt te laat om de inzetbaarheid van deze mensen te verbeteren.
Het risico is groot dat velen van de 180.000 uitgesloten werklozen eenvoudigweg niet zullen worden opgepikt door de arbeidsmarkt, of slechts via zeer precair en laagbetaald werk.
Reikwijdte van het debat: kritiek en steun van verschillende kanten
De voorgestelde beperking van werkloosheidsuitkeringen tot twee jaar roept felle kritiek op van vakbonden en armoedeorganisaties. Werkgeversorganisaties en sommige politici juichen de maatregel daarentegen toe als een noodzakelijke hervorming. Deze tegenstelling tekent zich scherp af in het publieke debat.
Vakbonden (ACV, ABVV): Zij verzetten zich principieel tegen de tijdslimiet. Volgens het ACV mist de maatregel “volledig de essentie van het debat”. Het echte probleem is een gebrek aan kansen. Het is niet een gebrek aan wil. “Niemand kan hardmaken dat deze mensen sneller werk zullen vinden als je hun uitkering afneemt,” stelt het ACV onomwonden.
Er is geen wetenschappelijk bewijs dat zo’n sanctie helpt. Integendeel, de vakbonden wijzen erop dat België dan gewoon mensen richting een nog lager bijstandsinkomen duwt. Dit is een verschuiving van het probleem naar het OCMW. Ze vinden het retoriek van “luie hangmatters” ongepast. Langdurig werkzoekenden hebben al aan veel verplichtingen voldaan.
Ze ervaren vooral discriminatie en afwijzing op de arbeidsmarkt. ABVV spreekt van “beperken de werkloosheid, niet de uitkering”. Volgens hen moet men investeren in jobs en begeleiding. Dit moet gebeuren in plaats van mensen zonder inkomen te zetten. Volgens ABVV-voorzitter Thierry Bodson zal de tijdslimiet tienduizenden mensen in armoede storten. Er komen geen jobs bij. Er dreigt gevaar dat men hen “onder de brug” laat belanden.
Beide grote vakbonden benadrukken dat we actiever beleid en werkgeversverantwoordelijkheid nodig hebben in plaats van strafmaatregelen.
“Dit gaat geen jobs tevoorschijn toveren of discriminatie doen verdwijnen,” aldus het ACV. Ze pleiten voor gerichte jobcreatie. Dit kan desnoods via de sociale economie of “basisbanen”. Ze pleiten ook voor betere begeleiding. Verder vragen ze het wegnemen van aanwervingsdrempels zoals leeftijdsdiscriminatie. Ook het Netwerk tegen Armoede sluit zich hierbij aan. Andere sociale organisaties doen dat ook. Ze waarschuwen voor meer armoede en sociale uitsluiting door de maatregel.
Werkgeversorganisaties (VBO, Voka): Aan de andere kant juichen werkgevers de hervorming toe. Ze vinden het noodzakelijk om de werkzaamheidsgraad op te krikken. Ze willen ook de sociale zekerheid betaalbaar houden. België is immers een uitzondering met onbeperkte uitkeringen, wat volgens hen de activeringsprikkel vermindert.
Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) ijvert al langer voor een uitkeringsduurbeperking. VBO-topman Pieter Timmermans stelt dat dit nodig is om “de jongere generaties een rechtvaardig en financieel haalbaar systeem te garanderen”.
Uit een VBO-enquête bleek bovendien dat 80% van de werkgevers het eens zijn met de stelling. 60% van de jongeren steunt ook de mening dat werkloosheidsuitkeringen maximaal twee jaar zouden mogen duren. Werkgevers zien het als einde van een anomalie: “Nergens ter wereld krijg je onbeperkt een uitkering, behalve hier. Het kon niet langer uitblijven. Dat zeiden voorstanders vaak, verwijzend naar onze buurlanden waar een striktere limiet geldt.
Wel benadrukken sommige werkgevers dat flankerende maatregelen cruciaal zijn.
Hans Maertens van Voka Vlaanderen vindt dat de overheid méér moet investeren in opleiding. Ze moeten ook investeren in de begeleiding van oudere werklozen. “Nu wordt er zelfs bespaard op VDAB en volwassenonderwijs, dat klopt niet.” Voka pleit ook voor hervormingen in het loon- en arbeidsmarktbeleid. We moeten oudere werknemers aantrekkelijker maken via loonlastenverlaging.
Er moeten jobkansen gecreëerd worden in de sociale economie. Met andere woorden, de werkgeversorganisatie steunt de prikkel (de uitkeringsknip). Ze geven echter toe dat het moeilijk wordt om de groep extra-langdurig werklozen effectief aan werk te helpen. Er zijn bijkomende inspanningen van zowel overheid als bedrijven nodig.
Academici en denktanks:
Ook binnen de academische wereld is de stemming niet unaniem, maar veel arbeidsexperts uiten bedenkingen bij de geplande hervorming. Professor Ive Marx (Universiteit Antwerpen) noemde de duurtijdbeperking “een heel pijnlijke ingreep”. Hij zei dat “veel mensen met quasi nul kans op de arbeidsmarkt de prijs zullen betalen”. Dit gebeurt door decennia van politieke incompetentie.
Marx vindt het “mindblowing” dat in een krappe arbeidsmarkt als de onze überhaupt 184.000 mensen langer dan twee jaar werkloos zijn, en acht het onwaarschijnlijk dat een simpele uitkeringsstop dat oplost. Professor Ides Nicaise (KU Leuven) treedt hem bij. Het is een eenzijdige, neoliberale redenering dat je werkloosheid oplost door uitkeringen te verlagen. Er is geen enkele evidentie dat het werkt.
Volgens Nicaise hebben veel van deze mensen grote problemen. Je lost ze niet op met een financiële schop onder de kont. Denk aan chronische ziekte, zorg voor een familielid, of al uitgebluste gezondheid na jaren zwaar werk.
Hij vreest dat de meest kwetsbaren het hardst getroffen worden, zoals oudere vrouwen met onderbroken loopbanen. Daarnaast waarschuwt Nicaise dat de overheid nu wel bespaart op uitkeringen. Straks is er mogelijk meer geld nodig voor gezondheidszorg, maatschappelijke opvang en inkomenssteun. Dit is een gevolg van toegenomen armoede.
Er zijn ook genuanceerdere stemmen.
Sommige economen zijn van mening dat het principe van een tijdslimiet verdedigbaar is. Dit geldt alleen als het deel uitmaakt van een breder plan. Dit plan omvat sterkere degressiviteit van uitkeringen. Ook is intensieve begeleiding vanaf dag één van werkloosheid nodig.
Daarnaast moeten er voldoende uitzonderingen zijn voor wie objectief onbemiddelbaar is. Stijn Baert (UGent) suggereert bijvoorbeeld dat uitkeringen beter in de eerste maanden hoger zijn. Daarna moeten ze sneller dalen. Dit zorgt ervoor dat de prikkel eerder komt wanneer de kansen nog hoger zijn. Dit is in plaats van een harde knip na twee jaar.
Maar ook hij beklemtoont dat actief arbeidsmarktbeleid nodig blijft. Het tegengaan van discriminatie is ook noodzakelijk, omdat het stigma op langdurige werkloosheid reëel is. Verder zijn er denkzame bijdragen. Het Observatorium Brussel maakte simulaties en toonde aan hoe onevenwichtig de impact regionaal kan uitvallen.
In Brussel woont een onevenredig aandeel van de groep die zonder inkomen dreigt. Een derde van alle “uitgeslotenen” woont daar, terwijl Brussel slechts 10% van de bevolking heeft. Zulke analyses voeden pleidooien om flankerend armoedebeleid en regionale steunmaatregelen te voorzien om de klap op te vangen.
Conclusie: harde keuzes met grote gevolgen
De voorgenomen beperking van werkloosheidsuitkeringen tot twee jaar markeert een historische omslag in het Belgisch sociale zekerheidsmodel. Voorstanders noemen het een noodzakelijke modernisering. Ze zien het als een einde aan een uniek, duur systeem dat mensen te lang inactiviteit zou laten. Het is ook een stimulans om sneller werk te zoeken.
Tegenstanders zien het als een asociale besparing die de zwaksten treft. Het symptoom (langdurige werkloosheid) wordt bestraft. Ondertussen blijven de oorzaken (gebrek aan vacatures, leeftijdsdiscriminatie, onvoldoende begeleiding, gezondheidsproblemen) onopgelost.
Uit de feiten en onderzoeken blijkt alvast dat langdurig werklozen een erg kwetsbare groep vormen:
gemiddeld ouder, vaker laaggeschoold of met gezondheidsproblemen, en meestal al het slachtoffer van sociale uitsluiting en armoede. Hun werkloosheidsduur is eerder een gevolg van structurele problemen dan van een “te zachte hangmat”.
Het risico bestaat dat een bruuske uitkeringsstop deze mensen nog verder van de arbeidsmarkt duwt, in plaats van dichterbij. Zonder uitkering verliezen ze financiële stabiliteit. Dit verlies leidt tot stress en armoede. Deze omstandigheden werken net ontmoedigend voor integratie op de arbeidsmarkt.
Tegelijk is het waar dat België een zeer hoog aandeel langdurige werkzoekenden heeft. De druk om te hervormen is reëel.
Een werkzaamheidsgraad verhogen vergt echter méér dan enkel de uitkeringen inkorten.
De nuance is dus cruciaal. Een beperking in de tijd kan sommigen sneller activeren. Dit gebeurt alleen als de jobs er zijn en de begeleiding op maat volgt. Zoals een welvaartsstaat als de onze betaamt, moet de focus liggen op het maximale welzijn van de bevolking. Deze focus is vooral belangrijk door moeilijke periodes heen.
In dat licht is het belangrijk te waken voor de negatieve neveneffecten. Er is een toenemend armoede- en uitsluitingsrisico. Er is extra druk op gezinnen en lokale hulpverlening. Er is ook het gevaar dat een deel van de langdurig werklozen simpelweg van de radar verdwijnt.
De komende tijd zal uitwijzen of en hoe dit beleid wordt bijgestuurd.
Er gaan stemmen op om kwetsbare groepen beter te beschermen. De invoering moet gefaseerd en begeleid verlopen. Daarnaast moeten er flankerende investeringen worden gedaan in opleiding, kinderopvang, gezondheidszorg en anti-discriminatiemaatregelen.
Uiteindelijk draait het om een beleidskeuze met een duidelijke ideologische ondertoon. Kiezen we voor de “workfare”-benadering (druk en sancties)? Of blijven we trouw aan de traditionele welvaartsstaatgedachte (ondersteuning en solidariteit)? Of zoeken we een gulden middenweg?
Eén ding is zeker: de beperking tot twee jaar zal een diepgaande impact hebben op tienduizenden levens. De discussie over haar wenselijkheid en uitwerking is dan ook meer dan gerechtvaardigd. Het laatste woord hierover is nog niet gezegd.
Bronnen: Belgische statistieken en rapporten van onder meer RVA, Statbel, Observatorium Brussel, Steunpunt Werk, Netwerk tegen Armoede; standpunten van ACV, ABVV en VBO; analyses door media (VRT NWS, De Morgen, Knack) en academici (KU Leuven, UAntwerpen, UGent). Deze bronnen ondersteunen de hierboven beschreven bevindingen en zorgen voor de nodige onderbouwing en nuance.
Bronnenlijst
Officiële instellingen
- Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA)
https://www.rva.be - Statbel (Belgisch statistiekbureau)
https://statbel.fgov.be - FOD Sociale Zekerheid
https://socialsecurity.belgium.be - Steunpunt Werk (KU Leuven)
https://www.steunpuntwerk.be - Observatorium voor Gezondheid en Welzijn Brussel
https://www.ccc-ggc.brussels/nl/observatorium
Vakbonden en sociale organisaties
- ABVV (Algemeen Belgisch Vakverbond)
https://www.abvv.be - ACV (Algemene Centrale der Christelijke Vakbond)
https://www.acv-online.be - Netwerk tegen Armoede
https://www.netwerktegenarmoede.be - VVSG (Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten)
https://www.vvsg.be
Werkgeversorganisaties
- VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen)
https://www.vbo-feb.be - VOKA (Vlaams netwerk van ondernemingen)
https://www.voka.be
Academici en denktanks
- Prof. Ides Nicaise (KU Leuven)
https://www.kuleuven.be - Prof. Ive Marx (Universiteit Antwerpen)
https://www.uantwerpen.be - Prof. Stijn Baert (UGent)
https://www.ugent.be
Belgische media en rapportage
- VRT NWS
https://www.vrt.be/vrtnws - De Morgen
https://www.demorgen.be
Knack
https://www.knack.be
De Standaard
https://www.standaard.be
Internationale vergelijking en context
- OESO – Labour Market Statistics
https://stats.oecd.org/ - IZA Institute of Labor Economics (internationaal onderzoek)
https://www.iza.org
Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.
Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.
✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier
Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan.
Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.
👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Kleine stappen, grote transformaties.
Laat een reactie achter. Jouw stem kan iemand anders precies de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.
👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.
🌿 Samen bouwen we aan herstel, kracht en emotionele vrijheid. Steun ons zonder extra kosten door aankopen bij bol. klik op onderstaande afbeelding.
Steun ons zonder extra kost door uw aankopen bij :
https://www.steunfondsvooroekraine.be/donatiepagina
Liefs Annemie