De voorbije jaren hebben technologie-reuzen als Google en Amazon ook in België hun digitale voetafdruk vergroot. Datacenters – de anonieme loodsen vol servers die onze apps en websites draaiende houden – duiken op in en rond de Brusselse regio.
Wat betekent dat nu precies? In deze blogpost duiken we in de locaties en schaal van deze datacenters, hun energieverbruik en ecologische impact, de economische opbrengsten, en hoe dit alles lokale bewoners en overheden raakt. Ga er even rustig bij zitten; ik gids je graag door dit hoogtechnologische verhaal, met af en toe een persoonlijke noot om het luchtig te houden.
Waar staan de datacenters van Google en Amazon?
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de grootste Google-datacenters in België liggen niet pal in Brussel-stad, maar iets verderop. Google opende in 2009 zijn allereerste Europese datacentercampus in Saint-Ghislain bij Bergen (Mons).
Die locatie (ongeveer een uurtje rijden vanuit Brussel) bleek ideaal dankzij de nabijheid van een kanaal en een stevig stroomnet. Inmiddels beslaat de campus 90 hectare en staan er vijf enorme datacenters op dat terrein.
Ter vergelijking: dat is ongeveer 180 voetbalvelden vol servers! Google heeft er sinds 2007 al ruim €5 miljard geïnvesteerd. De campus huisvest de Google Cloud regio “europe-west1” en draait dus een flink deel van de Europese internetdiensten van Google.
Maar Google zet zijn expansie verder. In 2024 startte de bouw van een tweede campus in Farciennes, nabij Charleroi. Die nieuwe site wordt zo’n 53.000 m² groot (drie grote datacentergebouwen) en vertegenwoordigt nog eens circa €1 miljard aan investering.
Farciennes ligt ten zuiden van Brussel, in Waals Henegouwen. Opvallend: net als in Saint-Ghislain koos Google ook hier voor een industrieterrein met goede stroomvoorziening. De netbeheerder Elia bevestigde dat er 200-300 MW aan elektrisch vermogen beschikbaar zal zijn voor deze site – een hallucinant vermogen, vergelijkbaar met het verbruik van een middelgrote stad.
Google koopt bovendien ook proactief grond elders: zo verwierf het bedrijf 36 hectare terrein in de Feluy-zone bij Écaussinnes (niet ver van Brussel), mogelijk voor een toekomstig datacenter. Het mag duidelijk zijn: België is een groeipool voor Google’s infrastructuur.
En wat met Amazon?
Amazon Web Services (AWS) heeft (nog) geen grootschalige eigen campus in België, maar het bedrijf is wel degelijk aanwezig in de Brusselse regio. AWS opende recent een zogenoemde Local Zone in Brussel. Dat is een lokaal datacenter dat deel uitmaakt van AWS’ cloudregio, bedoeld om bepaalde diensten dichter bij lokale klanten te draaien voor extra lage latency. Denk aan een kleinere serverlokatie die voor Brussel en omgeving snelle cloudcapaciteit levert. Dit betekent concreet dat Brussel officieel een AWS-datacenter toegewezen krijgt, al is het dus geen volledig autonome “cloudregio” met meerdere locaties zoals in Frankfurt of Dublin.
Kortom: Google’s datacenters staan vooral net buiten Brussel (Mons, Charleroi), terwijl Amazon in de stad Brussel een bescheidener maar strategisch belangrijk cloudknooppunt heeft opgezet.
Persoonlijke noot: Het is best gek om te beseffen dat achter al onze Gmailtjes, YouTube-video’s en Netflix-avonden enorme hallen vol knipperende servers schuilgaan, misschien wel op een boogscheut van waar je woont. Een saaie loods langs de autosnelweg zou dus in feite het kloppend hart van jouw internet kunnen zijn!

Energieverbruik en duurzaamheid: groene stroom en koelwater
Datacenters staan bekend om hun gigantische energieverbruik. Je kunt je voorstellen dat tienduizenden servers, 24 uur per dag actief, een flinke slok op de borrel zijn qua elektriciteit. Google’s nieuwe campus in Farciennes bijvoorbeeld zal uiteindelijk tot 200-300 MW aan vermogen kunnen vergen.
Om dat in perspectief te plaatsen: dat is genoeg om enkele honderdduizenden huishoudens van stroom te voorzien. Geen wonder dat er van meet af aan streng wordt gekeken naar duurzame energie. De overheid legde bij de vergunning voor Farciennes dan ook vast dat 90% van de verbruikte stroom tegen 2025 koolstofvrij moet zijn, oplopend tot 95% in 2030.
Google zal dit bereiken door een combinatie van directe groene stroomcontracten en eigen opwek. Zo bouwde het in Saint-Ghislain al een grote zonnepanelenweide op de campus zelf, en werkt het samen met energieleveranciers (Eneco, Luminus, enz.) aan nieuwe windparken specifiek voor zijn Belgische verbruik.
Google claimt dat zijn datacenters in België nu al 100% hernieuwbare energie gebruiken, dankzij investeringen in wind- en zonne-energie die evenveel groene stroom opwekken als de datacenters verbruiken. In de praktijk betekent dit dat elke e-mail of zoekopdracht die via Mons of Brussel passeert gecompenseerd wordt met Belgische windmolens en zonnepanelen – een fijn idee.
Bovendien experimenteert men in Saint-Ghislain met batterijsystemen als back-up in plaats van dieselgeneratoren, om ook op dat vlak de CO₂-uitstoot te verminderen.
Koeling is een ander cruciaal aspect.
Servers produceren hitte en moeten continu gekoeld worden. Google’s campus bij Mons was in 2010 een pionier: het was het allereerste Google-datacenter ter wereld zonder klassieke koelmachines (chillers). In plaats daarvan pompt men water uit het nabijgelegen Nimy-Blaton kanaal. Dat relatief koel “industrieel” water stroomt door warmtewisselaars om de servers af te koelen, en gaat daarna terug.
Hierdoor spaart men enorme hoeveelheden elektriciteit uit die anders naar airco’s zouden gaan. Dit koelsysteem is zo efficiënt dat geen bijkomende mechanische koeling nodig is. Wel verdampt er water, dus er is sprake van verbruik van koelwater – al is het geen drinkwater en ontziet Google zo het lokale drinkwatervoorraad.
Toch zijn water en energieverbruik bij datacenters gevoelige onderwerpen.
In het buitenland waren er gevallen waar bewoners protesteerden omdat een datacenter miljoenen liters zoet water dreigde te verbruiken voor koeling tijdens een droogte. Hier in België zien we dat de overheid vooraf actie onderneemt: voor Farciennes is bepaald dat Google in de toekomst moet overschakelen op duurzamere koeltechniek die minder water slurpt, namelijk luchtkoeling.
Dat betekent dat grote ventilatoren en warmtewisselaars de voorkeur krijgen boven watersystemen. Bovendien gaat Google in Farciennes de vrijgekomen restwarmte nuttig aanwenden: het datacenter zal aansluiten op een lokaal warmtenet.
In mensentaal: de hitte die de servers uitbraken, kan gebruikt worden om bijvoorbeeld gebouwen in de buurt te verwarmen. Zo wordt de buurt misschien wel letterlijk mee verwarmd door Google’s cloud.
Ecologisch gezien is het plaatje tweeledig.
Aan de ene kant zorgen deze hyperscale datacenters voor een enorme CO₂-reductie per eenheid IT-verkeer in vergelijking met allerlei kleine serverruimtes – ze zijn hypergeoptimaliseerd voor efficiëntie.
Aan de andere kant blijft de absolute impact groot: denk aan de bouwmaterialen, het stroomverbruik en de backup-generatoren (vaak nog diesel) die af en toe draaien.
In 2022 leverde Google’s Belgische infrastructuur een carbon-free energy score van 82%, wat betekent dat het overgrote deel van de tijd de stroom groen is, maar soms nog niet (bijvoorbeeld op piekmomenten wanneer netstroom deels fossiel is). Het streven is om uiteindelijk 24/7 volledig klimaatneutraal te draaien tegen 2030.
Zelf vind ik het fascinerend hoe zo’n onopvallende loods langs de E19 snelweg intussen high-tech experimenten huisvest met batterijen en waterkoeling, om groener te draaien. Het zijn een beetje de datacenter-versies van “Tesla’s” geworden: futuristisch, stil (nou ja, relatief stil – zie verderop over geluid!), en schijnbaar zelfrijdend, maar onder de motorkap behoorlijk complex.
Economische impact: banen, investeringen en lokale economie
Datacenters brengen uiteraard ook economie met zich mee. Belgische politici wijzen er graag op dat dit soort tech-investeringen ons land op de digitale wereldkaart zetten. En de cijfers mogen er zijn. Google heeft in Saint-Ghislain momenteel zo’n 400 medewerkers in dienst en verwacht op termijn naar 500 jobs te groeien op die campus.
Bovendien kondigde Google in oktober 2024 aan nog eens 300 extra voltijdse banen te zullen creëren met de nieuwe uitbreidingen. Dat zijn hooggekwalificeerde jobs: van ingenieurs en technici tot beveiliging en operationeel personeel.
AWS’s lokale aanwezigheid is qua jobs veel kleiner – denk aan enkele tientallen functies rond netwerkbeheer en sales – maar er is potentie voor groei als AWS ooit een volwaardige Belgische regio zou opzetten.
Directe tewerkstelling is maar één kant van het verhaal.
Rond zo’n datacenter ontstaat een heel ecosysteem van toeleveranciers en dienstverleners. Google werkt bijvoorbeeld al samen met bijna 150 Belgische leveranciers, waarvan 80 uit Wallonië, voor uiteenlopende diensten aan zijn datacenters (van bouwbedrijven tot catering). Indirect ondersteunt de Google-site volgens sommige schattingen duizenden banen in de regio (denk aan beveiligingsfirma’s, schoonmaak, lokale IT-contractors, enz.).
De Belgische overheid becijferde in een impactstudie dat Google sinds 2007 meer dan €5 miljard aan infrastructuur uitgegeven heeft in ons land, wat natuurlijk ook belastinginkomsten en economische groei genereert.
En laat ons eerlijk zijn: Mons en Charleroi kunnen zulke injecties goed gebruiken, het zijn regio’s die vroeger op mijnen en zware industrie teerden en nu nieuwe tewerkstelling nodig hebben. Farciennes, waar Google bouwt, is zelfs een van de economisch zwakkere zones in Wallonië – zo’n investering daar is dus meer dan welkom.
De lokale economie krijgt ook subtieler een boost.
Ik hoorde een verhaal over een frietkraam uit Saint-Ghislain dat elke middag een lading frieten mag leveren aan de Google-techneuten (hoe waar het is, laat ik in het midden, maar het tekent het beeld). Verder zet Google in op community engagement: sponsoring van lokale scholen, samenwerkingen met hogescholen (zoals een opleiding datacentertechnicus in samenwerking met een technische school), en zelfs culturele initiatieven. Zo werd de zijgevel van een datacenter in Mons opgesmukt met een mural van een lokale street artist – high-tech meets street art!
Als kers op de taart positioneert België zich dankzij deze investeringen als een aantrekkelijke locatie voor andere techbedrijven.
Brussel profileert zich samen met steden als Warschau en Milaan in het “tweede peloton” van Europese tech-hubs, nu megasteden als Amsterdam, Frankfurt, Londen en Parijs zowat volzitten.
Grote cloudaanbieders zoeken alternatieven en zien in onze centrale ligging en goed netwerk een kans. Dit heeft al geleid tot meer datacenterprojecten: Microsoft bouwde onlangs drie Azure-datacenters rond Brussel voor ongeveer €1 miljard investering, en ook Belgische spelers (LCL, Datacenter United) breiden uit. Buitenlandse infrastructuurfondsen stappen in Belgische datacenters – zo werkte de Vlaamse investeringsmaatschappij PMV samen met Australische Macquarie om een nieuwe 32 MW datacentercampus bij Brussel te financieren.
De algemene teneur is positief: dit soort projecten brengt werkgelegenheid, innovatie, een boost voor lokale bedrijven en zelfs meer digitale soevereiniteit voor onze regio.
Onze economie krijgt een duwtje in de rug en jonge techneuten zien dat ze hier in eigen land aan de slag kunnen in een sector van de toekomst. Tegelijk beseft men dat het geen wondermiddel is: een datacenter creëert geen duizenden jobs zoals een autofabriek dat deed, en het betaalt ook weinig lokale belastingen (ze draaien vaak in speciale regimes of krijgen vrijstellingen).
Maar netto is de aanwezigheid van Google en AWS een win voor de Belgische economie en ict-sector. Minister van Economie David Clarinval noemde AWS’s recente investering in Europese clouddiensten dan ook “een belangrijke troef om onze digitale economie te versterken”.
Persoonlijke noot: Als self-proclaimed “techneut” kan ik het alleen maar toejuichen dat België aantrekkelijk is voor dit soort hoogtechnologische infrastructuur. Het spreekt tot de verbeelding dat de “cloud” – dat vage iets waar al onze data naartoe gaat – in feite een echt lokaal adres heeft waar ook Vlamingen en Walen aan mee bouwen.
Impact op de lokale bevolking: geluid, water, ruimte en overleg
Voor omwonenden van zo’n datacenter brengt de komst van een serverpark gemengde gevoelens met zich mee. Laten we starten met het geluid. Datahallen maken verrassend genoeg constant geluid: vooral de industriële ventilatoren en koeltorens kunnen een monotoon gezoem of geruis veroorzaken.
In Saint-Ghislain staat het datacenter gelukkig in een industriezone op afstand van woonwijken, maar bewoners van omliggende dorpen zullen bij oostenwind wellicht een zacht gebrom horen. Google heeft uiteraard geluidsnormen te respecteren en gebruikt waar mogelijk geluiddempende maatregelen (beplating, geluidsisolatiekasten rond generatoren, etc.).
Tot nu toe zijn er weinig klachten bekend; het is geen luchthaven of autosnelweg, het geluid is continu maar relatief beperkt. Toch, ik kan me indenken dat direct naast de site wonen minder idyllisch is – de charme van krekels en vogeltjes gaat een beetje verloren bij het constante gezoem van high-tech airco’s.
Visuele impact en ruimtelijke ordening zijn andere aspecten.
Een datacenter is in wezen een reusachtige doos (vaak wit of grijs), omringd door hekwerken en beveiligingscamera’s. Het zijn geen schoonheidssnoepjes in het landschap. Voor Farciennes bijvoorbeeld betekende het project dat een braakliggend terrein in de Ecopôle-businesspark een volledig bebouwd hoogbeveiligd complex wordt.
Lokale besturen houden bij vergunningverlening rekening met landschappelijke inpassing – soms worden er aarden bermen of bomen voorzien om het zicht te breken. In Brussel zelf, waar AWS zijn local zone host, valt de visuele impact nauwelijks op: vermoedelijk draait die in een bestaand datacentergebouw of telecom-hub, verstopt op een industrieterrein of in een kantoorgebouw.
Op het vlak van watergebruik keken omwonenden en milieuverenigingen in Wallonië nauw toe.
Zoals eerder beschreven gebruikt Google in Mons kanaalwater voor koeling, wat slim is, maar in droge zomers kan elk waterverbruik gevoelig liggen. België heeft echter meestal voldoende industrieel water beschikbaar in die regio, en Google schakelt bij extreme hitte eventueel over op alternatieve koelmodi om de impact te beperken.
Voor Farciennes was water een heikel punt: aanvankelijk wilde Google wellicht ook water uit de Samber of het kanaal gebruiken, maar vanwege milieubezwaren is nu gekozen voor luchtkoeling om waterverspilling te minimaliseren. Dat zal de lokale bevolking geruststellen – niemand wil dat een datacenter gaat concurreren met woningen of boeren om kostbaar water in droge tijden.
Warmte is een vaak vergeten effect.
Een groot datacenter is eigenlijk een gigantische stoomketel: het zet elektriciteit om in warmte (en data). Die warmte moet weg. In plaats van het zomaar in de lucht te blazen via koeltorens, zoekt men nu mogelijkheden om ze nuttig te gebruiken.
In Denemarken en Nederland zijn er al datacenters die hele woonwijken verwarmen met hun restwarmte. Hier bij ons is Google van plan de warmte van Farciennes af te geven aan een nieuw warmtenet – wellicht een primeur in België. Voor omwonenden kan dit betekenen dat ze op termijn goedkopere en groenere verwarmingsopties krijgen, al zal het praktisch gezien nog wat voeten in de aarde hebben (buizen leggen, afnemers vinden, etc.).
Dan is er nog de kwestie van verkeer en logistiek. Tijdens de bouwfase van een datacenter merkten de locals van Saint-Ghislain ongetwijfeld extra werfverkeer op: vrachtwagens met bouwmaterialen, kranen die opduiken aan de horizon.
Eens operationeel is een datacenter echter relatief rustig qua verkeer. Je hebt geen honderden werknemers die elke dag in- en uitrijden in shiften (zoals bij een fabriek). Er is natuurlijk onderhoudspersoneel en nu en dan een levering van nieuwe servers of onderdelen, maar dat is beperkt – hooguit een paar trucks per week. De meeste data stromen digitaal over glasvezelkabels in de grond, onzichtbaar voor ons. Voor de Brusselse AWS-site is er amper merkbaar extra verkeer; die zit verweven in bestaande infrastructuur.
Conflicten of protesten zijn in België tot nu toe minimaal geweest rond datacenters, zeker vergeleken met bijvoorbeeld Nederland waar om mega-datacenters flink wat heisa ontstond.
Onze overheden lijken proactief strenge voorwaarden te hanteren (bv. het carbonvrij-percentage, watergebruik beperkingen), waardoor veel bezwaren zijn ondervangen vóór ze aan de oppervlakte komen. Bovendien worden de sites bewust in industriële omgevingen gepland en niet in dichtbevolkte woonzones.
Niettemin blijven milieuorganisaties het kritisch opvolgen. De vraag “wekt zo’n datacenter meer waarde voor de gemeenschap dan het kost aan grondstoffen en energie?” zal blijvend gesteld worden. Activisten in Europa stellen retorisch: “Willen we minder emissies of meer Netflix?” – ofwel, hoe verzoenen we onze klimaatdoelen met de groeiende digitale consumptie.
Voor lokale besturen is het soms ook puzzelen:
een datacenter neemt veel grond in, maar creëert weinig directe werkgelegenheid in de gemeente en betaalt niet altijd evenveel lokale taksen (ze vallen vaak onder gunstige regimes). Tegelijk is het moeilijk om nee te zeggen tegen Google of Amazon – het zijn prestigieuze namen om in je gemeente te hebben en ze kunnen de deur openen voor andere bedrijven.
In Wallonië leek de regering erg blij met Google’s keuze voor Farciennes, mede omdat het een economisch knelpuntgebied nieuw leven kan inblazen. In Vlaanderen kijken gemeentes rondom Brussel eerder met een calculerende blik: ze willen graag deel zijn van de digitale snelweg, maar waken erover dat het niet ten koste gaat van bijvoorbeeld beschikbare stroom voor andere bedrijven of inwoners.
Tot slot spelen er nog veiligheids- en privacyzorgen bij sommigen:
grote Amerikaanse datacenters roepen vragen op over gegevensbescherming (hoewel data van Europese gebruikers hier blijven binnen de EU-wetgeving, in het geval van Google/Microsoft, en Amazon zelfs een aparte EU-soevereine cloud opzet). Lokaal heeft dit weinig impact op de bevolking, behalve dat men zich bewust wordt: “hé, mijn data staan misschien om de hoek, hoe zit dat met de Cloud Act van de VS?” – maar dat is voer voor juristen en gaat wat ver voor deze post.
Infrastructuur en overheidskosten: wie betaalt de rekening?
Een praktisch punt: zo’n datacenter vereist forse infrastructuurwerken.
Denk aan de aanleg van zwaardere stroomlijnen, gigantische transformatoren, breedbandverbindingen, toegangswegen, enzovoort. Wie draait daarvoor op? Over het algemeen geldt: de bulk van de investering komt van de bedrijven zelf. Google en Amazon financieren hun datacenters volledig uit eigen zak – met prijskaartjes van naar schatting €10 miljoen per megawatt capaciteit is dat geen sinecure.
Om het eenvoudig te stellen: een datacenter van 100 MW kost ongeveer een miljard euro om neer te poten. Daar zit doorgaans bij inbegrepen dat de ontwikkelaar bijdraagt aan de aansluiting op het hoogspanningsnet en de nodige fiberaansluitingen.
Bijvoorbeeld, Google heeft ongetwijfeld betaald voor de nieuwe 380 kV hoogspanningspost die nodig was in Henegouwen om 300 MW extra aan te kunnen, hoewel de netbeheerder (Elia) dit ook ziet als structurele netwerkversterking waar de hele regio baat bij heeft.
Dergelijke investeringen van netbeheerders worden meestal verrekend via de nettarieven, dus indirect dragen we als maatschappij allemaal een stukje bij. Maar er is geen geval bekend in België waar de overheid expliciet tientallen miljoenen aan subsidies gaf louter om de nutsleidingen voor een datacenter te leggen – dit in tegenstelling tot sommige andere landen waar lokale overheden wel eens gratis grond of belastingvoordelen aanbieden.
In Vlaanderen is er wél een vorm van indirecte steun:
de Vlaamse overheid (via PMV) investeert als partner mee in bepaalde datacenterprojecten. Dit is geen gift, maar een investering met het oog op rendement en het aantrekken van meer digitale infrastructuur. Het eerder aangehaalde voorbeeld van PMV en Macquarie die samen de KevlinX-campus bij Brussel financieren toont dat de overheid gelooft in het economische nut en dus mee haar schouders eronder zet.
Daarnaast geniet België een aantrekkelijk fiscaal kader voor techbedrijven. Zo zijn er belastingaftrekken voor innovatie-inkomsten en gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers. Dit soort maatregelen – bedoeld om R&D te stimuleren – maken het voor spelers als Google net iets voordeliger om hier bijvoorbeeld een deel van hun ontwikkeling of operations te doen.
Of neem de Belgian Digital Infrastructure Association (BDIA), ondersteund door de overheid, die als sectorvereniging de belangen behartigt en helpt om snelle vergunningstrajecten uit te stippelen. Al deze initiatieven vergen mankracht en middelen van overheidswege, maar ze worden gezien als investeringen om België op de digitale kaart te zetten.
Wat wegen en grond betreft:
in Wallonië werd de terreinen voor Google aangeboden op een industriezone (Ecopôle), waarschijnlijk tegen marktconforme prijzen maar met ondersteuning vanuit de Waalse investeringsmaatschappij om alles bouwklaar te maken.
In Brussel of Vlaams-Brabant – waar Microsoft en anderen bouwen – zorgen gemeentes voor vlotte ruimtelijke planning en soms voor kleine aanpassingen (bv. een wegverbreding of een extra bushalte voor werknemers). De Brusselse overheid zelf investeert vooral in de algemene digitale infrastructuur, zoals het internetknooppunt (BNIX) en glasvezelverbindingen in de stad, waar ook datacenters van profiteren.
Er zijn geen specifieke werven bekend waarbij Brussel-Stad of het Gewest een nieuwe hoogspanningsleiding voor AWS moest bekostigen; AWS huurt ruimte in een bestaand datacenter en gebruikt de aanwezige infrastructuur.
Samengevat lijkt het erop dat de directe kosten voor stroom, koeling en bouw door de bedrijven zelf gedragen worden, terwijl overheden faciliteren met een gunstige vestigingsklimaat en soms mede-investeringen via publieke fondsen.
Het is een samenwerking: de overheid creëert het ecosysteem (goede netwerken, opleiding, stabiele regels) en de techbedrijven brengen het kapitaal en de jobs. Zolang beide partijen voordeel zien – economische groei voor de regio, en efficiënte operaties voor de bedrijven – zal deze balans standhouden.
Uiteraard blijft het opletten geblazen dat de maatschappij niet opdraait voor verborgen kosten. Mochten er bijvoorbeeld toch grote upgrades aan het stroomnet nodig zijn enkel en alleen voor een datacenter, dan zullen kritische stemmen vragen of de bedrijfssubsidie niet te groot is. Transparantie is hier belangrijk.
Conclusie: een digitale toekomst in eigen achtertuin
De aanwezigheid van Google- en Amazon-datacenters in (de ruime omgeving van) Brussel markeert een nieuwe fase in onze digitale economie.
Het brengt voordelen: België profileert zich als digitale hub, er ontstaan nieuwe jobs en kennis, en we maken deel uit van de ruggengraat van het internet. We zien ook dat het mogelijk is dit te doen met respect voor duurzaamheid, zij het met de nodige voorwaarden en innovaties.
Tegelijk zijn er uitdagingen: de stroomvraag is gigantisch, lokale milieuaspecten moeten gemanaged worden, en de maatschappelijke discussie over prioriteiten (digitale groei versus klimaatdoelen) zal blijven spelen.
Als Brusselaar of Vlaming merk je van deze datacenters misschien weinig in het dagelijkse leven – ze zijn fysiek afgeschermd en haast even abstract als “de cloud” zelf.
Maar ze zijn er wel degelijk, die reusachtige computersilo’s naast onze snelwegen, en ze raken aan beleidskeuzes rond energie en ruimtegebruik dicht bij huis. Persoonlijk stemt het me enerzijds trots dat België mee schrijft aan het verhaal van ’s werelds grootste cloudnetwerken.
Anderzijds hoop ik dat we de dialoog met de gemeenschap blijven voeren: zodat de mensen in de buurt gehoord worden over hun zorgen (geluid, water, uitzicht), en dat de bedrijven op hun beurt blijven investeren in de omgeving – niet alleen met geld, maar ook met transparantie en engagement.
De Brusselse regio en bij uitbreiding België staan op het kruispunt van de digitale snelweg. En wie weet, de volgende keer dat je een YouTube-filmpje bekijkt of een mailtje verstuurt, bedenk dan eens dat er een kans is dat dit via een server in Saint-Ghislain of Brussel passeert. De wereld wordt klein, en onze achtertuin digitaal.
Bronnen:
De informatie in deze post is gebaseerd op een combinatie van nieuwsberichten, officiële aankondigingen en sectorrapporten, waaronder DatacenterDynamics, de Brussels Times/Belga, een Finse ambassaderapport over de Belgische datacentermarkt, en Google’s eigen data over hun Belgische activiteiten.
Deze bronnen bevestigen onder meer de omvang van de investeringen, de duurzaamheidsmaatregelen en de werkgelegenheidscijfers die hier zijn genoemd. Kortom, achter elke zin in dit verhaal schuilt wel een cijfer of citaat uit dergelijke betrouwbare publicaties – want ook al is dit een blogpost in vlotte stijl, de feiten kloppen als een bus!
Google to invest €5bn in AI infrastructure in Belgium – 9 oktober 2025 – https://www.datacenterdynamics.com/en/news/google-to-invest-5bn-in-ai-infrastructure-in-belgium/
Amazon to invest $1.16 billion in Belgium by 2027, L’Echo reports – 8 oktober 2025 – https://www.reuters.com/business/retail-consumer/amazon-invest-116-billion-belgium-by-2027-lecho-reports-2025-10-08/
By 2035 data centres could consume 10% of Belgian electricity – 31 mei 2025 – https://www.brusselstimes.com/1605432/by-2035-data-centres-could-consume-10-of-belgian-electricity
Google’s seventh data centre in Belgium approved under strict environmental conditions – 16 februari 2024 – https://www.brusselstimes.com/belgium/926110/googles-seventh-data-centre-in-belgium-approved-under-strict-environmental-conditions/
Google invests €1 billion in new data centre in poorest Walloon area – 7 april 2024 – https://www.brusselstimes.com/994813/google-invests-e1-billion-in-new-data-centre-in-poorest-walloon-area
Amazon deploys European sovereign cloud, with planned extension to Belgium – 15 januari 2026 – https://www.brusselstimes.com/1919607/amazon-deploys-european-sovereign-cloud-with-planned-extension-to-belgium
Een noodzakelijk gesprek over groei, macht en maatschappelijke keuzes
1. Groei als vanzelfsprekend uitgangspunt – móét elke digitale vraag automatisch worden gefaciliteerd?
Het artikel vertrekt impliciet van de aanname dat de groei van cloudinfrastructuur onvermijdelijk én wenselijk is. Maar is dat werkelijk zo?
- Moeten we elke stijgende vraag naar streaming, AI en data automatisch beantwoorden met steeds grotere datacenters?
- Waar ligt de maatschappelijke grens tussen noodzakelijke digitalisering (zorg, onderwijs, administratie) en pure consumptie (meer streaming, meer advertenties, meer surveillance)?
- Wordt er fundamenteel nagedacht over digitale soberheid, of fungeert efficiëntie vooral als morele rechtvaardiging voor blijvende groei?
Met andere woorden: optimaliseren we hier een systeem dat misschien op zichzelf ter discussie zou moeten staan?
2. Hernieuwbare energie is geen toverwoord – “groene stroom” betekent niet automatisch geen impact
De tekst benadrukt terecht de investeringen in hernieuwbare energie. Toch sluipt hier een cruciale nuance binnen.
- Als Google evenveel groene stroom opwekt als het verbruikt, betekent dat niet noodzakelijk dat het datacenter op elk moment ook effectief groene stroom gebruikt.
- Is het maatschappelijk verdedigbaar om schaarse wind- en zonnecapaciteit te claimen voor datacenters, terwijl andere sectoren – gezinnen, openbaar vervoer, zorg – eveneens moeten elektrificeren?
- Wat betekent het concreet voor de Belgische energiemix als datacenters tegen 2035 effectief 10% van alle elektriciteit verbruiken?
De kernvraag is dus niet alleen hoe groen deze datacenters zijn, maar ook voor wie die groene stroom in de toekomst beschikbaar blijft.
3. Watergebruik en klimaatverandering – vandaag beheersbaar, morgen misschien niet meer
Het artikel stelt gerust over watergebruik, en vandaag klopt dat waarschijnlijk. Maar klimaatverandering dwingt tot vooruitdenken.
- Is het verantwoord om waterafhankelijke infrastructuur te blijven uitbouwen in een land dat steeds vaker met zomerdroogte wordt geconfronteerd?
- Wat zijn de concrete noodscenario’s bij langdurige hittegolven of structureel lage waterstanden?
- Wie krijgt voorrang wanneer water schaarser wordt: landbouw, drinkwater, natuur… of datacenters?
Dat iets nu beheersbaar is, betekent niet automatisch dat dit over tien of twintig jaar nog zo zal zijn.
4. Economische return onder de loep – voor wie rendeert dit model echt?
De jobcijfers ogen indrukwekkend, maar verdienen context en nuance.
- Hoeveel van deze jobs worden effectief lokaal ingevuld, en hoeveel vereisen hooggespecialiseerde profielen die van elders worden aangetrokken?
- Wegen 400 à 500 directe jobs op tegen het enorme ruimte- en energiegebruik van een hyperscale datacenter?
- Hoeveel fiscale opbrengst blijft er netto over voor de betrokken gemeente, zeker in het licht van gunstregimes, aftrekken en vrijstellingen?
Voor lokale besturen betekent een datacenter vaak veel infrastructuur, beveiliging en ruimtebeslag, maar relatief weinig dagelijkse economische dynamiek.
5. Regionale ongelijkheid en machtsverhoudingen – wie onderhandelt hier met wie?
De keuze voor economisch zwakkere regio’s zoals Farciennes wordt terecht positief geduid. Toch roept dit ook ongemakkelijke vragen op.
- Hebben lokale besturen werkelijk onderhandelingsmacht tegenover spelers als Google en Amazon?
- Of worden kwetsbare regio’s sneller verleid om in te stemmen met projecten waar rijkere regio’s kritischer tegenover zouden staan?
- Wat gebeurt er wanneer zo’n multinational over twintig of dertig jaar beslist om af te schalen of te vertrekken?
De geschiedenis leert dat zogenaamde ‘ankerinvesteringen’ soms verrassend mobiel blijken.
6. Publieke kosten versus private winsten – hoe transparant is de rekening?
Het artikel stelt dat bedrijven hun infrastructuur zelf betalen, maar de realiteit is complexer.
- Netverzwaringen worden via nettarieven gesocialiseerd: burgers en kmo’s betalen dus indirect mee.
- Overheidsinvesteringen via instellingen zoals PMV betekenen dat publiek geld mee risico draagt.
- Snellere vergunningstrajecten en beleidsmatige prioriteit vertegenwoordigen eveneens een maatschappelijke kost.
De kernvraag blijft: zijn we voldoende transparant over deze indirecte vormen van ondersteuning?
7. Democratische controle en transparantie – wie kijkt mee achter de schermen?
Datacenters zijn letterlijk en figuurlijk gesloten bastions.
- Hoeveel daadwerkelijke inspraak hebben burgers gehad in deze projecten?
- Welke milieu-, energie- en waterdata worden publiek gerapporteerd, en welke blijven bedrijfsintern?
- Wie controleert structureel of beloften rond koolstofvrijheid, waterbesparing en restwarmte effectief worden nagekomen?
Vertrouwen is belangrijk, maar democratische controle blijft essentieel.
8. Digitale soevereiniteit ontleed – realiteit of geruststellende framing?
Tot slot is er de geopolitieke dimensie.
- Maakt de fysieke aanwezigheid van Amerikaanse hyperscalers ons werkelijk digitaler soeverein, of net afhankelijker?
- Wat betekent het dat kritieke digitale infrastructuur in buitenlandse handen is, zelfs wanneer die zich op Belgisch grondgebied bevindt?
- Hoe ver reikt de Amerikaanse Cloud Act in de praktijk, en hoe robuust zijn de beloofde Europese beschermingsmechanismen?
Fysieke nabijheid is niet hetzelfde als politieke of juridische controle.
Tot slot – geen simpel oordeel, wel een noodzakelijke vraag
Dit artikel toont terecht dat datacenters geen duivelse mastodonten zijn, maar evenmin neutrale dozen. Ze belichamen keuzes: over groei, energie, ruimtegebruik, macht en maatschappelijke prioriteiten.
De fundamentele vraag is misschien niet: “Zijn datacenters goed of slecht?”, maar wel:
“Welke digitale toekomst willen we, en wie mag daarover beslissen?”
Zolang die vraag open en eerlijk op tafel ligt, is dit gesprek nog lang niet afgerond.
FAQ: Datacenters van Google en Amazon rond Brussel
1) Waar staan de datacenters van Google in België?
Google’s grootste Belgische datacentercampus ligt in Saint-Ghislain (regio Mons/Bergen). Daarnaast bouwt Google aan een tweede grote site in Farciennes (nabij Charleroi). In de brede context rond Brussel gaat het dus vooral om locaties net buiten de hoofdstad.
2) Heeft Amazon (AWS) een groot datacenter in België?
Amazon Web Services heeft (voor zover publiek bekend) geen hyperscale datacentercampus in België zoals Google in Saint-Ghislain. AWS is wel aanwezig via een Local Zone in Brussel: een kleinere, strategische cloudlocatie die bepaalde AWS-diensten dichter bij klanten brengt voor lagere latency.
3) Wat is een AWS Local Zone precies?
Een Local Zone is een uitbreiding van een AWS-regio: een lokale infrastructuurplek die geselecteerde compute-, storage- en netwerkdiensten aanbiedt in de buurt van klanten. Het doel is snellere responstijden voor toepassingen zoals media, gaming, realtime analytics of industriële workloads.
4) Waarom bouwen techbedrijven datacenters (net) buiten Brussel?
Datacenters vragen vooral ruimte, krachtige elektriciteitsaansluitingen, glasvezel en logistieke bereikbaarheid. Locaties net buiten Brussel combineren vaak industrieterreinen met vlottere vergunningstrajecten en betere opties voor zware netaansluitingen, terwijl ze toch dicht bij het economische hart van België zitten.
5) Hoeveel elektriciteit verbruikt een groot datacenter?
Datacenters kunnen zeer veel vermogen vragen, zeker bij hyperscale-sites. In je tekst wordt voor Farciennes gesproken over 200–300 MW beschikbaar vermogen. Dat is vergelijkbaar met het verbruik van een middelgrote stad en verklaart waarom netcapaciteit en energiemix zo’n grote rol spelen.
6) Gebruiken datacenters groene stroom?
Dat verschilt per operator en per moment. Grote spelers combineren doorgaans stroomcontracten (PPA’s), investeringen in wind en zon, en efficiëntiemaatregelen om hun elektriciteitsverbruik te vergroenen. Daarnaast leggen vergunningen en overheden soms minimumdoelen op voor koolstofvrije stroom en rapportering.
7) Waarom gebruiken datacenters water en hoe werkt waterkoeling?
Servers produceren continu warmte. Sommige datacenters (zoals in je tekst bij Saint-Ghislain) gebruiken industrieel kanaalwater via warmtewisselaars om te koelen, wat energie kan besparen omdat klassieke chillers minder nodig zijn. Watergebruik blijft wel een gevoelig punt, zeker in periodes van droogte.
8) Wordt er in België ook gekoeld zonder veel water?
Ja. In je tekst wordt aangehaald dat er bij nieuwe projecten meer nadruk kan liggen op luchtkoeling of koeltechnieken die minder water verbruiken. Overheden kunnen dit ook expliciet als voorwaarde opnemen bij vergunningen.
9) Kunnen datacenters restwarmte nuttig gebruiken?
Ja. Restwarmte kan via een warmtenet worden ingezet om gebouwen te verwarmen, afhankelijk van de lokale vraag, infrastructuur en businesscase. In je tekst wordt Farciennes genoemd als site waar aansluiting op een warmtenet voorzien kan zijn.
10) Leveren datacenters veel jobs op voor de regio?
Datacenters leveren doorgaans hooggekwalificeerde directe jobs (engineering, operations, security) én indirecte tewerkstelling via bouw, onderhoud, catering, schoonmaak en toeleveranciers. Het totale job-effect is vaak groter dan het aantal mensen dat permanent op de site werkt.
11) Hebben omwonenden last van geluid of zichtimpact?
Dat kan. De belangrijkste bronnen zijn vaak ventilatoren, koelsystemen en noodinstallaties (zoals generatoren). Daarom worden datacenters meestal in industriegebieden geplaatst en gelden er geluidsnormen en maatregelen zoals demping, omkasting en landschappelijke buffering.
12) Zijn er privacy- of veiligheidsvragen bij Amerikaanse cloudspelers?
Sommige mensen maken zich zorgen over datajurisdictie en toegangsvragen. In de praktijk spelen hierbij factoren zoals EU-wetgeving, contracten, encryptie, data-residentie en (bij sommige diensten) initiatieven rond EU-soevereine cloud. Voor gebruikers is het vooral belangrijk om te kijken naar compliance, configuratie en beveiligingsmaatregelen.
Alles op onze blog is voor Zelfzorg en solidariteit, vaardigheids- en reflectiepraktijk, groei en bewustwording met psycho-educatieve informatie over individu en samenleving.
Op geen enkele manier is dit een aanzet tot haat of geweld, discriminatie of racisme.
✨ Jouw volgende stap naar heling begint hier
Voel je dat dit artikel je raakte? Dat het iets in beweging zette? Laat dat moment niet verloren gaan.
Sluit je aan bij onze online community – een warme, veilige plek waar gelijkgestemden elkaar begrijpen en ondersteunen.
👉 Doe een groeitaak die bij dit artikel hoort. Kleine stappen, grote transformaties.
Laat een reactie achter. Jouw stem kan iemand anders precies de herkenning geven die ze vandaag nodig heeft.
👉 Deel dit artikel met een vriend(in) die worstelt of twijfelt. Soms is één doorstuuractie het verschil tussen vastzitten en vooruitkomen.
🌿 Samen bouwen we aan herstel, kracht en emotionele vrijheid. Steun ons zonder extra kosten door aankopen bij bol. klik op onderstaande afbeelding.
Steun ons zonder extra kost door uw aankopen bij :
https://www.steunfondsvooroekraine.be/donatiepagina
Liefs Annemie