De narcist zonder object constantie heeft geen geloof in de werkelijkheid.

Een artistiek mozaïek van een gebroken porseleinen gezicht, waarvan de stukken met goud zijn verbonden (geïnspireerd op kintsugi, de Japanse kunst van het herstellen van gebroken keramiek). De breuken zijn zichtbaar, maar transformeren het object tot iets mooiers en krachtigers. Deze afbeelding benadrukt dat heling van trauma en een gebrek aan objectconstantie niet perfectie betekent, maar juist het omarmen van littekens als onderdeel van groei.

Objectconstantie betreft de capaciteit om emotioneel verbonden te blijven met anderen, zelfs wanneer zij fysiek afwezig zijn. Mensen met persoonlijkheidsstoornissen, zoals narcisten, ervaren vaak een tekort aan objectconstantie, wat leidt tot problemen zoals verlatingsangst en dissociatie. Dit gebrek kan voortkomen uit traumatische ervaringen in de kindertijd, wat resulteert in een verstoord zelfgevoel en het onvermogen om empathie te tonen. Behandeling van deze problematiek vereist een diepgaand begrip van de relatie tussen trauma en persoonlijkheid, evenals geschikte therapeutische interventies.

De narcist zonder object constantie heeft geen geloof in de werkelijkheid.

De ontwikkelingsvaardigheid van object constantie bij kinderen ontstaat pas na twee of drie jaar, waarbij ze leren dat mensen en objecten consistent en betrouwbaar zijn, zelfs buiten hun directe gezichtsveld. Dit is essentieel voor het opbouwen van veilige hechting. Het vermogen om te begrijpen dat dingen of mensen constant blijven, zelfs wanneer ze niet gezien worden, wordt ‘object constantie’ genoemd. Echter, bij mensen zonder object constantie, zoals narcisten, ontbreekt het geloof in de realiteit, wat leidt tot leugens, bizarre situaties en een gebrek aan empathie.