Inleiding

In de nasleep van de oorlog die op 7 oktober 2023 uitbrak, is de internationale verontwaardiging over de Israëlische militaire acties in Gaza en de Westelijke Jordaanoever enorm toegenomen. De Verenigde Naties, het Internationaal Gerechtshof (ICJ) en mensenrechtenorganisaties signaleren ernstige schendingen en waarschuwen voor het reële risico op genocide; het ICJ legde Israël in voorlopige maatregelen onder de Genocideconventie verplichtingen op om genocidale daden te voorkomen en humanitaire hulp door te laten12. Voor België, als EU-lid en partij bij het Genocideverdrag, is dit een cruciale toetssteen: mogen wij een regering steunen die wordt geconfronteerd met zulke zwaarwegende bevindingen?

Historische context: van Nakba tot bezetting

Het Israëlisch-Palestijns conflict kent een lange en pijnlijke geschiedenis. Sinds 1967 zijn de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en Gaza onder Israëlische bezetting. Het ICJ stelde in zijn Advisory Opinion van 19 juli 2024 dat de bezetting en het nederzettingenbeleid in strijd zijn met het recht op zelfbeschikking en dat staten verplichtingen hebben om die onrechtmatigheid niet te erkennen en niet te assisteren3. België heeft zich consequent uitgesproken voor een tweestatenoplossing. Inmiddels hebben meerdere Europese landen, waaronder België (september 2025), Palestina formeel erkend als stap om het zelfbeschikkingsrecht te bekrachtigen[^belgium-recognition][^aljazeera-rec].

Internationaal recht: verplichtingen die tellen

Onder de Genocideconventie (1948) is België verplicht alles te doen wat binnen haar mogelijkheden ligt om genocide te voorkomen en te bestraffen. Dit betekent dat ons land geen wapens of steun mag leveren die bijdragen aan mogelijke genocidale daden, en actief diplomatieke druk moet uitoefenen om escalatie te stoppen.

Volgens het internationaal humanitair recht, en met name de Vierde Conventie van Genève, heeft België de plicht burgers in bezette gebieden te beschermen en zich te verzetten tegen collectieve bestraffingen. Concreet houdt dit in dat België moet aandringen op het openhouden van humanitaire corridors, aanvallen op burgerdoelen publiekelijk moet veroordelen en militaire samenwerking met Israël moet opschorten wanneer die leidt tot schendingen van het oorlogsrecht.

Als partij bij het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof moet België nauw samenwerken met het ICC. Dat betekent dat ons land verdachten die gezocht worden wegens oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid moet arresteren als zij ons grondgebied betreden, en moet bijdragen aan bewijsverzameling en wederzijdse rechtshulp.

Het EU-recht, en in het bijzonder het EU-Israël Associatieakkoord, bevat een mensenrechtenclausule die stelt dat respect voor mensenrechten en democratische beginselen een essentieel element van de samenwerking is. België moet daarom aandringen op een herziening of opschorting van dit akkoord zolang Israël ernstige mensenrechtenschendingen blijft plegen. Ook betekent dit een verbod op invoer van producten uit illegale nederzettingen.

Daarnaast kent België een traditie van universele jurisdictie, wat inhoudt dat ernstige internationale misdrijven vervolgd kunnen worden, ongeacht waar ze gepleegd zijn of door wie. Ons land moet deze bevoegdheid blijven gebruiken om oorlogsmisdadigers op te sporen en te vervolgen, zodat straffeloosheid wordt doorbroken.

Ten slotte verplicht het VN-Handvest en de daaruit voortvloeiende resoluties inzake zelfbeschikking België om geen illegale situaties te erkennen of te ondersteunen, en om actief het Palestijnse recht op zelfbeschikking te steunen. Dat betekent onder meer de erkenning van de Staat Palestina en actieve steun aan VN-resoluties en diplomatieke initiatieven die dit recht bevestigen.

Mensenrechten en humanitaire ramp

De humanitaire situatie in Gaza is catastrofaal. Volgens OCHA-situatierapporten (2025) is het merendeel van de bevolking ontheemd, zijn hulpstromen zwaar belemmerd en is er sprake van door mensen veroorzaakte hongersnood en massale burgerdoden45. Recente VN-cijfers bevestigen nieuwe massale verplaatsingen en voortdurende vernietiging van infrastructuur6. Dit onderstreept dat humanitaire hulp alleen niet volstaat; structurele, rechtstatelijke keuzes zijn nodig.

Beleidsopties voor België

Conclusie: morele en juridische plicht

Voor België is dit geen kwestie van politieke voorkeur, maar van rechtsstatelijke integriteit. Steun aan een regering die wordt geconfronteerd met ernstige bevindingen onder het Genocideverdrag is onverenigbaar met onze verplichtingen. Alleen door duidelijk te kiezen voor sancties, erkenning van Palestina, samenwerking met het ICC en actieve diplomatie kan ons land bijdragen aan vrede en rechtvaardigheid.

Bronnen en documentatie

Footnotes

  1. International Court of Justice, Order of 26 January 2024 in Application of the Genocide Convention (South Africa v. Israel). 2
  2. International Court of Justice, Order of 24 May 2024 (aanvullende voorlopige maatregelen) in dezelfde zaak. 2 3
  3. International Court of Justice, Advisory Opinion of 19 July 2024Legal Consequences arising from the Policies and Practices in the OPT, including East Jerusalem. 2
  4. OCHA, Humanitarian Situation Update #302 (2 juli 2025). 2
  5. OCHA/UN, Humanitarian Situation Update #317 (2 sept. 2025). 2
  6. The Guardian, 18 sept. 2025, samenvatting UN-cijfers over verplaatsingen uit Gaza-Stad. 2
  7. Article 2 van het EU-Israël Associatieakkoord: mensenrechten en democratische beginselen vormen een essentieel element van het akkoord. 2
  8. Human Rights Watch e.a., Joint Statement (19 juni 2025) over review van het Associatieakkoord i.v.m. ernstige schendingen. 2
  9. ICC, Pre-Trial Chamber I decision (21 nov. 2024) – verwerping jurisdictie-bezwaren en uitvaardiging arrestatiebevelen. 2
  10. ICC Prosecutor, Applications for arrest warrants (20 mei 2024) – Situation in the State of Palestine.

We zijn benieuwd naar je reactie hieronder!Reactie annuleren