Meer dan een dorp nodig om een complex trauma kind op te voeden.

 

Weinig interesse bij de meeste familieleden voor ons complex trauma kind.

 

Ik stel gewoon vast dat er bij onze familie in de afgelopen 6 jaar heel weinig interesse was voor ons pleegkindje dat een complex trauma kind is. Ik heb een paar zonen die er soms naar vragen en hun vriendinnen, een stiefdochter die regelmatig contact hield het afgelopen jaar.

Gelukkig heb ik een fantastische stiefdochter die er al die jaren is geweest als een echte zus.

Gelukkig hebben we een klein aantal vrienden gehad die ons wel bijgestaan hebben, zowel praktisch als ondersteunend omdat ze zelf een pleegkindje hadden of enorm geïnteresseerd waren in de evolutie van Helena die ze wekelijks zagen.

Hier en daar hebben een aantal online vrienden ook speciale aandacht gegeven aan onze zorgen voor ons pleegkindje door bijvoorbeeld speelgoed op te sturen.

 

Een familie is niet steeds een ondersteunend netwerk.

 

Van sommige familieleden hebben we last ondervonden door privacy schendingen, door onvoorspelbaarheid in hun gedrag. Soms lieten ze zich voor maanden niet meer horen.

Andere familieleden hebben met ons gebroken sinds de nietigverklaring van het katholiek huwelijk van mijn vrouw.

Dit plots verdwijnen duidt op ongezonde persoonlijkheden. Geen duurzaamheid en ook geen trouw, geen wederzijdsheid en ook geen respect. Afspraken werden soms gebroken waardoor verwachtingen niet ingelost.

Vanzelfsprekend dat zo’n gedrag een trigger was voor de onveilige hechting bij ons pleegkindje gezien dit onvoorspelbaar gedrag van de toenmalige zorgfiguren in haar eerste levensmaanden net haar complex trauma veroorzaakte.

Anderen waren zo dubbelzinnig in hun communicatie dat het onbetrouwbaar was wat hun bedoeling feitelijk was.

We hebben dan maar besloten verder te doen met diegenen die regelmatige intresse hebben getoond uit bescherming voor ons pleegkindje. Geen kwantiteit maar wel kwaliteit.

Elementen van een dorp.

Anno 2017 is het onderscheid tussen dorp en stad in onder meer België en Nederland minder duidelijk dan rond de helft van de 20e eeuw. Diverse ontwikkelingen hebben gemaakt dat dorpen en steden minder scherp van elkaar te onderscheiden zijn.

Zo kunnen ook in Belgische en Nederlandse dorpen bewoners nu vrij anoniem blijven en is er minder verwevenheid met het dorp zelf en/of het omliggende platteland.

Dit laatste gebeurt onder meer door import: bewoners die geen oorspronkelijke band met het dorp hebben, maar hier later zijn gaan wonen (vaak vanuit een stad).

Opvoedende gaat niet alleen maar vanuit je dorp.

Om een kind op te voeden is het niet meer vanzelfsprekend dat je een kinderopvang zult vinden in je eigen gemeente.

Meestal is er wel een grootwarenhuis waar je alles vindt wat je nodig hebt voor het kind. Maar voor de kinderkamer ga je waarschijnlijk naar een stad gaan zoeken.

Apotheker, dokter is er meestal wel in een dorp. Niet altijd is er een tandarts te vinden. Een logopediste, een haarkapper een speelpleintje is dan wel te vinden.

Een hospitaal, een klinisch labo en verschillende medische specialisaties vindt u dan ook meestal in de stad.

 

Maar is er een trauma sensitieve context rondom ouders die zorgen voor een kind met een complex trauma?

uit Van kwetsuur naar litteken.  

uittreksel van pagina 79 tot 83

Van kwetsuur naar litteken. Hulpverlening aan kinderen met complex trauma.  Hier te koop.

van kwetsuur naar litteken

 

De mama van Lucas.

Je zou soms willen dat er een boekje bestaat waarin je onder het hoofdstuk ‘hij is zijn handdoek weer vergeten’, kunt opzoeken : ‘Wat doe ik daar nu mee?’

Het is soms heel vermoeiend en belastend om altijd op je gevoel af te gaan.

Bij andere kinderen ga ik ook af op mijn gevoel, maar dat is minder vermoeiend; Dat is niet zo’n evenwichtsoefening . Daar mag je als ouder ook weleens onderuitgaan. De reden waarom is omdat er een basis is.

Als daar eens iets mis zit, dan is dat niet zo erg. Bij Lucas is dat wel erg. Dat vindt de mama van Lucas ook erg. Of zij is bang dat dat erg is.

 

Kinderen met complex trauma vragen veel meer van hun context.

Adoptie kinderen en pleegkinderen zijn kinderen met een complex trauma. ’t Is niet omdat je dat niet aan de buitenkant ziet, dat dat zo niet is. Stel je voor op heel jonge leeftijd je mama verlies, of je mama bijna niet zien. Dat heeft een geweldige impact op dat kind.

Precies omdat er geen ‘handboeken’ bestaan, en pleeg/adoptie ouders alleen maar kunnen terugvallen op een zeer energie-intensief zoekproces dat onafgebroken hun aandacht vraagt, vergt een kind met complex trauma zoveel meer van zijn context.

Rijden in een nieuw land zonder gps.

Het is als rijden in een nieuw land zonder gps om je door het wegennetwerk te gidsen: het betekent dat je elk moment met je volle aandacht bij het verkeer moet blijven; en dat elk moment van onoplettendheid je weer een stap terug zet.

Een ondersteunend sensitief opvoendende context is nodig.

Precies daarom verdienen zorgfiguren die instaan voor een kind met complex trauma, in welke hoedanigheid ook – als biologische ouder, pleeg- of adoptieouder of in elke andere opvoedende contex – een trauma-sensitief ondersteunend netwerk, zowel binnen hun natuurlijke omgeving, familie en vrienden, als bij de professionele betrokkenen, school, pleeggezinnendienst, nazorg enz en soms ook van externe hulpverleners zoals gezondheidszorg, politie enz.

Wanneer zorg wordt gedragen voor het reflectieve vermogen van de ouders van deze kwetsbare kinderen, wordt daarmee immers ook zorg gedragen voor die kinderen zelf.

Meer dan in ‘gewone opvoedingsomstandigheden’ dienen ouders die zorg dragen voor een kind met complex trauma, te kunnen terugvallen op een helpend netwerk van familie en vrienden. (Seghers 2013)

Wat kan een meedragen sociaal netwerk betekenen?

Een meedragend sociaal netwerk kan bron zijn enerzijds van begrip, empathische ondersteuning en het hernieuwen van energie, anderzijds van praktische hulp.

Ouders ervaren een grote nood aan begrip, aan ernstig genomen worden in hun verhaal en hun noden, en verwoorden dat ze dat begrip soms wel, maar vaak ook niet ontmoeten.

De Leerkracht van Lia.

Zo blijft een leerkracht herhaaldelijk opmerken dat Lia’s ouders toch wel erg strikt en weinig soepel zijn inzake planning en verandering, ook nadat deze ouders meermaals uitlegden hoe Lia thuis volledig ontspoort bij ongeplande en onvoorspelbare activiteiten.

Begrip voor ouders in kleine gebaren.

Ouders ervaren soms authentiek begrip in kleine gebaren, zoals meegenomen worden om te gaan sporten of naar een tentoonstelling te gaan, ook al geeft dat gegarandeerd meer angst bij het kind dat zo weinig afstand en separatie verdraagt.

Anderzijds ervaren ouders hoe praktische hulp veel kan betekenen. Dat gaat dan over een dooppeter, een tante of een grootouder die het kind met regelmaat een nachtje te logeren vraagt, zodat ouders een avond en een ochtend rust kunnen vinden, en kunnen recupereren van de druk van continue alertheid.

De school van Laura.

Of zoals de school van Laura mee blijft zoeken naar hoe elk nieuw opduikend probleem gehanteerd kan worden. Nadat de zorgjuf een gedragskaart installeerde voor incidentjes op de bus is haar gedrag er relatief onder controle. De zorgjuf had hierover herhaaldelijk een gesprekje gevoerd met Laura,

Nu ze haar weg zoekt te midden van vele verliefdheden in de klas, en daarmee veel onrust in de klasgroep brengt, gaan de gesprekjes bij de zorgjuf over verliefd zijn en seksualiteit, over relaties en over wat privé is en wat je in een groep kunt tonen.

Gesandwicht tussen kind en samenleving.

Soms voelen pleeg/adoptieouders zich gesandwicht tussen de zorg voor hun gekwetste kind enerzijds en de verwachtingen van een samenleving ten aanzien van kinderen en hun opvoeding anderzijds.

Er zijn zoveel afwegingen te maken, waarbij ik me telkens opnieuw afvraag : ga ik hier op in? Maak ik hier een punt van?

Als de leerkracht van de opvang tegen mij zegt : hij was weer heel onbeleefd tegen mij, dan zeg ik meestal : ik zal dat straks thuis opnemen. Je kunt daar ter plekke toch niets mee doen. Maar je moet er wel iets mee natuurlijk” zegt de mama van Lucas.

 

Escalatie voorkomen.

 

Daar bovenop komt dat de ouders in hun zoeken naar een evenwicht met dit kind geleerd hebben om sommige dingen aan te pakken op een wijze die escalaties voorkomt.

Ze hebben geleerd hun veldslag te kiezen en op te voeden zonder te veel ineens te willen bereiken.

De juf van de voetbal en de dansles.

Het is vaak de goed structurerende en begripvolle trainer van het voetbal of de juf van de dansschool, die mogelijk maakt dat een kind met trauma een hobby kan volhouden.

Deze begeleiders zorgen ervoor dat zo’n kind een plek vindt om al sportend controle te verwerven over zichzelf. Op die manier kan het kind via sport een sociaal laboratorium vinden.

In dat laboratorium kan hij blijven oefenen wat hij vaak zo moeilijk vindt. Stevige en blijvende relaties opbouwen doorheen moeilijkheden en conflicten is dikwijls prioritair.

Trauma – sensitieve hulpverlening.

Maar de politie moeten toch het onderscheid kunnen maken tussen een gezin waar een gekwetst kind aan het genezen is en één waar een kind beschadigd wordt. zegt de mama van Marianne.

 

Naast de grotere nood aan ondersteuning door het ‘natuurlijke’ netwerk van familie en vrienden hebben zorgfiguren die instaan voor een kind met complex trauma, vaker contact met professionele betrokkenen rondom hun kind .

Zoals school, pleeggezinnendienst, VAG, nazorg ….en externe hulpverleners zoals gezondheidszorg, politie …

De nood aan trauma-sensitieve hulpverlening is groot omwille van de vele redenen die tot hiertoe aan bod kwamen.

complex trauma kind Ouderlijke vervreemding en ouderverstotingssyndroom - PAS

Is er voldoende herkenning bij hulpverleners?

Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat de problematiek van complex trauma herkend wordt door hulpverleners. Is dit niet het geval dan worden de kinderen achtereenvolgens behandeld voor een veelheid aan wisselende klachten en problemen. Dat is niet de bedoeling.

Dit zou kunnen dat er zo’n vergissing wordt gemaakt aangezien hun wisselende functioneren. Immers de veelheid aan problemen is zo kenmerkend voor hoe ze functioneren.

Ouders voelen deze nood nog meer uitgesproken wanneer hun kind met complex trauam – en zeker jongeren in volle puberteit – zijn verwarring omtrent identiteit en ‘ergens thuis zijn ‘ op intense, gedisreguleerde of dramatische wijze tot uiting brengt, door bijvoorbeeld weg te lopen (fugues) of in andere acting-out gedrag.

Ze verwoorden hoe ze net dan – op de meest kwetsbare en beangstigende momenten – onbegrip ervarn voor het gedrag van hun getraumatiseerde kinderen.

Ze voelen zich alleen gelaten, beoordeeld of zelfs tegengewerkt.

 

De moeder van Marianne.

Zo vertelt moeder dat toen Marianne wegliep van huis, er iemand van het parket werd aangesteld om een gezinsonderzoek te doen. Het parket wou onderzoeken of Marianne zich in een problematische gezinssituatie bevond.

Toen de ouders tijdens dat gesprek iets wilden toelichten over haar achtergrond, vond de expert die achtergrond ‘niet relevant, het gaat over nu’.

Deze ouders vonden het vooral teleurstellend dat iemand beslist over al dan niet uit huis plaatsen, zonder de context te begrijpen. Als je haar achtergrond niet relevant vindt, heb je toch geen inzicht in hoe zoiets tot stand komt?

Als je in zo’n situatie in aanraking komt met de politie, verwacht je eigenlijk wel hulp.

Ze helpen om je kind terug te vinden, ze gaan met combi’s rondrijden, en dat is natuurlijk erg troostend.

En je kunt misschien niet van de politiepsycholoog verwachten dat ze ook trauma kent en begrijpt. Dus, daardoor ga je op zoek naar literatuur waarin je het ook kunt vinden. Ja, dat mis je zeker, dat je als ouder ondersteuning kunt vinden.’

 

Moeite met niet veroordelende houding.

Wanneer artsen worden geconfronteerd met ouders en een geadopteerde tiener die een intens conflict hebben, kunnen artsen moeite hebben om een niet-veroordelende houding aan te nemen.

Ze kunnen de mogelijk voorbijgaande aard van de crisis over het hoofd zien.

Beklemtoond door de pijnlijke affecties en de diepe ambivalentie van familieleden, kunnen ze actief tussenbeide komen om iemand te ‘redden’. Hun reddingspoging heeft ook tot doel een einde te maken aan de angst waarvan ze getuige zijn.

Een  psychiater, maatschappelijk werker of rechter kan dus de taak vereenvoudigen tot het redden van de goede ouders van de slechte adolescent of omgekeerd.

In beide gevallen kan interventie een bijdrage leveren aan verstoring van het gezin. Het eindresultaat is vaak een verzwakking van de adoptie zelf. Doch het is een feit dat niettegenstaande het kind een legaal familielid is. Immers dit gezin is de beste hoop voor een onrustig kind.  Nickman & Lewis (1994 pagina 753)

Ervaringen als deze maken het voor ouders moeilijker om hulp te vragen bij hun opvoedingssituatie.

Een psychotherapeute.

Ik was al heel blij dat we voor onze dochter een psychotherapeute gevonden hebben. We gaan daar wekelijks naartoe.

Maar ik kan niet ook nog eens zelf elke week met iemand gaan spreken.

Het is ontzetten tijdsintensief. Eigenlijk moet je er altijd zijn. En je komt voortdurend in heel stressvolle, kwetsende en moeilijke situaties terecht.

Dan, besef je dat dat voor je kind nog veel meer geld. Dus je gaat als ouder altijd eerst op zoek naar hoe je je kind kunt blijven helpen. Pas later voel je hoe je zelf uitgeput bent geraakt.

Gelukkig heb ik mijn moeder en mijn zus waar ik veel mee kan praten. Toch het is niet evident om er zelf hulp voor te vinden volgens de mama van Marianne.

 

Hebt u vragen of suggesties dan zien wij er naar uit om die te beantwoorden.

 

Johan en Annemie Persyn Declercq.

 

Deel uw gedachten met ons want samen kunnen we opzettelijk de wereld verrijken door waarde aan elkaar toe te voegen.